Afgelopen week was er op BNR Nieuwsradio een item over intelligentie, Cito-toets, en uitgestelde selectie. Daarin ook een column van Frans Nauta (lid van het Innovatieplatform) vóór uitgestelde selectie (waar ik zelf juist op tegen ben, want in de Nederlandse situatie kun je daar natuurlijk veel beter de beproefde mavo voor gebruiken).
Luister hier
Misschien een idee om ook de leden van het Innovatieplatform voortaan een Vakwerk te doen toekomen?
Als je op de column van Frans Nauta wilt reageren:
www.nauta.org/
Van de BNR-site:
===
Vroeger wisten ze het wel. Iemand met een groter hoofd was slimmer dan iemand met een klein hoofdje. De afgelopen tweehonderd jaar zijn we daar toch iets anders over gaan denken en hebben we testen ontwikkeld om te kijken wat we kunnen, of zouden moeten kunnen, met ons brein.
Op de eerste dag van de CITO-toets voor leerlingen van groep 8 spreekt presentator Harmke Pijpers met universitair docent en intelligentieonderzoeker van de Universiteit van Amsterdam Jelte Wicherts, psycholoog en schrijver van de boeken Intelligentie. Zin en Onzin en Weg met Piet Vroon Vittorio Busato en wetenschappelijk directeur van CITO Anton Béguin.
===

waar ik zelf juist op tegen
waar ik zelf juist op tegen ben, want in de Nederlandse situatie kun je daar natuurlijk veel beter de beproefde mavo voor gebruiken
De mavo is een lapmiddel, het maakt het mogelijk om het vwo-diploma te behalen maar je loopt zodoende wel een forse leerachterstand op.
Zelf ben ik een stapelaar: mavo, havo en vwo
Ik heb een aantal bezwaren tegen deze omweg:
De werking van het geheugen wordt nog niet volledig begrepen maar het is duidelijk dat de hippocampus een belangrijke rol speelt en dat het volume van deze hippocampus afneemt danwel toeneemt naarmate je respectievelijk je geheugen weinig danwel veel traint. Het geheugen is als een spier, het moet jarenlang getraind worden alvorens je het optimaal kan benutten.
Bovendien kan je via het stapelen niet het gymnasium bereiken aangezien mavisten en havisten worden uitgesloten van het onderwijs in de klassieke talen.
Ik heb het stapelen gered, met redelijk goede cijfers. Ik heb echter tevens ondervonden dat de stapelaar wat handicaps had in vergelijking met de niet-stapelaar die niets met de intelligentie maar alles met de vorming te maken hebben. Aangezien het vwo slechts dient als voorbereiding op het universitair onderwijs moet hier rekening mee worden gehouden.
Liever zou ik hebben dat meer leerlingen de kans krijgen om op het vwo te beginnen (bijv. ook die leerlingen die op dat moment ‘enkel’ uitblinken in rekenen het voordeel van de twijfel geven) waarbij door de vwo’s consequent wordt vastgehouden aan het vereiste eindniveau. Het voordeel hiervan is dat je niet op latere leeftijd hoeft te differentiëren en toch geen leerlingen benadeelt.
Mavo en vroege selectie
Alles heeft z’n voors en tegens, en ik weet ook niet wannéér je op de mavo gezeten hebt; het lijkt me dat dat nogal uitmaakt. Ik heb het natuurlijk sowieso over een mavo die je een goeie basis voor de havo geeft. Sowieso denk ik dat er niet veel mensen na mavo+havo doorstromen naar vwo, laat staan dat die uit zijn op een gymnasiumdiploma. Je kunt niet altijd voor iedereen alles hebben; daar moet je dus ook niet de keuze voor vroege of late selectie op willen baseren, lijkt me.
Het niveau vasthouden op het vwo, terwijl er veel leerlingen inzitten die een minder goeie kans maken, is alleen maar een extra zware klus voor de toch al overbelaste docent, en onhaalbaar bij schoolleidingen die baat hebben bij de publicatie van hoge doorstroomcijfers.
Ooit scoorde Nederland goed met de combinatie van vroege selectie en mavo. Dan noem ik de mavo geen lapmiddel; ik noem dat effectief: waar voor je geld als belastingbetaler; het best haalbare systeem.
