Het oude leren hoeft niet weg

kopt Trouw in de krant van 20 februari. Hierin komt hoogleraar digitale didactiek Simons uitgebreid aan het woord. Simons stelt dat leerlingen nu anders leren onder invloed van de digitale media waar ze gebruik van maken. Verder valt hij collega Greetje van der Werf aan: zij zou een karikatuur schetsen van HNL.

zie hier

24 Reacties

  1. Zo laat op de avond lijkt het mij wel een goed verhaal
    Wat Simons hier zegt lijkt mij de moeite waard. Ik heb het met genoegen gelezen. Morgen is er weer een dag. Dat is het leuke van deze omgeving, en ook in een Elektronische Leeromgeving is dat het geval, je kunt zien wanneer iemand iets heeft bijgedragen.

    • Simons lijkt gematigd
      Hij zegt met zoveel woorden dat kennisoverdracht wel degelijk belangrijk is. Dat betekent dat zijn visie op HNL iets is, waar in ieder geval zinnig over gesproken kan worden. Maar ik blijf erbij dat HNL aantoonbaar beter moet zijn voordat je op relevante schaal iets dergelijks gaat invoeren. Van der Werf betoogt dat dat niet is aangetoond en Simons valt haar daarbij bij.
      Ook heeft Simons het in het geheel niet over de veranderende rol van de leraar, van leraar naar coach. Die verandering wordt zo’n beetje door elke HNL-er betoogd.
      Kortom: er is weinig op tegen om met Simons te praten over wat goed onderwijs is en wat niet. Wellicht dat we daar in niet eens zoveel zouden verschillen.
      Het gevaar ligt daar waar aan die mening het HNL concept wordt gekoppeld. Dat is werkelijk dodelijk.

      Tenslotte heeft ook Simons het over de veranderende manier waarop kinderen zouden leren. MSN-nen en SMS-en. Ik geloof daar helemaal niets van. Ik ken veel MSN-nende en SMS-sende studenten, maar bij het begrijpen van wiskunde en bij het lezen van een gedicht helpt die vaardigheid geen ene milimeter. Dan is het noodzakelijk dat ze zich concentreren en in stilte werken en nadenken. Net als altijd het geval was.

      Als men aantoont dat leerlingen al msn-end sneller de wiskunde begrijpen, een opstel schrijven of een juister beeld van de geschiedenis krijgen, dan wil ik er over praten. Maar in de praktijk merk ik enkel het tegenovergestelde.

      • Twee onderwijskunde kampen
        Het artikel spreekt (in het blauwe stukje) van twee kampen in de onderwijskunde. Het kamp van het grootschalig kwantitatief onderzoek doen naar de effectiviteit van onderwijs (waar Van der Werf toe behoort) en het kamp van innovatie op grond van onder meer onderwijspsychologische theorieën (waar Simons zich toe rekent). Simons zegt dat deze twee kampen nauwelijks met elkaar in dialoog komen.

        Beste professor Simons, ik kan u vertellen hoe dat komt. Die vernieuwers zijn helemaal niet geinteresseerd in de vraag of hun vernieuwing een verbetering is. Hun geloof vertelt hen dat het zo moet.

        Ook prof Simons komt in het artikel niet met goede argumenten waarom de vernieuwingen die hij voorstaat verbeteringen zijn. Hij haalt alleen een aantal bekende drogredenen aan.

        Maar als prof Simons serieus in discussie wil, graag.

      • Simons gematigd?
        Gut, ik dacht dat deze “theoreticus” van HNL op deze site wel bekend was.
        Voor deze kampioen van het vrijzwevende genre van de hogere cognitieve vaardigheden kan het niet meta genoeg zijn. Singlehanded heeft hij de wereld verrijkt met tientallen nieuwe meta-metacognitieve vh. Misschien dat daar eens een mythe aan moet worden besteed.
        Maar ik begrijp dat hij nu de bakens aan het verzetten is; even verstandig als misselijk, een typische derdewegger: kennis blijft belangrijk, maar procesvaardigheden kunnen wel degelijk met profijt worden geleerd.
        Met zulke lamme uitspraken kun je hoogleraar worden in Nederland Kennisland. Een andere keer meer over Simons en de zijnen.
        Willem Smit

