Vandaag ontvangt minister van Bijsterveldt het rapport van de Verkenningscommissie Klassieke Talen. Voorstel is het vak KCV in de klassieke talen onder te brengen. GR wordt dus GTC en LA wordt LTC.
Ook wordt voorgesteld de vertaling van een Latijnse tekst op het eindexamen anders in te vullen.
Lees de reactie van de minister [=>]
Het rapport Het geheim van de blauwe broer [=>]
De toelichting [=>]
Het tussenrapport [=>]

aanval op de proefvertaling
Het rapport heb ik helaas nog niet kunnen doornemen. Wel heb ik het filmpje bekeken dat op de website van het SLO bij het artikel over het eindrapport staat.
Dat filmpje overtuigt mij niet. Ja het kan voorkomen dat bij 1 afzonderlijke zin een leerling die de tekst niet begrepen heeft dezelfde twee punten scoort als een leerling die hem wel begrepen heeft. Maar dat gebeurt niet bij een hele tekst. Hoog scoren op een proefvertaling lukt niet zonder inzicht in de tekst. En een leerling met inzicht zal niet laag scoren.
Dat een goede leerling tekort gedaan zou worden door deze toetsvorm geloof ik niet. Tevens geldt natuurlijk nu ook al dat de proefvertaling slechts de helft van het centraal examen uitmaakt. De andere helft bestaat ook nu al uit vragen die het inzicht in een tekst toetsen.
Ik zie het grote probleem met de proefvertaling dus niet. Maar goed, anderen kennelijk wel. Ik meen dat de commissie naar een variant toe wil waarbij de proefvertaling (deels?) wordt vervangen door vragen over een ongeziene tekst, waarbij het niveau even hoog zou moeten blijven.
Wat dat laatste betreft: ik denk dat dat kan, grotendeels althans (ben er wel van overtuigd dat er iets verloren is gegaan toen bij de moderne vreemde talen de vertaling werd vervangen door tekstverklaren). Maar of het ook zo zal gebeuren? Dan blijven we zitten met een groot aantal onvoldoendes. Tenzij er in het rapport ook wordt gepleit voor een strengere selectie van de instroom op de zelfstandige gymnasia of iets dergelijks.
Ik hou rekening met de mogelijkheid dat een aanpassing van het examen toch een niveaudaling met zich gaat meebrengen. Ik hoop uiteraard van niet. Ik ben blij met de klare taal van de minister over ‘kwaliteit die behouden moet blijven’ en hoop daarop te kunnen vertrouwen.
damage control
Damage controll
Ook ik heb het rapport (nog) niet doorgewerkt maar ik denk genoeg van het onderwijs in klassieke talen te weten om te kunnen zeggen dat de oorzaak van het mislukken van proefvertalingen veel verder weg in de tijd ligt. Het aantal lesuren in klassieke talen is erg verminderd, de grammatica wordt niet meer systematisch doorgenomen en geoefend, leerlingen weten in de eerste klas zo weinig van zinsontleding dat hen nog het verschil tussen een bijwoord en een bijvoeglijk naamwoord uitgelegd moet worden, ze hoeven geen woordjes meer te stampen en de vertaaloefeningen in de onderbouw worden verdund met en ondergeschikt gemaakt aan verleuking en kennismaking via de teksten met de klassieke samenleving. Die ondergeschiktmaking is op zich weer een oorzaak van de gebrekkige en onsystematische behandeling van de grammatica en de syntaxis. Ook in de bovenbouw is het duidelijk mis: In het jaar dat zowel het eindexamen klassieke talen oude stijl als nieuwe stijl werden afgenomen waren de opgaven voor oude stijl en nieuwe stijl hetzelfde maar moesten de cijfers van de leerlingen oude stijl flink opgehoogd worden om eenzelfde cijferbeeld te ontwerpen als er voor oude stijl uit de bus kwam.
De onderzoekers hadden duidelijk moeten maken dat de enige goede oplossing “meer lesuren klassieke talen” was en hogere eisen stellen door de leerjaren heen. Ook een toelatingsexamen zinsontleding zou als voorbereiding en selectiemiddel niet slecht zijn.
