De kritiek van BON moet serieus genomen worden

Hoger Onderwijsinstellingen zouden de kritiek van Beter Onderwijs Nederland serieuzer moeten nemen.
Zij moeten niet klagen over polarisatie en kwaliteit van het debat, maar de nek uitsteken, het gesprek aangaan en naar oplossingen zoeken.
Gebeurt dat niet, dan zullen de anti-elitaire stromingen aan beide kanten van het politieke spectrum krachtiger worden en zal de instabiliteit van Nederland voortduren.
Aldus Thijs Jansen in zijn artikel ’’Noblesse oblige’ geldt ook voor de huidige elite….’ in het NRC/Handelsblad van vandaag.
Het nieuwe kabinet wil investeren in overleg met maatschappelijke organisaties.
Dat lijkt op een terugkeer naar tijden van weleer. Echter, die organisaties moeten goed beseffen dat de postrevolutionaire fase, waarin Nederland zich bevindt, niet voorbij is. Daarin kan het ’gemene volk’, ogenschijnlijk uit het niets, als in de dagen van Fortuyn, opnieuw een greep naar de macht doen. Dat bleek maar al te duidelijk bij de afgelopen verkiezingen.
Uit de behoefte aan sterk leiderschap, die uit enquêtes blijkt, valt een onverminderde anti-elitaire onderstroom te herkennen.
De komeetachtige opkomst van Pim Fortuyn doordrong de politieke hoofdrolspelers ervan dat het volk- van het ene op het andere moment – zijn tanden kan laten zien en de in zichzelf gekeerde elite en de bestaande machtsverhoudingen kan geselen.
De onverminderd groeiende anti-elitaire druk van rechts én links worden gekanaliseerd door een kabinet dat een sociaal-conservatieve middenkoers gaat varen.
Het is echter de vraag of dit bewustzijn ook leeft bij de ‘élitaire middengroep’, waarmee het kabinet wil overleggen. Daarom, zegt Jansen, doet het kabinet er goed aan de elite de leuze ‘Noblesse oblige’ voor te houden.
Men was er zich na de Franse Revolutie van bewust dat privileges en geboorte alleen onvoldoende waren om tot de elite te mogen behoren. Men zocht daarom een compromis tussen de noodzaak van leidinggeven door een voorbeeldige elite en de noodzaak van een democratische legitimatie daarvan.
‘Noblesse oblige’ vroeg van de oude elite om zich waar te maken in een nieuwe context.
De legitimatie was niet meer vanzelfsprekend, men moest zich ervoor inzetten.
De les van deze leuze voor nu is het besef dat zegeningen als rijkdom en macht niet uitsluitend van jezelf afhankelijk zijn, maar tenminste voor een deel van toeval, geluk, genade en voorál …van anderen.
Daaruit komt een zekere dienstbaarheid en deemoedigheid voort. Dat betekent dat bestuurders zich meer moeten gaan realiseren dat ‘hun’ prestaties in belangrijke mate te danken zijn aan hun medewerkers.
Laten werkgevers het thema ‘beroepseer’ de komende jaren eens serieus gaan nemen.
Het aantal managers is de afgelopen jaren in Nederland verdriedubbeld tot 6 procent van de beroepsbevolking. Daarom voelen werknemers in allerlei sectoren zich onteigend en door de groeiende inkomensongelijkheid onrechtvaardig behandeld.
Dat dit op de werkvloer leeft, blijkt uit de massale ondertekening van de ‘mission statement’ op de site van de stichting beroepseer (www.beroepseer.nl).
Van besturen en maatschappelijke organisaties, maar ook van private ondernemingen, mag worden verwacht dat zij voortdurend werken aan hun maatschappelijke legitimatie.
Sleutelwoorden zijn integriteit, maatschappelijke dienstbaarheid en transparantie.
Zo zouden de hogere onderwijsinstellingen de kritiek van BON serieus moeten nemen, een gesprek moeten aangaan en naar oplossingen moeten zoeken.

(Bron: NRC/Handelsblad, zaterdag 17 februari.)