De leraren doen het zelf

Nog steeds staan op de meeste scholen parels van docenten met hun voeten in de klei. Ook op de slechtste scholen zie ik kerels en vrouwen die er het beste van weten te maken, ondanks de bergen papier, de intimidatie van bestuurders en leerachterstanden bij de leerlingen.
Van de week had ik er weer een, een leerling in de derde van het HBO. Er kwam geen goed woord op papier. De meest eenvoudige Nederlandse woorden waren zelfs niet fonetisch en verkeerd gespeld. Dan vraag je je toch af hoe zo een leerling zover is gekomen en überhaupt de lagere school heeft afgemaakt.
Waren de leraren strenger geweest, hadden ze gewoon eerlijk de regels toegepast, en hadden ze zich van hun taak gekweten, dan had een leerling met een dusdanig gebrek nooit bij mij in de klas gezeten.
Mijn conclusie is: de leraren zijn zelf medeverantwoordelijk voor de slechte staat waarin het onderwijs verkeert.

12 Reacties

  1. Ik heb het hier al eerder
    Ik heb het hier al eerder verteld, mijn leraar Nederlands paste de normering van zijn toetsen aan om een te groot aantal en te zware onvoldoendes te voorkomen. Hij zei letterlijk dat hij normaal gesproken met twee fouten een punt aftrekt maar nu per drie fouten een punt aftrok omdat de toets zo slecht werd gemaakt (bij mij viel het overigens nog wel mee). Het betrof hier een toets waarin het vervoegen van werkwoorden, c/k, ei/ij en ao/ou werd getest.
    Wat mij betreft moet de leraar wel consequent normeren en dan nog een keer dezelfde toets geven. Het liefst heb ik dan nog dat hij aankondigt dit onverwacht te doen na minimaal 1 maand.
    Je dupeert als leraar zowel de individuele leerlingen die je ´matst` als alle overige leerlingen die hetzelfde diploma behalen. Een diploma is immers meer waard wanneer je die echt hebt moeten verdienen en wanneer dat papiertje een minimum aan kennis, inzicht en vaardigheden garandeert.

    Ik denk dat het belangrijk is dat elke leraar weer de vrijheid krijgt om naar zijn eigen inzicht eventueel meer toetsen te geven en onverwachte toetsen te geven.

    • ‘elke leraar weer de vrijheid’
      Bart,

      En hoeveel vrijheid heb je in de aanbieding voor de leerlingen van deze vrijgevochten leraren?

      Jouw idee gaat uit van de leraar als koning in eigen koninkrijk (als de deur van het klaslokaal eenmaal dicht is). Niet alle leraren zijn zo heilig dat ze dit goed aankunnen, vermoed ik.

      Uit het feit dat het zelfs bij een jarenlange voorbereiding met tal van checks & balances niet altijd mogelijk blijkt om eindexamens tevoren goed te normeren mag je toch afleiden dat individuele leraren niet echt heel erg goed zijn in het inschatten van de moeilijkheid van de toetsen die ze afnemen. Een leraar die dit onderkent, en bij een te moeilijk gebleken toets daar de consequenties uit trekt (ook een manier om consequent te zijn!), dat valt alleen maar toe te juichen. En voor leraren die dat niet onderkennen, is het goed dat er vanuit het team toezicht op is, en dat leerlingen een weg hebben om protest aan te tekenen (daar worden ze ook groot van).

      • Eindexamens
        Dat de makers van eindexamens het niet voor elkaar weten te krijgen om het eindexamen van te voren goed te normeren (in casu: het achteraf bepalen van de N-term) geeft aan de ‘de experts’ er lijkt het minder verstand van hebben dan de leraren zelf. De vrijheid van de leraar beperken om deze te geven aan ‘experts’ is dus discutabel.

        • In de goede oude tijd
          Wanneer ik welingelicht ben was het in de tijd dat ik eindexamen deed zo dat aan als goed bekend staande leraren gevraagd werd om mogelijke eindexamenopgaven op te sturen. Uit deze opgaven werd dan door de samenstellers van het eindexamen een keuze gemaakt. Misschien werd er soms een beetje aan de opgaven veranderd. Of de docenten ook een honoreringsverdeling voor hun opgaven meestuurden weet ik niet. Wel werd er op gelet dat nooit meer dan één opgave van een bepaalde inzender bij de eindexamenopgaven stond. Het was de inzenders niet verboden om de door hen ingezonden opgaven met hun leerlingen door te nemen.
          Naar wat ik er als leerling van meekreeg werkte dit systeem goed.
          Seger Weehuizen

        • ‘Experts’
          Mark,

          Niet zo vlot van stapel lopen. Bij de vorobereiding van de eindexamens worden technieken en try-outs ingezet; leraren kunnen dat onmogelijk voor eigen toetsen doen.

