Frits van Oostrom over de zin van een canon in ons onderwijs

Frits van Oostrom sprak (Universiteitshoogleraar in Utrecht, gespecialiseerd in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen) bij de BON Onderwijsweek ovr de zin van een canon in ons onderwijs. Kijk het boeiende gesprek hieronder terug:

1 Reactie

  1. Leuk en boeiend gesprek. Maar het wordt nu wel eens tijd het ontstaan van het canonconcept serieuzer te nemen en te bestuderen. Zo was het niet, zoals Frits hierboven zegt, de Onderwijsraad in april 2005 maar de Adviescommissie Geschiedenisonderwijs (o.l.v. De Wit & De Rooy) van april 1998 die, door staatssecretaris Tineke Netelenbos in het leven geroepen, het canonconcept voor het eerst op de rails heeft gezet. Het woord ‘canon’ in de betekenis van een chronologische lijst van personages en gebeurtenissen, was een jaar eerder in een artikel van mijn hand in Vernieuwing (jrg. 56, nr. 4, april 1997pp. 21-24) als ‘heldencanon’ geïntroduceerd.

    Tot mijn tevredenheid zijn de adviezen uit dat artikel wat betreft het toelaten van ‘helden’ in het geschiedenisonderwijs opgevolgd. Zoals Frits al zegt hierboven, dat was geen sinecure in het onderwijs en al helemaal niet in kringen van historici. Maar de publieke invloed van helden in het collectieve geheugen heeft zich de afgelopen decennia voldoende bewezen.

    Het beeld van een held als sleutelgat waardoorheen een tijdsgewricht kan worden bekeken, zoals ik dat gaf in mijn artikel, echoot door in de (betere) term die daar uiteindelijk door de canoncommissie voor gevonden is, ‘vensters’.

    Waar de canoncommissie destijds nog in tekort schoot was de voor een canon vereiste zorg aan de teksten. (De ‘intrinsieke kwaliteit’ van zo’n canon, waarop ik in een lange brief aan de vorige commissie de nadruk had gelegd.) In de herziene versie is daar gelukkig meer aandacht aan besteed.

Geef een reactie