SCP: Onderwijskwaliteit en basisvaardigheden

 

Wat vindt men in het onderwijsveld van de aandacht die nodig is voor de basisvaardigheden taal en rekenen? Het SCP heeft een bescheiden onderzoek gedaan.

Monique Turkenburg (september 2011). De basis meester. Onderwijskwaliteit en basisvaardigheden. Sociaal en Cultureel Planbureau.

HIER pdf ophalen van het rapport
PDF van het rapport zelf

Taal en rekenen zijn basisvaardigheden waarvan het tegenwoordig niet altijd vanzelfsprekend is dat leerlingen en studenten ze ook goed beheersen. Centraal doel in het landelijk onderwijsbeleid is het verbeteren van deze basisvaardigheden, door gericht – in alle sectoren van het onderwijs – meer aandacht te besteden aan taal en rekenen of wiskunde, en meer opbrengstgericht te werken.
Dit rapport laat zien hoe verschillende, bij het basis- en voortgezet onderwijs betrokken actoren deze landelijke beleidsdoelstelling opvatten en al dan niet in praktijk brengen. Het rapport is gebaseerd op een kwalitatief onderzoek bestaand uit verschillende onderzoeksrondes (één schriftelijke ronde en daarna ter verdieping twee rondes met groepsgesprekken). In het rapport komen schooldirecties, schoolbestuurders, leerkrachten in het basisonderwijs en docenten in het voortgezet onderwijs, ouders in de medezeggenschapsraden van scholen, interne toezichthouders, gemeentelijk beleidsmedewerkers en wethouders met onderwijs in hun takenpakket of portefeuille aan het woord. Doel van het onderzoek was om een breed beeld te schetsen van hoe men in het onderwijsveld vanuit verschillende posities, tegen dit thema aankijkt.
Alle partijen vinden de basisvaardigheden heel belangrijk; er is dus zeker sprake van een draagvlak voor dit beleid, maar dat betekent nog niet dat iedereen zich daar ook even goed voor kan, of wil, inzetten. Duidelijk wordt dat de landelijke beleidsdoelen heel verschillend worden opgevat en in praktijk gebracht.

35 Reacties

    • Alle kanten
      Taal: Het lastige is met niveaus op papier dat je er veel kanten mee op kan. Eigenlijk geeft alleen een aantal jaren ervaring met de examens pas duidelijkheid over wat het niveau echt moet zijn. Ik zou ook niet weten hoe je bij taal exact kunt uitdrukken wat je verwacht, behalve als je foutloze spelling eist of complete vaardigheid in het aangeven van (genoemde) grammaticale begrippen.

      Maar ‘kan een eenvoudige zakelijke brief schrijven met niet al te veel spelfouten’, ‘begrijpt een gebruiksaanwijzing voor een gangbaar product’, of ‘kan zich in een groep mondeling introduceren’, daarmee kun je nog vele kanten uit. Ik denk dat het ook niet anders kan. Het zijn de toekomstige examens zelf waaruit we pas echt goede conclusies kunnen trekken.

      • taal en opbouw
        Maar uiteraard kent het taalonderwijs een goed doordachte opbouw.
        Mevrouw Riek Kerkhof weet daar alles van.
        Om te beginnen is het nodig alle letters te kennen.
        Daarna begint men met 1-lettergrepige woordjes, eerst met een klinker en een medeklinker, en vervolgens met meer klinkers en meer medeklinkers.
        Tevens leren kinderen grondig het onderscheid tussen klinkers en medeklinkers.
        Daarna leren kinderen de lettergrepen. Eerst de gesloten lettergrepen en vervolgens de open lettergrepen waarbij de regel wordt aangeleerd dat bij open lettergrepen een klinker vervalt.
        Vervolgens komen specifieke spellingsproblemen aan de orde: woorden met g of ch, sch-woorden, woorden met ei/ij, au/ou, enz. enz.

        Totdat vernieuwers meenden dat de situatie van het kind het uitgangspunt diende te worden: begrijpen wij hen?

