Een taal apart

“Nederlands Engels wordt een taal apart” lees ik in de NRC van afgelopen woensdag. Wat wij “steenkolenengels” noemen, heeft volgens de Australische taalgeleerde Alison Edwards een veel te negatieve bijklank. Steenkolenengels heeft niet alleen zijn charmante kanten, maar het is volgens  haar  ook verrijkend. En dat geldt eveneens voor Van Gaal- achtige uitdrukkingen als: “I don’t want to lead you around the garden”. Schattig toch. Zij ziet een parallel met de voormalige Britse koloniën India en Singapore. “Daar is de uitspraak ook anders. Zoals het Indiase Engels al een begrip is geworden, begint het “Nederlandse Engels” dat ook al te worden”. Het is jammer, dat Louis als voetbalcoach niet zo veel succes in Engeland heeft, maar hij zal, na zijn te verwachten ontslag, dan toch zijn sporen als taalvernieuwer achter laten. Zou mevrouw Edwards beseffen dat zij met de vergelijking van de voormalige Britse koloniën de verengelsing in Nederland  in een koloniaal perspectief zet? Een nieuw type kolonialisme dat zijn verdedigers vindt in  kosmopolitische mondialiseerders met een blijkbaar even  blinde vlek voor de taal en de inheemse cultuur van hun koloniale onderdanen als de oude kolonialen.

Voorstanders van de invoering van het Engels als het nieuwe “wetenschappelijke Latijn” lijken de overhand te hebben in de media, maar het gaat wel ver om met het argument, dat taal nu eenmaal altijd aan verandering onderhevig is, een nieuw soort potjeslatijn, in feite een vermenging van een gebrekkig Nederlands met Engelse kromspraak te verheffen tot de status van een officieel te erkennen  nieuwe taal.  Volgens Bussemaker moet een bestuur aangeven dat het ook echt nodig is een vak in het Engels te geven.  Ik krijg niet de indruk dat hiervan echt werk van wordt gemaakt. De verengelsing raast voort.  Daarvoor zijn internationale studenten voor universiteiten kennelijk veel te aantrekkelijk en hebben zij de prijs, die daarvoor moet worden betaald; een zich loszingen van de Nederlandse taal en cultuur er graag voor over. Ook lijkt het verzet van docenten hiertegen minimaal. Dan is het goed om te zien dat Ad Verbrugge van de Vrije Universiteit de ruimte krijgt een Nederlandstalige master te beginnen. Want die ruimte is er kennelijk wel. Of niet?  Docent Ger Groot blijkt, volgens een ander  artikel in diezelfde  NRC getiteld  “De professor is niet zo good  to follow”, de klassieke vragen van Kant ( Was kan ik wissen? Was darf ich hoffen? etc.),niet eens in het Duits te mogen citeren, omdat er een student protesteerde, die de reglementen aan zijn zijde bleek te hebben. (Duits en Frans lijken uit het universitaire vocabularium te zijn verdwenen hoewel naar mijn idee die talen op het voortgezet onderwijs nog wel worden gedoceerd. Allemaal dus ten behoeve van die lucratieve internationale student). De verarming die dat met zich meebrengt laat zich raden, maar ronduit verbijsterend vind ik dat de docent  citeren in het Duits volgens de reglementen niet mocht. Eerlijk gezegd geloof ik dat niet en denk ik, dat Ger Groot hier overdrijft. Toch?

5 Reacties

  1. Een zelfde lot als Afrikaans?

    Een zelfde lot als Afrikaans?

    Ik verblijf als tourist in Zuid-Afrika in een gebied nabij Kaapstad. 70 % van de bevoolking is daar van huis uit afrikaanstalig. Alzs tourist is daar weinig van te merken. Stadswijken, dorpen en steden hebben vaak een Afrikaanse naam. Straten ook als je "Streat" wegstreept. Veel scholen zijn tweetalig Engels-Afrikaans. De Overheid wil de Universiteit van Stellenbosch geheel Engelstalig maken. Alle opschriften in Kaapstad zijn in het Engels en soms in het IsiXosa. In een kleine dierentuin nabij Stellenbosch is de schiftelijke en mondelinge beschrijving en uitleg in het Engels, ook daar waar het voor kinderen bestemd is. Kinderen moeten wel het gevoel krijgen dat Afrikaans een weinig nuttige en bruikbare taal is dus ligt een overstap naar het Engels voor de hand. Willen we dat scenario ook voor Nederlands in Nederland?

