collegegeldberekening

Een herberekening

Ik ga hierbij uit van de situatie zoals die was op de THE (nu TUE) zoals die was in de tijd dat ik daar studeerde. Of mijn beschouwing nu nog hout snijdt weet ik niet.

De kosten die de overheid maakt voor een student op een universiteit bestaat uit 3 delen: de kosten voor het eigenlijke onderwijs (1), de kosten van levensonderhoud van de student (2) en het renteverlies voor de staat en de samenleving als  een student niet binnen de minimale tijd afstudeert (3). Nihil zijn mogelijk de kosten van college lopen (1.1) en instructie volgen (1.2). Ik denk dat een student die de dubbele nominale tijd over zijn studie doet minder dan 2x college loopt of/en instructie volgt. Sommige studenten volgen geen van beide. De verplichte praktika (1.3) worden zelden meer dan één keer gedaan. Voor afstuderen (1.4) staat meestal een vaste tijd. Tentamina afleggen (1.5) zal een trage student waarschijnlijk vaker doen dan een snelle student.

Hieruit volgt wat een universiteit totaal zou mogen eisen aan collegegeld VOOR DE TOTALE STUDIE (1) als de overheid niet zou subsidiëren. Bovenstaande zou eventueel zonder veel overhead per individuele student vastgesteld kunnen worden.

Wat de kosten van levensonderhoud van een student (2) betreft: Daartoe horen de basisbeurs en de speciale voorzieningen op de universiteit zoals goedkoop sporten, mensa en subsidie voor studentenhuisvesting.

Het is duidelijk dat iemand pas na extra studietijd in de maatschappij productief gaat worden de staat en de samenleving minder aan hem verdient. Je zou dat renteverlies (3) kunnen noemen. Het is (in principe) absurd dat een emigrerende afgestudeerde aan het land waar hij gestudeerd heeft geen emigratiebelasting verschuldigd is en dat geldt ook voor elders in de Europese Economische Ruimte werken.

Het kostenmodel zoals hierboven geschetst zal wel verouderd zijn maar ik denk dat het aangepast gebruikt kan worden om de absurditeit van de extra collegegelden voor langstudeerders aan te tonen.