Zit wat in m’n archiefjes te neuzen en vind een EFA-notitie waaruit ik de belangrijkste passages licht. Het werkjaar is begonnen, men is topfit en wel tegen een stootje bestand.
Van statisch naar dynamisch:
opleidingsmodel EFA-EXPLO
1999
0. Vooraf
In november 1997 verleende de toenmalige minister aan de Educatieve Faculteit Amsterdam (EFA) de status van Experimentele Lerarenopleiding (Explo). (…….)
In de ‘Aanvraag Experimentele Lerarenopleiding’ (oktober 1997) hebben we uitdrukkelijk de noodzaak vastgesteld van een transformatie van het statische lineair geordende curriculum naar een opleidingsomgeving met een dynamisch karakter.(……)
Om die transformatie te realiseren is bewust geen blauwdruk neergelegd. Een belangrijke reden daarvoor was dat het in de huidige overgang van het industriële tijdperk naar de informatiemaatschappij onmogelijk is om te voorspellen hoe de (onderwijs)toekomst eruit gaat zien. (……..)
Vanaf november 1997 hebben we de ontwikkeling van onze experimentele lerarenopleiding beschouwd als een expeditie op weg naar een opleiding die studenten adequaat voorbereidt op hun beroep als leraar in de informatiemaatschappij. (……….)
3.1. Achtergrond
Veranderingsbekwaam
De lerarenopleiding moet studenten adequaat voorbereiden op de uitoefening van hun beroep in de nog relatief onbekende toekomst. We kunnen niet voorspellen hoe die toekomst er precies uit gaat zien. Maar wat we wel weten is dat er de komende decennia in toenemende mate veranderingsbekwame professionals nodig zijn die vorm en inhoud kunnen geven aan het leren in de informatiemaatschappij. (………)
Dynamiek
Gelet op het doel van onze expeditie en de visie op opleiden is het noodzakelijk om in het
huidige statische curriculum meer dynamiek te brengen. Dat is nodig omdat:
• studenten ruimte moeten hebben om, in overleg met hun mentor, de leerprocessen vorm te geven die zij nodig achten om de benodigde competenties te verwerven;
• studenten ruimte moeten hebben om zelf de bewijsvoering ten behoeve van de integratieve beoordelingsmomenten in te richten;
• de opleiding ruimte moet hebben om snel op veranderende omstandigheden in de maatschappelijke omgeving te kunnen anticiperen en reageren. Ook de opleiding moet veranderingsbekwaam zijn.
Het brengen van meer dynamiek in de opleiding kan niet van de ene op de andere dag gebeuren. We hebben ervoor gekozen dat te doen via een aanpak van groeiende flexibiliteit op onderdelen.(………….)
3.2 De beroepspraktijk: werk en leren
(……….) Het leren tijdens de opleiding moet zoveel mogelijk gekoppeld zijn aan zinvol en verantwoordelijk werk met kenmerken van het beroep waarvoor wordt opgeleid. De term die we daarvoor gebruiken is ‘producerend leren’.
In de beroepspraktijk bestaat het werk van de leraar uit het uitvoeren van relatief complexe taken die passen in de doelstellingen van de schoolorganisatie. Om dat zinvolle werk goed te kunnen doen, moet de betrokken professional ’twee soorten leren’ kunnen inzetten. Hij moet niet alleen in staat zijn om op eigen initiatief kennis en vaardigheden te verwerven die nodig zijn om zijn werk goed te kunnen doen (leren eerste soort), maar hij moet ook in staat zijn om (blijvend) te leren van opgedane ervaringen en om methodisch te experimenteren met verbeter- en veranderacties (leren tweede soort).
3.3. De beroepspraktijk: beoordelen
De beoordeling van de leraar in zijn werk is -als het goed is- gebaseerd op het nut van zijn werk voor de doelstellingen van de organisatie en op zijn verbeter- en veranderbekwaamheid. Die beoordeling is dus niet gebaseerd op losse kennis en vaardigheden.
3.4. Opleidingsvoorzieningen in relatie tot leerprocessen
(……………..)