  2. vaardigheden
    Simons hoort die geluiden ook van werkgevers. „Die hebben liever een werknemer die iets goed kan uitleggen dan iemand die foutloos Nederlands spreekt, liever iemand die zelfstandig werkt dan iemand die veel weet. Vaardigheden worden dus belangrijker.”
    Foutloos Nederlands spreken is blijkbaar geen vaardigheid meer? Probeer maar eens iemand iets “goed” uit te leggen in gebrekkig Nederlands…
    En liever iemand die zelfstandig werkt dan iemand die veel weet? Ik dacht dat we juist naar een ‘kenniseconomie’ toewerkten?
    Ik ben het wel met Simons eens dat het goed is om de discussie te gaan voeren over wát leerlingen precies moeten leren. Ik verheug me erop!

    • ‘liever iemand die zelfstandig werkt dan iemand die veel weet’
      Meestal valt dat samen.
      Wie weinig weet moet veel vragen en is dus niet zelfstandig.

      • wie veel weet
        kan het wel eens beter weten dan de baas en zal niet zonder meer elke gekregen opdracht “zelfstandig” uitvoeren

        • en dan …
          En dan is het een vaardigheid de baas te overtuigen. Het is een goede zaak dat je dat al vroeg geleerd hebt. Zoals een van mijn studenten het verwoordde: “Al ben je een geniaal persoon wat betreft kennis en je ontwikkelt een super idee, maar tijdens een vergadering laten ze je niet uitpraten over je idee en jij hebt niet het lef om er tegen in te gaan. Dan zul je nooit ver komen en wordt je idee nooit onder de loep genomen. Als je met competenties bezig bent geweest weet je hoe je van je af moeten bijten en hoe ze zoiets moet aanpakken. Je zegt dan tegen de andere mensen tijdens de vergadering of je eerst mag uitpraten om je idee uit te leggen en dat er daarna over gediscussieerd kan worden. Zo zie je maar dat wanneer je niet over goede competenties beschikt en je eigen kennis over kennen, kunnen en persoonlijkheid onvoldoende is, soms verborgen talenten ook verborgen blijven. Met een woord vind ik dit zonde.” Zie ook dit forumonderwerp.

          • Hoezo ‘competentie’?
            Dat je de vaardigheid moet bezitten om een idee “aan de man te brengen” lijkt me evident. Het lijkt er nu op dat deze student vindt dat je die vaardigheid uitsluitend via het ‘competentiegerichte onderwijs’ zou kunnen (aan)leren. Wat zou deze student eigenlijk verstaan onder ‘over goede competenties beschikken’?

            Marten

          • Best gp61
            louter uit nieuwsgierigheid, hoor: maar als de letter ‘b’, ’61’ waard is, wat is dan de waarde van de ‘g’ en de ‘p’?

            En heeft deze ’61’ nog een symbolische betekenis, zoals het beroemde, almaar verspringende jaartal van 1945, of moeten we er niets achter zoeken?

    • En, dan, dus, reeds, ook, nog
      En NOG liever een werknemer die iets goed kan uitleggen EN iemand die foutloos Nederlands spreekt, NOG liever iemand die zelfstandig werkt EN iemand die veel weet. Vaardigheden ZIJN OOK belangrijk.”

    • Nog zo’n tegenspraak
      Die hebben liever een werknemer die iets goed kan uitleggen ….dan iemand die veel weet.

      Men heeft weinig uit te leggen als men niet veel weet.

  3. Hoogleraar Simons..
    …..kan wel beweren dat het Nieuwe Leren wél werkt, de praktijk leert ons anders.
    Daarvan is de massale opstand van leraren én leerlingen tegen het Nieuwe Leren het beste bewijs.

