De lumpsum staat ter discussie

Beter Onderwijs Nederland neemt de handschoen op en zal op verzoek van de Onderwijsraad deelnemen aan discussies over de rol van de lumpsum en mogelijke alternatieven daarvoor.

BON ageert al sinds haar oprichting tegen de manier waarop de overheid het onderwijs bestuurt. De overheid heeft zichzelf op afstand geplaatst met grote vrijheid voor de schoolbesturen en overheidsaansturing via de sectorraden en inspectie. Tegelijkertijd wil de overheid wel invloed op en verantwoording over zaken als kwaliteit van het onderwijs, doorstroming en andere al dan niet ad hoc gestelde beleidsdoelen. Schoolbesturen zijn niet alleen verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs, maar ook voor hun financiën, van personeelskosten tot gebouwen en van lesmateriaal tot aan scholingskosten.

De gevolgen van deze manier van aansturing zijn enorm. De lumpsum gaat gepaard met een verantwoording die een enorme bureaucratie genereert. Een bureaucratie die al te vaak een papieren werkelijkheid creëert en daarmee inhoudelijk geen enkele functie heeft. We kennen de voorbeelden van schoolbesturen die in tijden van grootheidswaan menen kantoor aan de Zuidas te moeten houden of onder architectuur gebouwd multifunctioneel ‘vastgoed’ willen realiseren. Activiteiten waarmee de school vaak niet alleen grote financiële risico’s loopt, maar die ook kaalslag voor het onderwijs betekent. Aan de andere kant zijn er besturen die een veel voorzichtiger financieel beleid hebben. Zij reserveren geld voor moeilijke tijden. Geld dat op de plank blijft liggen en dus niet voor onderwijs gebruikt wordt. Voormalig BON-bestuurder Hans Duijvestijn heeft hier gedetailleerd onderzoek naar verricht. Scholen hebben ook belang bij het aannemen van on- of onderbevoegde docenten: zij zijn goedkoper en transparantie hierover is een wassen neus: niemand weet of de leraar Duits wel bevoegd is voor lessen in de bovenbouw van het vwo.

Een noodzakelijke voorwaarde voor een schoolbestuur om zelf volledig financieel verantwoordelijk te zijn is dat er in het bestuur solide financiële kennis aanwezig is en dat de school een voldoende omvang heeft om risico’s te kunnen dragen. Hiermee wordt de school een quasi onderneming met meerdere vestingen, de rector wordt een collegevoorzitter en de penningmeester wordt chief financial officer. Om de toestroom van leerlingen te blijven garanderen worden marketingbureaus in de arm genomen en lokalen ingericht met door iPads bedienbare smartborden. Dat staat zo leuk bij de open dag. De schoolcultuur wordt vervangen door een ondernemingscultuur.

Vandaar dat BON meent dat echte onderwijsverbetering alleen mogelijk is als de perverse prikkels ten gevolge van de lumpsum worden weggenomen. Als de overheid verantwoordelijk wordt voor gebouwen en lerarensalarissen, dan kunnen schoolbesturen weer terug naar de menselijke maat en kunnen schooldirecties en leraren zich weer richten op waar ze goed in zijn: de organisatie en uitvoering van het onderwijs.

BON-voorzitter Ad Verbrugge heeft in een hoorzitting over dit onderwerp al eerder gepleit om een einde te maken aan de lumpsum. Het verzoek van de Onderwijsraad betekent dat ons standpunt serieus genomen wordt en dat de politiek de bezwaren van de lumpsumfinanciering herkent. Wij zullen de Onderwijsraad en de politiek ruim voorzien van argumenten en ideeën om tot een betere model voor onderwijsaansturing te komen.

