Een werkstuk maken voor school, dat heb tegenwoordig zo bij elkaar gegoogeld. Maar hoe kun je kinderen leren om kritisch met internet als bron om te gaan? Lees verder in de NRC.
Reacties zijn gesloten.
Een werkstuk maken voor school, dat heb tegenwoordig zo bij elkaar gegoogeld. Maar hoe kun je kinderen leren om kritisch met internet als bron om te gaan? Lees verder in de NRC.
Reacties zijn gesloten.
Copyright & kopiëren; 2026|WordPress thema door MH Themes
Wat is leren?
De laatste zin van het artikel zet me aan het denken: Wij krijgen nu nog studenten op de VU die klakkeloos informatie van internet overnemen. Ze hebben er dus levenslang plezier van als ze dit goed aanleren.
Uit de context blijkt dat het hier gaat om het (op de basisschool) aanleren van “zoeken op internet”. Kennelijk veronderstelt de schrijver dat er studenten op de VU zijn die niet begrijpen dat er op internet ook verkeerde informatie staat, en dat het zou helpen dat die studenten in een eerder stadium te “leren”, want dat weten ze het wel.
Voor mij is dit een gedegenereerd beeld van kennis en intelligentie. Een student, ook al heeft hij nog nooit gehoord van internet, mag er natuurlijk nooit van uitgaan dat informatie daar (of waar dan ook) juist is. Zo’n houding druist in tegen elke vorm van autonoom denken, laat staan wetenschappelijk denken.
Ben ik te somber of te cynisch als ik veronderstel dat de onderzoekster zelf nauwelijks een beeld kan hebben van wat intelligentie of wetenschappelijke houding is?
Kritisch lezen
waaronder ook kritisch googelen valt, zit gewoon in het lesprogramma van het vak Nederlands. Voor de luie en lakse docent is het opgenomen in de verschillende leergangen voor de onderbouw. Kritisch lezen en kritisch omgaan met bronnen wordt in de bovenbouw natuurlijk verder aangescherpt en geoefend. Overigens stond tussen de ‘leescommissie’ (lees promotoren??) onder andere Van Oers, de deskundoloog van het ontwikkelingsgericht onderwijs. Zie hier.
Kritisch lezen: vrome wens of realiteit?
“Kritisch lezen zit gewoon in het lesprogramma van het vak Nederlands”, schrijft Fritzi. Het is maar hoe je het bekijkt. In het lijstje dat na deze zomervakantie voor kerndoelen moet worden versleten, staat “De leerling leert in schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen”. Met de nodige goede wil is in dit kerndoel “kritisch lezen” aan te treffen. Maar een leerling die op een stuk uit de krant reageert met “Ik vind hier geen zak aan” voldoet de facto ook aan dit kerndoel, terwijl er van kritisch lezen toch geen sprake is.
Ik vermoed dat het met het onderwijs in ‘kritisch lezen’ van leerlingen in de praktijk nogal tegenvalt. Daar zijn een paar oorzaken voor aan te wijzen. Ten eerste is er wat het ‘lesprogramma’ (term van Fritzi) betreft, *helemaal niets* geregeld. De wet gaat enkel en alleen over het outputniveau; maar het lesprogramma voor de vier, vijf of zes jaar die de opleiding duurt is aan elke docent of elke sectie ter bepaling. Of, en wanneer, en hoe vaak, ‘kritisch lezen’ daarin voorkomt, zal dus nogal verschillen van school tot school en van docent tot docent. Er is geen wettelijke stok-achter-de-deur.
Ten tweede staat er misschien dan wel iets van ‘kritisch lezen’ in de kerndoelen, maar die kerndoelen zijn vooral dode letter. Er hoeft immers *helemaal niet* op getoetst te worden. Kerndoelen zijn vooral vrome wensen voor docenten en zeer globale richtlijnen voor schoolboekschrijvers. Maar niemand die er op toeziet dat ze daadwerkelijk aan het einde van de onderbouw (op gezag van de vorige minister mogen wij het woord ‘basisvorming’ niet meer in de mond nemen) worden gerealiseerd.
Ten derde mag er vanuit het examenprogramma geen serieus backwash-effect worden verwacht. “Als er dan geen centrale toetsing van de kerndoelen is”, zo zou de redenering kunnen zijn, “dan is er toch wel een toetsing vanuit de centrale examens”. Zit wat in. Kritisch lezen, of al die andere vage doch nobele kerndoelen, worden misschien niet op 15-jarige leeftijd getoetst, maar mogelijk wel op 16-, 17- of 18-jarige leeftijd aan het einde van de opleiding. Echter, wie let op de vragen die bij het CE Nederlands bij de teksten worden gesteld, treft daar vrijwel *geen enkele kritisch-lezen-vraag* aan. Dat weten bovenbouwdocenten, en dat weten onderbouwdocenten. Ook het CE biedt dus nauwelijks reden om aandacht te besteden aan kritisch lezen. In het globale-en-dus-heel-veel-ruimte-biedende examenprogramma versie 2007 staat niet meer dan “De kandidaat kan een betogende tekst of betogend tekstgedeelte op aanvaardbaarheid beoordelen”. Alle andere teksttypes zijn dus vogelvrij, en wat hier onder ‘aanvaardbaarheid’ moet worden verstaan is maar net wat de gek er voor geeft.
Kortom: ‘kritisch lezen’ wordt nauwelijks geborgd door de wettelijk vastgestelde leerdoelen. De optimist zegt wellicht dat leraren *alle ruimte* hebben om aan kritisch lezen te doen, en dat is ook zo. Maar wie zich herinnert dat uit de evaluatie van de basisvorming (1999) bleek dat docenten Nederlands hooguit 40% van de kerndoelen realiseerden, weet dat hier weinig optimisme op zijn plaats is.