        Hierdoor kon het gebeuren dat je in groep 7 de werkwoordspelling moest aanleren terwijl kinderen nauwelijks een werkwoord konden onderscheiden. En erger, de zwakkere kinderen maakten nog steeds fouten met het onderscheid open en gesloten lettergrepen (bo-men versus bom-men).
        Dit alles mede veroorzaakt door een gebrek aan degelijke oefeningen. Bij de nieuwste taalmethodes was je als leraar echt gelukkig als je eens een degelijke oefening tegenkwam. Dat soort oefeningen werden sporadisch aangeboden, waarbij een opbouwende lijn zelden te ontdekken viel.
        Al die degelijke opbouw van ooit was weggegooid.
        In de plaats ervan kwamen ‘oefeningen’ als ‘praten’, ‘overleggen’, ‘je eigen mening’, ‘plaatjes in de goede volgorde zetten’, en ander ‘creatief’ gebeuren met de nadruk op creatief.
        Ik heb gewerkt met de vernieuwde taalmethodes (Malmberg; ongeveer 15 jaar geleden) en heb ervaren hoe funest het gebrek aan degelijke oefeningen was. Het wekelijkse dictee werd wel goed voorbereid middels wekelijkse 20 kernwoorden.
        Maar de achteruitgang t.o.v. eerdere methodes waarmee ik had gewerkt was, als het om goed oefenen ging, verder overduidelijk.

        • taalmethoden
          Moby,

          Als ik het goed begrijp is er bij taalmethoden een ontwikkeling geweest die verdraaid veel lijkt op die bij de rekenmethoden.

          • Basis
            Dat geldt vermoedelijk zeker voor het basisonderwijs. Het voortgezet onderwijs is naar mijn gevoelen lange tijd bij het oude gebleven, alleen is het niveau enorm gezakt, doordat er niet meer voortgebouwd kon worden op spellingsdiscipline en grammaticale kennis. Door de ontlezing is er daarnaast ook nog een erg armzalige woordenschat. We zouden hier natuurlijk eens een nieuwe draad kunnen openen om te kijken wat iedereen vindt dat er wanneer waar geleerd zou moeten worden. We zijn allemaal geoefende moedertaalgebruikers.

          • voorbeeld groep 4
            Uit een handleiding van een taalmethode voor 4. Het gaat over het passief kennen van zelfstandige naamwoorden.

            ‘Woorden voor mensen, dieren of dingen noem je zelfstandige naamwoorden. Vandaag ga je leren wat dat zijn.’
            ‘Laat kinderen nog andere voorbeelden van woorden voor mensen, dieren en dingen noemen.’
            ‘Hoe vind je een zelfstandig naamwoord in een zin? Schrijf op het bord : De juf haalt een pen uit haar tas. Doe hardop voor hoe u de zelfstandige naamwoorden in de zin vindt. De juf is een mens dus dat is er een. Een pen en haar tas zijn dingen, dus dat zijn de andere. Zie je er nog meer? (nee).
            Geef enkele voorbeeldzinnen en laat de kinderen op dezelfde wijze de zelfstandige naamwoorden benoemen. Vraag steeds: is het een mens, dier of ding?’

            ‘Kijk de items samen na. Vraag een paar kinderen hoe ze die antwoorden hebben gevonden. Herhaal nogmaals: een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, dier of ding.’

            (En dan nu maar duidelijk proberen te maken dat ‘ik’ geen mens is!)

            ‘Kinderen die alles goed hebben beginnen bij 2 sterren; kinderen die niet alles goed hadden beginnen bij 1 ster (het betreft tekentjes bij de oefeningen). Overleg met de kinderen die twijfelen en de kinderen voor wie u een andere keuze hebt gemaakt.’

            Verlengde instructie:de woorden voor een mens, dier of ding waar je een plaatje van kunt tekenen, zijn zelfstandige naamwoorden. En dan volgt er een plaatje van een huis met omgeving om de zelfstandige naamwoorden te ontdekken.

            Ik zou het dus anders aanpakken: ik zou beginnen met het aanleren van de lidwoorden. Vervolgens zou ik geen plaatjes willen gebruiken maar, gewone zinnen: het gaat immers om de functies binnen een zin.
            Verder zie ik veel praatwerk en samen-overlegwerk met heel korte oefeningetjes met heel weinig schrijfwerk (meer dan 6 zinnetjes is een uitzondering). Erg hap-snap. Ik kan zo niet werken.