7 Reacties

  1. Ik ben het hier hartgrondig en roerend mee eens, al jaren. Het is opvallend hoeveel problemen en lapmiddelen de afgelopen maanden de revue passeerden. Het politieke antwoord is miljoenen hier en miljoenen daar, maar een zwaar zieke patiënt genees je niet door er pleisters op te plakken. Bovendien bereiken de miljoenen de klas niet, komen de miljoenen van de afschaffing van de basisbeurs niet terecht in de klassen. En dat de patiënt zwaar ziek is bleek uit de zeer geslaagde aktie van het LAKS: Het werd algemeen geaccepteerd en logische gevonden dat het LAKS een eigen partij op zou richten om het onderwijs te redden. Pas toen een paar dagen later bleek dat het fake was brak verontwaardiging los.
    De patiënt onderwijs kan alleen maar gered worden door een fundamentele oplossing te bieden: afschaffing van de lumpsum systematiek, de centrale overheid neemt weer de verantwoordelijkheid in handen. Iets vergelijkbaars geldt ook voor de zorg en voor de sociale woningbouw door corporaties, maar dat terzijde.
    In het algemeen is het een misvatting dat delegeren naar lagere overheden ‘maatwerk’ oplevert. Immers, hoe lager je komt, des te minder is de kwaliteit van de bestuurders, des te groter de kwantiteit, des te hoger zijn dus de totale kosten.

    Kortom: BON ga hiervoor!

  2. Nog een toevoeging:
    Geef het onderwijs weer terug aan de school zelf, aan de leerkrachten. Vertrouw op hun vakmanschap, vertrouw vooral op hun inzet en liefde voor het vak en hun leerlingen. Iedere onderwijsgevende wil het beste voor zijn leerlingen. Schep de omstandigheden daarvoor: maximaal 25 leerlingen in iedere klas, veel meer contacturen in MBO, HBO en WO, fatsoenlijke salarissen. En laat het daarbij.

  3. Onderstel dat er in Nederland een onderwijsinstelling is die de lump sum verbrast noch geld oppot. Ze vertrouwt, zoals Arnoudj noemde, vooral op de inzet en liefde voor hun vak en hun leerlingen van de leraren en haar resultaten zijn uitstekend. Zij mag en wil overal in den lande dependances oprichten. Zou het probleem van de lump sum daarmee verwijderd zijn? Of laten de leerlingen zich toch misleiden door een indrukwekkend schoolgebouw en de sluwe reclamepraatjes van concurrerende scholen? Is de lump sum financiering mislukt door gebrek aan vrije marktwerking of het onbenul van onderwijsafnemer?

    BON heeft al meer dan 10 jaren een goede vriendin: de autoschool in Driebergen. Zij is een school voor MBO en HBO en moet zich voor de geldigheid van haar diploma’s aan bepaalde voorwaarden houden. Het is geen grote school en ze heeft een uitstekende reputatie. En, dat is hier belangrijk, zij is in staat het haar ter beschikking staande geld goed te besteden. Ter afwending van de financiële risico’s is het dus niet nodig dat een kleine school groot wordt, nevenvestingen krijgt en er een “collegevoorzitter” en er een “chief financial officer” komen. De “autoschool” dankt haar voortbestaan aan de kwaliteit van haar onderwijs en niet aan opvallende fratsen. Dat het hier een niet gesubsidieerde private school betreft lijkt mij geen relevant verschil ter maken voor het trekken van conclusies.
    Als de overheid verantwoordelijk is voor de gebouwen en lerarensalarissen heeft dat ook nadelen: Een regeling waarbij je na het oprichten van een particuliere school met terugwerkende kracht subsidie kunt krijgen als aangetoond is dat de school aan afgesproken kwaliteitscriteria voldaan heeft is dan veel moeilijker te bereiken.

  4. Ik begrijp de charmes van het afschaffen van de LumpSum, echt waar maar ik heb een grote kanttekening. Ik geef les op een school op Aruba, daar zijn alle leraren gewoon in dienst van de overheid, dus niet van de school. Precies wat jullie ook willen. Juist mede hierdoor is het hier een puinhoop (maar dan op epische schaal). Er zijn heel veel docenten die zich om de haverklap ziekmelden en gewoon thuisblijven als dingen ze niet zinnen. De kwaliteit die ze leveren is beschamend. De scholen doen er toch niets aan want ze voelen nauwelijks de pijn, de regering betaalt die mensen toch wel door er is geen prikkel tot succesvolle reintegratie, niet bij de school en zeker niet bij de docenten. Vervangende docenten zijn er soms wel en soms niet, who cares?
    Bijlessen geven tegen dikke betaling aan de eigen leerlingen? Wordt allemaal toegestaan.
    Dit is allemaal omdat de scholen zelf de negatieve consequenties van waardeloze leraren niet zelf hoeven te voelen.
    Het kan succesvol zijn maar dan moet de overheid alle controle op zich gaan nemen en dat kost een heleboel knaken. Bovendien zullen steeds meer mensen zich gaan ziekmelden als ze een klein conflict hebben en waar gaan alle vervangers vandaan komen? Uit dat gigantische lerarenoverschot zeker?
    Begrijp me goed, ik ben zeker voorstander van schaalverkleining, van terugdraaien van marktwerking etc.
    Maar: hier op Aruba wordt het beste onderwijs (verreweg) geleverd door de particuliere scholen tegen DE LAAGSTE KOSTEN per leerling (met afstand).