Met alle respect,
de stelling dat de mavo geen lapmiddel is voor laatbloeiers of ietwat eenzijdiger intellectueel getalenteerde mensen is nogal gemakkelijk in te nemen wanneer je zelf geen stapelaar bent. Jij ziet het als een kans voor leerlingen die anders niet zouden kunnen stapelen, ik zie het als het uitsluiten van die leerlingen van goed onderwijs.
Het is voor mij duidelijk dat de scholen van het Nederlandse V.O. weinig waardevast zijn en dat het niveau nogal wordt afgestemd op het niveau van de instroom.
Tevens is het voor mij duidelijk dat de Vlaamse middelbare scholen (= V.O.) en universiteiten vanuit dat perspectief bezien (helaas: ook Vlaanderen ontsnapt niet volledig aan de onderwijsvernieuwers) zeer waardevast zijn.
Blijkbaar is het dus wel degelijk mogelijk om onderwijsinstellingen waardevast te maken.
Dan vraag ik jou het volgende. Wat is beter?
De ziekte bestrijden (het niet waardevast zijn) en zodoende meer mensen het voordeel van de twijfel geven, bijvoorbeeld wanneer ze wel altijd negens hebben gehaald voor rekenen of taal?
Of toch maar het symptoom bestrijden? Laatbloeiers en ietwat eenzijdig getalenteerden het slachtoffer laten worden omdat Nederlandse onderwijsinstellingen er maar niet in slagen om zelf het niveau te bepalen en iedere leerlingen de cijfers te geven die de leerling behoort te krijgen.
Indien voor het bestrijden van de ziekte een of meerdere wetswijzigingen nodig zijn, laten we daar dan eerst en vooral voor pleiten. Vervolgens kunnen we wat meer leerlingen de kans geven om 1-vwo en 1-gymnasium te proberen. De school bepaalt het niveau, de leerling weet waar hij aan begint en in het ergste geval zijn er aan het einde van het jaar kortstondig wat traantjes omdat het kind verder moet op de havo of de mavo.
Die paar leerlingen zijn voor mij voldoende, ik ben een van die paar leerlingen.
De risicoleerling
Er moeten duidelijk goede oplossingen komen voor mensen zoals Bart en Einstein. Wat mij razend maakt is dat onderwijshervormers en, zoals uit zijn woorden gebleken is ook minister Plasterk, de oplossing daarvoor zoeken in het afremmen van leerlingen die al op hun twaalfde duidelijk academici in spe zijn. Iedereen getalenteerd of niet maar ook mensen waarvan de talenten nog niet duidelijk zijn of waarvoor het gewone onderwijs (nog) niet geschikt is heeft recht op passend onderwijs. Daarom wil ik ook dat men in groep 8 veel meer moeite doet om talenten maar ook ontwikkelingsvertragingen en andere handicaps op te sporen. Als je zo veel geld per leerling uitgeeft aan leerwegondersteunend onderwijs kun je dat ook wel doen voor andere bijzondere gevallen. En ik denk dat bij goed onderzoek in groep 8 bart en Einstein eruit zouden zijn gesprongen als bijzondere gevallen. Je zou in elke middelgrote of grotere stad voor elke leeftijdsgroep één school kunnen faciliteren voor dergelijke gevallen.
Scholen moeten zeker afgerekend worden op minimale resultaten bij externe examina (je moet voorkomen dat scholen vanwege de financiering alleen nog maar examentraining geven) maar bij het beoordelen van de resultaten van de school op grond van de resultaten van de leerlingen moet altijd rekening gehouden worden met de toelatingseisen voor instroom. Dus ook met het toelaten van risico-leerlingen (risico voor de school in dit geval) tot de school
Seger Weehuizen
Ik ben het met je eens
Seger, ik kan me volledig vinden in deze woorden van jou.
Een speciale school die een maximale flexibiliteit biedt om in te spelen op de specifieke kwaliteiten van de ‘afwijkende’ leerling en zijn afwijkende groeicurve zou een prima oplossing zijn.
