Op 7 december 2010 plaatste minister van Bijsterveldt een adviesaanvraag ‘Actieplan beter presteren’ bij de Onderwijsraad. Het was de dag waarop Pisa 2009 in de brievenbus viel en Nederland een paar plekjes daalde in een toplijstje voor prestaties van 3VO-ers.
Vandaag presenteerde de Raad zijn advies. [advies OR – 28 februari 2011]
De werkvloer was not amused over de superdocent!
Hier aanbeveling 1 uit het advies van de Raad:
- bevorder de kwaliteit van het onderwijsprogramma door meer focus De kwaliteit van het onderwijsprogramma is gebaat bij helderheid over zowel de te bereiken doelen als over de kennisinhoud die aan de orde moet komen. De raad stelt voor om scholen meer focus in het programma aan te laten brengen door aan de hand van de referentieniveaus de leervorderingen in de doorstroomrelevante vakken Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde aan het einde van het tweede leerjaar in kaart te brengen. Voor de andere vakken bepleit de raad meer focus door het bepalen van een gemeenschappelijke kern.
Een herziening van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs is gewenst en moet plaatsvinden in overleg met het vervolgonderwijs.
Een hopeloze poging. Onze kaaskopjes zullen deze race voorlopig verliezen zolang de ettertjes uit het verre oosten aangemoedigd door hun ouders blijven studeren een in dram- en drilsysteem, een fenomeen dat ook Dronkers boeide. [Dronkers-papers – The Higher…]
Lehrerin Ursula Sarrazin kaart het aan in de Bildungsrepublik Deutschland. [Maischberger – 25 januari 2011]
Enige weken later hetzelfde thema: Wie viel Härte braucht Erziehung? [Hartaberfair – 16 februari 2011]
Aanbeveling 4…
- waardeer getoonde kwaliteit Wanneer kwaliteit op alle niveaus wordt gestimuleerd, leidt dit naar verwachting tot hogere prestaties. Om dit goed tot uitdrukking te laten komen is het van belang dat de doelstellingen hoog en ambitieus liggen en dat getoonde prestaties ook worden gewaardeerd. Daarbij gaat het zowel om prestaties van leerlingen als ook van excellente leraren en om prestaties van scholen die excellente resultaten behalen.
… lijkt een aanmoediging voor de minister vooral door te gaan met de prestatiebeloning.
Uiteindelijk ook Nederlandse reacties op de dril-doctrine van Amy Chua. [YouTube]
In Rondom 10 wordt duidelijk dat zeer veel kneufelouders liever kiezen voor het aanmodder-concept van psycholoog Bart als voorbereiding op het vervolgonderwijs. [Rondom10 – 5 maart 2011]

Jessica Chen
Die Amerikaans-Chinese hoogleraar bepleitte een hardere opvoeding als het om het bereiken van uitstekende resultaten ging. Mijn hart ging open, hoewel ik minder hard zou willen zijn als deze mevrouw Chen.
Grootse prestaties vereisen altijd bloed, zweet en tranen.
Dat besef is door alle vernieuwers stelselmatig volledig genegeerd. Zij hebben ons steeds een wereld voorgesteld waarbij men volledig gekoesterd kon worden en toch hoge prestaties zou kunnen leveren. De praktijk liet zien dat dergelijke voorstellingen van zaken niet klopten.
Deze mevrouw Chen bewees maar weer eens dat het ‘ouderwetse’ onderwijs het goed had gezien: grote prestaties worden afgedwongen.
Ik vrees dat elke onderwijskundige hotemetoot nog steeds gelooft in ‘prettig en therapeutisch zwemmen in eigen water’, in combinatie met het leveren van grote prestaties.
Het Duitse weekblad Stern besteedde een degelijk artikel aan deze kwestie. Alle partijen kwamen aan het woord. Zelfs een jongeman die keihard werkte aan een balletopleiding (en daarvoor bijna alles wilde opgeven), hoewel zijn ouders hem daarin niet bijzonder stimuleerden. Dat soort jongeren zijn m.i. uitzondering. Ook psychologen die voor het ‘eigene’ wilden pleiten, en die de nadruk wilden leggen op persoonlijk welbevinden, werden aan het woord gelaten.
