Nadat iedereen een jaartje heeft kunnen uithuilen bij BON, wordt het tijd om te komen met oplossingen. De uitgangspunten van BON, zoals ‘Geef de docent zijn vak terug’ zijn mooi, maar niet concreet genoeg. De vraag is wat er moet gebeuren uitgaande van de huidige situatie.
Aangezien ‘hét onderwijs’ een tamelijk complex geheel is, stel ik voor om de discussie op te splitsen in overzichtelijke onderdelen. Om die discussie aan te zwengelen wil ik uitgaan van een stelling, voorafgegaan door een toelichting, zodat iedereen begrijpt waar de stelling vandaan komt.
Het gaat er in deze discussie uiteraard niet om wie gelijk heeft! Alle ideeën zijn welkom. Dus respecteer elkanders gedachten, houd de kritiek opbouwend en blijf vooral bij het onderwerp. Alleen zó kunnen we uiteindelijk een zinvolle conclusie trekken.
Deel 1 De plaats van het basisonderwijs.
Niemand kan er omheen. Een goede basis begint bij goed basisonderwijs. Als het daar fout gaat, wordt het verder nooit meer wat. Dus laten we eens bij het basisonderwijs beginnen met de vraag “Hoe moet het dan wel?”
Twee hoofdzaken zijn daarbij van belang, namelijk de plaats van het basisonderwijs in de maatschappij en (afhankelijk daarvan) de inrichting van het basisonderwijs.
In dit deel wil ik de discussie graag beperken tot het eerste; de plaats van het basisonderwijs. Pas als daarover duidelijkheid bestaat is het nuttig om over de inrichting te praten.
Vroeger speelden drie partijen de hoofdrol in het leven van een kind. Vader (die de kost verdiende), moeder (die het huishouden deed) en de school (die het onderwijs verzorgde). Daarnaast waren er meer of minder belangrijke rollen weggelegd voor bijvoorbeeld dé familie, dé buurt, dé kerk, dé wijkagent, e.d., maar ik wil me beperken tot de hoofdrollen en dat doe ik een beetje zwart-wit om iets duidelijk maken in kort bestek.
De dagelijkse opvoeding van de kinderen lag in handen van de ouders. Het waren hun kinderen en zij waren daar 24 uur per dag verantwoordelijk voor. Als ouders ooit tegelijkertijd van huis moesten, wat niet zo vaak voorkwam, werd er door hen (zelf) een oppas geregeld.
De school was er om de kinderen te onderwijzen. Dat was de hoofdtaak en eigenlijk enige taak, die overigens voldoende ruim werd opgevat (schoolzwemmen, schoolreisje, etc.). Om 08:30u ging de schooldeur open en om 12:00u mochten de kinderen naar huis voor een boterham. Om 13:30u was het dan weer tijd voor onderricht en om 15:30u ging de schooldeur dicht. Vijfenhalf uur onderricht (behalve op woensdag en zaterdag) per dag. Dat was de (verplichte) bemoeienis van een school met het kind.
Tegenwoordig is het anders. Er zijn veel eenoudergezinnen, waar die ene ouder moet werken om de kost te verdienen. Veel tweeoudergezinnen, waar beide ouders moeten werken om de kinderopvang, de twee auto’s en de drie buitenlandvakanties per jaar bijeen te sprokkelen. Kortom, ouders hebben veel minder tijd voor het eigen kind. Een keuze, die hier niet ter discussie staat, maar waarmee de maatschappij wordt geconfronteerd.
“Ik wil mijn kind om 07:30u kunnen afleveren, want dan moet ik aan het werk.”
“Tussen 17:00u en 18:00u, als ik klaar ben, kom ik het dan weer ophalen”.
Opvang en opvoeding van het kind moeten tegenwoordig grotendeels door andere mensen worden overgenomen. Het begon ooit met ‘overblijven tussen de middag’ en gaande weg zijn daar zaken bijgekomen tot het punt waar we nu zijn en scholen wettelijk verplicht worden om van alles te regelen.
Zo is de school inmiddels uitgegroeid tot een soort supermarkt, waar van alles te krijgen is voor de verzorging van ‘s-ochtends vroeg tot ‘s-avonds laat. Het gaat om dát beeld; het beeld van de supermarkt.
Als we echt kwaliteit willen, gaan we niet naar de supermarkt. Voor echte kwaliteit gaan we naar de specialist. Het lekkerste brood komt vers van de warme bakker en de mooiste stukjes vlees zijn te vinden bij de keurslager.
