Bekostiging van voldoende en kwalitatief goede lestijd

Keuzewerktijd, stiptijd (of welke naam je daar aan geeft) mee laten tellen als onderwijstijd voor de leerlingen, mag alleen als de leerling gelegenheid heeft om de begeleidende docent om hulp te vragen. Dat mag geen leraar op loopafstand (l.o.l.-uren) ergens in het gebouw zijn. Als een kwt-uur in het taakbeleid maar voor de helft meetelt met als rechtvaardiging dat de leerlingen zelfstandig werken (en dus geen hulpvragen hebben), kan dat uur ook niet meegeteld worden als onderwijstijd voor de leerling. Hier wordt blijkbaar tegen de docent verteld, dat hij er alleen maar bij hoeft te zijn en niets hoeft te doen, terwijl tegen de inspectie wordt verteld dat de docent de leerlingen begeleidt. Zolang de inspectie het verhaal van de schoolleiding accepteert en niet vergelijkt met het taakbeleid, zit de schoolleiding goed.
Al vele jaren krijgen de scholen te weinig geld van het ministerie om goed onderwijs te verzorgen aan klassen met een acceptabele groepsgrootte. Doordat er ook nog eens te weinig geld komt voor materiele kosten en je daar nauwelijks op kunt bezuinigen, worden directies wel gedwongen om naar creatieve oplossingen te zoeken. De meest voor de hand liggende oplossing is om te bezuinigen op dure onderwijstijd: minder wekelijkse lessen voor de leerlingen; minder dure leraren aanstellen (meer assistenten en minder LC en LD docenten); docenten meer lessen laten geven door sommige lessen maar half mee te laten tellen; groepen groter te maken; leerlingen zelfstandig laten werken en dat wel als onderwijstijd mee te tellen. De opsomming is niet volledig.
De bezuiniging die je zo krijgt is groot genoeg om het mindere geld van het ministerie op te vangen.
Een aantal schoolleiders ziet hoe eenvoudig die bezuiniging gaat en gaat nog een eindje verder met bezuinigen. Met het extra geld kun je als school allerlei leuke dingen doen : een paar extra managers; een overkoepelende raad van bestuur aanstellen (modern management); een wat groter kerstpakket voor het personeel; extra computers, beamers e.d.; de reserves wat laten groeien. Ook deze opsomming is niet compleet.
Dit alles valt mooi samen met allerlei nieuwe onderwijsvormen (hnl-competentie) die door onderwijskundigen aan de man gebracht worden. Dat geeft je als schoolleider een rechtvaardiging voor die bezuinigingen.
Nieuwe onderwijsvormen uitproberen op een aantal scholen en dat goed evalueren lijkt me noodzakelijk en nuttig. Helaas worden de nieuwe onderwijsvormen nu ingevoerd als bezuinigingen. Daardoor zijn ze op voorhand gedoemd om te mislukken. Niemand kan me uitleggen dat alleen aanwezig zijn bij een groep leerlingen er voor zorgt dat de leerlingen zelfstandig nieuwe kennis tot zich nemen of routine opdoen in al verworven kennis (afgezien van een heel enkele keer). Wie dat beweert heeft al heel lang geen groep leerlingen meer begeleidt. Steeds is er veel goed gekwalificeerde begeleiding nodig.
Wat mij betreft is dit een dubbel verhaal.
– Schoolleiders moeten wel allerlei bezuinigingen doorvoeren, ze hebben geen keus.
– Een aantal schoolleiders schiet door en bezuinigt verder dan noodzakelijk.
De oplossing voor het probleem lestijd en rendement lijkt me voor de hand te liggen.
– Geef scholen voldoende geld om voldoende volwaardige lessen (in welke vorm ook) te verzorgen.
– Controleer of de scholen voldoende kwalitatief goede lessen geven.
– Controleer de resultaten van de school (uitstroom, examenresultaten).
– Experimenteer hier en daar om te kijken of er betere vormen van onderwijs zijn.
Zolang niet aan de eerste voorwaarde wordt voldaan is het probleem onoplosbaar lijkt mij.