Voor de meesten geldt m.i. dat dwang noodzakelijk is: de zwakte van gemakzucht is immers een zeer menselijke.
De leerplicht is immers ook al dwang?
Overigens hoorde ik een hele middag lang een uitzending op radio Tirol, die helemaal was gewijd aan het onderwijs dat zo matig presteerde. Ook daar al. Het probleem blijkt dus Europees te zijn, zo vermoed ik. Het idealisme was immers toch ook Europees: dat hippie-idealisme.
stimuleren niet drillen
Inderdaad zijn er nogal wat onderwijskundigen die vinden dat toetsen een onmenselijke druk op kinderen legt, dat zitten blijven tot levenslange trauma´s leidt en een beetje selectie kinderen massaal aan de valium helpt. Ik vind het paniekvoetbal. Hotemetoten ? Hoor je mij niet zeggen.
Maar waar het ene hart openspringt bij de methoden van mevr. Chen krimpt het andere ineen.. Het lijkt wel of alleen nog maar in uitersten kan worden gesproken. Vind je dat er best meer dwang mag zijn en druk worden opgelegd, komen ze met dergelijke voorbeelden. Niet iedereen levert topprestaties. Denk ook eens aan het gemiddelde kind dat je niet met de karwats achter de piano moet jagen zoals de vader van Rachmaninoff deed en wat dit soort pedagogen kennelijk ook aanspreekt. Heeft alleen maar het tegenovergestelde effect. Gewoon flink huiswerk opgeven en controleren. Als we daar eens mee begonnen. Talenten onderkennen en stimuleren. Voorhouden wat er allemaal nodig is om werkelijk aan de top te komen. Die, zoals bekend nu eenmaal noodzakelijk smal is. Stimuleren inderdaad. Niet drillen. Overigens zou ik genoeg voorbeelden kunnen noemen van `toppers`die tegen de stroom in toch doorgezet hebben. En is wel eens onderzocht hoeveel afvallers er zijn door het drilmodel ? Het lijkt erop dat we steeds verder afdwalen van wat de oude Grieken als de grootste deugd beschouwden: maat houden in alles. Mijn antwoord op de vraag `moet onderwijs leuk zijn`is `onderwijs mag leuk zijn`.
toetsen en druk
Wat legt meer druk op leerlingen en studenten?
Twee keer per jaar een toets of zes keer per jaar een toets?
Hoe meer toetsen je hebt hoe minder een toets een momentopname is en hoe minder je afhankelijk bent van het toeval (welke vragen worden geselecteerd voor de toets?) en de vorm van de dag. Met zes toetsen per jaar (met gelijk gewicht) hoef je je geen zorgen te maken als je eens een keer een (zware) onvoldoende haalt, dat haal je gemakkelijk op.
Wanneer je elke schoolweek een toets zou moeten maken, een extreem voorbeeld ter duiding, dan kom je te weinig toe aan het in alle rust leren en werk je van toets naar toets toe. De waarheid ligt dus weer in het midden: niet te veel toetsen maar zeker ook niet te weinig toetsen. Er moet uiteindelijk hoe dan ook worden geselecteerd in het onderwijs, anders doet de maatschappij het wel maar op basis van heel andere criteria en op een hardere manier.
Streven naar schoolonafhabkelijke beoordeling
In principe moet een toets, proefwerk of tentamen aan de leerlingen of studenten die zich aan dat onderzoek onderwerpen in overeenstemming zijn met de eisen waaraan volgens de samenstellers de geëxamineerden moeten voldoen. Het kan dus zowel mogelijk zijn dat alle examinandi een voldoende hebben als dat zij allemaal een onvoldoende hebben. In de praktijk blijkt, zoals Postumus ontdekt heeft, zo’n 25% een onvoldoende te krijgen en haalt ook 25% een goed cijfer, misschien niet de eerste keer dat de toets wordt afgenomen maar wel na verloop van tijd. Wanneer op een school een toets wordt afgenomen waarmee de geschiktheid van een leerling voor een bepaalde studie wordt onderzocht of de prestaties van de docenten van een bepaalde school moet worden gemeten moet de postumusverdeling betrekking hebben op de gehele populatie van examinandi verdeeld over vele scholen verspreid door het land en niet op de betreffende populaties van de individuele scholen. Ik denk dat tweemaandelijkse toetsen niet aan die eis zouden kunnen voldoen en bovendien zou daardoor een ongewenste inperking van de vrijheid van de docent plaats vinden.