Vreemd dat we daar bij het basisonderwijs heel anders over denken. We willen wel de beste kwaliteit onderwijs, maar dan uit ‘de supermarkt’.
N.B. Het is op dit punt verleidelijk om in te gaan op de inrichting van ‘die supermarkt’
(personeel en producten), maar daar gaat het nu nog even NIET om!
Mijn idee is, dat de basisschool niet moet functioneren als een supermarkt, maar als een specialist; een puur onderwijsinstituut. Leerkrachten worden opgeleid om kinderen te voorzien van nuttige geestelijke bagage, waarmee ze vooruit kunnen in het leven en/of op het volgende onderwijsinstituut. Zij worden niet opgeleid om boterhammen te smeren, poepbroeken te verschonen of de pianoles te regelen.
Als ‘de maatschappij’ van mening is dat ouders het recht hebben om hun kroost 10 tot 12 uur per dag uit te besteden, dan moet daar een professionele instantie voor zijn of in het leven worden geroepen. Het is een slechte zaak om de verantwoordelijkheid voor die complete opvang zomaar bij elke basisschool naar binnen te schuiven.
Mijn stelling is:
Maak van het basisonderwijs weer een zuivere onderwijsinstelling en zorg voor een separate organisatie voor de kinderopvang.
Groet,
Fossiel

Hear hear.
Helemaal mee eens.
Eens
Die ouders die hun kind om 7:30 willen brengen kunnen kinderopvang inhuren. Die zorgt er dan maar voor dat het kind om 8:30 op school is (en niet eerder). Zelfde voor de lunchpauze en na school.
Hier zie ik 2 problemen mee (ze zijn niet zozeer de problemen die ik ermee heb, maar die ik verwacht dat anderen (politici) zullen hebben).
1. Het schoolgebouw wordt dan alleen van 8:30 tot 12:00 en van 13:30 tot 15:30 gebruikt. Dat is zonde. De kinderopvang kan het beste in hetzelfde gebouw plaatsvinden.
2. Het is belangrijk dat er pedagogische aansluiting is tussen school en kinderopvang.
Om met het 2e te beginnen. Die pedagogische aansluiting is ook niet altijd perfect tussen ’thuis’ en ‘school’, ook is er pedagogisch verschil tussen de verschillende juffen onderling en (de al dan niet gescheiden) vader en moeder. Deze pedagogische aansluiting is -dus- niet zo belangrijk. Dat school zich concentreert op zijn kerntaak is belangrijker.
Het 1e probleem is belangwekkender. Vooral omdat het om geld gaat. Dat de kinderopvang van het zelfde gebouw gebruikmaakt lijkt mij op zich geen probleem. Hier past wel een grote maar bij: kinderopvang en school wordt op deze manier gauw een koppelverkoop.
fysieke en organisatorische scheiding
De scheiding tussen kinderonderwijs en kinderopvang moet ook ruimtelijk zijn. Leslokalen moeten niet gebruikt worden om groepjes kinderen op te vangen. Pianoles in is wel les maar geen groepsonderwijs en zou om praktische reden in een leslokaal van de basisschool(organisatie) gegeven kunnen worden. Een gedeeld gymnastieklokaal lijkt me ook geen bezwaar. Voor de rest moet het opvanggedeelte duidelijk gescheiden zijn van het onderwijsdeel want de leerlingen moeten zich juist van het verschil bewust zijn en de onderwijzer moet een leslokaal hebben dat helemaal naar zijn wensen en taken ingericht is en dat hij niet telkens eerst op orde moet brengen. Voor de kinderen accentueert een apart leslokaal dat les en opvang verschillende activiteiten zijn met mogelijk verschillende regels. Duidelijkheid is voor kinderen erg belangrijk maar het is helemaal niet erg dat de regels in de 4 levenssferen, thuis, op straat, bij de opvang en als je leren moet, verschillend zijn. Dat de school en de kinderopvang in hetzelfde gebouw gevestigd zijn is om praktische redenen heel wenselijk.
Financieel onhaalbaar
Ik ben het er mee eens dat het onderwijs zich moet beperken tot de kerntaak: lesgeven. Ik vrees echter dat het blijft bij een vrome wens. Volgens mij is het financieel niet haalbaar.
