Het onderwijsbeeld en de publieke opinie worden bepaald door uitersten. Een dialoog tussen mensen die vanuit verschillende paradigma’s naar onderwijs kijken lijkt nauwelijks mogelijk. Van Herpen doet in het tijdschrift Onderwijsinnovatie toch een poging. Lees het artikel (pdf, pagina 37 e.v.).
Reacties zijn gesloten.

Er speelt nog iets anders
Eerlijk gezegd vind ik dit artikel nogal oppervlakkig. “Er zijn twee uitersten en die maken zich allebij schuldig aan karikaturale voorstellingen van de ander en ze communiceren allebij slecht.”
Typisch de Pavlov reactie op een probleem in Nederland. Twee kijven, twee schuld. We gaan aardiger voor elkaar worden en stoppen met kissebissen. Iedereen heeft gelijk en iedereen is gelijk. Er wordt voorbij gegaan aan een inhoudelijk beargumenteerde discussie.
Ik mis die inhoudelijke discussie nog steeds. Ik heb nog steeds geen steekhoudende agumenten gehoord van de HNL aanhangers. En dat ligt niet aan het feit dat ik nu eenmaal een ander idee aanhang en niet gevoelig zou zijn voor de andere argumenten. Men hanteert drogredenen zoals we hier telkens objectief hebben kunnen vaststellen. In essentie is het gewoon een kwestie van logische redeneringen. Die kun je objectief vaststellen. “De wereld verandert, dus moet HNL ingevoerd worden” is simpelweg geen acceptabele redenering. Niet omdat ik het er niet mee eens zou zijn, maar omdat het geen redenering is.
Een ander aspect van het verhaal: “laten we allebei doorgaan waar we mee bezig zijn” (de laatste zin). Suggereert ook een gelijkheid die er niet is. Veel docenten hebben niet de gelegenheid om door te gaan waar men mee bezig is. Die worden verplicht om te veranderen in een ongewenste richting. Er is sprake van sterke machts ongelijkheid op individueel niveau en tegelijkertijd van een sterke eenzijdigheid op landelijk niveau. Ik heb niets te vertellen tov mijn baas en heel nederland moet aan HNL.
Nog een artikel
29_4_1945 schrijft: “Eerlijk gezegd vind ik dit artikel nogal oppervlakkig”. Dat ben ik niet met hem eens, maar dat komt misschien, omdat ik ook dit artikel van Marcel van Herpen heb gelezen. Bron: website van de UNIENFTO.
Het Nieuwe Leren
We all love to instruct, though we can teach only what is not worth knowing. .J.Austen.
Het Nieuwe Leren heeft mij opgezadeld met meer papierwerk: waslijsten met competenties moeten worden ingevuld. Mij bekruipt vaak het gevoel, dat je moet oordelen over studenten op grond van subjectieve, zachte criteria. Je moet je als docent steeds meer opstellen als halve of hele psycholoog.
Het gaat niet meer om meten van kennis en (hand)vaardigheden.
Spagaat
Competenties kan je niet meten. Er zijn meestal wel indicatoren die er op zouden KUNNEN wijzen dat een student werkt of gewerkt heeft aan zijn/haar competenties, maar eigenlijk worden competenties pas zichtbaar in de praktijk… Afvinklijsten met competenties is gewoon onzin.
Des te erger
Dat is des te erger, omdat binnenkort de hele examinering (voorzover je dat nog zo mag noemen) door middel van “Proeven Van Bekwaaheid” in het MBO hierop gebaseerd gaat worden.
En ook omdat dit niet één keer maar voortdurend moet plaatsvinden in het kader van “Doorlopende Leerlijnen” (excusez les mots).
Exact
Er wordt weer veel onzin gedebiteert door een HNL aanhanger. Ik zal op 1 punt ingaan.
De vereniging BON heeft veel leden die afkomstig zijn vanuit de exacte wetenschappen.Dat houdt onder andere in dat de argumentatie van BON over het algemeen niet gebaseerd is op de ontwikkelings- en motivatiepsychologie. En die bibliotheek is de afgelopen honderd jaar toch aanzienlijk gevuld.
De aanhangers van het ‘nieuwe leren’ baseren zich juist voornamelijk op de zich voortdurend ontwikkelende inzichten in de menselijke ontwikkeling.
Nu ben ik 1 van die exactelingen. Als ik de claims van de aanhangers van Het Nieuwe Leren natrek bij psychologen of hersenwetenschappers dan blijkt keer op keer dat de Het Nieuwe Leerders onzin debiteren: wat zij beweren als ‘gebaseerd op psychologisch onderzoek’ is niet zelden volstrekt in strijd met wat uit psychologisch onderzoek blijkt. Zie bijvoorbeeld dit artikel van Herbert Simon.
@mark 79
Hierbij wil ik aanvullen dat ik geen beta ben maar klinisch psycholoog. Verstand heb van ontwikkelingspychologie en onderwijspsychologie en in die hoedanigheid nog geen enkel steekhoudend psychologisch argument van de HNL aanhangers heb mogen vernemen. Laat staan dat ik daar dan op kan reageren. Integendeel hun theorieen zijn een ratjetoe van aannames, mogelijkheden, rare theorieen die reeds lang weerlegd zijn en een mengeling van oude niets aan onderwijs toevoegende pseudo psychologische theorieen overgoten met een sausje van zweefliegerij en tsjakka. Al te veel beginnen hun redevoeringen en verzinsels met een toespeling in de zin van “het schijnt dat….” Welnu ik mag ze gerust stellen, de zon, schijnt ook.