          • overeenkomsten
            Ook bij de taalmethodes is de wereld van het kind uitgangspunt. Daarom wordt er met thema’s (vriendschap) gewerkt b.v. Begint een les met een aantal kernwoorden die qua spelling geen samenhang vertonen, maar die met het thema verband houden. Daarna allerlei erg korte oefeningetjes waarbij weinig geschreven hoeft te worden: woordspinnen maken, antwoorden als 1a, 2d, 1 goed, 2 fout, 3 goed e.d.

            Bij het aanleren van het ‘zelfstandig naamwoord’ in groep 4 beginnen de moeilijkheden al. De kinderen kunnen nog nauwelijks lange zinnen lezen en schrijven (de leszinnen zijn uiterst kort), maar maken passief kennis met zelfstandige naamwoorden: mensen, dieren of dingen. Daarbij ontstaat al een misverstand: je moet duidelijk maken dat ‘ik’ of ‘jij’ geen mensen zijn en dat ‘houten’ geen ding is.
            En als de kinderen het lidwoord erbij noemen, mag dat niet als fout worden aangerekend. Het is mij te speels allemaal.

            Liever eerst goede zinnen leren schrijven en maken, en dan pas de functies van woorden gaan leren herkennen. Dan beginnen met het ‘instampen’ van de lidwoorden en aan de hand van die kennis kunnen vervolgens de zelfstandige naamwoorden worden aangewezen.
            Die oude werkwijze vind ik logischer qua opbouw en effectiever. Zo’n overleg- en praatles over zelfstandige naamwoorden in groep 4 beschouw ik als verlies van tijd, waarbij tevens onnodige moeilijkheden worden ingebracht.

          • Zwartboek Taalboek Moby?
            Is er al ergens een zwartboek taal te vinden waarin systematisch wordt behandeld welke foute didactiek in het taalonderwijs is geslopen?
            Zoiets als “Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen” van Jan Craats dat een helder overzicht geeft van de rekendidactiek. Die laatste publicatie heb ik doorgestuurd naar mensen (in functie of in opleiding) in het basisonderwijs. Ik zoek naar een pendant voor het taalonderwijs.

          • Taalunieversum
            Huub,

            Op de website van Taaluniversum staan overzichten van empirisch onderzoek. Opgesteld door SLO, dat in deze niet een neutrale partij is.

            Je kunt op mijn webpagina over taalonderwijs een aantal literatuurvermeldingen vinden, waaronder waarschijnlijk enkele interessante: HIER

          • Uit ‘taalbeschouwing’
            een inventarisatie van empirisch onderzoek in basis- en voortgezet onderwijs, haal ik dit citaat:
            ‘Dit jaartal (1969) wordt in de literatuur aangemerkt als het begin van een nieuw tijdperk in het denken en de discussies over het taalonderwijs Nederlands. Deze vernieuwing worst getypeerd als de opkomst van een ‘communicatief paradigma’: taalonderwijs dient vooral communicatieonderwijs te zijn, in plaats van onderwijs dat gericht is op de formeel-grammaticale aspecten van de taal.’

            Ik denk dat we het alvast eens kunnen zijn met deze constatering.
            Ik zou er nog ‘zelfexpressie’ aan toe willen voegen. Elkaar begrijpen, jezelf uiten, werden belangrijker dan ‘juistheid’ of ‘correctheid’.

          • Jacobs en Van gelderen 1997:
            Vergeleken basisschoolmethoden:
            ‘Een duidelijke opbouw van de leerstof over de verschillende jaren van de basisschool vertonen de methoden alleen als het gaat om het leerstofelement ‘woordgroepen/zinsdelen’zinskern’. Veel leerstofelementen komen in een enkel leerjaar in een of twee methoden aan bod, maar komen dan niet meer terug, of worden enkele jaren overgeslagen voordat ze terugkomen. Dit geldt zelfs voor de leerstofelementen uit de redekundige en de taalkundige ontleding. Bij de leerstof die betrekking heeft op de minder traditionele onderdelen van het taalbeschouwingsonderwijs, vooral de semantische en pragmatische onderdelen, is van een longitudinale opbouw in de meeste methoden geen sprake’.