Seger Weehuizen
Drillen? Befehl ist befehl?
Zo wordt die discipline dus weggezet, als ‘befehl ist befehl’.
Terwijl de discipline van mevrouw Chua een grote betrokkenheid eist van de ouders; een grotere betrokkenheid dan het ‘laat maar waaien’ model.
Chua geeft een voorbeeld van een pianostuk dat steeds te moeilijk bleek voor haar dochter. Een stuk waarbij de linkerhand ritmisch niet synchroon loopt met de rechterhand.
De moeder bleef volhardend in haar eis: haar 7-jarige dochter moest het stuk kunnen spelen. Het leidde tot een langdurige strijd, waarbij met allerlei straffen werd gedreigd, en steeds maar oefenen en oefenen tot het moment dat zelfs de moeder begon te twijfelen aan de haalbaarheid van haar wensen.
Soms tot diep in de nacht bleef de moeder bij het moeizame studeren aanwezig en bleef dwingen.
Maar dan…
‘Then, out of the blue, Lulu did it. Her hands suddenly came together – her right and left hands each doing their own imperturbable thing – just like that.
Lulu realized it the same time I did. I held my breath. She tried it tentatively again. Then she played it more confidently and faster, and still the rhythm held. A moment later she was beaming.
“Mommy, look – it’s easy!” After that, she wanted to play the piece over and over and wouldn’t leave the piano. That night, she came to sleep in my bed, and we snuggled and hugged, cracking each other up.
When she performed “The Little White Donkey” at a recital a few weeks later, parents came up to me and said, “What a perfect piece for Lulu – it’s so spunky ans so ‘her’.”‘
Het is dus niet zomaar drillen: het is eerder een gezamenlijke strijd een bepaalde top te willen bereiken.
Maandje geleden
Al een maandje geleden verscheen er bij Intermediair een artikel over de steile opvoeding van mevrouw Chu. Ik startte er toen de volgende discussie over:
beteronderwijsnederland.net/node/7411
De Onderwijsraad is sleets geworden
Met dit laatste advies van de Onderwijsraad in de hand, is het toch niet moeilijk om voor te stellen de Raad met onmiddellijke ingang op te heffen. Een advies met een indrukwekkende literatuurlijst (daar ben ik wel gevoelig voor), maar een tekst die vooral uit gemeenplaatsen bestaat.
Tot de gemeenplaatsen reken ik gemakshalve ook maar de voorstellen om meer te gaan toetsen, diagnostisch, om de kwaliteit te verbeteren, en dat later gestandaardiseerd te doen, enzovoort. Het heil komt uit de prestatie-indicatoren, individueel, klassikaal, leraren, scholen. Toch? Of liever niet?
Een onverwacht kijkje in het denken binnen de onderwijsraad biedt het volgende artikel, geschreven door een lid van de onderwijsraad, die dat niet als lid van de onderwijsraad tekent, maar als hoogleraar (arbeidseconomie en sociaal beleid, Maastricht). Nee, Borghans is als hoogleraar niet deskundig op het gebied van toetsen, maar ervaringsdeskundigheid moet toch voldoende zijn?
uitkomsten verbeteren het onderwijs… ESB 96(4604), 18 februari 2011, 116.
Borghans wil meer openheid van het Cito, dus liefst geen private onderneming, maar een publiek instituut. Prima, dat is ook nodig gezien de machtspolitiek van het Cito rond de reken- en taaltoetsen voor de pabo.