    • Nieuwe Lerens
      Leraren zijn altijd al bezig geweest om nieuwe werkvormen te gebruiken. Dat gebeurde lang voor de term “nieuw” in zwang kwam. Die term “werkvormen” hoort bij leraar-gestuurd onderwijs.
      Echt nieuw is het “Onderwijs Opgevend Onderwijs”, waarbij de Nieuwe Uitgeschakelde Leraar (de NUL) terzijde staat en verbijsterd toekijkt wat de leerling met dat toetsenbord en dat schermpje uitspookt. Dat onderwijs wordt ideologisch gelegitimeerd door de onderwijskundigen die daarvoor bepaalde interpretaties van van het “constructivisme” gebruiken, een onderwijsfilosofie waarin ook waardevolle inzichten van de cognitieve leerpsychologie zijn verwerkt. (Daarom kun je niet het hele constructivisme-idee van tafel vegen). Als de leraar uitgeschakeld is, komt er niets meer van onderwijs terecht zoals het KPC laat zien in haar beruchte brochure “Onderwijs maken” met de veelzeggende subtitel “van onderwijs geven naar leren”. Daar verzetten wij ons terecht hevig tegen. En daar bestaan ook, in weerwil van wat Simons zegt, geen misverstanden over.
      De vraag is nu hoeveel scholen deze weg ingeslagen zijn. In het MBO is dat duidelijk. In het voortgezet onderwijs lijkt het zichnog steeds uit te breiden. Weliswaar is Slash21 opgegeven (“geïntegreerd in de grote school” zei een bestuurder in het Schoolblad), maar ik krijg signalen dat er scholen in Utrecht (najaar 2006, ervaringen van een nichtje dat daar stage liep) en Amsterdam (voorlichtingsavond van een nieuw gymnasium waar mijn ex-collega vakdidacticus een paar dagen geleden verbijsterd wegliep) er alsnog mee begonnen zijn of op het punt staan het door te voeren.
      Het wordt tijd dat we in kaart krijgen hoeveel scholen in Nederland, van welke type, er mee aan de slag zijn en waar die scholen zich bevinden.
      En dan moeten we een voorlichtingscampagne beginnen voor de argeloze ouders.

      • wel nondeju
        ga “gewoon lesgeven” en “doe niet zo raar”.
        toetsfout: nondeju is onderriviers voor nom de dieu.

      • Start inventarisatie
        Uit het jaarplan 2004 van de katholieke Scholenstichting Utrecht (KSU):

        “In 2008 moeten op alle KSU-scholen elementen te vinden zijn van ‘Het Nieuwe Leren’. Zo luidt althans een van de doelen in het strategisch beleidsplan 2004-2008.”

        Onze school is helaas proeftuin ;(

        • HNL komt van onderop
          Maar vergeet niet: Het Nieuwe Leren komt van onderop. Niets is opgelegd: kinderen, ouders en leraren vragen er zelf om. Right!

          Ik neem aan dat alle katholieke basisscholen in Utrecht van de KSU zijn? De openbaren en protestanten zullen wel een soortgelijk strategisch beleidsplan hebben waarin ze hetzelfde zeggen. Overal in Utrecht dus van bovenaf verplicht ‘elementen van HNL’?

    • re Simons
      Re Simons
      Inderdaad gp61, ik neem m’n oordeel over Simons terug. Ik heb je advies opgevolgd en moet toegeven dat de man zijn bakens helemaal niet heeft verzet, het is nog dezelfde kletsmeier. Heb je zelf de publikaties die je aandraagt gelezen?
      Hier een paar citaten uit het artikel: Het leerlandschap van organisaties (2006).

      “Het onderzoeken
      Onderzoeken, het zoeken naar de ‘waarheid’, informatie, kennis, door middel van vragen is een activiteit die we ons hele leven beoefenen. Het is het proces van data omzetten in relevante, bruikbare kennis en daarmee is het ook een proces van betekenisgeving (Bransford e.a. 1999, Barell, 1998, Bruner, 1987). Onderzoek vraagt om een hoge mate van interactie tussen de onderzoekers, het domein van onderzoek, bronnen van onderzoek en onderzoeksomgeving.

      Het actief leren uit onderzoek (Suchman, 1986, Schwab, 1965, Massiola en Cox, 1966) ontstaat door:
      • het handelen op basis van nieuwsgierigheid en interesse;
      • het ontwikkelen van vragen;
      • het doordenken van tegenstellingen en dilemma’s;
      • het analyseren van de problemen;
      • het onderzoeken van eigen vooronderstellingen en voorkennis;
      • het ontwikkelen, verhelderen en testen van hypotheses;
      • het herleiden en afleiden van mogelijke oplossingen en
      verklaringen.

