Vaste normen voor de toelating op middelbare scholen.

De toelating tot middelbare scholen is een kwestie. De verschillende schooltypen vertonen een inflatie van het niveau. Met strak genormeerde eindexamens is het probleem niet te verhelpen. Rectoren lopen met de toelating een jaar of 6 voor op het moment dat de minister de eindnormen vaststelt. Ze plaatsen de minister altijd voor een voldongen feit. Geen bewindspersoon kan immers een groot percentage laten zakken. De rectoren winnen die slag van jaar op jaar. Hoe kun je bij de ingang het niveau bewaken?

Als het advies van de basisschool correct wordt gegeven, kan het een goede maatstaf zijn. De onderwijzer geeft een groot aantal proefwerkjes en bepaalt daarmee een eindscore. Verder MOET er een ijktest zijn, waarmee de docent zijn eigen cijfersysteem kan transformeren naar een landelijk gedefinieerde schaal. Daarvoor werd in het verleden de CITO toets gebruikt. Een andere ijktest kan ook goed zijn. Is die op elke school aanwezig? De CITO verschuift naar achteren. Je mag nooit krijgen dat een docent vergeet tijdig een ijktest in huis te halen. Dan zou een ramp kunnen gebeuren. Hij zou relatieve cijfers hebben, op een schaal van Joost mag het weten.

Als je de toelating naar de middelbare school vrij laat, zullen scholen hun marktaandeel willen vergroten en ouders meer willen binnenslepen dan goed is. Het gevolg is een voortdurende inflatie van het niveau. Daar bestaat een eenvoudige remedie tegen. Neem aan dat een school 200 brugklassers binnenlaat en dat er daarvan 150 een CITO score hebben waarmee ze tot de 30% besten van het land horen. Dan mag de school er volgend jaar 150 toelaten tot het schooltype dat de 30% norm heeft. In de brugklas kunnen individuen beter of slechter scoren dan vooraf verwacht was. De school heeft na de brugklas een cijfervolgorde. Het aantal van 150 verandert echter niet. Met die aanpak kan het ingangsniveau van de verschillende schooltypen hard en zakelijk worden gestuurd. Over individuen gaat iedere school zelf. Maar de inflatie in de toelating stopt.

Wordt het land door de besten bestuurd? Je mocht het wensen. Onderwijspolitiek echter is helemaal eigenaardig, omdat alle politici op school hebben gezeten en dan denken dat ze het wel weten. 

14 Reacties

  1. De constatering dat

    De constatering dat deverschillende schooltypen een inflatie van het niveau vertonen roept de vraag op of dat vóór de Mammoetwet ook zo was en zo nee waarom niet. Ik denk dat het niet zo was, ik heb het ook nooit horen beweren en de rectoren van de scholen och de leraren hadden er belang bij zo veel mogelijk leerlingen aan te nemen en om dat te kunnen uitvoeren te rommelen met de geschiktheidseisen voor om toelating solliciterende leerlingen. Volgens Leo Prick is dat rommelen met de toelatingseisen wel gebeurd toen als gevolg van “de pil” en de toenemende individualisering het aantal kroostrijke gezinnen afnam en de jaargangen met ⅓afnamen. Ik denk dat ook de extra afname van het kinderaantal van vrouwen die hoogopgeleid waren of daarnaar op weg waren een rol gespeeld hebben bij de vermindering van het aantal VWO-geschikte leerlingen maar daar is naar mijn weten nooit onderzoek naar gedaan. Voor het maken van eindexamenopgaven werd vaak een beroep gedaan op ervaren leraren uit wier voorstellen een keuze werd gemaakt. Ik denk dat dat niet tot niveauverlaging van het eindexamen leidde. 