          De ontwikkelaars van de eindexamens, ik bedoel de ontwerpers van de vragen, zijn leraren. Houd op met die flauwekul om ‘experts’ neer te zetten als van de werkelijkheid losgezongen nitwits/ Wat is jouw expertise?

          Ik heb geen voorstel gedaan om de vrijheden van de leraar over te dragen aan experts, dus schuif me dat niet in de schoenen.

      • Excessen…
        Nuanceverschillen in beoordelingen zullen er altijd blijven, en dat is ook niet zo erg.
        Maar tegen excessen als boven beschreven kijk ik verbaasd aan en ik vraag me echt af hoe dat mogelijk is.

        • Excessen
          Hals,

          Excessen van het type dat je in je blog beschrijft vallen inderdaad in een andere categorie dan het even verkeerd inschatten van de moeilijkheid van een toets of een vraag.

          Er zijn verschillende manieren waarop het uiteindelijk kan gebeuren dat leerlingen of werknemers wanprestaties (blijken te) leveren

          • – de diploma-fraude variant (welbekend), hoewel niet ieder ten onrechte verkregen diploma samengaat met wanprestatie
          • – de laissez faire laissez passer variant: vele docenten zijn weliswaar gezamenlijk verantwoordelijk, maar niemand wil die verantwoordelijkheid individueel nemen (‘ik wil je de verdere studie niet onmogelijk maken, dus je krijgt een zesje van me’); over de jaren heen kan dit tot heel vervelende consequenties voor de betrokken leerlingen leiden. Dit is kennelijk het manco waarop je doelt met je oproep dat docenten hun verantwoordeljkheid ook daadwerkelijk moeten nemen
          • – ziekte: door een (psychiatrische) ziekte of gebrek, overspannenheid, is iemand niet meer in staat te presteren op het niveau dat tevoren voor hem of haar nog vanzelfsprekend was
          • – leefstijl: een bijzonder soort ziekte, zou je kunnen zeggen: feesten, alcohol en drugs kunnen iemand ook slopen
          • – verkeerde verwachtingen: het zit er best in, maar als mindere prestaties ook acceptabel blijken …. . (dit lijkt te spelen bij gebrekkige taalverzorging)
          • – niet alleen anecdotisch, maar ook uit degelijk onderzoek is bekend dat oordelen over bijv. opstellen extreem uiteen kunnen lopen (op zich al een soort exces, niet?): beoordelraars kunnen zich excessief vergissen
          • – excessieve onderwijsideologie zoals nu rond CGO kan wanprestaties opleveren

          Maar dit is niet meer dan een impressionistisch rijtje. Is hier systematisch onderzoek over gedaan? Op afzonderlijke gebieden natuurlijk wel.

      • Wegens limiet reactie in twee delen
        Ben, ik begrijp jouw bezwaar. Ik vind echter de nadelen van het meer vrijheid geven aan de leraren niet opwegen tegen de voordelen. Natuurlijk, leraren zijn ook maar mensen en leraren maken dus fouten. Vrijwel niemand kan en zal dat ontkennen.
        Wanneer een leraar echter niet goed functioneert dan zal de schoolleiding dat snel genoeg in de gaten krijgen en gepaste maatregelen nemen, waarbij je alleen maar kan hopen dat de schoolleiding bestaat uit voldoende verstandige mensen die inzien wanneer een leraar wel en niet goed functioneert. Zo is het bijvoorbeeld ongewenst dat de schoolleiding zicht iets aantrekt van leerlingen die klagen dat de leraar een test te streng heeft nagekeken of dat hij wéér een onverwachte overhoring heeft gegeven.

      • Wegens limiet reactie in twee delen
        Ik ben er voorstander van om de leraar op de volgende punten volledige autonomie te geven:
        – lesmethode: powerpoint vs. op de bord schrijven, vanzelfsprekend mag het bestuur wel in de gaten houden dat de leraar leesbaar schrijft en moet de leraar rekening houden met bijzienden (niet altijd volledig corrigeerbaar met lenzen).
        – examinering: op zich is het een goede zaak dat er vaste toetsweken zijn waarin toetsen zijn gebundeld maar de leraar moet ook buiten die vaste toetsweken een extra overhoring kunnen geven. Dit kan in het belang van de leerling zijn. Zo zou ik als wisdkundeleraar zo’n onverwachte overhoring frequent gebruiken voor de technieken van het differentiëren en integreren, de goniometrische gelijkheden (Simpson) en het werken met logaritmes en machten. Leerlingen krijgen vaak problemen met wiskunde doordat ze dit soort fundamenten, die relatief snel te leren zijn, niet goed beheersen met als gevolg dat ze een veel grotere achterstand oplopen.
        Voor een leraar die een taal doceert kan het om dezelfde reden handig zijn om woordjes en grammaticale regels frequent te overhoren en dit ook regelmatig te herhalen (alleen dan onthoud je het goed op de lange termijn. De onverwachte overhoringen (popquiz vind ik een mooier woord) zouden vooral gebruikt moeten worden om te controleren ofdat de leerling zijn stof heeft geleerd zoals is ´afgesproken`.