            Precies wat mij in de praktijk ook was opgevallen. Mijn opmerking ‘hap-snap’ komt dan ook niet zomaar uit de lucht vallen.

          • zwartboek taal: mij onbekend
            Ik zou het niet weten. Het zwartboek van Jan van de Craats vond ik een feest van herkenning. Het zou geweldig zijn als zoiets voor taal zou bestaan.

          • Grammatica
            ‘English grammar provides guidelines for choosing words, arrangement of words, and punctuation of sentences. We do most of our thinking with word symbols. If we cannot arrange word symbols correctly, we probably cannot think clearly and probably cannot communicate effectively. Consider the following analogy: 2 = 3 + 5. …” (Jack Stevenson, 2003).
            Zie verder: Grammar* en Writing* (onderwerpen in linkerkolom)

          • Kees Vernooy
            Kees Vernooy*

            Kees Vernooy*, Onderwijsopvattingen en hun effect voor de leerlingresultaten of de effecten van het nieuwe leren voor leerlingen nader bekeken*, Basisschool Management, (2006) november , p. 6 (literatuurlijst, p. 7)

            “Verschillende onderzoeken laten zien, dat het nieuwe leren een incomplete, onevenwichtige aanpak voor veel leerlingen en dan in het bijzonder risicoleerlingen is. Amerikaanse ervaringen lieten zien, dat leerlingen daardoor het risico liepen, bijvoorbeeld vanwege een onvoldoende leesvaardigheid, al op jonge leeftijd tot de onderklasse veroordeeld te worden. De gevolgen daarvan kunnen geïllustreerd worden aan de hand van de praktijk van whole language.” (p. 7)

            Dr. Kees Vernooy*, Hoe leren leerlingen het beste? Evidence based principes en het voortgezet onderwijs*, Remediaal 3/4, 2006/2007 (literatuur p. 5)

          • goed artikel Kees Vernooy
            We zien ook hier weer hoe de ‘whole language’ benadering de opvatting heeft dat kinderen ook vanzelf zouden leren praten. Terwijl bij het proces van leren praten er natuurlijk ook voortdurend gecorrigeerd wordt door de moeder en andere ‘leraren’.
            Dus lijkt het mij logisch dat kinderen, als zij moeten leren lezen (en vooral als zij moeten leren schrijven) ook steeds gecorrigeerd worden door de volwassenen die op school dus de leraar zijn.
            En zoals er bij praten sprake is van een opbouw van eenvoudig naar gecompliceerd, moet er ook bij het leren lezen zo’n opbouw zijn. Waarbij tevens al wordt voorzien welke speciale spellingsmoeilijkheden in het verschiet liggen.
            Je kunt een kind veel muziekpapier geven, een fraai muziekinstrument en mooie audiovisuele voorbeelden, inclusief muzikale ouders: dit alles maakt niet dat een kind vanzelf een goede instrumentalist wordt. De praktijk laat dit zien. Als dat kind in een vroeg stadium de vervelende oefeningen overslaat en zich een verkeerde techniek aanleert, zal het op zeker moment niet meer verder kunnen en zal de ontwikkeling vastlopen.

          • Kees Vernooy, mensopvattingen
            Tevens laat Kees Vernooy zien hoe verniewd (nieuw leren) onderwijs uitgaat van een mensvisie. Hij noemt:
            1. Het individu is van nature goed.
            2. Het individu is van nature een moreel wezen dat de juiste dingen zal doen.
            3. Het individu is van nature in staat kennis te construeren.
            4. Het individu is van nature spontaan en creatief.

            Het is de vraag of die uitgangspunten wetenschappelijk zijn. Is een mensvisie wetenschappelijk? Of is er sprake van een geloof?
            Als er sprake is van een geloof, is vernieuwd onderwijs dus op een geloof gebaseerd. Een geloof dat aan iedereen opdegrongen moet worden kennelijk.