    Ik zie niet in dat de minister van onderwijs niveaudaling accepteren moest omdat hij niet te veel leerlingen kon laten zakken. Als er veel leerlingen voor het VWO zakken dan stromen er meer leerlingen af naar het HAVO-niveau, bij de overgang naar de vierde klas of eerder, vanuit een HAVO-VWO-brugklas. Of zijn veel ouders net zo koppig als ik? Ik herinner mij dat een scholengemeenschap er op aandrong dat een dochter van mij een gemakkelijk VWO-profiel zou kiezen en meenden dat als ze liever het profiel Natuur en Gezondheid zou willen kiezen zij dat beter op HAVO-niveau zou kunnen doen. Als alleen maar een heel klein percentage leerlingen mag zakken krijg je misschien dat het dynamisch evenwichtsysteem op hol slaat. Ik denk niet dat het percentage gezakten voor de minister zwaar woog maar het percentage studenten dat een zo hoog mogelijk diploma krijgt. Lissabon!

    Verder wilde de minister zo min mogelijk zittenblijvers  of leerlingen die met tijdverlies via een omweg hogerop komen. Ook dat heeft bijgedragen aan de niveaudaling.

    Als je op een universiteit wilt worden toegelaten moet je een toelatingsexamen doen. Het Staatsexamen VWO. In plaats daarvan kun je ook op een erkende VWO-school een eindexamen afleggen waaraan dezelfde rechten verbonden zijn als aan het Staatsexamen. Het gekke is dat als je tot het Gymnasium of een VWO-opleiding zonder klassieke talen wilt worden toegelaten geen toelatingsexamen kan afleggen maar afhankelijk bent van een inschatting van je capaciteiten gemaakt door onderwijzers die daar helemaal niet voor opgeleid zijn en gebruik maken van tetsmateriaal dat niet speciaal ontworpen is om VWO-capaciteiten te detecteren. Dat is zeer onrechtvaardig.

  2. # Malmaison – U twijfelt aan

    # Malmaison – U twijfelt aan het vermogen van onderwijzers om de kwaliteit van VWO leerlingen in te schatten. Met proefwerken die over de volle breedte van de klas discrimineren, kun je de X% hoogst scorenden vinden. Alleen als X zeer klein wordt, geeft dat problemen bij de gebruikelijke tests. Die zijn het betrouwbaarst voor de middenmoot. In de randen onderscheid je misschien meer op Pietje Precies wezen dan op kennis. Elke test heeft dat. Misschien moet je voor Gymnasiasten toch een apart toelatingsexamen houden. Voor het overige kunnen onderwijzers prima adviseren. Zelf heb ik een voorkeur voor eenvoud en weinig rompslomp. Maar de huidige leerling-volgsystemen kunnen, bij alle bureaucratisch gedoe, eveneens een trefzekere ijking van een klas leveren.

  3. Bij de CITO-eindtoets die

    Bij de CITO-eindtoets die immers door alle leerlingen wordt afgelegd is waarschijnlijk maar 80% van de vragen geschikt om te bepalen of een leerling geschikt is voor het VWO of niet. Een schijnbaar domme maar waarschijnlijk om ideologische redenen gemiste keuze waardoor aan een kans om de betrouwbaarheid van het selecteren van VWO-geschikte leerlingen te vergroten voorbij wordt gegaan. (Denk aan de verbetenheid waarmee sommige kamerleden zich er tegen verzetten dat vervolgscholen aanvullende informatie voor niveau-toewijzing gebruiken). Die betrouwbaarheid had nog verder vergroot kunnen door aan leerlingen met een mogelijke VWO-geschiktheid op de basisschool aanvullende en tevens moeilijkere leerstof aan te bieden. Denk aan zinsontleding en woordenkennis bij taal en breukrekenen, gestandariseerde ingeklede vergelijkingen en verhoudingen bij rekenen.

    Verder wantrouw ik multiple choice toetsen. Zij lijken bij te dragen aan de objectiviteit maar er is geen controle op de manier waarop een leerling tot een bepaald antwoord komt. En als je een antwoord op moet schrijven blijf je nadenken en kun je plotseling zien dat je het fout hebt. Mij lijkt het afschuwelijk om toetsen af te leggen waarbij je nauwelijks pen en papier gebruikt. Het parlement en de onderwijswereld zijn nog vergeven van mensen die achter de middenschool en de basisvorming stonden of nog staan.