Seger Weehuizen
argumentatie…
Ik heb inmiddels het rapport vluchtig doorgelezen en wind me wat op over de argumentatie:
Door mij en anderen is erop gewezen dat tegenwoordig anderhalf keer zoveel leerlingen examen gymnasium doen als twintig jaar geleden en dat de slechte resultaten op het examen Latijn o.a. daarmee te maken kunnen hebben.
Het rapport gaat hierop in (op p. 26):
“Een tweede misvatting is dat de forse toename van de leerlingen die een gymnasiumopleiding volgen het gevolg is van gebrekkige selectie van leerlingen: er zouden te veel leerlingen worden toegelaten (en tot het eindexamen gebracht) die dit schooltype in feite niet aankunnen. Inderdaad is het aantal eindexamenkandidaten bij de Klassieke Talen sterk toegenomen.
[toelichting hierop] .
Maar in feite blijken gymnasiumopleidingen nog steeds de sterkste leerlingen aan te trekken. Uit cijfers van de Inspectie blijkt dat leerlingen van de gymnasiumopleidingen gemiddeld 0.3 tot ruim 0.6 cijferpunt hoger scoren voor de andere schoolvakken dan de overige vwo-leerlingen.
[tabelletje om dat te illustreren].
De conclusie moet zijn dat het probleem van de slechte CE-resultaten Latijn niet aan de leerlingenpopulatie ligt.”
PARDON?! “A is niet lager dan B, want A is hoger dan C”? Ik hoop dat mevr. van Bijsterveldt ziet dat DAT in elk geval geen argument is om de proefvertaling af te schaffen.
Proefvertaling
Uit de eerdere discussie werd al duidelijk dat de commissie de proefvertaling af wilde schaffen. Er moesten alleen maar nog wat argumenten bij verzonnen worden. Zo gaat het altijd in het onderwijs….zucht…..
Sceptisch
Als dat mede een verklaring zou zijn dan zou je stellen dat je niet slim genoeg bent om Latijn te leren wanneer je tot de top-6% best presterende basisschoolleerlingen behoort (eventjes eraan voorbij gaande dat politiek soms ook een grote rol speelt voor de plaatsing op de gymnasia (vriendjespolitiek, advies basisschoolleerkracht wat beïnvloed wordt door de ouders en de banen en het opleidingsniveau wat zij hebben etc.) en dat de CITO-toets niet optimaal selecteert).
Dat lijkt me sterk, ik ben dan ook geneigd om te geloven dat Seger zijn verklaring de belangrijkste verklaring is. Volgens mij zou elke VWO-er van voor de tweede fase (de top-15% die meer dan 1 standaarddeviatie afwijkt van een modale intelligentie) Latijn moeten kunnen volgen zolang het onderwijs maar goed is. Deze leerlingen konden immers ook andere vreemde talen goed onder de knie krijgen. Waarom zouden ze dan geen Latijn goed onder de knie kunnen krijgen?
Het zou interessant zijn om te vergelijken met het buitenland. Zo bestaat in België de richting Latijn-wiskunde op het ASO. Helaas kan ik nog niet het percentage leerlingen vinden wat uiteindelijk slaagt voor die richting maar ik vermoed dat het meer dan 6% van de leerlingenpopulatie betreft aangezien 40% van de leerlingen op de middelbare school ASO-onderwijs volgt (let op, ook de twee lagere richtingen duren 6 jaar en in de eerste 4 jaar vallen veel leerlingen terug naar een lager niveau), Latijn-wiskunde een populaire en prestigieuze richting is binnen het ASO (veel ouders pushen om in die richting of in wiskunde-wetenschappen te beginnen) en iedere leerling voor die richting mag kiezen zolang hij niet blijft zitten of een B-attest haalt (keuze tussen over gaan naar een lagere richting of blijven zitten).
Ik ga proberen de exacte cijfers nog te vinden, wellicht lukt dat op het Belgische equivalent van het CBS.
Ook met andere landen kan een vergelijking worden gemaakt.
kernpunt
De beste 6% zou Latijn met succes moeten kunnen volgen, ja, dat zou ik ook denken. Dat dat kennelijk toch niet het geval is heeft inderdaad zeker te maken met de oorzaken die Seger schetst. De commissie pleit wel degelijk voor voldoende lesuren en goed opgeleide docenten (in het rapport te vinden in de passage over ‘de gouden standaard’), maar had m.i. hiervan het kernpunt moeten maken en dat malle plan m.b.t. die proefvertaling achterwege laten.