            Anderzijds beschouwden de vernieuwers het traditionele onderwijs als gebaseerd op een (politiek?) geloof. Wat nu?

            Nederland had een heel goede oplossing gevonden in het bijzonder onderwijs! Die oplossing en dat bijzonder onderwijs functioneerde zoveel mogelijk naar de wensen van ouders, kwam tegemoet aan de verschillende mensvisies en kon goede kwaliteit leveren: elk wat wils.
            De samenwerkingsverbanden hebben vooral een gelijkschakeling in het bijzonder onderwijs gestimuleerd.
            Ik vind dat nog steeds heel kwalijk.
            Lees de zorgplannen maar: ze gaan uit van nieuw-leren concepten.

          • voorschools leren als ideaal
            Het voorschoolse leren als ideaal kan m.i. alleen worden gebruikt als er een persoonlijke goed opgeleide leraar in het gezin aanwezig is.
            Maar die situatie is er niet. We hebben 30 kinderen in een klas en een zeer beperkt aantal lesuren. Die moeten dus vooral efficient worden gebruikt.
            Constructivistisch leren binnen zo’n setting leidt spaaklopende ontwikkelingen vanwege de vele opgebouwde hiaten en het gebrek aan inslijpen, terwijl fouten gemakkelijk inslijpen.

          • Het Nederlandse leesonderwijs nader bekeken
            * Dr. Kees Vernooy (CPS) – Het Nederlandse leesonderwijs nader bekeken
            Brochure* – 1. Het belang van goed leesonderwijs en wat kenmerkt een goede lezer; 2. Knelpunten in het Nederlandse leesonderwijs; 3. Verklaringen voor de knelpunten; 4. Gevolgen knelpunten; 5. Aanpak knelpunten; Literatuur; PowerPoint presentatie*, september 2006, Probiblio – 1. Vooraf; 2. Knelpunten; 3. Verklaringen gebrekkige leesvaardigheid; 4. Gevolgen gebrekkige leesvaardigheid; 5. Een andere leesproblematiek; 6. Wat laat 10 jaar leesbevorderingsbeleid zien; 7. Tot slot.
            * Kees Vernooy – Technisch lezen in het Onderwijsverslag 2004, Analyse van het inspectieverslag*, mei 2006 – 1. Aandacht technisch lezen; 2. Groepen; 3. Leesprestaties; 4. Sociaal-economische en etnische achtergronden; 5. Kenmerken; 6. Leesproblemen; 7. Zwakke lezers; 8. Kleutergroepen; 9. Lezen; 10. Verschillen; 11. Nabeschouwing; 12. Aandachtspunten.
            * Inspectie van het onderwijs, Iedereen kan leren lezen, brochure*, 2004

          • Whole language catalogue of the grotesque
            * Martin Kozloff*, A Whole Language Catalogue of the Grotesque*, September 12, 2002. Zie ook* en deze*.

            “However, early papers that laid the groundwork for the whole language cult movement reveal that whole language does not at all rest on a scientific way of thinking.”

            Inhoud: Learning to read is as easy as learning a language. There is no need for systematic instruction.[Wrong.]; Skilled readers do not decode words – see and read the letters. They guess, using contextual cues.[Wrong]; Phonics instruction is not needed. In fact, it is bad.[Wrong]; Phonemic awareness and the alphabetic principle are insignificant.[Wrong]; Scientific – controlled, quantitative – research and accountability are unnecessary.[Wrong]; Don’t correct errors. Don’t ensure mastery of fundamentals.[Wrong]; In the absence of logic, scientific evidence, and moral responsibility, attack your critics.

          • Philippens
            Ik kan van harte het artikel van Kees Vernooy aanbevelen: ‘Onderwijsopvattingen en hun effect voor de leerresultaten of de effecten van het nieuwe leren nader bekeken.’
            Sympathisant heeft een link, lager in deze draad.
            Erg goed en helder artikel.
            Het daalt echter niet af naar specifieke taalonderwerpen, zolas het zwartboek van Jan van de Craats wel doet m.b.t. rekenen.