Oriënteren
Op gezette momenten tijdens de opleiding oriënteert de student zich op te verwerven of te
verbeteren competenties. (…………)
Plannen
Op basis van deze oriëntatie vertaalt de student de geselecteerde competenties naar concrete leerdoelen die hij in een leerpraktijk wil realiseren en bepaalt hij welke bronnen op het terrein van kennis, vaardigheden en informatie daarbij noodzakelijk zijn. (………….)
Uitvoeren
In deze fase werkt en leert de student binnen de in het contract afgesproken kaders. (…………).
Evalueren
De student beschouwt in deze fase zijn groei in competenties (‘interne thermometer’) en werkt aan de opbouw van een deel van de bewijsvoering voor de integratieve beoordelingsmomenten (‘externe thermometer’). Voor beide is het portfolio het voornaamste instrument.
3.5. Ruimte voor eigen verantwoordelijkheid voor studenten
Ons traditionele, statische, curriculum biedt studenten vrijwel uitsluitend ruimte voor eigen verantwoordelijkheid in de uitvoeringsfase van leerprocessen. In de opleidingsomgeving die ons voor ogen staat wordt van studenten verwacht dat zij in alle fasen eigen verantwoordelijkheid nemen.
4. Nadere beschouwing van opleidingsvoorzieningen in relatie tot leerprocessen
Binnen de expeditie is een aantal ontwikkelprojecten gaande waar gewerkt wordt aan de verdere invulling van voorzieningen die noodzakelijk zijn om het opleidingsmodel meer gestalte te geven.
4.1. Oriënteren: de rol van competentiebeschrijvingen en assessment
Willen studenten zich zelfverantwoordelijk kunnen oriënteren op de competenties die zij in (een fase van de) opleiding moeten verwerven, dan moet in voor hen begrijpelijke taal worden beschreven welke bekwaamheden zij aantoonbaar tijdens de opleiding kunnen verwerven. Competentiebeschrijvingen zijn zowel noodzakelijk in relatie tot de ‘interne’ thermometer’ (zelfbeoordeling) als de ‘externe thermometer’ (beoordeling door anderen) en zullen dan ook op twee manieren onder woorden moeten worden gebracht.
• Ten behoeve van de interne thermometer: beschrijving in lange termijn doelen met als functies bewustwording van de bekwaamheidseisen, monitoring van groei en verantwoording van studentkeuzes binnen de opleidingsvoorzieningen,
• Ten behoeve van de externe thermometer: operationalisering van bovengenoemde lange termijn doelen in criteria die bij de drie integratieve beoordelingsmomenten gehanteerd worden voor toelating tot een volgende fase van de opleiding. Voor de voltijd wordt op dit moment uitgegaan van drie integratieve beoordelingsmomenten (hoofdfasebekwaam, LIO-bekwaam, startbekwaam).
(……). Een aanvullende eis aan studenten zou kunnen zijn dat de student aantoont op een aantal competenties boven het vereiste niveau uit te stijgen. De mate van ruimte die de student in de verschillende fasen krijgt om de bewijsvoering naar eigen inzicht in te richten is onderwerp van het ontwikkelproject assessment. (……….)
Voorwaarde voor het functioneren van het integratieve beoordelingsmoment als externe thermometer is dat (duidelijk geformuleerde) criteria voor de competenties door de opleiding zodanig zijn vastgelegd dat de student de ruimte houdt om zijn leerdoelen zelf te formuleren.
4.2. Plannen: de rol van contracten
In de planningsfase gaat de student, nadat hij zich heeft georiënteerd, met de opleider die de leerpraktijk onder zijn hoede heeft en met de opdrachtgever een contract aan. …… Ook legt de student in het contract met de opleider vast hoe hij gaat aantonen (c.q. getoetst wil hebben) dat hij aan deze competenties heeft gewerkt en dat hij zijn leerdoelen heeft bereikt.
Leerdoelen van de student moeten gerelateerd zijn aan de competentiebeschrijvingen. Ze moeten door de student zo geformuleerd zijn dat ze in relatie staan tot het werk dat hij binnen de leerpraktijk gaat uitvoeren, waarbij de student er bovendien rekening mee moet houden dat hij tijdens de integratieve beoordelingsmomenten de verworven competenties moet kunnen aantonen.
