Over de mythe van bestuurbare onderwijsorganisaties

Scienceguide bericht over de oratie van Prof. Edith Hooge waarin zij betoogt dat onderwijsbestuurders in een spagaat zitten.

Uit haar oratie:

Anno 2013 constateer ik dat (teams van) leraren over te weinig professionele ruimte beschikken en onvoldoende eigen verantwoordelijkheid genieten, waardoor het beroep van leraar een sterk uitvoerend en dociel karakter heeft gekregen. 
Ook de onderwijsbesturen hebben gedurende de afgelopen dertig jaar flink aan ruimte ingeboet voor zelfsturing en eigen verantwoordelijkheid wat betreft de doeleinden van onderwijs en de procesgang van de pedagogische en onderwijsleerprocessen. 
Tegelijkertijd hebben zij wel veel autonomie gekregen op het punt van beheer en organisatie (financiën, vormgeven intern toezicht, bestuur en medezeggenschap, huisvesting en infrastructuur, personeel) en zijn aangespoord tot schaalvergroting. Hierdoor zijn onderwijsbestuurders jarenlang in de verkeerde rol gedrukt van bedrijfsleider en ondernemer in plaats van dat op hen een beroep is gedaan om het onderwijs normatief-inhoudelijk te besturen.
 
BON vindt dit een opmerkelijk betoog: bestuurders lijken hierin te worden neegezet als slachtoffer van de wensen van de overheid en zouden nu veroordeeld worden omdat men aan die wensen zou hebben toegegeven. Naar onze mening is de autonomie van de onderwijsbestuurders met de lump sum, met de wet BIO, met de stichtingsvorm die transparantie tegenhoudt, met het al jarenlang accepteren van onduidelijkheid over bevoegdheid al te ruim bemeten. 
 

5 Reacties

  1. Opvallend is dat ze op pagina

    Opvallend is dat ze op pagina 19 in de wirwar van organisaties en instellingen die iets met onderwijs te maken hebben, zowel BON als de Onderwijscooperatie vergeet.

    In de functies van het onderwijs kom ik de overdracht van waardevolle cultuurelementen niet tegen, de culturele verworvenheden. Haar omschrijving van socialisatie bevat dat niet.

    Maar desondanks zijn er vele interessante observaties te vinden in haar oratie.

    Als ze het volgende stelt:
    "De Romeinen begrepen dus al dat het verstandig is om sturing te laten aansluiten bij

    het vermogen tot zelfbestuur en zelforganisatie van diegenen die bestuurd worden. Door

    zoveel mogelijk eigen beslissings- en handelingsruimte en verantwoordelijkheid op een

    laag niveau te beleggen, blijven diegenen die bestuurd worden gemotiveerd en toegewijd,

    en worden hun kennis en inzicht van de specifieke lokale situatie zo goed mogelijk benut.

    Een belangrijke voorwaarde bij dit leerstuk van autonomie is dat er voldoende zelfsturend

    vermogen (capacity) is zoals kennis, ervaring en inzicht om de autonomie te kunnen

    benutten en de verantwoordelijkheid te kunnen dragen ."

     

    blijft ze te veel op het bestuursniveau hangen en geeft ze de bestuurders de raad "Vanuit deze autonomie kunnen zij de lokale motivatie, kennis en ervaringen van onderwijsmanagers,

    teamleiders, leraren, en staf aanboren om samen met leerlingen, ouders,

    en andere lokale betrokkenen vorm en betekenis te geven aan onderwijs en hiervoor verantwoordelijk

    te zijn." en verzuipen de leraren tussen de andere stakeholders.

    Maar even verderop "Parallel hieraan zouden (teams van) leraren moeten beschikken over meer professionele

    ruimte en eigen verantwoordelijkheid dan nu, zowel ten opzichte van de eigen school- en

    instellingsbesturen als ten opzichte van de overheid en andere actoren in de (bestuurlijke)

    omgeving. Hen moet niet de pas worden afgesneden door (indirecte) besturing van hun

    werkprocessen, zoals te gedetailleerd inspectietoezicht dat standaardisering en versmalling

    van onderwijsdoeleinden, curriculum en pedagogisch-didactisch handelen teweeg

    brengt, of zoals onderwijs- en schoolverbeteringsprojecten die sociale druk, regels,

    methodisering en protocollering met zich mee brengen en daardoor onvoldoende een

    beroep doen op de eigen kennis, ervaring en verantwoordelijkheid van leraren." en vermeldt niet dat het juist de bestuurders zijn die dat steeds aan zich willen trekken. Juist daar zijn die maar al te vaak uitgegleden en is goed onderwijs om zeep geholpen.