Uiteraard.
Mag ik nog een
Uiteraard.
Mag ik nog een keer een pleidooi houden om ook athenisten (is dat een correcte vervoeging, Seger? Als niet-gymnasiast kan ik dat niet beoordelen), havisten en mavisten de kans te geven om Latijn te volgen? Ik vind het zo elitair dat we enkel die paar gymnasiasten de kans geven om Latijn te leren. Natuurlijk kan je als volwassene alsnog Latijn leren maar je leert zoveel gemakkelijker een vreemde taal wanneer je nog een kind bent, bovendien is Latijn klaarblijkelijk een goede voorbereiding voor het leren van Frans en Spaans en kan je met behulp van Latijn klaarblijkelijk ook bepaalde vormen van denken goed ontwikkelen.
Natuurlijk, je kan niet van de ene op de andere dag 3 keer zoveel mensen Latijn geven (gebrek aan leerkrachten) maar voer dat dan gefaseerd in, om te beginnen door de havisten het vak Latijn aan te bieden. De animo gaat sowieso veel geringer zijn onder havisten en nog veel minder onder havisten maar de leerlingen zouden wel de kans moeten krijgen.
Bied op zijn minst een volwaardige cursus Latijn aan via die onderwijswikies, juist de klassieke talen zijn hiervoor geschikt aangezien slechts 6% van de Nederlandse leerlingen de kans krijgt om die te leren (en in mijn tijd nog minder).
sympathiek, maar
“Bied iedereen de kans” klinkt sympathiek. Het zou in theorie ook wel kunnen: je zult voor lagere schooltypen moeten afzien van het lezen van originele teksten, maar de basis aanleren moet lukken.
Maar het lijkt me utopie: het lerarentekort is bij de Klassieke Talen enorm. Zie p. 21 van het rapport voor zorgwekkende cijfers. Het schokkendst vond ik dat op de 202 geenqueteerde scholen het vak Latijn in het 2e en 3e leerjaar vaker door onbevoegde docenten gegeven wordt dan door bevoegde. Dit feit lijkt mij tevens een van de oorzaken van de slechte resultaten op het eindexamen.
Twee vliegen in één klap maar je moet wel willen
Er is een verschijnsel dat los van elkaar leidt tot zowel een tekort aan bevoegde docenten klassieke talen als een groot aantal matig in Latijn of Grieks presterende leerlingen. Dat is het verschijnsel van de zelfstandige Gymnasia. Sommige ouders willen hun kinderen niet naar een school sturen die door de aanwezigheid van minder getalenteerde kinderen een slechte invloed zouden kunnen hebben op het niveau van de lessen. Daarbij kunnen zij aan 3 oorzaken denken:
1) Niveauverlies bij de hoogste schooltypen omdat er bij de leiding tegenzin bestaat om aan de leerlingen van de hogere schooltypes hogere eisen te stellen
2) relativering van het nut van schoolse inspanningen om in de maatschappij te slagen bij hun kinderen als gevolg van contacten met kinderen van een laag schooltype.
3) Ouders willen vaak dat hun kinderen omgaan met kinderen van dezelfde sociale achtergrond
Als deze ouders of hun kinderen niets met Latijn of Grieks hebben willen zij of hun kind met VWO-advies liever geen inschrijving op een scholengemeenschap maar wel op een zelfstandig VWO waarop het niet verplicht is om klassieke talen te volgen. Die bestaan echter nauwelijks en daarom zitten op de zelfstandige Gymnasia veel kinderen die zich tegen heug en meug met de klassieke talen bezig houden.
Als er zelfstandige Athenea zouden komen zouden de zelfstandige Gymnasia van een aantal van deze kinderen bevrijd kunnen worden. Wat de klassieke talen betreft zou het percentage bevoegde leraren er door kunnen stijgen en het aantal ongemotiveerde leerlingen afnemen.