De kosten van kinderopvang zijn zeer hoog. De meeste ouders kunnen deze kosten niet zelf opbrengen en zijn daarom afhankelijk van overheidssteun. De overheid op haar beurt probeert de kosten te drukken. Ze wil kinderopvang en onderwijs integreren, omdat dit goedkoper is: het drukt de kosten aan gebouwen en personeel.
Zolang men kinderen niet ziet als een investering maar als een kostenpost, zal het onderswijs in de verdrukking blijven. De heersende cultuur van consumentisme en korte termijn-denken leidt tot een verwaarlozing van lange termijn investeringen, waaronder het onderwijs.
En leidt tot een generatie die slecht onderwijs heeft gehad en is opgegroeid in opvangcentra.
Eén generatie?
Als je besluit om een tak van een boom af te knijpen, dan zullen de daaruit voortvloeiende takjes nooit meer tot wasdom kunnen komen.
Kennis is niet enkel iets dat in boeken staat en daardoor toekomst bestendig is. Kennis zit in mensen.
Vanuit dat perspectief is het onderwijs afknijpen zo’n beetje het allerergste dat je kunt doen.
Een duivels dilemma
Inrichten van de “supermarkt” of inrichten van “de groentespecialist”. Om bij de metafoor te blijven. Zowel in de supermarkt als bij de groentspecialist zijn dezelfde producten verkrijgbaar. Ook in de supermarkt kosten de kwaliteitsmerken méér dan de de huismerken. Maar het gaat nog niet om het merk denk ik, dat is de volgende discussie.
Naar mijn bescheiden mening is de “inrichting” zoals vroeger inderdaad niet meer van deze tijd. Meer gezinnen waarbij beide partners ( ook al is dit part-time) uit werken gaan, einde van de verzuiling, enz… noopt tot andere oplossingen. De “brede school” kan hierbij een oplossing zijn. Met dien verstande dat “leren” volstrekt losgekoppeld moet zijn van “ontspannen”. Daarmee bedoel ik ander ( ook anders geschoold) personeel, waarbij ik ook de directie reken. Dat een en ander kan in het zelfde gebouw moet geen beletsel zijn. Dit echter impliceert automatisch dat “de opvoeding” vervalt aan dit instituut en zijn medewerkers. Misschien is dat wel de grootste hobbel die genomen moet worden. In die zin kan de inrichting niet losgekoppeld worden van de inhoud. Zowel van de kant van de ouders als aan de kant van de school is het onmogelijk te functioneren met alleen de lusten en niet de lasten. Maar zoals gezegd, een duivels dilemma, niet alleen voor de school, ook voor de ouders.
Financieel haalbaar maken
School dient voor scholing; ik ben het van harte eens met het fossiele uitgangspunt.
Ouders die kinderen op de wereld zetten moeten niet de consequenties daarvan op grond van allerlei overwegingen deponeren bij anderen; dat is onverantwoord ouderschap. Door allerlei loketten te openen waar ze van hun verantwoordelijkheden worden verlost stimuleer je misbruik. Kinderen krijgen is niet alleen een emotioneel gebeuren maar vraagt ook de bewustwording en inspanning om een taak van minstens achttien jaar te volbrengen. Dat moet je niet onbezonnen doen: Bezint eer gij begint.
Een goede kinderopvang is
Een goede kinderopvang is noodzakelijk, en heeft niets te maken met “bezint eer gij begint”. Als wij vinden, dat onze dochters een net zo’n goede opleiding verdienen als onze zonen, zullen wij ook moeten accepteren dat zij iets met deze opleiding willen doen, d.w.z. werken. Anders is er sprake van kapitaalvernietiging: een dure opleiding wordt niet nuttig ingezet en bovendien zijn vrouwen hard nodig om de vergrijzing in de toekomst op te vangen.
Een dilemma is wel hoe je deze kinderopvang organiseert en hoe deze betaald wordt: door de individuele ouder, of door de maatschappij (die daarvan ook de vruchten plukt).
Er wordt vaak naar de Scandinavische landen gekeken, waar bijna alle moeders werken, maar het blijft bij kijken. In Scandinavie wordt nl. veel geld besteed aan kinderopvang, en gebeurt dit door professionele krachten, hier moet het hapsnap en mag het niets kosten. Een leerkracht mag het er even bijdoen, of er worden overblijfmoeders ingezet.