          • Gedownload en besteld
            Veel dank voor de suggesties. Ik heb gedownload en Johnny die niet kan lezen bij Amazon besteld.
            Heeft Couzijn nog tijd om alles samen te vatten in een handzaam boekje dat gedistribueerd kan worden?
            Overigens Moby, jij beschrijft hierboven het optimistische mensbeeld. Ik presenteerde de mensbeelden aan mijn leerlingen altijd als de grondslagen voor ideologische keuzes en liet hoe zij ook onbewust (gecombineerde) mensbeelden hanteren. Daar is weinig mis mee. Als je je maar ervan bewust bent dat je daarmee niet de waarheid in pacht hebt. En dat deze los staan van wetenschappelijke integriteit. Ik ben er ook zeker van dat Ben dat ook zo ziet.
            Het zal je wel drijven in je belangstelling voor het aanpakken van problemen.

          • Mensbeelden
            Moby citeert Vernooy die de mensopvatting van HNL verwoordt.

            Van mensbeeld naar ideologische keuze naar politiek? Optimistisch is links vs pessimistisch is rechts?*. Zowel ‘links’ als ‘rechts’ wint voornamelijk op de sociaal-economische politiek. Geld dus (uitzondering: ‘swinging sixties’?). O jee, een realistisch mensbeeld (meestal vertaald als ‘pessimistisch mensbeeld’). Doen partijprogramma’s er toe? Rationele keuzes? Dit wordt dieptepsychologie.
            De arbeider stemt ‘links’, maar denkt ‘rechts’. Wat nu? Nieuw linkse bevoogding opheffen? Traditioneel onderwijs en een politieke opvatting? Nu wordt het wel heel ingewikkeld. Bedoel je het verschil tussen utopisten en conservatieven? Waarbij je al ‘conservatiéf’ bent als je niet achter iedere modegril aan loopt. Het onderwijs is door ‘optimisten’ zodanig verbouwd dat de kern aangetast is. Maar men stemt ‘links’, dus het is goed? Ik kom er niet meer uit.

          • Tussendoor
            Niet helemaal op zijn plaats in deze draad.
            Ik kom er wel uit. Ontkoppel mensbeelden en progressief/conservatief. En onderscheid dit laatste begrip van de ideologie “conservatisme”. Dan heb je al het begin van de verwarring opgeheven.

          • Off topic
            En bij mij is nieuwe verwarring ontstaan. Wikipedia zegt: mensbeeld – wereldbeeld – ideologie (i.e. richting rationalisatie?) Ik zal in alle rust mijn hersens nog eens kraken. Het is nu een hopeloze verstrikking (die blijvend lijkt). Ik worstel nog steeds met het optimistische en pessimistische mensbeeld. Is er dan wèl een verband met het wereldbeeld enz? Laat maar rusten.

          • Wetenschappelijk onderzoek
            Philippens, je zegt “Als je je maar ervan bewust bent dat je daarmee niet de waarheid in pacht hebt.” (aan Moby) Wat bedoel je daarmee?

            Uit onderzoek van de onderwijspraktijk blijkt dat bijvoorbeeld de ‘phonics’-methode beter werkt dan de ‘whole language’-methode. ‘Een waarheid’ (die je individueel kunt verfijnen). Of bedoel je een andere waarheid?

          • Een ideologische waarheid
            In de klas betekent die opmerking dat mensen, (en dus ook leerlingen), die bij discussies vanuit hun mensbeelden redeneren niet de waarheid in pacht hebben. Mensbeelden berusten inderdaad op een geloof. Zorgvuldig, unbiased, wetenschappelijk onderzoek kan resultaten opleveren die regelrecht (of gedeeltelijk natuurlijk) tegen die mensbeelden ingaan. Mensbeeldredeneringen zijn dus gevaarlijk. Popper heeft in zijn pleidooi voor piecemeal engineering gewezen op de noodzaak van zorgvuldig bijstellend onderzoek.
            (Ik spreek van mensbeelden, omdat iedereen, behalve wat diehards aan de randen van het politieke spectrum, een combinatie van mensbeelden hanteert en niet een vanuit een mensbeeld rechtlijnig redeneert)

