Aob: Steve Jobsscholen in de knel

apples-1484824_450x200.jpg

Het Onderwijsblad van de Aob heeft gekeken hoe de Steve Jobsscholen in Nederland er voor staan. De conclusie: de aantallen blijven flink achter bij de voorspellingen van Maurice de Hond en sinds media 2015 ervaren deelnemende scholen een sterk commercieel belang. Dat laatste kan niet als een verrassing komen voor wie kennis genomen heeft van het onderzoek dat Geenstijl 2 jaar geleden uitvoerde naar het netwerk van BV's rondom de Hond en zijn O4NT. Wij berichtten hier eerder over.

Voor meer kritische artikelen over de iPadscholen zie dit artikel van Sieneke Goorhuis en deze column uit onderwijsinnovatie van juni 2015.

8 Reacties

  1. Duidelijk is dat deze vorm


    Duidelijk is dat deze vorm van onderwijs een kwalijk hersenspinsel is.

  2. Al enkele jaren volg ik de

    Al enkele jaren volg ik de site O4TN en zie daar dat het aantal scholen al die jaren zo'n beetje constant blijft. Daar heb hier ook steeds melding van gemaakt. Mogelijk komen er hier en daar enkele bij, maar er zijn er ook die zien dat dit rigide anti-leraar-systeem niet werkt en dus afvallen.

    Er zou vorig jaar een grote groep Limburgse scholen bijkomen. Maar de ouders waren ook daar verstandiger dan de bestuurders: die hebben dat dus teruggefloten. Dat is twee jaar geleden ook gebeurd in mijn woonplaats, voor een school waar de Hond zijn dochtertje naar toe had willen sturen.

    Daarnaast hoorde ik uit de eerste hand van directeuren en leerkrachten dat ze wel de aanvankelijke financiële lokkertjes beurden, maar daarna de iPad alleen daar gingen inzetten waar dat nuttig was. Maar dat past natuurlijk niet in een commercieel straatje waarin ze zich met huid en haar uitleveren aan alle begeleidende software die door de monopolistische firma geleverd wordt.

    Ondanks de hulp van vrienden uit het circuit, zoals Asscher en Dekker, die je steeds vooraan zag zitten bij de Hond-presentaties en -introducties willen de scholen niet toehappen. Zo wordt het dus nooit 2032.

    Maar mogelijk ook zijn de scholen wakker geschud door de inmiddels talrijke onderzoeken die aangeven dat de schermbehandicapte leerlingen minder onthouden, overzicht verliezen, schrijven verleren enzovoorts.

  3. Moeten scholen niet veel meer

    Moeten scholen niet veel meer de blik op het verleden richten in plaats van op de toekomst?

    Alle luchtfietserij over de toekomst wordt binnen één verkiezingsperiode achterhaald door onverwachte ontwikkelingen die de voorspellers niet hadden voorzien. Zeker de alpha wetenschappen lijden aan dat euvel maar ook economische en politieke voorspellingen zijn een illustratief voorbeeld.

    Gebleken waardevolle methodieken uit het verleden moeten niet klakkeloos overboord worden gegooid als we willen dat onze jeugd "op de schouders van reuzen" kennis en vaardigheden verwerft. 

    Waar is in academia de verontwaardiging over de mislukte vernieuwlingen van de afgelopen tijden? Welke schuldbekentenissen en leringen zijn daarop gevolgd?  

    Het is tijd voor een "back to the basics"; een grote schoonmaak in het onderwijs.

  4. Maurice de Hond: 

    Maurice de Hond: 

    "Conrad Wolfram verwoordt goed wat mijn gevoel al heel lang is. De computer kan en moet gebruikt worden voor alle berekeningen en het onderwijs kan zich op de conceptuele aspecten richten."

    En Wolfram's onderwijsvisie komt hemzelf ook commercieel heel goed uit, als ontwerper van het pakket 'Mathematica'.

    Ook op commercieel vlak verwoordt Wolfram dus heel goed het gevoel van de Hond.

      

  5. Kan de BON-cartoonist niet de

    Kan de BON-cartoonist niet de volgende tekening maken:

    Onder de titel: Scholen willen geen Steve-Jobsschool worden
    Vooraan zien we een huilende Maurice in kort broekje, maar van de rechterkant komt Sander Dekker aanrennen, terwijl hij Paul Schnabel achter zich aan sleept. Paul heeft een rapport met de titel O2032 onder de arm. Ze worden op de hielen gevolgd door Lodewijk Asscher. Dekker roept: "We komen er aan, Maurice!"

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.