      Onderzoeken heeft te maken met ‘kennis nemen’ van onderzoeksresultaten en theorieën en met ‘kennis maken’, het verrichten van onderzoek op zich. Het onderzoeken betreft dus alle activiteiten die erop gericht zijn nieuwe kennis, inzichten of vaardigheden op te doen.
      ……
      De basisvraag bij deze oriëntatie is: Hebben we wel voldoende kennis en inzicht in huis?”

      Mijn antwoord was en blijft: nee.
      Willem Smit

    • Nieuw? leren
      Ik heb een paar van zijn geschriften doorgelezen. Voorzover ik door het geprietpraat heenkom bestaat HNL uit:
      doe het voor / laat het nadoen / kijk of het goedgaat / corrigeer waar nodig / laat ze zelf oefenen.
      Dat is toch gewoon HOL; Het Oude Leren? Of heb ik het weer niet begrepen?

    • Karikatuur om zeep helpen
      Heel benieuwd ben ik naar het artikel van Simon, getiteld “Hoe je een karikatuur van het nieuwe leren om zeep helpt. Pedagogische Studiën, 83(1), 81-85.”. Helaas is dat zo ongeveer het enige artikel waar geen link van beschikbaar is ……

      Marten

      • Vermunt heeft het over de lerarenopleiding
        Vermunt heeft het over de lerarenopleiding in zijn oratie “Docent van deze tijd: Leren en laten leren”, aan de Universiteit Utrecht, op vrijdag 24 maart 2006. Hij refereert wel naar Simons, maar dan in de zin van:
        “Een gemeenschappelijk kenmerk van veel huidige onderwijsvernieuwingen is dat het de introductie van onderwijsvormen betreft die proberen actief, betekenisgericht, toepassingsgericht, zelfstandig en samenwerkend leren van leerlingen te bevorderen. Enerzijds omdat wordt verondersteld dat de kennis die op die manier wordt verworven beter beklijft, beter wordt begrepen, en bruikbaarder is in contexten waarin ze moet worden toegepast. Anderzijds omdat dergelijke manieren van leren beter voorbereiden op een leven waarin mensen nooit uitgeleerd mogen raken. Op de vraag of dat ook zo is wil ik vandaag niet ingaan, die discussie wordt momenteel op vele andere plaatsen gevoerd, bijvoorbeeld in het laatste nummer van Pedagogische Studiën over het nieuwe leren (Van der Werf, 2006; Simons, 2006; Stevens, 2006; De Jong, 2006).”
        Wat in de oratie wordt gezegd vind ik wel verhelderend en draagt bij aan mijn menigsvorming, vandaar dat ik het hier neer zet (de link dus).

        • Vermunt.en fois gras
          Ik heb geprobeerd de oratie van Vermunt te lezen. Maar eerlijk gezegd kom ik er niet doorheen. Zomaar een zin:

          Van Eekelen (2005) ontwikkelde verschillende interventies voor docenten die
          verschilden in fase van leerbereidheid over samenwerkend leren. Voor docenten die
          niet inzagen waarom ze zouden moeten leren, werd een individuele interventie ontwikkeld
          gericht op het veranderen van hun visie op samenwerkend leren

          Kennelijk zijn er fasen van leerbereidheid over samenwerkend leren. Eerst wil ene docent er niet aan, maar gelukkig, die fase gaat voorbij. En om dat voorbijgaan een beetje te stimuleren heeft van Eekelen interventies ontworpen.
          Lukte het dan nog niet, dan werden individuele interventies ontworpen.
          Jakkes: docenten die niet inzien waarom ze dat moeten leren. Fout van die docenten. Het is voor hun eigen bestwil om dat wel te leren.

          of deze:
          Betekenisgerichte docenten-in-opleiding die zich richten op externe
          sturing hebben ondersteuning nodig bij het leren zelf betekenis te verlenen aan de
          werkelijkheid. Zelfsturende betekenisgerichte docenten-in-opleiding zijn juist
          gebaat bij een faciliterende en flexibele leeromgeving met ruimte voor interessegestuurde
          verdieping.

          Ik word zowel verdrietig van het taalgebruik (“betekenis verlenen aan de werkelijkheid”.. ghee heeft die werkelijkheid even geluk, kreeg zomaar betekenis.. jakkie) , als van de oneindige herhaling van belangwekkende onderzoeken, maar nog het meeste van de fois gras trechtermethode.

Reacties zijn gesloten.