Na het congres

Na het congres

Het was een goed en leerzaam congres. Het bestuur neemt goede initiatieven. Conference en lied van Wim Sterke vertolkten prachtig de onderwijsblues. Ondanks de gevorderde leeftijd van veel deelnemers, inclusief mijzelf, heeft deze club wel toekomst. De situatie is er ook wel naar. Hopelijk worden anderen nu ook wakker.
De vereniging moet het gesprek aangaan met allen, die onze zorgen delen, ook met gematigde aanhangers van HNL. HNL moet geen splijtzwam worden in het onderwijs. Het kan kennelijk van alles betekenen. Zo had mevr. Van der Wende het erover dat juist de vakinhoudelijke kant belangrijk is in het competentieleren. Daar bestaan dus kennelijk veel misverstanden ! Want hoe verhoudt zich dat met de praktijk ?
Het management moet meer gaan luisteren naar de “werkvloer” en niet via een starre besluitvormingsstruktuur alle kritiek in de kiem smoren. Overbodig misschien te zeggen dat veel managementliteratuur dit bevestigt. Alleen in de praktijk komt daar vaak weinig van terecht.
Toch denk ik dat je in de moderne onderwijsorganisatie niet om het management heen kan. Terugkeer naar volledige autonomie van docenten lijkt me een illusie.
Om die reden is een van de kernpunten van BON: “zeggenschap over de inrichting van het onderwijs binnen de instituten moet liggen bij de leraren en docenten” aan verheldering toe. naar mijn mening. Wordt hier bedoeld volledige zeggenschap of gedeelde ? Ik denk dat het laatste het hoogst haalbare is met dien verstande dat het beheer en de verantwoordelijkheid voor het primaire proces in eerste instantie bij de docent moet liggen. Dus dat de keuze voor didaktiek en werkvormen binnen algemene, demokratisch tot stand gekomen afspraken, bij haar of hem ligt, Voor het management blijven dan nog genoeg taken over zoals externe contacten, beleidsinitiatieven, bewaken van gemaakte afspraken en van de kwaliteit in het algemeen, het personeelsbeleid en zo nog wat.
Hoe een en ander vorm te geven is een mooie uitdaging. In ieder geval schiet de bestaande medezeggenschap tekort.
Maar de docenten mogen zich ook wel iets aantrekken. In mijn ervaring werken docenten in het algemeen niet gemakkelijk samen. Dit heeft zo zijn redenen. In een moderne onderwijsorganisatie is samenwerking tussen docenten echter van het grootste belang.
Maar dan moet het management dat wel mogelijk maken en afstappen van “management door directieven”.

5 Reacties

  1. Het management
    b.verkroost schrijft:
    Voor het management blijven dan nog genoeg taken over zoals externe contacten, beleidsinitiatieven, bewaken van gemaakte afspraken en van de kwaliteit in het algemeen, het personeelsbeleid en zo nog wat.

    Welke ‘externe contacten’? Waarom zou het management ‘beleidsinitiatieven’ moeten nemen (en beleidsinitiatieven over wat?). Dan het personeelsbeleid: het management bepaald dus wie aangenomen wordt als docent?

    De beslissingen horen door de docenten genomen te worden. Een primus inter pares (gekozen voor bepaalde tijd) fungeert als ‘dagelijks bestuur’. Het management kan helemaal weg en kan vervangen worden door een secretaresse die administratieve dingen uitvoert.

    • Bij goed personeelsbeleid
      Bij goed personeelsbeleid gaat het aannemen van nieuwe medewerkers altijd in overleg met de betreffende
      afdeling of team. De mening van de afdeling geeft doorgaans de doorslag als het goed is. Er is toch niets op tegen dat, zeker in een wat grotere onderwijsorganisatie, werving en selektie op een beetje professionele wijze worden ondersteund. Ik ben net als u voorstander van een zo groot mogelijke vakinhoudelijke en didaktische autonomie van docenten. Maar je kunt er niet omheen dat het onderwijs, met name het beroepsonderwijs op MBO en HBO niveau, in steeds groter verbanden plaats vindt en dat dit organisatorische en beleidsmatige consequenties heeft. Het gaat wat mij betreft in de discussie erom hoe hieraan op een goede manier invulling te geven en niet om de vraag: wel of geen management.

      • Grote organisatie en personeelsbeleid
        De organisatie waar ik werk (University of California) heeft 209.000 studenten en 170.000 medewerkers (inclusief de academische ziekenhuizen). Daar zijn zelfs de mamoetscholen in het beroepsonderwijs kleintjes bij. Misschien juist vanwege deze omvang worden beslissingen decentraal genomen. De wiskunde afdeling waar ik werk beslist zelf over de mensen die zij aanneemt (we zijn nu bezig 4 posities te vullen). Natuurlijk moet het hoofd van de campus zijn handtekening zetten, maar dat is een formaliteit. (Er is overigens een academische senaat, bestaande uit hoogleraren, die het hoofd van de campus en het hoofd van de universiteit controleert). Hier is dus geen sprake van goed overleg, het hoofd van de campus heeft hooguit een veto (dat hij eigenlijk nooit gebruikt; want als hij dit te veel doet dan zal hij door de academische senaat ontslagen worden).

        Wat in Nederland de inmiddels gewone gang van zaken lijkt is dat het management mensen aanneemt zonder de toekomstige directe collega’s daarin te betrekken (op universiteiten valt dit nog wel mee, maar in het BO, VO, MBO en HBO lijkt het hier voor de relatieve buitenstaander die ik ben wel op). En volgens de wet hebben ze hier ook helemaal gelijk in: het bestuur is de baas, docenten hebben helemaal NIETS te vertellen. Het is een gunst als de docenten mee mogen praten.

        • Waarom zou in Nederland
          Waarom zou in Nederland werving en selektie niet meer decentraal kunnen plaats vinden zoals bij de
          University of California ? Omdat hier een beheersmatige visie prevaleert waarin maar weinig rekening
          wordt gehouden met het belang van het onderwijs. Het voorbeeld van Paul Scheffer op het symposium
          vond ik in verband hiermee veelzeggend. Werkgroepen die willekeurig en zonder overleg plotseling
          onaanvaardbaar worden uitgebreid. Zo kom je er niet met je kenniseconomie.

      • het is alleen niet altijd goed
        Echt waar: ik was de enige wiskunde docent van een startende opleiding. Plots werd door mn manager een nieuwe wiskunde collega aan me voorgesteld (overigens eentje zonder enige wiskunde kennis, maar dit terzijde). Ik wist niet eens dat er een vacature was.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.