Maar met goede professionele kinderopvang gaan hoogopgeleide vrouwen werken zonder gewetensbezwaren en help je de kinderen van ouders, die niet kunnen of willen opvoeden. Wel moeten ouders altijd op hun eigen verantwoording moeten worden aangesproken, maar juist tijdig signaleren van problemen kan bij goede opvang veel sneller.
Dure gebouwen (scholen) zou je daarvoor zeker kunnen inzetten, maar niet de leerkrachten: die horen zich bezig te houden met het onderwijs.
Genetisch kapitaal
We moeten ons er verdomd goed van bewust zijn dat het gewenst is dat hoogopgeleide vrouwen genetisch blijven bijdragen aan hoog kwalificerend onderwijs. Dat de vruchtbaarheid van vrouwen afneemt met het niveau van hun opleiding is alarmerend. Kinderen van hoogopgeleide vrouwen presteren meestal goed op de hogere schooltypen en het geldt als zeker dat erfelijkheid daarbij een grote rol speelt. Een hoogopgeleide vrouw die niet werkt en samen met haar man 10 kinderen op de wereld zet, hen tot evenwichtige mensen maakt en hen intellectueel stimuleert levert zo zeker op termijn een hogere bijdrage aan welvaart en cultuur dan wanneer ze een full time beroep zou uitoefenen. Door goede opvangmogelijkheden voor de kinderen van hoogopgeleide vrouwen te cre-eren voorkom je dat deze vrouwen in een of-of situatie komen. In Duitsland zijn er veel laagopgeleide vrouwen die elke vier jaar een kind krijgen omdat het Mutterschaftgeld zo aantrekkelijk is. Hun kinderen brengen het op school meestal niet ver.
De opvangmogelijkheden voor kinderen waren in Duitsland zeer slecht. Nu is men daar eindelijk zo ver dat het voor hoogopgeleide vrouwen doenlijk gemaakt is om carrière met kinderen te combineren.
Als vrouw gaat het mij wat ver
om vrouwen te reduceren als verbeteraars van de genenpool en het intellectueel kapitaal, nog afgezien van de kwestie dat niet bewezen is in hoeverre intelligentie erfelijk is. Niet iedereen krijgt de kans op een hoge opleiding, dat is niet alleen van aanleg afhankelijk. De historische parallel met Duitsland als voorbeeld, zal wel onbedoeld zijn, maar wekt bij mij wel minder prettige associaties.
[Dit is de laatste post over dit onderwerp. Een en ander ligt terecht zeer gevoelig en valt ook buiten de mogelijkheden die BON heeft om het onderwijs te verbeteren. Vanuit het doel van onze vereniging is het verdergaan met deze discussie onproductief ; de moderator, 1945]
Je stelling
onderschrijf ik volledig. De scholen horen zich te kunnen concentreren op hun kerntaken: daar hadden ze het de afgelopen jaren al moeilijk genoeg mee. Kinderopvang hoort thuis bij de gemeente en voor wie het betalen kan, particuliere aanbieders. Leerkrachten en schoolleiders verstaan, als het goed is, een ander vak. Deze branchevervaging doet afbreuk aan de kwaliteit van het onderwijs.
Prima
begin.
Vervolg op “geen ‘supermarkt’ maar ‘winkelcentrum'”
Een eerste begin:
Het basisonderwijs en de kinderopvang zijn in De Volgerlanden ondergebracht in een bijzonder scholen- en welzijnscluster. Het cluster bestaat uit twee delen: een gebouw met 44 lokalen dat onderdak biedt aan de vier basisscholen (openbaar, protestant-christelijk, rooms-katholiek en reformatorisch onderwijs) en een gebouw voor welzijn, dat bestaat uit kinderopvang, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang en open jeugdwerk. Lees verder….
Maar ik zou er nog meer voorzieningen in ondergebracht willen zien: muziekschool, sportschool, zwembad….
Enige bedenkingen
Iedereen is het er hier wel over eens dat school er is voor onderwijs.
Terzijde wil ik de volgende dingen opmerken.
Ik wil vrouwen het recht te gaan werken niet ontzeggen. Maar een aantal bedenkingen moeten mij van het hart.
Een reden waarom vrouwen worden aangemoedigd betaalde arbeid te verrichten is dat zij daardoor belasting gaan betalen.
Hogere belastingopbrengsten is een minder idealistische achtergrond van de emancipatie.