        Wanneer er te veel toetsen in 1 week tijd zouden zijn gepland dan kan de directie eventueel opdragen om toetsen te verplaatsen naar een week later.

        • Nog een belangrijk stukje autonomie voor de leraar
          De leraar moet de virjheid hebben om extra stof te behandelen.
          Zo zou het voor wiskundeleerlingen, al beseffen ze dat zelf niet, een goede zaak zijn wanneer de leraar complexe getallen en vectoren uitgebreid behandeld, twee verwaarloosde maar zeer belangrijke onderdelen van wiskunde die veel leerlingen voor de latere studie nodig gaan hebben (voor elke exacte studie). Ik vrees dat deze onderwerpen worden gemeden aangezien ze wat moeilijker zijn wanneer je ze goed behandeld.
          Voor een leraar natuurkunde zou het logisch zijn om voor zijn NT-klas bij de kinematica het differentiëren en integreren te verwerken in zijn opgaven.
          Van een leraar biologie kan ik me voorstellen dat hij graag wat dieper ingaat op iets als cytokinen, immunologie, eiwitten of transcriptie (vakgebiedne die zeer sterk in ontwikkeling zijn), van een leraar aardrijkskunde kan ik me voorstellen dat hij graag wat geologie behandelt, een talenleraar moet de vrijheid hebben om een leerling wat extra literatuur te laten lezen etc.
          Geef de leraren de vrijheid om naar eigen inzicht extra stof te behandelen, gewoon omdat die leraar weet dat dit goed is voor de ontwikkeling van de leerlingen.
          Vanzelfsprekend zal die leraar wel rekening houden met het profiel aangezien wiskunde B helaas geen verplicht vak is op school.

      • Moeilijkheidsgraad toetsen
        Zoals ik hiervoor al meldde ben ik er een voorstander van om met onverwachte overhoringen kennis en technieken te toetsen, het gaat hier niet om contextvragen, inzicht etc.
        De toetsen die in de toetsweken worden gebruikt zouden naar mijn voorkeur inderdaad door een team moeten worden opgesteld waarbij het team kan bepalen om dat aan 1 ervaren leraar over te laten wanneer die leraar dat het best blijkt te kunnen.
        Ik heb als leerling geen slechte ervaringen met de normering van eindexamens (nooit minder gekregen dan dat ik verdiende). Wel werd er op mijn eindexamen economie een aantal vragen gesteld die inhoudelijk niet deugden, 1 bekende vraag die het nieuws heeft gehaald (Heertje was net zo verbaas als ik tijdens het examen): leg uit waarom er op het spoor concurrentie mogelijk is. Je hoeft niet veel van economie te weten om in te zien dat deze vraag weinig met theoretische economie te maken heeft en dat deze vraag sterk politiek gekleurd is. Ik had nog een antwoord gegeven wat juist is volgens het model, hoe onzinnig ik mijn eigen antwoord ook vond, maar het bleek niet nodig te zijn aangezien de normering terecht werd aangepast. Een aangepaste normering wil dus niet altijd zeggen dat de moeilijkheidsgraad verkeerd werd ingeschat, het kan ook inhouden dat examenvragen, of in het geval van meerkeuzevragen, de antwoorden inhoudelijk niet klopten.
        Bij mijn examen biologie was er een ander probleem: het examen was belachelijk groot. Dit probleem werd vooral veroorzaakt doordat je voor die pak hem beet 50 vragen (deel meerkeuze, deel open) ook nog eens een bronnenboekje van 30 bladzijdes moest doorworstelen. Waarvoor zo’n groot bronnenboekje nodig was zal ik nooit begrijpen.

        Kan iemand een overzicht geven van hoeveel punten er per vak de afgelopen decennia extra zijn gegeven voor eindexamens?
        Wellicht valt hier een interessant patroon in te ontdekken.

        • Patroon
          Bart,

          Als er over de jaren heen al een patroon zou zitten in de correcties op de eindexamennormering, dan zou het waarschijnlijk nog een raadsel zijn hoe of waarom dat patroon er is. Onderzoek alleen wat het onderzoeken waard is.

          De moelijkheid van examens of examenopgaven is natuurllijk niet het probleem, maar het juist inschatten ervan, en gekoppeld daaraan het waarderen in cijfers. Dit is elastiek, stroop, of de klei waar leraren met de poten in staan. Daar zou wel onderzoek op gezet moeten worden, maar dat is onderzoek naar het functioneren van de samenleving in zijn geheel, een beetje lastig dus.

Reacties zijn gesloten.