Het is de vraag of Marja aan deze oplossing zou willen meewerken. De scholengemeenschappen en de voorstanders van scholengemeenschappen, dwz het onderwijsestablishment en de gelijkwaardigheidsfanaten, zouden zich daar hard tegen verzetten en dat zou Marja veel vijanden brengen. Het is voor haar veel minder riskant om de proefvertaling af te schaffen.
Seger Weehuizen
zelfstandige VWO’s/athenea
Ja, daar ben ik ook voor. Het zou absurd zijn om in te grijpen in het vak vanwege oorzaken buiten het vak. Het is het image van massaliteit en slecht onderwijs buiten de categorale gymnasia dat ouders naar deze gymnasia drijft. Omdat het onderwijs dus de afgelopen decennia is verwaarloosd, moeten de Klassieke Talen maar aangepast worden zodat ouders van leerlingen zonder zin in en/of capaciteiten voor Latijn hun ‘vluchtstrook’ behouden?
Absurd. Gun die ouders dus hun vluchtstrook in de vorm van zelfstandige VWO’s of athenea. En gun de leerlingen die de Klassieke Talen graag willen volgen op de manier zoals dat tot nu toe gebruikelijk was hun mooie vakken.
de andere oplossing
De andere keuze
Ouders sturen hun kinderen vaak om oneigenlijke redenen naar het Gymnasium. Het gevolg is dat veel leerlingen met lange tanden hun portie Latijn of Grieks naar binnenwerken. De door mij voorgestelde oplossing komt voort uit mijn billijking van een aantal van deze oneigenlijke redenen. Toen mijn dochter met gymnasiumadvies een introductieweek bezocht van haar school waaraan net een MAVO was toegevoegd zei een MAVO-meisje tegen haar “stop dat maar in je kut”. Sedert dien steun ik ouders die de ambiance van een scholengemeenschap voor hun kinderen ontlopen van ganser harte. Maar toch, de efficiëntste manier om op korte termijn de weinige bevoegd leraren aan gedreven Gymnasiasten te koppelen is “weg met het Gymnasium” zoals het thema van de denktank van TROUW vandaag luidt. Op een scholengemeenschap kun je klats boem je klassieke talen laten vallen en leerlingen die dat niet doen komen er in een klas met andere zeer gemotiveerde leerlingen wat de klassieke talen betreft beter aan hun trekken dan leerlingen van een categoraal Gymnasium.
Maar zo simpel ligt het niet. Zelfstandige Gymnasia stellen ook wat betreft de andere vakken meestal hogere eisen dan de VWO-afdelingen van scholengemeenschappen. En dat zou ook voor categorale VWO-scholen (Athenea) het geval kunnen zijn. Mede om die reden moet de oplossing voor het probleem van de ondermaatse proefvertalingen toch echt gevonden worden in het stichten van zelfstandige VWO-scholen.
Seger Weehuizen
Een derde oplossing?
Eén van de redenen waarom de proefvertalingen klassieke talen op het eindexamen gemiddeld zo slecht gemaakt worden is de aanwezigheid van een groot aantal niet intrinsiek voor klassieke talen gemotiveerde leerlingen op de zelfstandige gymnasia. Deze leerlingen zou men m.b.v. zelfstandige Athenea (VWO-opleidingen zonder klassieke talen) bij de zelfstandige Gymnasia kunnen weglokken. Een andere mogelijkheid is om de zelfstandige Gymnasia af te schaffen. Een derde mogelijkheid is van de Gymnasia instellingen te maken die van de leerlingen extra’s op het gebied van intelligentie en werklust extra eisen stellen. Die eisen kunnen ook op ß gebied liggen. Leerlingen kunnen dan in de bovenbouw in plaats van Latijn of Grieks of Latijn én Grieks ook vakken als Euklidische Meetkunde of Booleaanse Algebra einexamen moeten kunnen kiezen. Als interdisciplinair vak inliggend tussen talen en wiskunde zou het vak logica een topper kunnen worden als daarin zowel de verbale logica alsook de wiskundige logica onderwezen wordt.
Zelf ben ik voor dat idee razend enthousiast maar mijn indruk is dat het bij de directies en besturen van zelfstandige gymnasia niet leeft. Zij hebben zich immers ingezet voor Gymnasiaal onderwijs waarin taal en cultuur één geheel vormen. Een super-VWO zou aan die amfifanie een einde maken.