Bij mij was het probleem dat een zeer hoge intelligentie gekoppeld was aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis van minstens 4 jaar. Het is alsof je een 8-jarige de CITO-toets en de intelligentietesten laat maken die afgestemd zijn op 12-jarigen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze mij alle testen 2 maal hebben laten afleggen en verward waren over de elkaar ’tegensprekende’ uitslagen.
Om maar 2 voorbeeldjes te noemen: een 8-jarige heeft nog veel minder ruimtelijk en abstract inzicht dan een 12-jarige.
Op dat moment behoor je nog thuis op de havo of misschien zelfs op de mavo, een paar jaar later niet meer.
Het zou dan ook beter zijn wanneer je dezelfde basis krijgt maar hier initieel gewoon iets meer de tijd voor krijgt. Dit zou bijvoorbeeld kunnen met een speciaal programma waarbij je 4 jaar doet over de stof van de eerste 3 vwo-jaren (aangezien je die qua intelligentie, interesse en motivatie wel aan kan maar je nog wat moet rijpen) en dat je vervolgens in 4-vwo instapt in het normale programma.
Met vakken als wiskunde, natuurkunde en scheikunde kan je dan wellicht direct het normale tempo volgen of sneller en voor andere vakken kan wat meer tijd worden uitgetrokken.
Het huidige speciaal onderwijs richt zich alleen op opvoedings- en leerproblemen, niet op begaafde autistische kinderen, die komen tussen de wal en het schip terecht.
Wat betreft het afremmen van ambitie: ik heb nooit begrepen waarom ik bijv. wiskunde niet op de mavo reeds op een hoger niveau mocht volgen terwijl ik in de laatste 2 jaar alleen maar negens en tienen haalde. Of waarom de leraar op de basisschool mij nooit fatsoenlijk antwoord gaf op kritische vragen over dat beetje zinsontleding wat we kregen.
Toevoeging op mijn laatste post wegens gebrek aan ruimte
Daarnaast kampen veel mensen die een autistiforme stoornis hebben met het probleem dat bepaalde delen van de hersenen over- en andere delen onderontwikkeld zijn en blijven.
Zo heb ik nog steeds een slechte schrijfmotoriek terwijl ik een sublieme motoriek heb om mee te typen, gitaar te spelen of piano te spelen.
Zo maakte ik met de gitaarles eens mee dat mijn gemiddeld getalenteerde medeleerling die reeds haar 9de jaar les had moeite had met een veranderende vingerzetting van de linkerhand (standaardgitaar). De leraar zag aan mijn gezicht dat ik er verbaasd over was dat zij dit niet kon (ze had hier immers al wekenlang op geoefend) en hij daagde mij, terwijl ik net aan mijn tweede jaar les was begonnen, uit om het eens te proberen. Tot zijn verbazing kon ik het de tweede poging al en kon ik het daarna herhalen.
Kortom: een dysharmonische motoriek (dat wordt volledig door de hersenen bepaald) wat een voorbeeld is van hoe de hersenen dysharmonisch zijn ontwikkeld.
Mijn logica is veel sterker ontwikkeld dan bij de meeste mensen (en hiermee een groot deel van de inzichten die klassiek getoetst worden bij iq-testen), mijn ruimtelijk inzicht is goed maar ik heb dan wel weer een zeer slecht visueel geheugen en ik heb 4 keer zo veel tijd nodig om een wat complexere tekening over te nemen dan de meeste leerlingen, bijvoorbeeld die van een elektronische schakeling. Tevens zie ik van een grotere afstand niet volledig scherp wat slechts gedeeltelijke verholpen kan worden met een bril, ik vermoed dat dit is omdat mijn visuele cortex onvoldoende heeft kunnen rijpen tijdens de kritische jaren (de eerste paar jaar van het leven).
Aparte scholen die op deze specifieke talenten en handicaps inspelen en er tevens naar streven om je om te leren gaan met je handicaps (tijdens de les de intellectuele handicaps aangezien je ooit op de normale universiteit verder moet, buiten de les de overige handicaps) zou een goede zaak zijn.
Bart,
Ik zou bij een gemiddelde klas allerlei specifieke problemen kunnen opnoemen die elk kind afzonderlijk heeft. Ook bij mijzelf zou ik tekortkomingen en beperktheden bij het leren kunnen opnoemen.
Zouden beperkingen tot op zekere hoogte niet iets moeten zijn waarmee we moeten leren leven?
Zouden we niet gewoon moeten erkennen dat niemand (zeldzame figuren uitgezonderd) op alle terreinen een talent is?
Zouden we niet tevens moeten inzien dat het onderwijs niet aan alle individuele gevallen tegemoet kan komen, en dat het onderwijs ook niet in staat is van niet-talenten talenten te maken?
Dat klassikale onderwijs was, in het kader van de leerplicht, de meest efficiente methode een groep leerlingen zoveel mogelijk kennis bij te brengen.
Wie nog meer wil, komt dan toch echt bij meer individueel onderwijs terecht, dat echter voor een overheid onbetaalbaar is, afgezien van de vraag of er voldoende leerkrachten kunnen worden gevonden.
Ik zie dat degelijke onderwijs van vroeger als de democratie: er is veel op aan te merken, maar vooralsnog is het de best werkbare methode gebleken.
Wees gelukkig met jouw talenten Bart. Ik benijd je zeer, want de techniek interesseert mij enorm, maar ik begrijp er weing van! Een land snakt naar goede ingenieurs: ik bewonder elke dag weer hun grootse prestaties.
Een gemeenschap is buitengewoon gebaat bij iemand die een uitstekende brug kan bouwen, b.v. Of die persoon dan wat moeizaam is in persoonlijke relaties, is dan volkomen onbelangrijk geworden!
Zo heb ik toevallig een talent kinderen te onderwijzen. Veel extra’s ka ik verder ook niet inbrengen.
De som der individuele talenten, dat kan toch werkelijk iets groots tot stand brengen.
Nooit vergeet ik die kinderen die matig konden leren, maar die grote talenten op het sociale vlak bleken te zijn!
Ieder z’n talent, zogezegd.
Biedt als school goede kennis aan. En dat is het dan. Die leerperiode bij uitstek kan niet meer herhaald worden!
Iedereen dus maar tegemoet komen?
Mijn pleidooi is dus NIET dat men maar moet aansluiten bij de individuele mogelijkheden.
Tot werkbare hoogte natuurlijk.
Mijn pleidooi is dat men groepsgewijs de leerstof aanbiedt, waarbij die leerstof centraal staat, rekening houdend met de mogelijkheden van het gemiddelde kind.
Daarbij kunnen sommigen matig scoren, inderdaad. Hoewel zij op andere vlakken zouden kunnen uitblinken. Onderwijs is echter vooral theoretisch.
We moeten dus gewoon aanvaarden dat sommigen lager scoren dan anderen.
Dit is een gegeven dat elke ouder of leerkracht al vrij vroeg kan constateren.
Ontkennen dat dergelijke verschillen in de aanleg bestaan, is als het ontkennen van de gewone werkelijkheid.
Het aanbieden van goede leerstof, waarbij tevens duidelijk wordt wie er op dit gebied meer of minder getalenteerd is, is voordat alle vernieuwingen begonnen, de beste garantie gebleken voor het handhaven van een gedegen kennisniveau over de grootst mogelijke linie.
Moby
Dit probleem is te delicaat en vergt te veel nuance om in 1 post te kunnen bespreken.
Ik zal dan ook meerdere posts hiervoor gebruiken.
Hoe het ook precies wordt ingevuld, vooropgesteld moet worden dat kinderen die een pervasieve ontwikkelingsstoornis hebben opgelopen nog heel wat meer verschillend zijn van andere mensen dan dat andere mensen verschillen van andere mensen.
Verdiep je maar eens in wat autisme precies is. Er zijn weinig goede bronnen dus je zal er veel over moeten lezen alvorens je het echt kan begrijpen, het best beperk je jezelf niet tot de Nederlandstalige bronnen.
Gewone mensen hebben van jongs af aan allerlei patronen ingeprogrammeerd gekregen: het lezen van anderen hun gedrag, anderen hun emoties, het tonen van je eigen emoties, het selecteren van gewenst gedrag als reactie op een ander zijn gedrag, intonatie, lichaamsgebaren enz.
De meeste mensen hebben er niets voor hoeven te doen en automatisch als een spons gedurende de eerste 4 jaar van hun leven het grootste deel hiervan ingeprogrammeerd gekregen.
