Het Lager Onderwijs

Er is een sterke stroom in de politiek die in het basisonderwijs een vermenging van kinderen uit kansarme en kansrijke milieu’s wil. De woordvoerders van deze stroom weten heel goed dat de meeste ouders van de laatstgenoemde categorie daar heel weinig voor voelen en dat velen van die ouders op zoek zullen gaan naar ontsnappingsroutes als zij hun snode plannen uitvoeren. Als de bevoorwoorders van genoemde stroom succes willen hebben en niet het risico willen lopen de kansen voor de kansarme kinderen door hun ingrijpen juist te verkleinen moeten zij zich goed rekenschap geven van de bezwaren die hoogopgeleide ouders tegen gemengde basisscholen hebben. Ik zal daarvan nu enige noemen:

HET NIVEAU:
Hoogopgeleide ouders willen dat weer dat, zoals vóór de invoering van de Mammoetwet hun kinderen aan het eind van het basisonderwijs taal- en redekundig kunnen ontleden zodat op het gymnasium geen tijd verloren gaat aan grammaticale bijspijkering. Ook willen zij dat hun kinderen het rekenen onder de knie hebben zoals rekenen met breuken en staartdelingen zodat men op het secundair onderwijs onmiddelijk met algebra kan beginnen.

DE VEILIGHEID
Zwarte scholen worden als onveiliger ervaren dan witte scholen. Sommige grote zwarte scholen hebben speelplaatsen moeten aanleggen voor 3 leeftijdscategorieën. Het veiligheidsprobleem kan alleen maar opgelost worden door kleine scholen op te richten ter grootte van een parochieschooltje.

OMGANGSVORMEN
Hoogopgeleide ouder hebben liever niet dat hun kinderen de omgangsvormen en het taalgebruik aanleren van het merendeel van de kinderen van laagopgeleide ouders. Daaraan zal dus in het basisonderwijs veel aandacht moeten worden besteed.

Als aanwijzing dat men in het basisonderwijs afscheid neemt van het recente verleden zou men de basisschool weer lagere school kunnen noemen en de groepsleraar weer onderwijzer.

8 Reacties

  1. van nood naar deugd
    Het is jammer dat niemand op mijn thema gereageerd heeft. Als er na de verkiezingen een kabinet komt met de SP en/of zonder het CDA is het waarschijnlijk dat er voorstellen zullen komen om om sociaal gemengde basisscholen af te dwingen. Het moment waarop daarover door de kamer vergaderd zou worden is ook een uitstekend moment om het kwaliteitsverlies in het basisonderwijs en het wens om te mogen kiezen voor BON-onderwijs ter sprake te brengen. BON moet zich m.i. zo snel mogelijk op die discussie voorbereiden. Mogelijk zijn er bij BON maar weinig onderwijzers en ouders van 12-min-leerlingen aangesloten

  2. Geen echte vraag
    Beste Seger,
    Ik wil best reageren, maar je stelt geen echte vraag. Wil je weten of we je analyse delen, wil je weten wat we aan de genoemde verschijnselen kunnen doen, welke reactie wil je hebben.

    • op naar 20 januari
      Beste Hinke,
      Zoals ik hoop op 20 februari BON-leden die zich vooral op het middelbaar onderwijs richten goed te kunnen voorlichten over de problematiek van het stichten van nieuwe scholen (Omdat ik hoop dat het vergemakkelijken van het oprichten van scholen voor middelbaar onderwijs kan leiden tot een net van BON-scholen en we dan kunnen formuleren hoe we graag met het oog daarop de stichtingsvoorwaarden veranderd zouden willen zien), zo hoop ik dat er iemand op die dag een strategie ontvouwt over hoe het momentum van het streven naar ethnisch en sociaal gemengde basisscholen gebruikt kan worden om maatregelen die tot verbetering van de positie van VWO-leerlingen in spe leiden mee te laten liften. Een discussie daarover op dit BLOG kan dan dienen ter voorbereiding van een hopelijke discussie hierover op 20 januari.

      • Wat wil je weten?
        Blijft de vraag: wat wil je weten? Op welke vraag of stelling moeten we reageren.

        • conditiones sine quibus non ?
          Mijn eerste vraag luid: Is het juist dat voor hoger opgeleide ouders NIVEAU, VEILIGHEID en OMGANGSVORMEN de conditiones sine quibus non zijn voor medewerking aan sociaal heterogene basisscholen?