4.3. Uitvoeren: leerpraktijken en de rol van bronnen en metawerk
Studenten werken in leerpraktijken.
Bronnen hebben betrekking op die kennis, vaardigheden en hulpbronnen die de student nodig acht om het werk in de leerpraktijk goed te kunnen doen. In de loop van zijn ontwikkeling wordt de verantwoordelijkheid van de student voor het zelf bepalen van bronnen groter. Bronnen worden dan ook zoveel mogelijk docent-, plaats- en tijdonafhankelijk aangeboden waarbij in het aanbod rekening gehouden wordt met verschillende leerstijlen van studenten (ze kunnen variëren van hoorcolleges tot instructies op cd-rom). (……….) In principe zijn bronnen vraaggestuurd. (……..)
Het onderdeel metawerk heeft voor studenten twee functies, die beide vallen onder het leren ‘van de tweede soort’: -hulpmiddel voor het verwerven van metacognitieve bekwaamheden, die tijdens de integratieve beoordelingsmomenten getoond moeten worden. Hiervoor wordt vooral gebruik gemaakt van de werkzaamheden en ervaringen van de student in leerpraktijken;
-begeleiding/coaching bij het stellen van leerdoelen en het maken van keuzes voor leerpraktijken en het voorbereiden van de bewijsvoering van competenties tegenover (externe) instanties tijdens de integratieve beoordelingsmomenten. Deze functie speelt een belangrijke ondersteunende rol bij de fasen van oriënteren, plannen en evalueren. In metawerk vindt de ‘schakeling’ plaats tussen de leerdoelen die de student formuleert en de competenties die hij moet bereiken. Daarmee heeft metawerk expliciet aandacht voor de ontwikkelingsgang van de student naar startbekwaamheid. Studenten registreren hun leerproces in het digitale portfolio-systeem dat in ontwikkeling is.
4.4. Evalueren: de rol van het portfolio
Het portfolio-systeem is een multifunctioneel evaluatie-instrument, dat binnen metawerk wordt ingezet.
Het portfolio kent in principe drie functies:
-instrument voor bewustwording bij studenten van de competenties die met het beroep van leraar te maken hebben: de evaluatie van hun eigen ontwikkelingsgang en de registratie daarvan;
-instrument voor registratie van het persoonlijk curriculum van de student: studenten leggen vast in welke leerpraktijken ze hebben gewerkt, welke leerdoelen ze hebben willen realiseren, welke producten het werk heeft opgeleverd en welke oordelen zij hebben gekregen van opdrachtgever, docent en medestudenten;
-instrument voor het bouwen van een etalage of curriculum vitae van materiaal dat studenten hebben verzameld ten behoeve van de bewijsvoering tegenover de beoordelingscommissie.
(………..)
5. Zorg voor groei
In het voorgaande is het principe van zelfverantwoordelijk leren in relatie tot de Explo-opleidingsvoorzieningen op basis van de huidige inzichten uitgewerkt. Maar zelfverantwoordelijk leren door studenten is niet in één keer te realiseren. We moeten er rekening mee houden dat een student wellicht niet direct de volle verantwoordelijkheid kan dragen en dat ook de kwaliteit van de voorzieningen die de opleiding de student biedt moet groeien. Met andere woorden: factoren die o.a. van invloed zijn op de mate van zelfverantwoordelijk leren die de student kan ontplooien zijn de begeleidingskwaliteit van metawerk, de betrouwbaarheid van de integratieve beoordelingsmomenten, de helderheid van de competentiebeschrijvingen, de ruimte voor reële keuzes door studenten binnen en tussen leerpraktijken en de gebruikswaarde van het portfolio.
In figuur 9 hebben we weergegeven hoe in een meer dynamische opleidingsomgeving -rekening houdend met bovenstaande factoren- studenten en organisatie groeien in zelfverantwoordelijkheid. Dit plaatje geeft aan dat in de opleiding de drie integratieve beoordelingsmomenten met criteria vastliggen. Studenten volgen leerwegen binnen de aangegeven ellipsvormen, die een soort bandbreedte aangeven. Ze geven de grenzen aan van overdracht van verantwoordelijkheid voor het te volgen curriculum van opleiding naar student. Veranderende kwaliteiten van instromende studenten en verbeteringen in de kwaliteit van de opleidingscomponenten en de organisatie kunnen geleidelijk de vorm van de ellipsen veranderen.
