Leren schrijven om te leren denken

door: Francisca Wagenmakers

Op 21 januari jl. was BON aanwezig in de bibliotheek de Neude in Utrecht tijdens de gespreksavond ‘Geen gym maar dictee’ over schrijfonderwijs in het basisonderwijs.

“Nederland was in de zeventiende eeuw het meest geletterde land van Europa. Nu blijft ons land in lees- en schrijfvaardigheid achter.” Zo startte Els Stronks, hoogleraar Vroegmoderne Nederlandse letterkunde UU, haar bijdrage als panellid van de gespreksavond over schrijfonderwijs in het basisonderwijs in de bibliotheek Neude op 22 januari jl. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat aan het eind van klas 2 in het vo een op de zes scholieren het schrijfniveau basisschool niet haalt: ‘Er is veel aandacht voor lezen, maar ook schrijven zou structureel meer aandacht moeten krijgen. Niet alleen bij het vak Nederlands, maar ook in de andere vakken.’

Studenten Journalistiek van de Hogeschool Utrecht hadden de avond georganiseerd en hadden daarvoor een deskundig en gevarieerd gezelschap uitgenodigd van po-docenten, schoolleiders, hoogleraren, pabodocenten, kansengelijkheidsexperts, lesmethode-ontwikkelaars, bijlesleraren, studenten en anderen die zich inzetten voor beter schrijfonderwijs. Beter Onderwijs Nederland was ook van de partij. Jasper van Dijk wist als enthousiaste moderator vrijwel iedereen aan het woord te krijgen en ging geen confrontaties uit de weg.

Combineer schrijven met zaakvakken

‘Leren schrijven is leren denken’, gonst het al langer bij veel onderwijsexperts. Daarover was ook tijdens de avond consensus en BON staat hier vierkant achter. Maar generatieve AI (de schrijfrobot) heeft zich in het onderwijs en onze wereld gewrongen. Dat biedt zeker voordelen, maar ‘de bot moet op gezette tijden in het hok, anders gaat het brein van onze kinderen kapot’, was de strekking van een belangrijk deel van het debat in de Neude. Het basisonderwijs biedt gelukkig nog veel ruimte om met pen en papier of een simpel toetsenbord aan de geletterdheid van de kinderen te werken. Over de didactiek was men het ook eens. Eerdere methodes werden ervaren als saai en stram door de regeltjes. Het zijn veelal invulboeken met onsamenhangende opdrachtjes. “De kinderen zijn niet te motiveren.” De meeste scholen besteden inmiddels veel meer aandacht aan lezen en schrijven. Het is immers de basis voor leren. Veel aanwezigen vertelden goede ervaringen te hebben met thematisch onderwijs waarbij onderwerpen, vaak uit de zaakvakken, gecombineerd worden met taalopdrachten: aantekeningen maken tijdens een voordracht uit een zaakvak, een samenvatting schrijven over een gelezen of voorgedragen tekst, vragen hierover opschrijven, etc.

Schrijven om te leren

Els Stronks verwoordde de verandering zo: “Je kunt schrijven om te leren of schrijven om te communiceren. Sinds het opstel niet meer in het centraal examen aan de orde komt (1999) hebben we ons eenzijdig op het tweede geconcentreerd: aan de hand van schrijfinstructies een tekst schrijven over een onderwerp waarover je iets weet, bijvoorbeeld een zakelijke brief of een betoog. Schrijven om te leren is anders. Het betekent dat je al schrijvend bij je gedachten over het onderwerp komt. Dan staan de schrijfregels even niet centraal, maar duik je al schrijvend steeds dieper in een onderwerp dat je interesseert. Intussen leer je beter schrijven. En natuurlijk moet je het afwisselen en je tekst redigeren.” Ook in de nieuwe kerndoelen zal dit aan de orde komen volgens Stronks. Wineke van Muiswinkel, het tweede panellid en oprichter van de Geheime Schrijfschool, kon zich goed vinden in het idee om kinderen te laten schrijven over wat ze interesseert. Schrijfplezier is belangrijk. Dat vond ook Maartje Vermeulen, het derde panellid en onderwijsraadslid (Groen Links) Utrecht. Helaas is niet meer besproken of het opstel terug moet komen in het centraal examen van het voortgezet onderwijs. Daar is BON voorstander van.

Spellen

Het enthousiasme voor schrijfplezier en positieve feedback als leerlingmotivator verhinderde niet dat vrijwel alle aanwezigen vonden dat de kinderen de spellingsregels dienden te kennen. “Je gaat nat als je taalfouten maakt in een sollicitatiebrief of in een tekst die je later voor je werk schrijft.” Het idee dat AI dat wel op zou knappen vond men kortzichtig. Onze generatie heeft zoveel kennis dat we weten waar we AI niet meer kunnen geloven. De vraag is of de jongere generatie dit straks ook kan. Of zoals iemand uit het publiek het uitdrukte: “Als de stroom uitvalt moeten we het doen met pen en papier.” Els Stronks voegde eraan toe dat de technische bedrijven in Eindhoven in hun maag zitten met sollicitanten die hun brieven door AI laten schrijven. “Ze kunnen aan de brief niet meer zien met wie ze in contact zijn. Ze lijken allemaal op elkaar.” Francisca van BON voegde eraan toe dat dit duidelijk maakt dat ook technici moeten kunnen schrijven en taalvaardig dienen te zijn. “Mijn technische hbo-studenten maken erg veel taalfouten. Als je geen instructie voor een apparaat met radioactieve straling kunt schrijven, wordt het heel gevaarlijk. Of: een verkeerd gekozen of begrepen woord in een vlieginstructie kan eindigen met een klap op de grond.” Kortom, goed schrijven in de Nederlandse taal moet iedereen leren. (En het is goed als het hoger onderwijs zich dat ook realiseert.)

Al met al wisten de studenten journalistiek een interessante en amusante avond over schrijfdidactiek te organiseren. Alleen over de vraag of gym moest wijken voor dictee werden de aanwezigen het niet helemaal eens. Een beweeglijk gezelschap.

(Beeld: Naar een foto van de Inspectie van het Onderwijs)

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter