Hoe kinderen ideologisch worden beïnvloed
|Spoken column door Marianne Driessen | BON Symposium, Driebergen, 30 mei 2026|
Geachte aanwezigen,
‘Gender op school is een slecht idee’. Dat was de titel van mijn artikel dat op 21 maart in de Gelderlander verscheen. Toen ik het ’s avonds op LinkedIn zette ontplofte dat en steeg het aantal lezers met duizend per uur. De teller staat nu op bijna 29.000 views, met honderden reacties en commentaren. Het laat zien hoezeer het thema leeft. Maar weten we eigenlijk wel wát kinderen over gender leren en wie dat bepaalt? En hoe vrij kunnen wij hierover spreken en schrijven?
Vier jaar geleden (2022) verscheen mijn eerste kritische artikel over gender. Twee ex-collega’s hebben toen bij mijn werkgever een formele klacht ingediend en aangedrongen op mijn ontslag. Gelukkig hield de directie het hoofd koel en verdedigde mijn recht op vrijheid van meningsuiting. Beter Onderwijs Nederland (BON) doet dat vandaag ook door mij hier de gelegenheid te bieden om te spreken over biologische feiten die controversieel zijn geworden en over ideologische beïnvloeding die niet bevraagd mag worden.
Onder de vlag van seksuele vorming is er de afgelopen jaren een Trojaans paard het onderwijs binnengeslopen dat ‘gender’ heet. Maar wat is dat eigenlijk? Professor Kathleen Stock schreef er een heel boek over, ‘Material Girls’. Over hoe het Engelse begrip gender veranderde van betekenis: eerst een preuts woord voor geslacht (omdat ‘sex’ in het Engels immers ook de geslachtsdaad betekent).
In de jaren zeventig gebruikten feministen het om stereotiepe sekserollen voor vrouwen en mannen mee aan te duiden en te onderzoeken. In de jaren negentig, toen op de universiteiten ‘vrouwenstudies’ werd omgedoopt tot ‘gender studies’, werd het steeds vaker gebruikt om een gevoel over je geslachtelijke lichaam mee aan te duiden. Tegenwoordig is het synoniem aan genderidentiteit, iets wat al bij geboorte vast zou liggen en kan afwijken van je geslacht. In dat geval is de suggestie dat je je geslacht kunt laten aanpassen aan je genderidentiteit.
Voor het bestaan van een genderidentiteit bestaat echter geen enkel wetenschappelijk bewijs, noch een diagnose instrument om het te bepalen. Elke beschrijving ervan is slechts gebaseerd op regressieve stereotyperingen over vrouwen en mannen die nogal veranderlijk zijn.
Geslacht of sekse is echter wél onveranderlijk en nogal binair: vrouw of man. Dat zijn gewoon biologische feiten.
Het begrip gender en de bijgaande verwarrende taal zijn doorgedrongen tot in de leermaterialen, zelfs tot in de kerndoelen. In de SLO uitwerking van die kerndoelen staat: ‘Met het begrip Geslacht bedoelen we ‘gender’. Hiermee wordt zomaar het biologische begrip geslacht vervangen door ‘gender’, een begrip dat niet nader wordt gedefinieerd. De woorden ‘vrouw’ en ‘man’ zijn vervangen door ‘lichamen’.
Ook de lesmaterialen en handreikingen van organisaties als Rutgers, COC en Movisie waar scholen graag gebruik van maken, bevatten regelmatig taalgebruik dat biologische feiten verdraait, zoals bijvoorbeeld ‘Sekse (geslacht) kan variëren’ en ‘Kinderen krijgen bij hun geboorte een sekse toegewezen’. Dit zijn verkeerde voorstellingen van feiten. Geslacht varieert niet en wordt bij geboorte niet toegewezen maar geobserveerd. Het bestaan van zeldzame intersekse-variaties, zogenaamde DSD’s (minder dan 0,02%), is geen rechtvaardiging voor de ontkenning van een algemene biologische wetmatigheid.
De PO-Raad, de koepelorganisatie voor het basisonderwijs, wekt de indruk dat het benoemen van biologisch-realistische feiten ‘misinformatie’ zou zijn die bestreden moet worden. Bij gebrek aan eigen kritisch vermogen verwijzen ze naar Movisie die het zelfs ‘extreem-rechtse complottheorieën’ noemt. Hiermee worden mensen bang gemaakt om vragen te stellen. Critici die wel hun stem durven laten horen worden kaltgestellt.
Het hogere doel, ‘inclusie’, is het toverwoord dat hiervoor wordt misbruikt. Dat betekent bijvoorbeeld dat een jongen die zegt dat hij zich een ‘meisje’ voelt, door iedereen op school bevestigd moet worden met zijn nieuwe meisjesnaam, nieuwe voornaamwoorden en toegang tot ruimtes bedoeld voor meisjes. Deze meisjes wordt geleerd zich te voegen naar deze alternatieve ‘realiteit’. Hier begint de beschadiging van het zelfrespect van vrouwen.
Tegengas geven is lastig, zelfs voor doorgewinterde journalisten, want er is een enorme ‘soft power’ van beïnvloeding aan het werk. Deze derde partijen, zoals COC en Rutgers, worden niet alleen vrijwel volledig door de overheid gefinancierd, zij adviseren tegelijkertijd diezelfde overheid.
Op Europees niveau gebeurt hetzelfde. Door de EU zwaar gesubsidieerde activistische LHBTIQ+ organisaties als ILGA Europe, de jongerenorganisatie IGLYO en TransGender Europe, adviseren het Europese Parlement en de Council of Europe. Ze ontwikkelen en verspreiden handreikingen en trainingsmaterialen voor het onderwijs die bol staan van ‘GenderSpeak’. De bedragen die hiermee zijn gemoeid lopen in de tientallen miljoenen euro’s. Ook hier worden critici weggezet als extreem-rechts en zelfs fascistisch. Zo wordt elke vorm van discussie in de kiem gesmoord. Hier houdt onderwijs op, hier begint het uitrollen van een ideologie.
Na social media is de school steeds vaker de plek waarop kinderen in aanraking komen met het idee dat je van geslacht zou kunnen veranderen. Er staan inmiddels duizenden jongeren op de wachtlijsten van de genderklinieken, vooral meisjes. Maar ook jongens zijn slachtoffer. Ik sprak ouders van een jongen die geen toxische man wil worden en daarom verder als meisje door het leven wil gaan.
Voor alle duidelijkheid: een medische transitie van kinderen stopt de ontwikkeling van de puberteit, leidt tot onvruchtbaarheid, geen orgasme kunnen krijgen en tot ernstige algehele gezondheidsschade van botten tot brein. Onderzoek toont aan dat de wetenschappelijke onderbouwing van jeugdtransitie zeer zwak is.
Vorig najaar lanceerden wij Athena Forum, een Europees initiatief voor de bescherming van op geslacht-gebaseerde rechten, democratische waarden en politieke moed. Wij zijn vrouwen en mannen uit diverse Europese landen en wij zijn politiek onafhankelijk. De meesten van ons komen uit de vrouwenbeweging en de homo-emancipatiebeweging. Wij willen de stilte in de media en de politiek doorbreken door de schadelijke effecten van deze ideologie op vooral kinderen en vrouwen te benoemen, met onderbouwing van wetenschappelijke feiten.
Dit debat over gender gaat niet over links of rechts. Het gaat over vertrouwen in het onderwijs als instituut en over de verantwoordelijkheid van onderwijsprofessionals zoals u, voor de veiligheid van kinderen in een kwetsbare leeftijd. Zij mogen de vrijheid krijgen om gedragskeuzen te maken die roldoorbrekend zijn. Maar het is onze verantwoordelijkheid om grenzen te stellen en hen te leren de biologische realiteit van het menselijk lichaam te respecteren: de basis op orde met feiten, geen identiteiten.
Maakt u zich zorgen om de ‘Manosfeer’ in het onderwijs? Ik daag u uit u te verdiepen in de ‘Gendersfeer’ en uw eigen conclusies te trekken. Ik hoor graag van u.
Dank u voor uw aandacht.

Laat een reactie achter
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.