Voor het implementatieproces binnen de onderwijsafdelingen betekent dit dat er verschillen tussen afdelingen kunnen ontstaan in de groei naar een curriculum waarbinnen studenten meer zelfverantwoordelijk zijn. (………)

EFA
Hallo Willem Smit,
Prima verhaal voor een bullshit-bingo…
Leeft deze opleiding nog en is er animo voor?
Wat voor soort leraren worden hier waarvoor opgeleid??
Groeten,
Toro
Je overschat ons
Beste Willem, je overschat mij schromelijk hoor, ik kan dit -itt tot wat jij veronderstelt- niet aan. Zie je, zo’n baan wil iknou ook. ’s Ochtends een kopje koffie en dan langzaam beginnen te werken aan zo’n rapport (moet je wel eerst al die mooie woorden leren, maar dat moet uiteindelijk te doen zijn).
Nou ja, om een lang verhaal kort te maken: ik heb een goede kennis van mij, die handig is met het DSM-IV model, gevraagd of hij de psyche van mensen die dergelijke rapporten schrijven wil ontleden. ij wilde alvast kwijt dat het in dit geval zeer ernstig is. Uitslag in de loop van volgende week. (Weg met Rob K. Weg met Peter High!)
EFA sores
Het gaat vast goed met de EFA maar jullie (Toro en Simon) vergeven me het wel als ik zeg dat ik de output en exploten van EFA niet meer volg. Dus kan ik jullie ook niet meedelen van welke departementele club de EFA nou precies een onderscheiding en een hoop geld ontving voor hetzelfde plan waar wij ons vrolijk over maken.
Ik zie dat ze hun naam hebben veranderd in EHVA en dat je dus zelf via ehva.nl op hun site kunt zien of ze nog under the influence staan van het geestverruimend middel HNL. Zo te zien zijn ze aan het dimmen. Het is voor dezulken een peuleschil een rotsvast geloof van twee jaar geleden in te ruilen voor wat anders. Het is maar hoe je ermee omgaat. Alles is een leermoment, reeds en als het ware.
Wegens ruimtegebrek en in sommige gevallen ook walging kuis ik mijn archief van tijd tot tijd en zo heb ik helaas m’n verzameling bizarre uitwassen van HNL weggelazerd. Daarin zat het hele rapport. Kon ik bevroeden dat het een collector’s item zou worden?
Laten we op Rob K. reageren als hij wat substantieels meldt, stel ik voor.
willem smit
Rob K.
Is Rob K. Rob Knoppert? En is dit in verband met zijn nare stukjes in de NVOX over onze vereniging?
Ik heb een korte uitwisseling van mailtjes met hem gehad. Uiteindelijk heeft hij een serieuze reactie op mijn kritiek geschreven.
Die reactie komt al heel snel in de buurt van een ‘herhaling van zetten’; daarom had ik niet zo’n zin meer om nog verder te kiften.
Desondanks is het wel een beschaafde reactie geweest.
EFA
I followed a couple of semesters at the EFA when I was training to be an English teacher as an exchange student from an English university. This was roughly from 2000-2002. I think the compentencies were just being introduced then because I remember we had to follow some courses that, at the time, seemed pretty vague as in far as subject matter was concerned. Luckily we had some good teachers there who were able to draw upon their experience to add substance to the lessons. Looking back, although my lessons in the English university would, by todays standards, seem a little fastidious and old-fashioned I draw more upon those lessons than the technological and experimental demonstrations that were given at the EFA (also due to the fact that these days technology changes so fast that what you learn at college can be rendered obsolete within a few years). I’m very thankful I wasn’t there when the portfolio system was introduced. I heard a lot of complaints about if from students who were studying there at the time.
I write in English because my written Dutch is a little clumsy, especially when using technical terms. However, feel free to respond in Dutch as I understand it fully.
Nieuwe naam EFA
is EHA.