Eind mei komt Frits van Oostrom met een reflectie op de ‘Canon van Nederland’, vijftig onderwerpen uit de vaderlandse geschiedenis, die iedereen zou moeten kennen en verplicht moet worden voor het komende basisonderwijs.
Sinds het verschijnen van de canon in oktober vorig jaar is er van alle kanten commentaar geleverd.
Wat de een belangrijk vond, vond de ander niet en er kwamen deze week zelfs een aantal historici met een christelijke canon.
Bij het door het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap georganiseerde debat overheerste algemene tevredenheid.
Marita Mathijsen, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam:”Over de inhoud kun je twisten, maar je moet zo’n canon gewoon door de strot van de leerlingen duwen.
Cultuur moet je voorschrijven, net als een bruine boterham”.
Maria Grever, hoogleraar Maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam:”De canon is goed om de ‘competentiegekte’ in het onderwijs tegen te gaan”.
Piet de Rooij, hoogleraar Nederlandse Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam:
“De canon is iets wat ons bindt in deze tijden van blinde experimenteerdrift in het onderwijs”.
Van Oostrom zelf pleit voor een regierol voor het Ministerie van Onderwijs.
En iedereen vond dat basisschoolleraren beter gekwalificeerd moesten worden:”Met vijftien uur geschiedenisdidactiek in de gehele vier jaar van je Pabo-opleiding red je het niet”.
(Bron: NRC/Handelsblad, zaterdag 17 februari.)

Allemaal op onze lijn
Kunnen we…..allemaal lid maken van BON.