  5. Goed werk van Hans Duijvestijn en Frans van Haandel. Ik lees in de Volkskrant van vandaag een bericht over een maandag verschenen onderzoeksrapport van hun hand waarin geconstateerd wordt dat de miljarden, die zijn uitgetrokken voor de verbetering van de positie van de leraar niet terecht zijn gekomen waar ze hadden moeten komen. In tegendeel. De leraren zijn alleen maar slechter gaan verdienen, de klassen zijn groter geworden, het lerarencorps kleiner. Dat doet de lumpsum dus. Het ministerie bestudeert de cijfers.

  6. Werkelijk hoop ik dat de lumpsum anders georganiseerd gaat worden. Kleinere scholen waarin het docententeam het beleid bepaalt binnen de kaders van ocw (bv focus op vakmanschap). De directie is lid van, en aangesteld door het docententeam, bij niet functioneren zal de directie worden weggestemd en kan deze weer gaan functioneren als docent of zelf anders doen besluiten. Een 4 jaarlijkse stemming behoort ook tot de mogelijkheden. Op dit moment zijn er veel machtscrisissen gaande, ook bij ons. De financiele inspectie dient door de accountant geborgd te worden en de onderwijsinspetie ziet toe op de onderwijskundige kant van de organisatie.

    Bestuurders hebben vaak geen affiniteit met onderwijs en streven het doel van de grootste na. Als kwaliteit gewenst is doe dan snel wat aan deze scheef gegroeide situatie.
    Docent zijn is een missie, geen baan, maar je krijgt zoveel waardering van de jongeren.

  7. Op weg naar nominale bekostiging in plaats van de lumpsum
    Toen Ron Bormans, de voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool Rotterdam, tijdens de bijeenkomst van BON van 21 april jl. het vigerende lumpsum-systeem (verder: de lumpsum) in het onderwijs zelfs begon aan te prijzen, werd het mij te gortig en riep ik hem toe dat dat systeem de deur uit moest. Dat roepen was nodig omdat er geen microfoon bij de hand was. Er ontspon zich een korte discussie waarbij ik desgevraagd, zo luid mogelijk, naar voren bracht dat de lumpsum vervangen moet worden door een systeem van nominale bekostiging. In dat systeem vindt de bekostiging per docent plaats. Dit op basis van een vooraf vaststaande formatie van het personeel van de school en waarbij de salariëring en de andere arbeidsvoorwaarden in overleg met vakbonden en besturenorganisaties op landelijk niveau worden vastgesteld, zodat overal dezelfde norm wordt gehanteerd. Ron Bormans beschikte wèl over een microfoon en bovendien had hij het podium. Niettemin hield hij het zo kort mogelijk. Overigens was het op dat moment ook niet de tijd voor een doordacht en afgewogen discussie. Maar toch.