          Ik vindt het niet terecht dat een kind vanwege zijn afkomst op een school terecht komt waar hij slecht onderwijs krijgt. Of het nu een goede of een slechte leerling is, hij start zijn leven daardoor met een onnodige achterstand. Ik ben er ook op tegen dat goede leerlingen worden afgeremd omdat de zwakke niet mee kunnen, zeker als ook nog het argument gebruikt wordt dat dan de slimme kinderen de domme kunnen helpen. Toch is de aanwezigheid van kinderen uit “betere” milieu’s in een klas belangrijk. Het is goed dat op de lagere scholen kinderen uit gedepriviligeerde milieu’s zien dat er ook een andere wereld is en dat getalenteerde leerlingen uit zo’n milieu de kans krijgen om over te stappen. Een lagere school zal zich dan ook moeten inspannen om talenten te ontdekken en te activeren, ongeacht het mileu waaruit de leerling komt. Dit kan niet als, zoals nu het geval is en zoals men ook wilde bij het invoeren van de basisvorming, alle leerlingen onderworpen worden aan eenzelfde programma dat ook geschikt moet zijn voor de zwakste. Heterogeniteit der leerlingen is iets dat men op de legere school zal moeten accepteren en dat maakt volledig klassikaal lesgeven onmogelijk. Mijn tweede vraag luidt:
          Moet BON zich inzetten voor het oprichten van strenge lagere scholen met een populatie van leerlingen die een afspiegeling is van de leerlingenpopulatie van de samenleving en zich o.a. ten doel stelt om alle leerlingen ment VWO-potentie op te leiden tot het niveau van vóór de mammoetwet?”

          • conditiones etc
            Ik ben ouder en lid van Bon, ook ben ik intern begeleider bao, mijn man docent hbo, kinderen in het Wo, MBo en voortgezet onderwijs, dus ik ben op veel manieren bij het onderwijs betrokken. Volgens mij hebben onderwijs en samenleving alles met elkaar te maken. Laat kinderen alsjeblieft samen opgroeien en samenleven. Net als Hinke is voor mij de vraag van Seger niet helder.Ik voel me ook ongemakkelijk bij zijn verhaal. Is mijn hoogopgeleide millieu beter dan dat van de vele ouders waar ik mee te maken heb? Ik ga er vanuit dat BON is voor wijs onderwijs, en niet alleen voor onderwijs aan de ‘intelligentia’ om het maar eens zo uit te drukken. Wellicht herkennen mensen zich in mijn ongemakkelijke gevoel en is dat de reden dat er zo weinig gereageerd wordt.

          • Het is wenselijk dat
            Het is wenselijk dat kinderen met verschillende begaafdheden en van verschillende sociale afkomst met elkaar verkeren. Het is ook wenslijk dat kinderen op de gebieden waar zij aanleg voor hebben gestimulerd worden en extra geholpen worden bij vakken waarmee zij moeite hebben. Diegenen die de eerste wenselijkheid het belangrijkst vonden wilden dat de middenschool verplicht voor alle leerlingen zou worden ingevoerd maar moesten zich tevreden stellen met de basisvorming. Zij die de laatste belangrijk vonden ontdekten dat vooral intelligente, gemotiveerde of nieuwgierige leerlingen die van huis uit geen intellectuele steun konden krijgen vergeleken met de tijd van de HBS, toen vooral bij laagopgeleide ouders een VWO voor slimme kinderen, er door de bavo op achteruit waren gegaan. Dit hangt o.a. samen met het feit dat de socialisten hun ideaal van “alle arbeiderskinderen naar het Gymnasium” hebben vervangen door het dogma van de gelijkwaardigheid.
            De basisvorming is een fiasco geworden maar de vraag blijft: “Wanneer en onder welke omstandigheden pas je het programma voor een leerling aan aan zijn capaciteiten?”. In het geval van kleine klassen en in hun leervak hoogopgeleide leraren kun je leerlingen met verschillende capaciteit, ook als je veel frontaal wilt lesgeven veel langer bij elkaar houden dan wanneer dat niet het geval is.
            Mij lijkt het beste om het in het basisonderwijs weer zoals vroeger op de lagere school te doen: Heterogene, kleine en strenge scholen die getalenteerde leerlingen opsporen ongeacht hun sociale afkomst en voorbereiden op het VWO. Leraren die de taalbarrière voor allochtone kinderen willen slechten zodat hun talenten zichtbaar kunnen worden. In groep 7 en 8 wordt dan het leslokaal opgesplitst in een gedeelte voor leerlingen die naar het VWO gaan en een deel voor leerlingen voor wie dat te moeilijk is.
            Dit plaatje is natuurlijk incompleet

Reacties zijn gesloten.