    Ten slotte kan ik als ouder gemakkelijker de validiteit van een toelatingsexamen zoals her vroeger werd afgenomen beoordelen dan van al die toetsjes waarop de juffen de VWO-geschiktheid van mijn kind bepalen. Ouders wordt steeds meer de controle en de inspraak over hun kind ontnomen. Nederland is slordig met grondrechten.

  4. Het door Neker&Laat

    Het door Neker&Laat voorgestelde quotasysteem zou met een aantal aanpassingen bruikbaar zijn om niveau-inflatie te beteugelen. Het zou er minder eenvoudig uitzien dan N&L heeft voorgesteld. De leerlingenpopulatie op de basisscholen van een stad kan veranderen door wijzigingen in de samenstelling van haar bevolking en een verandering van het aantal inwoners. Hoogopgeleide ouders leveren per persoon meer VWO-geschikte leerlingen op en de vruchtbaarheid van 45-plussers is gering. Het lijkt mij niet wenselijk dat hoogopgeleide ouders zich in een bepaalde stad niet laten inschrijven als daar eerder een grote influx van hogeropgeleiden heeft plaats evonden. Waarschijnlijk zal door het toegenomen aantal van hoogopgeleide vrouwen in combinatie met haar geringe vruchtbaarheid over heel het land vooral  tot een vermindering van het aantal VWO-geschikte leerlingen leiden. Er zijn dus een heleboel mitsen en maren die het succes van het quotasysteem in de weg staan,

  5. # Malmaison – Die verandering

    # Malmaison – Die verandering van populatie is er niet. Het is precies dezelfde groep leerlingen die je stuurt. Het aantal dat doorgelaten wordt, verandert niet. Wel kun je in de brugklas enige diffusie hebben over de grens heen: de een presteert beter dan voorspeld, de ander slechter. Welnu, voor die diffusie is de brugklas ook ingesteld destijds.

    Neem aan dat je landelijk 30.000 leerlingen doorlaat naar VWO. Dan zoek je de CITO score die de grens is. De 30.000 verdeel je in groepen over de scholen. Een school A krijgt er daarvan 150. Als er over een jaar van de brugklassers 150 naar VWO gaan, is het aantal gelijk. De individuen kunnen veranderen. Als alle scholen aldus sorteren, krijg je precies 30.000 kinderen die naar VWO gaan.

    Is de CITO valide? Neem aan dat een onderwijzer zijn klas een groot aantal proefwerkjes geeft, met een goede spreiding over gemakkelijke en moeilijke opgaven. Hij berekent een eindcijfer. Verder krijgt hij CITO cijfers. Hij zet voor ieder kind de cijfers in een grafiek: horizontaal zijn eigen scores, verticaal de CITO cijfers. Als dan de punten op een rechte lijn liggen, behoudens wat ruis, zal hij de CITO valide achten voor de ijking van zijn hele klas. Dat de CITO sommetjes voor zijn VWO leerlingen aan de simpele kant zijn, het zij zo. Hij kan in ieder geval betrouwbaar adviseren.

    De moderne leerling-volgsystemen kunnen misschien de ijking overnemen van de CITO test. Ik weet daar de details niet van. Je schiet met die bureaucratie wel met een kanon op een mug. Eenvoud kan ook goed zijn. Weet hier iemand er meer van?