    Graag wil ik hier iets toevoegen aan wat ik op de 21e ter vergadering heb gezegd. Eerst iets over de verwoestende werking van de lumpsum. Met de invoering daarvan heeft de rijksoverheid de centrale regie over de bekostiging losgelaten. Dat heeft op decentraal niveau tot het volgende geleid, ik noem slechts een paar punten:
    – een veelheid aan extra administratie waar de scholen niet om hebben gevraagd, en die een te zware belasting voor de scholen met zich meebrengt;
    – ontkoppeling van de op centraal niveau vastgelegde personeelsformatie en onderwijsfuncties met als gevolg o.m. dat decentraal allerlei managementfuncties zijn ingevoerd waarvan het de vraag is of die allemaal nodig zijn en waarvan de kosten drukken op de begroting waardoor (veel) minder docenten worden benoemd;
    – decentralisering van het arbeidsvoorwaardelijk overleg met de vakbonden; heel recent verzuchtte minister Arie Slob nog dat hij een salarisverhoging voor docenten waarvoor zo’n 270 miljoen is uitgetrokken niet kan garanderen, omdat hij niet aan de onderhandelingstafel zit. Dat die onmacht een direct gevolg is van de lumpsum noemde hij er niet bij, misschien dacht hij er niet eens aan;
    – het oppotten van geld, landelijk gezien naar verluidt minstens een miljard euro, misschien wel miljarden; allemaal niet ingezet geld, terwijl dat wel de bedoeling is;
    – het opzetten van (te) grote en soms megalomane projecten, zie bijvoorbeeld het ROC Leiden waar OCW en dus de belastingbetaler voor 40 miljoen moest bijspijkeren om daar een faillissement te voorkomen;
    – de verdeling van 750 miljoen euro die recent ter beschikking is gekomen ter bestrijding van onderwijsachterstanden; als een door OCW beoogde nieuw in te voeren verdelingssleutel doorgaat, betekent dit dat in een aantal gevallen zittende docenten moeten worden ontslagen; een veel duidelijker signaal dat de lumpsum is vastgelopen, kun je bijna niet krijgen.

    Bij ieder onderwerp waarbij de bekostiging betrokken is – en dat zijn heel veel onderwerpen, misschien wel de meeste – blijkt de lumpsum een obstakel. Obstakels ruim je normaal gesproken op. Dat moet ook met de lumpsum gebeuren. Het komt pas weer goed met het onderwijs wanneer dat systeem wordt afgeschaft. Het is niet juist om scholen te belasten met taken waarvoor zij niet zijn ingericht. Scholen moeten niet worden behandeld als waren zij een bedrijf, zoals nu gebeurt; scholen moeten onderwijs geven. Daaraan alleen al hebben zij hun handen vol. Dit betekent dat er weer een centrale regie moet komen op de volgende punten:
    a. vaststelling van een strikt regionaal bereik van alle scholen (plan van scholen); de universiteiten houden hun bereik over het hele land;
    b. Invoering in alle sectoren van het onderwijs van een bekostigingssysteem op basis van nominale bekostiging. Nominale bekostiging houdt in:
    – vaststelling op centraal niveau van de formatiesleutels, de functies en de arbeidsvoorwaarden ten behoeve van het onderwijspersoneel, dit in centraal overleg tussen OCW en de personeels- en besturenorganisaties;
    – financiële verantwoording door de scholen bij OCW;

    Die centrale regie is nodig om te garanderen door alle scholen dezelfde maatstaven worden gehanteerd. Concurrentieverhoudingen zoals nu gecreëerd zijn uit den boze en doen het onderwijs bepaald geen goed. Overstappen naar nominale bekostiging is een grote operatie, maar dat was ook bij de invoering van de lumpsum zo. Voor zoiets moet je de tijd nemen. Maar om te beginnen moet overal het besef doordringen dat het met de lumpsum zo niet langer kan.
    En naar Ron Bormans: als we terugkeren naar een systeem van nominale bekostiging, en dat hoeft zeker niet hetzelfde te zijn als dat uit de vorige eeuw, komt zijn functie op de tocht, wat hem waarschijnlijk niet zal deren, omdat hij dan al met pensioen is. Maar het is dan niet meer mogelijk om een salaris te regelen buiten de cao om dat zo ongeveer gelijk is aan dat van de minister. Ik vind Ron Bormans een aardige man, ik ken hem nog van vroeger. Maar dat hij voor de hoogte van zijn salaris gebruik heeft gemaakt van de mazen van het lumpsum-net, is toch niet zoals het hoort.
    En, tenslotte, naar Arie Slob: bij terugkeer naar nominale bekostiging hoeft hij niet meer doelloos aan de zijlijn te staan. Dan kan hij die 270 miljoen precies daar krijgen waar hij dat wil, namelijk bij het verhogen van de salarissen van docenten.

    J.C. Brandenburg
    Leiderdorp
    Lid van BON

Geef een reactie