Mensen die een pervasieve ontwikkelingsstoornis hebben opgelopen in hun jongste jaren (= autisme) beschikken niet over dit gereedschap. Zij moeten dit gereedschap zelf verdienen door tientallen jaren hier hard voor te werken terwijl ze continue worden afgerekend op het anders zijn.
Daarbovenop hebben ze bijv. vaak nog problemen met schrijven.
De intelligentie heeft weinig invloed op dit alles, een intelligentere kind met een autistiforme stoornis zal zich sneller en beter aanpassen, echter lijdt hij ook veel meer onder de problemen aangezien hij van jongs af aan beseft dat hij heel anders is dan zijn klasgenootjes en hij er niets aan kan doen. Het vergt vele levensjaren aan ervaring en pijn om je achterstand in te halen, als je daar ooit al in slaagt.
Aan een intelligenter iemand die een autistiforme stoornis heeft zie je dat vaak ook niet als leek (ook geen vermoeden). Enkel een getraind iemand zou dit kunnen herkennen.
Deel 2
Mogelijk zouden deze kinderen het prima redden op een kleinschalige school, en dit enkel onder de voorwaarde dat er op die school meerdere mensen werken die weten hoe ze deze kinderen moeten begeleiden in hun normale ontwikkeling.
Zeker is dat deze kinderen het op sociaal vlak niet redden op de huidige schoolfabrieken.
Hoe groter de groepen hoe moeilijker deze kinderen het hebben.
Dit is niet zomaar een probleempje, het is een gigantisch groot probleem, qua grootteorde en ernst niet vergelijkbaar met iets als ADHD. Helaas zijn mensen die een autistiforme stoornis hebben niet zo mondig als de ADHD-ers waardoor ze in stilte lijden.
Ik heb het uiteindelijk gered in het onderwijs, maar op sociaal vlak was het soms met hangen en wurgen en het was duidelijk dat de leraren totaal geen inzicht hierin hadden.
Deze kinderen hebben aparte begeleiding nodig op school en ze moeten niet belanden tussen kinderen met leer- en opvoedingsproblemen (zoals een groep van de mbo2-ers) aangezien deze kinderen niet (noodzakelijk) leer- en opvoedingsproblemen hebben en toch extra hulp nodig hebben.
Dit kan op een gewone kleine school maar dan zal er wel voldoende expertise in huis moeten zijn.
Natuurlijk moet het uiteindelijke doel zijn dat deze kinderen zo goed mogelijk mee kunnen draaien in de gewone wereld waar ze in leven, dit kan het best verwezenlijkt te worden door ze extra begeleiding te geven, aan hun zwakke punten te werken en de sterke kwaliteiten zoveel mogelijk te benutten. Deze kinderen horen zeker niet thuis op een gewone school voor speciaal onderwijs.
Wees blij!
Wees blij Bart dat je KON stapelen. In Nederland is dat pas na de mammoetwet mogelijk geworden. Daarvoor kon het eenvoudigweg niet. Begonnen op huishoudschool of MULO was de Universiteit voor altijd een onbereikbaar ideaal, of je moest JAREN inhalen. Zelfs na het HBO kon je niet naar de Universiteit, maar moest je gewoon in het eerste jaar beginnen plus een hele hoop statistiek bijwerken.
De huidige situatie is toch al een stuk beter, maar je kunt inderdaad niet alles hebben.
HBO –> universiteit
Hinke Douma schrijft Zelfs na het HBO kon je niet naar de Universiteit, maar moest je gewoon in het eerste jaar beginnen plus een hele hoop statistiek bijwerken. Een raar zinnetje. Je kunt niet naar de universiteit, maar je moet in het eerste jaar beginnen. Het eerste jaar van wat dan? Je werkende leven? Je huwelijk? Maar waartoe dan al die statistiek? Ik snap dit niet.
Onduidelijk misschien
Als je tegenwoordig een HBO hebt, kun je in korte tijd je universitaire titel halen. Je kunt soms na de bachelor beginnen, soms moet je eerst een korte ‘pre-master’ doen.