En dat dan nog afgezien van de verhoopte transfer van Nederlands naar de andere vakken. Ik geloof er op voorhand niks van dat leerlingen bij biologie en maatschappijleer prudent en omzichtig omgaan met informatie van Internet, omdat ze dat bij Nederlands ‘hebben gehad’. Mij lijkt dat elke vakdocent hier zijn/haar eigen verantwoordelijkheid heeft. Zoals we die altijd al hadden, ook in het pre-Internet-tijdperk, toen leerlingen nog gewoon naar de bibliotheek liepen en moesten leren dat boeken ook de wijsheid niet in pacht hebben.
Formeel
Bij je beoordeling ben je afgegeaan op kerndoelen. Wat ik heb aangekaart, is dat binnen het vak Nederlands leerlingen leren bronnenkritiek toe te passen. Ik had het niet over kritisch lezen in de dagelijkse betekenis van het woord, maar de vaardigheid kritisch lezen, waarbij de lezer zich afvraagt of de informatie betrouwbaar is. Leerlingen leren daarbij te letten op aspecten als eenzijdigheid etcetera. Een voorbeeld uit een lesmethode voor de onderbouw:
“Stel je voor: je bent van plan een werkstuk te schrijven over dierproeven. Je wilt zoveel mogelijk jusite en betrouwbare informatie over dit onderwerp verzamelen en de argumenten van de voor- én van de tegenstanders bespreken. Beantwoord voor elk van de volgende bronnen de vragen: Welke informatie denk je aan te treffen? Is die informatie betrouwbaar? Verwacht je eenzijdige informatie? Leg telkens uit waarom.
1. De website van de krant Algemeen Dagblad.
2. Het informatieve bibliotheekboek Dierproeven.
3. Werkstukken op de website www.scholieren.com (…)” etcetera, etcetera.
Wat ik wilde aangeven: als leerlingen kritiekloos omgaan met informatie van het internet, is dat niet omdat ze niet anders wordt geleerd, maar naar alle waarschijnlijkheid uit gemakzucht.
Gemakzucht
van leerling en docent. Wat koop je ervoor als je zelf de normen hoog probeert te houden maar door ontwikkelingen rondom je heen omlaag wordt getrokken. Maar meneer/mevrouw bij … hoeven we dat ook niet te doen, en waarom bij U wel? Dat houd je niet eindeloos vol.
Proefschrift van Els Kuiper
Proefschrift van Els Kuiper is hier te vinden.
Meer informatie.
Rechtstreekse toegang lukt mij op dit moment niet.
Google Studies
Het proefschrift van Google-Goeroe Els is hier te openen…
Oprechte vraag
Ik heb geprobeerd de samenvatting van het proefschrift te lezen, maar het lukt me niet om ook maar één opmerkelijk resultaat te vinden. Iets nieuws, iets waarvan je blij bent het te weten.
Ligt dat aan mij, omdat ik niet gewend ben om dergelijke stukken te lezen? Is het voor onderwijskundigen wel interessant? Mis ik de dieper betekenis en is het aanleren van Googelen wel degelijk diepgaand academisch onderzoek waard?
Geeft niet…
In ieder geval staat nu op papier hoe je een goede Net-mom kunt worden.
Ook oprecht
Bij het doorlezen van het gehele proefschrift viel mij op dat ik soms dacht: dat heb ik eerder gelezen. Vandaar het volgende:
Het is interessant dit proefschrift te screenen op meervoudig gebruik van dezelfde zinnen.
Voorbeeld: klik op de verrekijker, er opent zich rechts een venster. Copieer een (deel van een) zin en plak dat in het zoekvenster, “Most children lack adequate Web searching skills,” en je vindt op drie plaatsen de bewuste tekst.
Leuk spelletje.
Overigens valt mij ook op dat er veel (relatief) oudere literatuur gebruikt is (1997, 1998, 1999). Ze laat wel ergens iemand de opmerking maken dat het internet sneller verandert dan wij kunnen bijhouden (“The… paradox is that technology often changes faster than we can effectively evaluate its utility for literacy and learning.” (Leu, 2000, online version, p.23). This is a perhaps disappointing, but also challenging, perspective for future research., maar toch….
En: als je “faster” intypt om te zoeken vind je ook 3x deze tekst of een variatie er op. Kan het proefschrift 70 % dunner ?
Voetnoten
Verklaren soms veel. Els schrijft:
Because the four main chapters consist of articles written for international journals, some repetition is inevitable.
Lucht
Ook ik heb serieus getracht de samenvatting te lezen nadat ik het lijvige engeltalige verslag losjes had ‘gescand’. Hemeltjelief wat een lucht.
Want wat zijn nu die kritische zoekvaardigheden die de kids zich eigen moeten maken? Secuur lezen, snappen hoe een menu werkt, weten wat links zijn, kunnen inschatten hoe betrouwbaar de informatie (de site) is?
Naar mijn indruk is dit te lijvige verslag vooral bezig zichzelf uit te leggen en toe te lichten (vragen, subvragen, sub-subvragen) en zijn de resultaten het tegendeel van wereldschokkend. Meer onderzoek, longitudinaal, is natuurlijk nodig. Opvallend ook dat kennis niet verworven, maar geconstrueerd moet worden.
Met alle respect.. als dit wetenschap is, hoop ik toch dat mijn kinderen gewoon een vak gaan leren.