Seger Weehuizen
Geef mij maar de 3de optie.
Geef mij maar de 3de optie. Maar zorg er dan wel voor dat ook mavisten en havisten die vakken kunnen volgen zodat ze, uiteraard bij voldoende prestaties (het slagen voor dergelijke vakken op een niveau lager met een 7 of hoger is al een goede indicator), kunnen doorstromen naar deze speciale VWO-scholen. Laat de gymnasia maar de sportieve strijd aangaan met dergelijke scholen.
Zou het niet zo zijn dat de gymnasium-bestuurders zo de nadruk leggen op taal en cultuur omdat dat juist het bestaansrecht is van die gymnasia en omdat dat hen in staat heeft gesteld om die scholen klein en categoriaal te houden?
Trouwens, de huidige gymnasiumbestuurders hebben hier niets over te zeggen. Gewone VWO-scholen kunnen besluiten om categoriaal te worden, enkel universitaire opgeleide eerstegraadsleraren aan te nemen (voor de onderbouw kan een eerstegraadsleraar van het HBO wellicht nog volstaan) en die extra vakken te geven.
Ik zie wel 2 probleempjes:
– maakt de overheid voldoende geld vrij om die leraren een marktconform-salaris aan te bieden? Het is belangrijk dat de overheid de schalen LC en LD weer verplicht voor de eerstegraadsleraren waarbij elke eerstegraadsleraar na X jaar werkervaring in schaal LD moet vallen. Mogelijk moet er nog een schaal LE worden gemaakt voor universitair eerstegraadsleraren na Y jaar werkervaring.
– hoe gaat zo’n veeleisende school om met de outputfinanciering? Die school zal streng moeten selecteren waardoor veel leerlingen die wel een goede kans hebben om te slagen niet worden aangenomen. Beter is dan ook om de outputfinanciering zo snel mogelijk te vervangen door het stelsel wat vroeger werd gebruikt, een realistische financiering op basis van de begrote kosten die weer gebaseerd zijn op correct verantwoorde kosten in het verleden.
Overigens sluit ik niet uit dat een zekere strengheid vanaf de onderbouw de slaagkans vergroot.
Outputfinanciering
In het voortgezet onderwijs is er geen sprake van outputfinanciering.
Oei, dat is slordig van mij.
Oei, dat is slordig van mij. Is er dan geen enkele financiële druk op scholen voor voortgezet onderwijs om zo’n groot mogelijk percentage van de leerlingen te laten slagen (buiten de publicaties en PR)?
PR
PR is een hele sterke motivatie (ook financiële; want het leerlingenaantal en dus de hoeveelheid geld hangt af van de PR) .
In Vlaanderen zijn er
In Vlaanderen zijn er scholen die bijhouden hoe (on)succesvol leerlingen zijn in het vervolgonderwijs: de hogeschoolopleidingen en de universitaire opleidingen dus. Die scholen bij wie de cijfers goed uitvallen maken hier dan ook reclame mee.
Dat lijkt me een aardig ideetje voor onze scholen. Hoe beter meet je de kwaliteit dan door te beschouwen hoeveel procent van de leerlingen later de zwaarste studies aankunnen. Ik vermoed dat scholen die op deze manier succesvol zijn niet snel in negatieve zin zullen veranderen (why change a good team?) en dat het dan ook niet zo’n probleem is dat de cijfers steeds betrekking hebben op de kwaliteit van het onderwijs op die school voor middelbaar onderwijs van een paar jaar eerder.
In principe zou de overheid dit bij kunnen houden en deze cijfers kunnen publiceren. Uiteraard moet je dan wel niet politiek correct wezen en onderscheid durven te maken tussen diverse universitaire studies en hogeschool opleidingen. Dus niet sociologie, communicatiewetenschappen en vrijetijdsmanagement over een kam scheren met technische natuurkunde, wiskunde en elektrotechniek.
Op deze manier zouden scholen bijvoorbeeld gemotiveerd kunnen worden om weer op een abstractere wijze wiskunde te geven, om te stoppen met wiskundeloze natuurkunde te geven (je begrijpt wat ik hiermee bedoel), misschien wat extra meetkunde, logica of eucledische meetkunde te geven etc.