Door: Paul Chung – Deze zomer heb ik veel nagedacht over wat goed onderwijs eigenlijk voor mij inhoudt. Daar had ik niet zo eenvoudig en snel een antwoord op. Daarom stelde ik mezelf een vervolgvraag: waartoe leiden we onze leerlingen eigenlijk op? De vraag is waarschijnlijk al eeuwenoud en wellicht wel van alle tijden, maar de snelheid waarmee de wereld om ons heen verandert, maakt de vraag mijns inziens urgent.
De wereld draait sneller door, of ik word ouder, of allebei.
Wat voor wereld gaan onze huidige leerlingen tegemoet? De grote geopolitieke conflicten, de opkomst van AI (en AGI en ASI), economische instabiliteit en veranderende samenlevingen als gevolg van culturele en religieuze veranderingen maken dat onze jongeren moeilijke keuzes moeten maken. En wij? Wij zijn als scholen nodig om hen hierin te begeleiden.
Hoe toekomstgericht moet het onderwijs dan zijn? Zonder mijn persoonlijke Palantir is het koffiedik kijken. Maar ik denk dat we, ongeacht welk scenario voor ons ligt, de leerlingen een stevig of inmiddels wellicht steviger fundament van kennis, vaardigheden en positieve karaktereigenschappen kunnen laten ontwikkelen. En zo kom ik dan met een kleine omweg toch tot een voorzichtige eerste stap om te ontdekken wat goed onderwijs, voor mij althans, inhoudt. Als de toekomst zich niet eenvoudig laat voorspellen, laten we dan in ieder geval de basis in orde hebben. Overigens houdt dit niet in dat we de ogen dichthouden voor de ontwikkelingen die zich buiten de scholen afspelen. Maar van belang is dat we onderscheid maken tussen externe veranderingen en wat ieder van ons, als persoon, van waarde vindt en de waarde moet behouden om niet weerloos te zijn.
De fundamenten van goed onderwijs bestaan uit verschillende elementen. De eerste basis wordt gevormd door taal, rekenen en algemene kennis. Juist met de opkomst van de LLM’s is het van belang dat scholen leerlingen goed leren lezen, schrijven en rekenen. Zonder informatie te begrijpen, is volwaardig deelnemen aan de samenleving lastig. En ja, dit klinkt vanzelfsprekend, maar goed onderwijs, zoals ik het hierboven formuleer, concurreert hevig met allerlei onderwijsdoelen waar scholen aan moeten voldoen. Hoe goedbedoeld het ook is, het leidt soms af van de basis en de beschikbare tijd en aandacht voor taal, rekenen en algemene kennis wordt verminderd. Een tweede basis, met name voor pro en het vmbo, is een focus op praktische kennis en vakmanschap. De samenleving functioneert niet al te best als er geen vakmensen zijn die iets kunnen maken, bouwen, onderhouden, verzorgen, koken, schoonmaken en noem maar op. Robots zullen wellicht veel van deze taken in combinatie met AI over kunnen nemen, maar zo ver zijn we nog niet, gelukkig. Daaraan ligt een derde, nog waardevoller element ten grondslag: de eigenschappen die verder gaan dan het vak. Discipline, probleemoplossend vermogen, adaptief vermogen, verantwoordelijkheidsbesef, kunnen samenwerken en sociale vaardigheden zijn hier voorbeelden van. Daarnaast moeten leerlingen kunnen omgaan met constructieve feedback, tegenslag en veranderingen, en leren om hulp te vragen.
Kortom, goed onderwijs is (onder andere) een combinatie van al deze zaken: vakmanschap, leervermogen, ethiek, integriteit en moreel besef. Dit legt een basis voor verdere ontwikkeling en economische zelfstandigheid en stelt je in staat positief aan de samenleving bij te dragen.
Goed onderwijs wordt wat mij betreft niet afgemeten aan een hoog inkomen, materieel bezit, status en maatschappelijk succes, gepaard met roem en faam. Dat is geen doel op zich. Wat goed onderwijs doet, is de leerling laten nadenken over wat werkelijk van waarde is. En dat is best moeilijk. Wat houdt het in om een goed mens te zijn? Hoe handel je als je eerlijk bent? Wat zijn goede en verkeerde keuzes als het gaat om ethiek en moraal? Los van het feit dat zelfs de grootste filosofen hier nog niet 100% zeker van zijn, zijn het toch vragen die zich dagelijks voordoen op school en later op het werk en in de samenleving. Kortom, er is werk aan de winkel.
Het mooie en ook het wonderbaarlijke van het leiden van een school houdt in dat je al deze zaken in de klassen en lessen kunt presenteren en dat leerlingen zich deze eigen kunnen maken. Maar het houdt vooral in dat je ze kunt laten terugkeren in de dagelijkse cultuur van de school. Dat gebeurt in de gangen als je leerlingen aanspreekt, bij de conrector als liegen makkelijker is dan eerlijk zijn, bij de mentor als je je moet verantwoorden voor een fout, op het schoolplein als je opkomt voor een medeleerling die wordt gepest, hoe je zorgvuldig met je boeken en lesmaterialen omgaat, als je blijft doorzetten om een toets te halen en je voor jezelf weet op te komen wanneer de situatie daarom vraagt. En het belangrijkste is dat jij, als schoolleider, al deze zaken zelf ook op school voorleeft. Dat geldt dus ook voor de manier waarop ik als directeur bijvoorbeeld met gezag omga, mijn eigen fouten erken en mijn tekortkomingen toegeef en mij niet anders voordoe dan wie ik ben.
Leerlingen zien wat we doen, horen wat we zeggen, weten wie we zijn.
Onze leerlingen weten soms geen raad met abstracte gegevens of academische taal, maar de vragen waarmee ze worstelen, zijn in essentie niet heel erg anders dan de vragen die een gemiddelde vwo’er ook heeft. Goed onderwijs probeert leerlingen te helpen om uit te groeien tot volwassen mensen die verschillende toekomsten aankunnen: verantwoordelijke burgers die met verschillen kunnen omgaan en weten wat goed en rechtvaardig is.
De toekomst is onzeker, en daarom is een stevige basis meer dan alleen een luxe.
Paul Chung
Directeur Accent Hoogvliet

Laat een reactie achter
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.