In mijn tijd moest je na het HBO in het eerste jaar van de Universiteit beginnen. (De opleiding duurde in die tijd dan nog 5/6 jaar). Als je geen statistiek had gehad moest je daarvoor eerst ook nog een colloquium doctum doen. Kortom: in feite was het onhaalbaar. Ook part-time studeren was toen nog nauwelijks mogelijk Bart heeft ontzettend geluk gehad dat het tegenwoordig zo makkelijk kan.
In de praeMammourth-tijd was het heel anders.
Vóór de Mammouthwet maakten kansrekedinge en statistiek geen deel uit van het VWO-programma. Daarom kan ik mij niet voorstellen dat iemand in de tijd van de HBS en het serieuze Gymnasium aan een colloquium doctum in STATISTIEK onderworpen werd. Het collegegeld was 4 jaar lang 300 gulden en daarna was het gratis. Er was geen maximale studieduur. Op de THE (nu TUE) hadden veel tentamenbriefjes een eeuwige levensduur dus je kon bijna net zo lang over je studie doen als je wilde zonder dat je tentamina moest overdoen omdat ze verlopen waren.
Seger Weehuizen
@Hinke
Stapelen was vóór de Mammoetwet prima mogelijk. Velen volgenden een pad via Mulo(-B), HBS, HTS, HEAO, universiteit, TU. Er was een uitgebreid systeem van avondopleidingen. Daar stapelden leraren hun bevoegdheden; hoe meer bevoegdheden, hoe hoger het salaris. Je had de MO-A en MO-B opleidingen. En dat gebeurde vaak naast een volle baan!
Kon je met MULO niet naar de
Kon je met MULO niet naar de derde (of was het vierde?) klas van de HBS? HBS opende de toegang tot de universiteit.
Veel onderwijzers hebben naast hun schoolwerk flink bijgestudeerd, zelfs voor iets als ‘hoofdakte’.
Er werd toen haast nooit vergaderd, zo hoor je van oud-gedienden. Nu zit je op de basisschool vaak tot 18.00 uur vast aan allerlei besprekingen, voorbereidingen en administratie.
Ligt het nakijkwerk er voor de avond. Een studie erbij lijkt me veel lastiger geworden voor de onderwijzer(es).
Met
een MULO-B diploma en een toelatingsexamen scheikunde kwam je in de vierde van HBS-B.
De talenopleiding op de Mulo was dermate goed dat je op de HBS weinig bijleerde en alleen je boekenlijst hoefde aan te vullen.
3 jaar HBS was 4 jaar MULO
Ik heb het intussen ook gevonden. De drie-jarige HBS (waarna je eventueel kon afzwaaien) stond gelijk aan vier jaar MULO.
Ontzettend jammer dat dat systeem op de schop moest, vanwege vage gedachten als ‘spreiding van kennis’.
Mavo en vroege selectie / (Wat is beter?)
Op het VO was ik, ondanks mijn ondermaatse basisschool, inderdaad geen stapelaar. Op de universiteit in zekere zin 33wel, omdat ik van studie veranderd ben, en binnen mijn tweede studie van specialisatie. Dat is overigens ook zoiets wat diverse regeringen een doorn in het oog is: die vinden dat natuurlijk “duur” en zien liever dat iedereen “meteen goed” kiest, alsof dat realistisch is, maar dit terzijde.
Goeie doorstroommogelijkheden (die er in Nederland ooit niet waren [Hinke], en sinds de invoering van het vmbo minder goed zijn) vind ik voor het overgrote deel van de leerlingen goed genoeg onderwijs. Meer maatwerk betekent altijd hogere kosten, en de uitgaven moeten sowieso al fors omhoog om het niveau voor dat overgrote deel weer op peil te krijgen. Het onderste uit de kan halen, heeft gewoon een te hoge prijs. De JSF zal voor de luchtmacht vast ook begerenswaardiger zijn dan de Gripen, maar dat wil nog niet zeggen dat je als overheid die JSF dan dus ook moet nemen. Dat is bijvoorbeeld vervelend voor de werknemers van de Nederlandse bedrijven die meebouwen aan de JSF, maar de Nederlandse overheid heeft natuurlijk een breder belang.
