Ik lees op de pagina’s van BON een stukje over fraude. Het gras wordt me enigszins voor de voeten weggemaaid. Ook ik was van zins om u een en ander te melden over diplomafraude op het instituut waar ik heb gewerkt. Er is mij nooit extra geld geboden om daaraan mee te werken, zoals ik las in een stukje van de hr. Ras, maar druk van bovenaf was er wel steeds.
De uitleg is eenvoudig. Een student, die langer dan vier jaar doet over een vierjarige opleiding, kost het instituut geld. Een student moet dus vier jaar na de eerste inschrijving het instituut verlaten met een diploma. Dat levert het meeste op.
Een systeem om de studenten te volgen was er niet. Elke student, die het zelf volhield, rolde vrij gemakkelijk door het eerste jaar. Dit ten gevolge van de instelling van studiepunten. Het systeem lijkt een beetje op de zegeltjes, die je krijgt bij de benzinepomp. Een volle kaart en ‘het jaar’ is gehaald.
Kinderen zijn inventief en het verzamelen van studiepunten is voor hen niet zo’n groot probleem. Als een examen niet goed wilde lukken, dan deed je dat mondeling. Zo’n onderonsje met een docent deed vaak wonderen, vooral als de docent ook nog eens was opgescheept met een vak waarvoor hij/zij niet was opgeleid. Ook het organiseren van een studiereis (schoolreisje) leverde studiepunten op. Daarnaast was de administratie was zo lek als een mandje. Studenten die lang genoeg volhielden, dat zij een vak voldoende hadden gemaakt, kregen dikwijls gelijk. En soms was een beetje geluk nodig. Ooit heeft een docent alle studenten een voldoende gegeven, omdat hij de examenstukken was kwijtgeraakt en dit wilde verbloemen. Het gebeurde ook, dat een docent opdracht kreeg om alle resultaten met tenminste een vol punt te verhogen, omdat ‘zijn score’ te laag was.
In het tweede jaar ging het vaak net zo. Daar komt bij, dat de studenten de helft van dat tweede jaar buiten de deur waren voor een stage. Een stage, die op geen enkele manier te volgen was, omdat daarvoor per student slechts tien klokuren ter beschikking werden gesteld voor de hele duur van de stage. Met één bezoek aan het bedrijf, vaak ver van het instituut, was meestal meer dan de helft van die tijd al opgesnoept. De tijd die moest worden besteed aan de middagen, dat de studenten verplicht even terugkwamen voor gezamenlijk overleg en informatie-uitwisseling maakte de beschikbaar gestelde tijd vol. Voor het lezen van verslagen of het communiceren met de stagiaires was geen tijd of het moest gebeuren in de vrije tijd van de docent. En zo rolden de studenten ook door het tweede jaar.
Daarna was er geen weg meer terug. Volgens het management kan het niet zo zijn, dat iemand die twee jaar ‘succesvol’ aan het instituut verbonden is, nog wordt heengezonden. Dit is niet iets van de laatste jaren. Het gold ook in de jaren ’90.
Tijdens de “open dagen” was het advies van oudere studenten dan ook: schrijf je in, zorg dat je het eerste jaar door komt en je hebt een diploma.
Reacties zijn gesloten.

Gras wegmaaien
Beste Fossiel,
Ik vermoed dat er gras genoeg is voor twee schrijvers.
Voor mij is de kern van het betoog dat er veel niet gecontroleerd wordt en er veel oneigenlijke redenen zijn om iets als voldoende te beoordelen. Dit zullen deels incidenten zijn maar ik herken ook duidelijk beleid en daar gaat om. 10 Klokuren per student zegt mij dat de leiding vindt dat je er als docent geen aandacht aan moet besteden. Even rekenen leert dat een docent met een fulltime baan theoretisch ruim 80 stagiaires tegelijk zou kunnen begeleiden. Het bezoek zal gemiddeld 3 uren opslokken dus resteert er 7 klokuren voor de overige 19 weken, dat is zo’n 22 minuten per week. Trek je daar nog het lezen van verslagen etc. vanaf dan kun je misschien nog 10 minuten per week in de student investeren. Let erop dat de student zelf 40 klokuren per week geacht wordt te investeren in de stage. Tjonge wat hebben we er, in het beleid, toch veel voor over. Volgens mij is dit voor een school ook dik verdienen. De student/docent ratio is in het HBO zo’n 25 studenten per docent.
Bij 80 studenten per docent is deze stage dus zeer lucratief.
Corgi