Nu is het zelfs al zo dat een modaal gezin nauwelijks nog rond kan komen van één inkomen.
Arbeidsparticipatie van vrouwen, stijging van het aantal echtscheidingen en dalende geboortecijfers lopen parallel. Dit leidt op termijn tot demografische zelfmoord, met alle consequenties voor de Westerse cultuur en het onderwijs vandien.
Uiteraard kan BON hiertegen niets doen, als het dat al zou willen. Ik wilde het slechts gezegd hebben.
dooddoener
Sorry hoor, maar dat vind ik ook zo’n dooddoener ; dat je niet van een modaal inkomen kan rondkomen. Ik kom als academica en alleenstaande moeder, van een inkomen beneden modaal rond. Ik heb een keurig koophuis ( in de randstad), geen auto en 3 kinderen en leef in nette armoede. Ik wil wel werken voor mijn gezin, maar ben niet op aarde om belasting te betalen. Daarom werk ik niet fulltime want ook mijn kinderen hebben recht op aandacht. Anderhalf verdienders hebben vergeleken met mijn gezin niets te klagen maar mekkeren wel harder.
Dat neemt niet weg dat ik vind dat ik wel erg weinig materiele en immateriele waardering krijg in deze maatschappij. Ik krijg het stempel risicogezin maar mijn kinderen lijken keurig in de pas te gaan lopen (dankzij of ondanks mijn opvoeding), leidt ook nog de kinderen van anderen op en dat voor een buitengewoon karig salaris. Ik hoef mij niet te schamen voor mijn karig bestaan, dat zou de overheid zich eens moeten aantrekken.
Geen “supermarkt” maar “winkelcentrum”
Je stelling onderschrijf ik, en rekening houdend met o.a. de opmerkingen van mark79 stel ik een analogie met een winkelcentrum voor. In dit centrum zijn verschillende voorzieningen ondergebracht die een kind de gehele dag zinvol “van de straat” houdt. Een architectenbureau kan vast een schitterend ontwerp maken.
Wie durft ?
Opmerking: er zitten links in de tekst opgenomen (soms vaag te zien, maar vetgedrukt mag niet van de redactie)
On topic
Graag on-topic blijven mensen. Demografie, wel of geen kinderen krijgen en de eventuele ondergang van de westerse samenleving bespreken jullie maar ergens anders.
Andere organisatievorm nodig
Uiteraard ben ik het er mee eens, dat de basisschool een zuivere onderwijsinstelling moet zijn.
Onnodige franje moet hoe dan ook vermeden worden.
Niettemin is het in andere landen heel gewoon (Engeland, de Scandinavische landen, V.S.), dat kinderen de gehele dag op school zijn.
Ook daar werken de meeste ouders allebei.
De organisatie van het onderwijs is er daar echter op ingericht met bijvoorbeeld kantines met kantinestaf en keukens, waar tussen de middag maaltijden worden geserveerd, schoolbussen met professionele chauffeurs, die kinderen halen en brengen en professionele opvang voor en na de lesuren. Voor zover ik weet, worden daar leraren van de scholen niet mee belast. In Engeland is het vaak wel gebruikelijk, dat gezamenlijk met de leerlingen tussen de middag wordt gegeten.
Op dit systeem is in deze landen soms wel kritiek, bijvoorbeeld op de kwaliteit van de verstrekte maaltijden, maar over het algemeen voldoet het goed.
Een en ander werd in de eerste plaats zo georganiseerd, omdat de afstanden van huis tot school over het algemeen groot zijn.
Dat is in Nederland niet zo, maar dat wil niet zeggen, dat men goede punten niet zou kunnen overnemen.
Het manco in Nederland is de neiging van de overheid om zaken, waar de maatschappij om vraagt, ook als organisatiepunt bij de school te leggen. Alle rimram, die niets met onderwijs te maken heeft, hoort echter niet bij de school, ook al, omdat leerkrachten en directies voor het organiseren van deze zaken totaal niet zijn opgeleid en er geen affiniteit mee hebben.
Onderwijs geven is de taak van de leraren en directies van een basisschool. En niets anders.
Als de maatschappij om andere en bijkomende taken vraagt, dienen die niet door scholen of schoolbesturen te worden uitgevoerd. Hoogstens in overleg met.
Aanpassing van gebouwen, opvang van leerlingen, te woord staan van haal- en breng ouders, bemiddeling in conflicten: dat alles hoort op zo’n manier te worden georganiseerd, dat de leraren en directies van de basisschool zich op hun eigenlijke taak kunnen concentreren. En dus niet door hen.