  6. Er zijn gemeenten waarvan de

    Er zijn gemeenten waarvan de helft tot twee derde van de kinderen VWO-advies krijgt en er zijn gemeenten waar dat nog geen 3 % is (bron: Vroeg schooladvies? Dat houden we zo! geschreven door Juliette Vasterman in de NRC van 26 februari jl). Gemiddeld krijgtin den lande  17% van de leerlingen VWO-advies. En daar hoort natuurlijk een CITO-toetsscore bij die echter voor het betreffende leerling geen rol mag spelen. Wat je natuurlijk wel kunt doen is in elke gemeente of voor elke school kijken welk percentage van de leerlingen in de voorafgaande schooljaren binnen de 17%-snede gescored heeft.  Dan kun je de norm handhaven dat slechts 17% van alle leerlingen naar het VWO mag en zo bijdragen aan de bestrijding van de VWO-inflatie. Vooropgesteld natuurlijk dat de correlatie tussen schooladvies en CITO-score groot is en je met beide betrouwbaar de VWO-geschiktheid kunt meten. Als de basisscholen van een gemeente te vrijgevig zijn met VWO-adviezen zal onder de leerlingen met VWO-adviezen geloot moeten worden, dus de verplichte toelating voor goedgekeurde leerlingen zou moeten vervallen. Door jaarlijkse middeling van de gemiddelde CITO-scores van de voorafgaande drie jaren binnen één stad kan het aantal VWO-adviezen aangepast worden aan de demografische ontwikkelingen in een stad. En probleem is dat je de scholen niet zou mogen verbieden om leerlingen aan te nemen die door de leverende basisschool schooljaar niet goed genoeg bevonden waren voor het VWO maar door de vervolgschool wel. Ten slotte zouden bovendien ouders in beroep moeten kunnen gaan tegen het advies van de basisschool en de weigering van een vervolgschool om hun kind toe te laten. Wil je je aan de 17% norm houden om inflatie van het VWO-te voorkomen dan moet je dus nog meer leerlingen met VWO-schooladvies afwijzen of op een wachtlijst plaatsen. (Als te veel scholen een VWO-advies geven waardoor de 17% grenswaarde in een stad overschreden wordt is een wachtlijst zeker nodig)

  7. Het is een grote vergissing

    Het is een grote vergissing om de CITO (of een andere toets) niet meer te betrekken bij het schooladvies.

    – Niet alle onderwijzers m/v zijn slim genoeg om talent te onderkennen

    – Soms speelt er zelfs een vorm van jalouzie mee (hoezo slimmer dan ik: HAVO is goed genoeg)

    – Ook is vriendjespolitiek (met ouders) of persoonlijke voorkeur mogelijk zonder objectieve toets.

     

  8. Helemaal met je eens, Hinke

    Helemaal met je eens, Hinke

    ……………………………………………………….

    enige opmerkingen over de CITO-eindtoets:

    -Via één toets bepalen waar een leerling op een heel scala van scholennivaux in het middelbaar onderwijs thuis behoort is onnodig onnauwkeurig als al bekend is waar een leerling leerling ongeveer zou terecht moeten komen

    -Een toets met open vragen, nagekeken door een gemotiveerde corrector, zou meer informatie opleveren.

    -De betrouwbaarheid van een toets neemt af naarmate er meer voor getrained wordt. Dat geldt althans als sommige leerlingen niet of maaar weinig getrained worden en ander veel. Als dat gevaar dreigt kan men leerlingen die mogelijk VWO-geschikt zijn veel beter pittige leeerstof als extra geven en daarover vragen stellen. Met behulp van goed doordachte vragen kan men dan achterhalen of de leerling die leerstof begrepen heeft.

    -Als een leerling zich speciaal op het examen MOET voorbereiden beïnvloedt ook motivatie het resultaat van de toetsafname. Dat wordt bij de beedbandtoets die CITOeindtoets heet ten onrechte niet gedaan.  Motivatie kan leerlingen er toe brengen op een hoger niveau succesvol bezig te zijn. 

    …………………………………………………………..

    Heel belangrijk voor slagen op een bepaald niveau zijn intelligentie en motivatie. Daarom zou een IQ-test deel uit moeten maken van een selectie-procedure.

    …………………………………………..

    In Turkije en Italië waren bankbiljetten van 100.000 pond of Lira in omloop. Dan wordt het handig nieuwe biljetten in te voeren die met weinig nullen dezelfde waatde hebben als een oud biljet met vele nullen. Op dezelfde wijze kan men de inflatie van het VWO-niveau en onderliggende niveaux compenseren door een nieuw niveau boven dat van het VWO te creëren.

  9. Beste mensen. U zegt zinnige

    Beste mensen. U zegt zinnige dingen. Maar begrijpt U niet mijn belangrijkste punt, de reden dat ik het bovenste stukje in deze reeks heb geschreven?