  2. Taalkundigen hebben nogal

    Taalkundigen hebben nogal eens de neiging om veranderingen in de taal blindelings toe te juichen met het argument, dat de taal altijd in beweging is respectievelijk was. En als je over een langere periode kijkt, is dat ook duidelijk te constateren. Anderzijds wordt dit argument vaak te gemakkelijk gebruikt ten opzichte van allerlei wellicht minder wenselijke ontwikkelingen in taalgebruik en –cultuur. Het oordeel over taalontwikkelingen kan verschillen, maar voordat men tot een oordeel komt dient de vraag, of deze verandering er één ten goede is, ten minste gesteld te worden. Niet voor niets zijn er rond allerlei spellingshervormingen heftige debatten gevoerd over de wenselijkheid van de voorgestelde wijzigingen van de regels.  Die veranderingen in de regels hadden soms een flipperkasteffect, dan weer zus, dan weer zo. Taal  berust op afspraken over taalgebruik, schrijfwijze, toepassing van grammaticale regels etc. Afspraken gelden niet voor eeuwig, maar hebben toch een heel ander karakter dan bij voorbeeld een afspraakje bij de tandarts. Ze zijn geworteld in een oudere traditie, die uiteindelijk vele eeuwen terug gaat. In de sociologie noemen we dat instituties. Instituties zijn wel aan verandering onderhevig maar ze zijn dat  op een andere manier dan gewone alledaagse veranderingen, omdat ze verbonden zijn met de maatschappelijke orde en geschiedenis.  De neiging van tegenwoordig om iedere straattaal en kromspraak, alsook het negeren van grammaticale regels en spellingsregels goed te praten met het argument, dat de “levende” taal nu eenmaal altijd in ontwikkeling is, dient daarom met argwaan bekeken te worden. En dat geldt ook voor het ad hoc vervangen van het Nederlands voor steenkolenengels en academisch potjeslatijn.

  3. Goed om te lezen dat iemand

    Goed om te lezen dat iemand zich, in dit forum, over taal uitspreekt. Dubbel goed * nu het over taal-principe gaat, en niet over  "meer, meer, meer" of "minder, minder, minder" uren duits, frans, engels, spaans of chinees ; of ook maar over "minder, minder, minder" uren russisch nu die beer met een arabische splijtzwam is geinfecteerd.

    Het oplettende lezertje (Heer Ollie B Bommel geciteerd) zal begrijpen dat de "meer en minder" hallucinaties een overdrachtelijke referentie zijn aan Tweede Kamer individuen, die van alles roepen en collectief tot niets komen  –  ik heb het nog steeds over onderwijs. Nihilisme heette dat vroeger, tegenwoordig stem des volks  –  ordinair gezegd  :  de meeste stemmen behoren aan de kaffers (no reference implied). Tweemaal denken, wie zijn stem aan politieke partijen geeft  –  dit gaat nog steeds over onderwijs.

     

    Dit forum is vergeven (stam : gif) van wiskunde topics. Dat is welwaar terecht in het licht van al-omme onderwijs deficienties, die majeure kinken in het onderwijs waarvan het BON (en anderen) maar niet lukt deze gerepareerd te krijgen. De vinger op de wiskunde pols houden, dat is wel het minste.

     

    Tegelijkertijd  :  taal-deficientie is even ernstig als wiskunde-deficientie ; sterker : het is fundamenteel.. De belangstelling voor uitstekend  (of tenminste behoorlijk) taal-onderwijs is (en blijft) minimalistisch, in de grote boze buitenwereld en daaraan dienstige scholen (allemaal !), zowel als in het knusse BON'se wereldje en dit forum.

     

    In de schaduw groeien planten minder snel en minder uitbundig dan in overvloed van licht  –  biologisch bewezen. Net zo goed bewezen is hoe taal-deficienties in leerlingen ontstaan en beklijven   –  simpelweg gezegd : net als het effect van abberate wiskunde pedagogie. De GRM lost dat probleem niet op, zegt BON terecht. Nu nog het BON'se inzicht dat taal en wiskunde deficienties op dezelfde groeibodem  gedijen. Veel licht maar zonder N,P,K en sporenelementen en water doet planten niet groeien.   

     

    *  op het gevaar af dat een taal-purist deze uitdrukking als on-talig afschiet

  4. Om het nog even te hebben

    Om het nog even te hebben over die zo geheten “mythe” van native speakerness in de betekenis van  een bijzondere verbondenheid met de eigen moedertaal.  Mijn ervaringen als taalcoach bij het Gilde Rotterdam met klanten uit zo heel verschillende landen en talen als Hongarije, Israël, Peru, Burundi en Indonesië wijzen er toch op, dat die gehechtheid aan de eigen taal wel degelijk bestaat en ook een te overwinnen hindernis is bij het aanleren van andere talen. Mij bleek hoe moeilijk ik deze mensen, buiten de reguliere lesstof om, ertoe kon krijgen om Nederlandse kranten te gaan lezen, Nederlandse  radio- en televisieprogramma’s te volgen of  om thuis Nederlands te oefenen met de partner, zelfs als het een Nederlandstalige partner betrof. Ik schreef dit eerst toe aan een gebrek aan motivatie, maar dat was het toch niet helemaal. Men deed wel degelijk zijn best. Ik denk steeds meer dat het ook een kwestie is van het moeilijk afstand van de eigen taal kunnen nemen. Dat geldt ook voor andere culturele gewoontes zoals voedsel en de deelname aan het sociale en culturele leven. Men zoekt toch vaak vooral de eigen groep op. Natuurlijk waren er ook flinke onderlinge verschillen. De wens om te integreren was niet bij iedereen even groot. Maar mijn ervaring is dat taal als een cultuuruiting niet zo maar een vaardigheid is, maar dat er wel degelijk een bijna fysieke verbondenheid met de eigen primair aangeleerde taal bestaat. Talenwonders heb je overal maar de meeste mensen hebben er gewoon een beperkt talent voor.   

Geef een reactie