Tweeverdieners anno 2007: geen luxe leventje.
‘Fossiel’ schrijft dat tweeverdieners werken ‘om de kinderopvang, de twee auto’s en de drie buitenlandvakanties per jaar bijeen te sprokkelen’. Het beeld dat tweeverdieners een luxe leven leiden, verdient enige nuancering.
De kosten van het levensonderhoud, met name woonlasten, studiekosten en kinderopvang, zijn zozeer gestegen dat maar weinig jonge gezinnen zich kunnen veroorloven op één inkomen te draaien en een partner ’thuis te laten voor de kinderen’. De hypotheek voor een doorsnee rijtjeshuis met een postzegel tuin bijvoorbeeld (gemiddelde prijs 248.000 euro volgens de NVM) brengt momenteel al een maandlast van 1050 euro met zich mee (2300 oude Nederlandse guldens) en in de vrije huursector liggen de prijzen niet lager.
Starters in het onderwijs, zo rond de 25, zijn binnen een jaar of vijf ook vaak jonge ouders en starters op de woningmarkt. Het is nauwelijks mogelijk om op één eerste- of tweedegraads lerareninkomen een gezin te onderhouden – anders dan bijvoorbeeld dertig jaar geleden. Na vijf jaar heeft een full-time docent een inkomen van ca. 1700 euro netto. Dus moet (en gelukkig ook vaak: wil) de partner ook werken – gewoon om den brode, en niet per se voor de derde buitenlandse vakantie of de tweede auto. Want om te *kunnen* werken, moeten de kinderen goed worden ondergebracht en dat kost ook een lieve duit.
Kortom: het financiële voordeel dat jonge tweeverdieners anno 2007 behalen door beide te werken, gaat voor een belangrijk deel op aan woonlasten, kinderopvang, en de afbetaling van de rentedragende studieschuld. Niet aan een luxe leventje.
Wat in dit verband ook bijstelling behoeft, is het idee dat leraren geen looneisen zouden mogen stellen maar het beroep ‘als roeping’ horen uit te oefenen. In deze dure tijden is een behoorlijk salaris geen luxe, maar noodzaak. Docenten, en met name de eerstegraders onder hen, zijn in de afgelopen decennia zozeer financieel afgeknepen dat ze een flinke loonachterstand hebben op de arbeidsmarkt. Een baan in het matig betalende onderwijs kan er toe leiden dat je minder vaak bij je kinderen kunt zijn dan je zou wensen, of dan met een beter betalende baan *buiten* het onderwijs mogelijk is.
Excuses
Couzijn heeft gelijk. Mijn opmerking over tweeverdieners is achterhaald en past niet in het serieuze karakter van deze discussie.
Mijn excuses aan allen, die gekwetst zijn door mijn overbodige opmerking.
Groet,
Fossiel
Geen lolletje
Deze casus maakt duidelijk dat het voor sommige tweeverdieners, zeker tweeverdieners in het VO, moeilijk is om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar er zijn ook tweeverdieners zoals Fossiel omschrijft die de gevolgen van hun economische keuzen klakkeloos de school inschuiven. Dat kan gaan om luxe-motieven en dat gaat vaak ook om onmacht. Voor die categorieën dient de school naar mijn mening niet thuis te geven. Het is aan ‘de ouders’ en ‘de politiek’ om daar aparte mogelijkheden en middelen voor vrij te maken en het is aan ‘de school’ om er angstvallig voor te waken dat er geen niet-schoolse taken worden opgelegd.
Mee eens
Ik ben het helemaal eens met ‘Fossiel’: basisscholen moeten zich kunnen concentreren op hun kerntaak: goed onderwijs voor leerlingen tussen 4 en 12 jaar. Tot dat onderwijzen behoort ook enige persoonlijke vorming en, vooruit, het bijbrengen van normen en waarden. Maar het gaat te ver om de school te verplichten de opvoeding van en zorg voor leerlingen van de ouders over te nemen. In feite willen we hiermee dat scholen het probleem van de ouders en van de samenleving oplossen.