          • Wetenschappelijk onderzoek (2)
            Visionaire onderwijshervormers proberen met een beroep op de emotie (‘u wilt toch niet dat zwakke kinderen niet kunnen meedoen?’) en moralisme een niet door onderzoek geschraagde onderwijsmethode ‘top down’ door te drukken. Goed uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek is ‘een mening’ (zichzelf daarmee diskwalificerend). Wordt het onderwijs alleen gericht op sociale verzorging? In Californië is het ‘whole language’ leesonderwijs mislukt. Juist bij kinderen die meer op het onderwijs leunen. Ideologische betweters konden bepalen wat ‘het beste’ (hun waarheid) is. In de praktijk hebben hervormers lijntjes naar OCW, belangrijke organisaties en politiek. Laat bevoegde docenten met rust. Salonhervormers ‘voor de zwakkeren’ (!) zouden, ondanks hun optimistische mensbeeld, bij afwezigheid van gedegen onderzoek de wacht moeten worden aangezegd. Nederland heeft in de grondwet vrijheid van onderwijs (grondrecht) staan. De grondwet bevat de grondslag van een staat. Een grondrecht beschermt de burger tegen de macht van de staat. Op grond hiervan kun je een pluriforme burgerlijke samenleving inrichten. (EU) onderwijshervormingen hebben dit grondrecht onder druk gezet.

          • Je hebt gelijk, sympathisant
            Maar het is allemaal niet zo rechtlijnig vanuit het mensbeeld af te leiden.
            Zweverige (linkse) idealisten kunnen met de beste bedoelingen grote schade aanrichten. (En ook niet-zweverige meedogenloze machthebbers: zie de stalinistische, mao-aanse, polpottiaanse praktijken). Dat hebben we wel gezien bij het Nieuwe Leren. Luc Stevens is daar de profeet van.
            Maar vanuit het optimistische mensbeeld kan ook andersom worden geredeneerd en gepraktiseerd: zwakke jongeren zijn gebaat met structuur en deskundige leiding. Dan kom je bij het standpunt van de SP en bij de standpunten van linkse BON-activisten. Deze laatsten zullen ongetwijfeld het met je eens zijn dat je eerst moet zien en dan pas geloven.

          • globaalmethode aanvankelijk lezen
            Die globaalmethode schijnt uit te gaan van de Gestaltpsychologie: het geheel zou voor kinderen waardevoller zijn dan de delen. Kinderen krijgen eerst globaalwoorden aangeleerd en zouden dan zelf tot analyse komen.
            Is zo’n uitgangspunt een geloof, een visie of een feit?
            De leesresultaten bleken niet optimaal.
            Vandaar dat we het leesplankje kregen: klanken werden aangeleerd (aa-p, n-oo-t, m-ie-s).
            Veilig Leren Lezen schijnt een combinatie van globaalmethode en klankmethode te zijn, maar intussen staan we alweer niet te juichen over de leesresultaten.
            Dan hebben we de methode De Haan die helemaal van de uitspraak van de letters van het alfabet uitgaat en daarbij consequent de spellingsregels laat aanleren. De methode claimt goede resultaten bij dyslectici.
            Dan schijnen er ook juffen geweest te zijn die hun eigen methode hadden.

            Het geheim voor goed lees- en schrijfonderwijs zal toch blijven: veel oefenen, veel herhalen.
            En opbouwen volgens een structuur, want woorden en zinnen zijn opgebouwd en kennen een structuur.

  1. even over rekenen
    Ik kwam op internet de introductie van het Singaporees rekenen tegen. Aangezien Singapore steeds hoog scoort bij rekenonderzoeken, wil men de Singaporese methode in andere landen ook invoeren.
    Nu ook in Nederland. Beslist interessant en verfrissend.
    Vooral de 3 stappen vind ik mooi: van concreet naar visueel naar abstract.
    Daarnaast wordt er steeds aan 1 rekenconcept gewerkt gedurende 2 weken: dat is minder verwarrend en helpt bij een goede training.
    Aangezien Singapore goed scoort, kunnen we dit model, als we resultaatgericht willen werken, niet zomaar verwerpen dunkt mij.
    Het visualiseren van rekenopgaven moet helpen de kinderen begrip bij te brengen.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.