Minder mooi: Borghans wil meer toetsen, slimmere toetsen, met inzet van ict en wat niet al, om zo de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dat idee zit dus ook in het advies van de OR van vandaag. De Onderwijsraad is helemaal de weg kwijt. Zelfs als die toetsen op zich al zouden deugen, wat ze beslist niet doen, werkt dit getoets niet op de geïdealiseerde manier van de OR.
Ik ben hier fel op, het is zo ongelooflijk schadelijk voor het onderwijs.
Moet zijn: Amy Chua
De genoemde Jessica Chen blijkt een Brabantse volgeling van de Amerikaanse hoogleraar Amy Chua. ” Tijgermoeder’ noemt men dergelijke Chinees ambierenden.
Discipline, gehoorzaamheid en ambitie, zijn de hoofdkenmerken.
In mijn jeugd waren dergelijke noties ook volstrekt normaal.
De vernieuwers hebben leerkrachten en ouders met dergelijke ambities echter verklaard tot mensen die doen aan ‘kindermishandeling’.
Dat woord ‘kindermishandeling’ bleek effectief. Geen enkele ouder en meester of juf wil algemeen worden beschouwd als een kindermishandelaar.
En daardoor hebben zij hun eisen massaal maar losgelaten.
Mede, omdat zij zelf ook geloofden in ‘love and piece’, ook in het onderwijs.
Amy Chua
Deze Amy Chua wijst ons weer op noties die ook in het westen ooit gangbaar waren. Noties die het westen tot grote welvaart en ontwikkeling hebben gebracht. Maar sinds de hippie-tijd wil het westen nu vooral genieten van de verkregen rijdommen en sukkelt dus is.
Voor de 60 plussers waren dergelijke eisen onderdeel van het (school) leven. Dat zij massaal hippies werden, had minder te maken een ‘generatiekloof’ of een ‘zich natuurlijk afzetten’, dan met het aanhangen van een ideologie.
Amy Chua:
‘Wat Chinese ouders begrijpen is dat niets leuk is totdat je er goed in bent. Of ergens goed in te worden moet je werken, en kinderen willen vanuit zichzelf niet werken, waaarom het belangrijk is hun eigen voorkeuren niet tot standaard te nemen.
Dit vereist vaak dwang van de kant van de ouders omdat het kind zich wil verzetten; bij het beginnen is altijd alles het moeilijkst, en daar neigen westerse ouders ernaar om op te geven. Maar als het goed wordt gedaan, levert de Chinese strategie een voordelige vicieuze cirkel op.
Vasthoudend oefenen, oefenen, oefenen is noodzakelijk voor ‘excellence’; stugge herhaling wordt onderschat in Amerika.
Wanneer een kind in iets begint uit te blinken – of dat nu wiskunde, piano spelen of ballet is – krijgt het lof, bewondering en tevredenheid. Dit geeft weer vertrouwen en maakt leuk wat in het begin niet leuk leek. Dit op zijn beurt maakt het voor de ouder weer gemakkelijker het kind aan het werk te zetten.’
Ik vind dat het onderwijs weer terug moet naar die discipline.
Daarom ging mijn hart open.
Deze mevrouw verbiedt haar kinderen televisie, schooltoneel, computerspelletjes, weekendkampen. Ik zeg niet dat we haar voorbeeld moeten volgen, maar het verbieden van allerlei hedonisme maakt wel tijd vrij om weer eens resultaatgericht aan lesprogramma’s te werken.
Is de top die moeite waard?
Dat is eveneens een probleem geworden voor het onderwijs: op grote schaal werd twijfel gezaaid aan het nut van te bereiken toppen.
Werden er grote inspanningen verricht om kinderen te leren ontleden, werd het doel, het ontleden, onbelangrijk gevonden.
Hadden kinderen na grote inspanningen zich een fraai handschrift eigen gemaakt, werd het beheersen van zo’n fraao handschrift nutteloos gevonden.
Dat wordt lastig natuurlijk: als het doel waar je voor werkt wordt betwijfeld en zelfs tijdens de wedstrijd wordt veranderd.
Dat is een goede manier om alle streven te neutraliseren.