“Kwaliteitsimpuls” en studierendementen

Als universitair docent op een TU las ik deze week met enige verontrusting in onze universiteitskrant dat er plannen op het niveau van het ministerie van OCW en de VSNU bestaan om bepaalde geldstromen vanuit het ministerie naar de unversiteiten afhankelijk te maken van het bereiken van rendementsverhogingen van de bachelorpleidingen.

Er is sprake van een doelstelling van 70% (binnen vier jaar studie) in 2014. Het actuele getal wordt met 45% aangegeven. Universiteiten die dit niet halen worden volgens deze plannen uitgesloten van bepaalde gelden, die de weinig toepasselijke naam “kwaliteitsimpuls” dragen.

Het is voorspelbaar dat, indien dit werkelijkheid wordt, de druk om de slagingspercentages koste wat het kost te verhogen sterk zal stijgen, met alle gevolgen die dit voor de kwaliteit van onze opleidingen zal hebben. Dit is volgens mij een schoolvoorbeeld van een “perverse prikkel” in het financieringsstelsel, die juist geen verhoging van de onderwijskwaliteit tot gevolg zal hebben maar een verlaging van de gestelde eisen. Wie dit niet doet is dan immers dief van eigen portemonnee.

Deze plannen zijn naar mijn mening heilloos, en ik hoop dat ze nog gestopt kunnen worden.

Voor alle duidelijkheid: Ik vind het een belangrijke taak van de universiteiten om te werken aan goede studierendementen door het nemen van hun verantwoordelijkheid voor voldoende inzet van middelen en personeel voor onderwijs, door intensieve studiebegeleiding, studeerbare programmas, aandacht voor sociale aspecten rond de studie etc. De universiteiten maken hier ook werk van, en extra geld voor projecten op dit gebied zou zeker een betere investering in onderwijskwaliteit zijn.

Het feitelijke voorschrijven van slagingspercentages door financiele boetes voor wie die niet haalt is echter een doodlopende weg als we onze eigen ambities aangaande het niveau van onze opleidingen willen handhaven.

6 Reacties

  1. Is de verlosser nog niet gekomen?
    Als Plasterk bij deze plannen betrokken is betekent dat dat ook hij niet de lang verwachte bewindsman is die eindelijk eens orde op zaken gaat stellen.
    Outputfinanciering zou redelijk kunnen werken als de financiële consequenties voor falende studenten aanzienlijk zouden zijn; b.v. het betalen van extra collegegeld om de universiteit schadeloos te stellen voor gederfde inkomsten.
    Maar willen wij van de universiteiten een gemeenschap maken waarbinnen de drijfveer voor presteren angst is?
    Seger Weehuizen

  2. Rendementsdenken
    heeft van laag naar hoog het onderwijs doordrongen. Alleen op die manier kunnen de Lissabon-afspraken over het aantal hoger?-opgeleiden worden gehaald.
    Ook de zorg en de politie kennen dit management van produktiviteit en de kwalijke effecten ervan. De openbare diensten worden versjacherd aan semi-bedrijfsmatigheid.

  3. Door de globalisering ..
    …werkt het Rijnlandse model niet meer.
    Nederland zal een aantal publieke taken, zoals het onderwijs, dichter naar zich toe moeten trekken en aan Europa moeten uitleggen waarom we dat zo willen.
    Zolang dat niet gebeurt, zal ook het onderwijs slachtoffer worden van het marktdenken zoals dat nu al aan het gebeuren is.

    • nivo-metingen
      Een groot probleem met “Lissabon” alsook met het nationale “hoger” onderwijs is het ontwerpen van een pan-Europese betrouwbare kwaliteitsmeting waarmee vastgesteld kan worden of iemand de kwalificatie “hoog opgeleid” toegekend mag worden. Bij het nationale “hoger” onderwijs komt daar nog het probleem bij een correcte uitvoering van die meting te borgen. Daar waar het resultaat bij het nastreven van bepaalde onderwijsdoelstellingen door haar aard moeilijk te meten zijn (b.v, literatuur) lijkt me commercieel onderwijs minder gewenst.
      Seger Weehuizen

  4. 70%
    Tom Poes verzin een list. Binnen het Nederlandse systeem is het inderdaad idioot om een slagingspercentage van 70% te eisen. Dan moet je het systeem dus meer Angelsaksisch maken (dat kan in principe zonder de kwaliteit te verlagen). Laat inderdaad 70% slagen, maar geeft ze verschillende diploma’s. Doen ze in Engeland (degree classification), werkt heel behoorlijk.

  5. Slagingsdruk
    De druk om studenten (en promovendi) koste wat kost te laten slagen is al heel groot. Je ziet soms proefschriften waarvan je steil achterover slaat…

    Maar onder studenten is het nog erger. Ik heb bijvoorbeeld meer dan eens een stapel opstellen moeten nakijken. Je begint vol goede moed en met redelijk kritische blik. Totdat je na 5 opstellen merkt dat je ze allemaal een diepe onvoldoende aan het geven bent. Dat kan niet, denk je dan. Dus leg je ze na lezing op volgorde van slechtheid. De zwakke opstellen krijgen een 7, de slechte een 6, de zeer slechte een 5 en de nauwelijks leesbare minder dan 5. Maar wee je gebeente als je een 5 geeft: De betreffende student gaat dan zeuren bij de Examencommissie en die dwingt je dan toch een 6 te geven. Voor een zeer slecht opstel… En schaamte? Dat kennen studenten niet. (Ik generaliseer.)

Reacties zijn gesloten.