Ik kan me voorstellen dat het politici goed uitkomt als scholen dit maatschappelijke probleem oplossen (ouders die allebei willen of moeten werken en graag kinderopvang willen; een samenleving die dat wil honoreren, voor een deel uit eigenbelang). Maar het is alsof je de groentenman verplicht ervoor te zorgen dat jij genoeg vitaminen binnenkrijgt. Dat dient ook de volksgezondheid, en drukt de ziektekostenpremie – maar toch is het raar om één leverancier van producten of diensten daarvoor verantwoordelijk te maken.
Bovendien leiden deze nevenactiviteiten af van de kerntaak. En aan de uitvoering van die kerntaak wordt nu juist getwijfeld. Geeft de basisschool wel voldoende uren les? Staan er wel voldoende gekwalificeerde onderwijzers voor de klas? Leren de kinderen wel voldoende op school? Dat zijn serieuze vragen en ze verdienen een serieus antwoord, en passend beleid, voordat we scholen vragen zich ook op andere bezigheden te storten.
Hoe dan . . . (kort bericht)
Beste mensen,
Een kort bericht tussendoor om aan te geven dat ik ‘het draadje’ met veel belangstelling volg en om u te laten weten, dat het geen kwestie was van ‘een verhaal op de site dumpen en wegwezen’. In tegendeel. De reacties zijn inspirerend en mijn oproep is daarom: ga vooral door. Elke mening over de stelling is welkom. U zult van mij in déze draad geen reacties terugvinden, want mijn idee staat er al, en ik wil me onthouden van een mening over andermans mening.
Omdat een discussie als deze pas echt zinvol is (geweest) als er ook een conclusie volgt, zal ik aanstaande maandag (9 juli) alle reacties inventariseren en in een nieuw bericht pogen om een samenvatting te geven, die iedereen recht doet. Uiteraard is iedereen van harte uitgenodigd om ook daarop te reageren.
Daarna volgt: Hoe dan . . . deel 2. Een volgende stap om te komen tot een gezamenlijk idee over hoe het onderwijs in Nederland er uit moet zien.
Groet,
Fossiel
Hoe dan in de vakantie?
In theorie ben ik het helemaal eens met de stelling. Ben wel benieuwd hoe zoiets in de praktijk moet.
Ook het idee om op deze manier te inventariseren vind ik erg goed, maar omdat het nu (bijna) vakantie is
vraag ik me wel af of er voldoende mensen deze berichten kunnen lezen.
Misschien is er rekening te houden met de vakantierijd?
Kinderenkrijgen
Du glaubst zu schieben und du wirst geschoben.
…wordt teveel gerationaliseerd. Hoogopgeleide mannen en vrouwen zien steeds meer af van kinderen of bepalen zich tot het krijgen van een of twee kinderen op latere leeftijd. Het gezin, de aandacht voor het individuele kind van de Moeder in de binnenwereld thuis en de Vader als alleenvertegenwoordiger van de buitenwereld is een achterhaald negentiende eeuws ideaal. Die discussie is gedaan.
Ik vraag me af of het wel zo goed is, dat kinderen de hele dag op school doorbrengen in een groepssituatie. Zo leuk zijn kostscholen nu ook weer niet. De politiek neemt als antwoord op de veranderingen weer de gemakkelijkste weg: de school moet voor opvang zorgen, inderdaad een gerationaliseerde supermarktsituatie. Je maakt een wet, het onderwijs krijgt er weer een taak bij en de zaak is op het bordje van een ander gelegd.
Het is, volgens mij, vooral een kwestie van ruimte, geld en personeel. Laten Vogelaar en Plasterk een ruim budget vrij maken om schoolgebouwen om te bouwen tot plekken voor onderwijs en opvoedingsondersteuning cq. kinderbegeleiding en recreatie, de zogenaamde brede school. Het onderwijsgedeelte gescheiden van de andere taakruimtes, die er ook anders uitzien, meer huiselijk, individueel en beschermend en bemand door daarvoor speciaal opgeleid personeel, desnoods bijgestaan door een huiskameroma. Belast de onderwijzers er niet mee. Kwaliteit moet voorop staan en daar is tijd en geld voor nodig. Het kan niet allemaal op stel en sprong gerealiseerd worden.
En laat de twintigers eens wat meer zelf aan het woord over deze serieuze zaken. Een kind is geen artikel of product.
Ik ben blij dat we door beiden parttime in het onderwijs te werken, onze kinderen toen ze klein waren, samen hebben kunnen opvoeden in een veilige thuissituatie. We hebben kunnen genieten van het ouderschap. Die ‘investering’ is er dubbel en dwars uitgekomen.