Vormingswerk en Nederlands
Is een achtergrond als vormingswerker en Nederlands gestudeerd hebbend minder verdacht?
Niet exact
HNL is uitgesproken niet-exact en heeft met haar geneuzel vooral de exacte vakken grote schade berokkend.
Dat verklaart de weerstand uit die hoek en het onderstreept de zwakte van de HNL-profeten dat ze dat als verwijt hanteren.
Het is toch ook gewoon onwaar?
Er zitten bij BON ook vrij veel talendocenten. En onze voorman -notabene- is een continentaal filosoof!
Kortom: alleen al het feit dat deze bewering zomaar uit de mouw geschud wordt, doet ons vrezen dat zij wellicht ook andere dingen uit haar mouw schudt. Alhoewel ik dat niet exact bewijzen kan. QED.
Dit is ook een leuke:
En hoe schrijnend moet het zijn voor de initiatiefnemers van de vereniging BON dat hun beweging niet louter bestaat uit enthousiaste, passievolle vakdocenten, maar ook uit docenten die onder het mom dat hen ‘het vak is afgenomen’,nauwelijks in staat zijn met leerlingen te communiceren? Voor deze groep van docenten geldt niet dat het veranderende onderwijssysteem hen van hun ‘troon geworpen’heeft,maar dat hun starre,niet-geïnteresseerde houding ten opzichte van hun leerlingen hen opgebroken heeft.
Alsof alle voorstanders van HNL uitsluitend enthousiaste, bevlogen vakdocenten zijn. Daartussen zitten zonder enige twijfel ook luie [ZELFCENSUUR] die het coach-zijn wel best vinden omdat ze dan vrijwel niets hoeven te doen voor hun salaris. Waarom zou Marcel van Herpen zo polariseren? Gebrek aan argumenten misschien?
Polariseren? Schimpscheuten!
Was het maar polariseren, dan had je tenminste een echte discussie.
Die starre ongeïnteresseerde houding t.o.v. onze leerlingen (hoe weet hij dat zo goed? Is hij bij onze lessen aanwezig?) is niets anders dan een volstrekt ongefundeerd waardeoordeel over iets wat hij onmogelijk kan weten.
Het woord ‘communicatie’ is volkomen inhoudsloos en betekenisloos en wordt dan ook graag ingezet bij gebrek aan echte argumenten. Wat betekent het als wij zeggen dat Marcel van Herpen ‘nauwelijks met leerlingen kan communiceren’?
Andere waardeoordelen hebben altijd twee kanten: wat de een consequent noemt, noemt de ander star; wat de één eigenwijs noemt, noemt een ander onafhankelijk of kritisch; wat de een idealistisch noemt noemt de ander wereldvreemd, wat de een soepel noemt, noemt de ander slap (oh, pardon, soft zeggen we tegenwoordig). Met dergelijke waardeoordelen zeg je dus maar heel weinig.
Samengevat: deze figuur doet überhaupt weinig concrete uitspraken, en wat hij wel zegt is vooral bedoeld om sfeer te maken. Schelden is het nog net niet, maar de stemming zit er al goed in.
Verbale onderwijsoorlog, ter overdenking
In OnderwijsInnovatie van juni 2007 staat vanaf blz. 37 het artikel: “Niet nieuw of traditioneel leren” van Marcel van Herpen. Een stukje er uit ter overdenking:
“Terug naar de discussies over het ‘nieuwe leren’. Mijn stelling is dat de polemiek tussen de voor- en tegenstanders grotendeels onzinnig is,en dat geldt ook voor het niveau waarop geargumenteerd wordt. De vereniging BON heeft veel leden die afkomstig zijn vanuit de exacte wetenschappen. Dat houdt onder andere in dat de argumentatie van BON over het algemeen niet gebaseerd is op de ontwikkelings- en otivatiepsychologie. En die bibliotheek is de afgelopen honderd jaar toch aanzienlijk gevuld. De schooltijd waar de BON’ers zelf zo tevreden op terugkijken,verhoudt zich slecht tot de lagere niveaus van het hedendaagse onderwijs. De aanhangers van het ‘nieuwe leren’baseren zich juist voornamelijk op de zich voortdurend ontwikkelende inzichten in de menselijke ontwikkeling. De schooltijd waar zij op terugkijken heeft veel frustraties blootgelegd.
In de discussies over het ‘nieuwe leren’verworden denkbeelden tot dogma’s en principes. En met principes valt niet te discussiëren. Voor een goede en zinvolle dialoog is een kennisbasis vereist;een context waarbinnen mensbeelden en ontwikkelingspsychologische opvattingen verstaan worden. Dat is in de verbale onderwijsoorlog nu niet aan de orde.De discussie wordt daardoor onzinnig, de dialoog onmogelijk.” Lees verder…., blz. 37 e.v.
Dat klopt niet
Men heeft kennelijk het forum toch oppervlakkig gelezen en niet gezien dat we hier regelmatig verwijzen naar onderzoek van neuropsychologen en neurobiologen die juist aantonen dat pubers zich in een ontwikkelingsfase bevinden waarin ze vooral behoefte hebben aan structuur en het leren plannen. Plannen leer je leerlingen niet door ze in het diepe te gooien, zoals je op die manier ook niet kunt leren zwemmen. Je zult leerlingen moeten begeleiden en dus lesgeven in de bovenbouw.