Over de Vlaamse middelbare scholen: die zullen vast waardevaster zijn dan de Nederlandse. En ja, het zal in Nederland vast ook mogelijk zijn, onder de juiste voorwaarden. Maar dan zijn goede (nadruk op góede) doorstroommogelijkheden óók mogelijk, en om genoemde redenen te prefereren.
Overigens: ik dacht dat ze in dat radioprogramma van BNR meldden dat er in Vlaanderen helemaal geen Citotoets is en dat het opleidingsniveau van je ouders daar nogal zwaar weegt bij het schooladvies. Als dat inderdaad zo is, lijkt me dat een slechte kant van het Vlaamse onderwijs, maar dit ook weer terzijde.
> De ziekte bestrijden (het niet waardevast zijn) of toch maar het
> symptoom bestrijden?
De ziekte in het onderwijs is helaas een veelzijdige. Om maar wat te noemen:
– Dat goed onderwijs bij de Nederlandse kiezer nog altijd een lage prioriteit heeft;
– Dat je met grootschaligheid lage docentsalarissen en hopeloze onderwijsvernieuwingen in de hand werkt;
– Dat lage docentsalarissen zorgen voor slechter onderwijs en ook een meer gefeminiseerde onderwijsorganisatie.
Ik weet niet in hoeverre Vlaamse scholen moeten concurreren om leerlingen, maar met concurrentie (Nederland) en het gegeven dat ouders onderwijs óf niet zo belangrijk vinden (hoge diploma’s wél) en/of scholen niet goed kunnen beoordelen (vergelijk ziekenhuizen) wordt het natuurlijk lastig om het niveau op peil te houden. Te weinig leerlingen betekent een probleem, en leerlingen afstoten wordt dat dus ook. Scholen worden dan niet gemotiveerd om het niveau op peil te houden. En ík zou die “traantjes” het grootste probleem nog niet vinden, maar ga dát maar eens overlaten aan sterk gefeminiseerde organisaties. Dat werkt dus niet. En ging het maar alleen om wetswijzigingen. Helaas gaat het om iets veel moeilijkers: het doorbreken van gevestigde belangen (besturen) en de herverdeling van geld (belastingen).
Op de rest misschien later
Op de rest misschien later nog een reactie, ik moet er nog even over nadenken.
Overigens: ik dacht dat ze in dat radioprogramma van BNR meldden dat er in Vlaanderen helemaal geen Citotoets is en dat het opleidingsniveau van je ouders daar nogal zwaar weegt bij het schooladvies. Als dat inderdaad zo is, lijkt me dat een slechte kant van het Vlaamse onderwijs, maar dit ook weer terzijde.
In Vlaanderen is het advies daadwerkelijk een advies terwijl er in Nederland wordt gesproken van een advies terwijl dit ‘advies’ in de praktijk meestal allesbepalend is.
Er wordt in Vlaanderen inderdaad geen CITO-toets gebruikt, gelukkig maar en hierbij laat ik de beroerde kwaliteit van het werk van CITO nog buiten beschouwing.
De school kijkt naar de cijfers, de vooruitgang en inderdaad ook de gezinsomstandigheden.
De school geeft op basis hiervan een advies en vervolgens is het aan de ouder(s) om hier wel of niet iets mee te doen.
Het Vlaamse onderwijs werkt volgens het watervalsysteem. In de eerste leerjaren volgt een groter percentage de betere opleidingen, in de daaropvolgende leerjaren daalt dit percentage steeds.
Vanuit een Nederlandse mentaliteit zou je kunnen stellen dat de Vlaamse opleidingen er in slagen om ondanks dit grotendeels waardevast te zijn (meer dan in de meeste Europese landen), zelf vermoed ik dat het wel eens zou kunnen dat de Vlaamse opleidingen juist dankzij dit watervalsysteem er in slagen om grotendeelswaardevast te zijn. Iedereen is immers doordrongen van het belang van strenge eindtermen gezien de vrije instroom.
Daarmee stel ik niet dat het watervalsysteem in Nederland ook zou werken, wel zou de overheid maatregelen kunnen nemen om scholen aan te moedigen meer leerlingen te laten starten op de havo en het vwo en tegelijk streng te selecteren. Ik zal in mijn volgende post een voorstel doen.