De huidige jongeren kunnen zich dat niet meer permitteren door de enorme kostenposten waarmee ze als ‘sterke schouders’ worden opgezadeld.
alleen onderwijs
Fijn, denken in oplossingen ipv problemen!! Goed draadje Fossiel!!
Ik vind alleen de stellign dat het op de basisschool strikt om onderwijs moet gaan ook nog wel wat theoretisch hoog overvliegen. Ik denk dat je nu de wereld moeilijker uit het klaslokaal kunt houden dan tig jaar geleden. Via wereldwijze klinderen, van zeer uiteenlopende culturele, sociale en religieuze kunne, komen de maatschappij en de daarmee samenhangende problemen ook de klas binnen. Ook al wil je als leraar basisonderwijs alleen maar lesgeven, je wordt hoe dan ook aangesproken op andere ‘vaardigheden’: omgaan met heel andere normen &waarden om maar wat te noemen. Het zou een beetje dom zijn de ogen daarvoor te sluiten & onbespreekbaar te laten zijn in de klas omdat het alleen om lesgeven gaat.
It takes e village
We zullen de overbekende uitspraak over het grootbrengen van kinderen moeten wijzigen;
It takes a supermarket.. eh.. a shopping-centre te raise a child.
Geheel ermee eens dat de basisschool zich meer tot haar kerntaak moet beperken. Zij neemt teveel op haar bord en laat vervolgens weer teveel liggen.
De basisschool
neemt niet teveel op haar bord. Iemand anders schept ’t bord steeds voller.
Je kunt ook zelf bepalen
in hoeverre je door anderen je bordje laat vol scheppen.
Gebrek aan assertiviteit en een overmaat aan sociaal gevoel bij veel onderwijsmensen hebben er voor gezorgd, dat het bordje nu overvol is.
In het kader van “dat hoort toch zeker gewoon bij de taak” hebben leerkrachten zich vaak laten manipuleren.
Het wordt tijd om gewoon eens NEE te zeggen (en het dan ook niet te doen)
Pas nieuw schrijnend voorbeeld:
In een middelgrote gemeente heeft een schoolbestuur bepaald, dat tuinen en pleinen van scholen binnen hun omrastering niet meer door de plantsoenendienst worden onderhouden. Ook vuilnis wordt niet meer opgeruimd. De scholen hebben een container en prikstokken gekregen.
Dat zou de leerlingen en collega’s verantwoordelijkheid voor hun eigen omgeving leren!
Toen een prikkende schooldirecteur door zijn collega’s voor gek werd versleten, sprak hij: “Ik weet het, maar als de buren het wel doen steken we zo slecht af.”
Daar gaan we weer.
Assertief zijn ze zeker, die juffen en meesters
en ’n gezond sociaal gevoel hebben ze ook. Anders stonden ze niet voor die klas. Als ze zich hebben laten manipuleren, geldt dat ook, voor al die docenten binnen VO en hoger. Gewoon nee zeggen (als advies), getuigt van weinig kennis m.b.t. wat er gebeurt binnen het basisonderwijs. Dit soort reacties is misschien wel een van de redenen, waarom er zo weinig juffen en meesters op dit forum reageren.
grenzen stellen
Ieder werkend mens moet grenzen stellen om nog behoorlijk aan zijn ‘core business’ toe te komen. Is nooit leuk om te doen, en al helemaal niet gemakkelijk. Voor niemand niet. Maar wel noodzakelijk.
Precies.
Op een slachtofferrol zit niemand te wachten. En ik ben niet zo overtuigd van die assertiviteit van juffen en meesters, getuige wat leerkrachten mij al (stt, in een hoekje, niet verder vertellen, hoor, want dan hang ik) toevertrouwden.
Ook ben ik niet onder de indruk van het niveau van leerkrachten. Een adjunct die ik eens voorrekende dat een verhoging van de ouderbijdrage aan de Ned Montessoriver van 0.50 gulden naar 6 gulden een verhoging van 1200% betekende, staarde me aan of ze in Tokio water zag branden. Procenten?? Wat bedoel je?
Verdere voorbeelden van het inferieure niveau van leerkrachten heb ik in eerdere draden al gegeven.
Rest mij, voor de duidelijkheid
de vraag, of dat inferieure niveau alleen geldt voor juffen en meesters, of ook voor leraren, docenten e.d?