    Misschien dat het volgende advies voor meer evenwicht zorgt: "Als leraren meer (collectieve) professionele ruimte krijgen en zelf verantwoordelijkheid

    kunnen nemen voor goed onderwijs, dan ontstaat er ‘een spiraal omhoog’ en zullen mensen

    met hoge capaciteiten en algemene vorming zich ook tot het beroep aangetrokken

    voelen. Diegenen die zich dan afvragen waar te beginnen: eerst meer professionele ruimte

    en verantwoordelijkheid voor leraren of eerst de professionalisering van leraren en de initiële

    opleidingen versterken en hogere eisen stellen aan toelating tot de beroepsgroep,

    raad ik aan dit ‘kip-ei-probleem’ te overstijgen door beiden tegelijk te doen."

  2. @Philippens

    @Philippens

    De Onderwijscooperatie staat wel degelijk in die wirwar van organisaties en instellingenop pagina 19 (dat is tegelijk ook de enige pagina waar de onderwijscooperatie ter sprake komt). BON valt inderdaad buiten deze wirwar van Hooge, want BON is geen Leerlingorganisatie, geen Ouderorganisatie, geen Onderwijsbond en geen Vakvereniging.

  3. Ik zie het nu Mark, maar BON

    Ik zie het nu Mark, maar BON had toch bij het pijltje van moeten staan waar we nu vinden: Onderwijsbonden

    zoals AOb,

    CNVO, CMHF,

    AVS Abvakabo

    FNV

  4. BON is geen bond, maar wel

    BON is geen bond, maar wel staan vanuit deze bonden een pijltje naar de Onderwijscoöperatie. Wat AVS, FNV in dat kadertje doen, ontgaat me. Het is dus wel een onhelder overzicht.

  5. Normal

    Als de Science Guide het betoog van Prof ter Hooge goed weergegeven heeft en deze hooglerarin gelijk heeft moet ik voortaan op een andere manier naar de machtsverdeling in Onderwijsland kijken. Ik zie op dit moment schoolbesturen en instituten die zich met onderwijs bezig houden zonder zelf onderwijs te geven als entiteiten die mensen huisvesten die ontdekt hebben dat onderwijs tegenwoordig de mogelijkheid biedt om je te verrijken of op zijn minst het zelf voor de klas staan te ontvluchten. Genoemde mensen werken nauw samen met politici van de “oude” partijen zoals de PvdA, het CDA en de VVD die besmet zijn met de resultaten van slechte onderwijshervormingen en die een vluchtroute naar het onderwijs open willen houden voor het geval hun politieke carrière op dood spoor komt. Dit mengsel van onderwijsprofiteurs en politici vormen een maffia-achtige organisatie van mensen die elkaar de hand boven het hoofd houden.

     

    De genoemde hooggeleerde bijzondere docent voor bestuur op meerdere niveaux van onderwijsorganisaties aan de universiteit van Tilburg ziet dat duidelijk anders. De politici zijn volgens haar nog steeds diegenen die op onderwijsideologisch en onderwijskundig gebied de beslissingen nemen  en zij is van mening dat de genoemde mensen uit het onderwijs zich vertillen aan het perfect implementeren daarvan, niet uit winstbejag maar omdat die rol hen opgedrongen is.

    Maar wanneer wij de onderwijsgeschidenis van de afgelopen decennia bekijken kunnen we hoogstens vaststellen dat toen de onderwijshervormingen begonnen de politici de teugels nog in handen hadden. De basisvorming was een beslissing van de politie evenals het orichten van scholengemeenschappen  en het invoeren van het “besturen op afstand” Maar het besluit om competentiegericht onderwijs te geven en leraren te vervangen door coaches waren echt een besluit van de onderwijsraden die fungeerden als overlegorgaan voor schoolbestuurderen. Het waren beslissingen waarvan de bestuurderen dachten dat ze alleen nog maar pro forma bij de kamers van de Staten Generaal in stemming gebracht moesten worden. Het gaat dus niet om een eerder gemaakte taakverdeling die nog steeds stand houdt maar om overdracht van zeggenschap op alle gebieden van het onderwijs.die in verloop van tijd heeft plaats gevonden.

    Zit ik echt helemaal mis?

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.