    Welke methode van selectie of test U ook toepast, alle cijfergeving is relatief. Op de middelbare school werd al gevraagd: “Hoe zwaar telt ie?” De docent heeft ALTIJD minstens een vrijheidsgraad. Hoe streng telt hij?

    Als je die zaak wilt beheersen MOET je ijken, met een ijktest. Mijn grote zorg is dat, met het verschuiven van het CITO tijdstip, er adviezen komen waarvan niemand nog weet “hoe zwaar hij telt.” Ik zie het al gebeuren dat een hele generatie docenten zich over de kop gaat werken, wegens onzekerheid over het niveau dat in de klas zit. Hoe goed of slecht zijn deze leerlingen? Joost mag het weten! Zonder ijkmethode krijg je rotzooi.

  10. Eerst nog even wat

    Eerst nog even wat duidelijkheid over het schooladvies:

    Als ik het goed begrepen heb mag een ontvangende school een leerling altijd hoger plaatsen dan de basisschool adviseert. Als uit de CITO/toets een niveau volgt dat hoger is dan de school geadviseerd heeft kunnen de ouders de leverende basisschool verzoeken om haar advies te herzien. De vervolgschool moet dan van het herziene advies uitgaan.

    Voor toegang tot een echte eerste-leerjaar-VWO-klas waren 145 t/m 150 CITO-punten nodig. Met 144 cito-punten kwam een leerling op een HAVO-VWO-brugklas of lager terecht. De citotoets heeft dus een range van 6 punten voor de toegang dat de eerste klas VWO en 54 punten voor niet zuivere eerste klassen VWO en alles wat lager zit.

    Volgens Wikipedia is de CITO-toets o.a. ingevoerd omdat “voorheen leerlingen vaak beoordeeld werden op hun ouders. Zo werden mannelijke allochtone- en arbeiderskinderen naar de lagere technische school gestuurd, en vrouwen (ongeacht hun intelligentie) naar de huishoudschool. Om leerlingen de kans te geven op een objectieve manier hun leervermogen te tonen is de Cito-toets ingevoerd. Het is dus een manier om kinderen te beschermen van vooroordelen die sommige leraren hebben”. En nu blijken de onderwijzers plotseling wel betrouwbaar te zijn!

    Morgen hoop ik me weer binnen de orde van de discussie te begeven en in te gaan op de ijktest etc.

  11. Neker en Laat: het

    Neker en Laat: het leerlingvolgsysteem wordt ook door CITO geleverd. We zien dan dat leerlingen jarenlang op een C-niveau blijven hangen, juist omdat gemiddelden de maat zijn. Zelfs al zou het volledige veld van basisscholen gigantische krachtsinspanningen zou leveren (elke leerling presteert op z'n top), krijg je toch weer een nieuwe  C-groep die dus onder een gemiddelde zit.

    Dit is altijd mijn bezwaar geweest tegen het gemiddelde cijfer dat als maat gaat fungeren. Dan kan iedereen zich nog zo uitsloven, per definitie ontstaan er groepen die onder het gemiddelde presteren. Het onderwijs kan als geheel op topniveau zijn, als gemiddelden de norm zijn, houdt je eeuwig kinderen die 'onder gemiddeld' presteren. Aldus begint het onderwijs te lijken op het grijpen van de regenboog; immer verdwijnt deze.

    Daarom zou ik liever abdolute eisen zien; alleen dan mogen leerling en leraar eindelijk de smaak van voldoening verkrijgen. Zoals de bergtop die niet elke keer van plaats verandert.

    De schilder die een model wil schilderen moet er wel zeker van zijn dat na elke poging die hij weggooit, het model nog steeds hetzelfde is. Zit er  na elke mislukte poging weer een ander model, dan wordt zijn streven een zinloos streven vol van frustratie. Dit beeld ontleen ik aan de intellectueel C. S. Lewis en blijkt een uitstekende metafoor.

  12.   De positie van ouders lijkt

      De positie van ouders lijkt eigenlijk zo slecht nog niet. Als hun kind op grond van de CITO-toets hoger gepositioneerd zou worden kunnen zij de basisschool om revisie van hun oordeel vragen. Ouders hebben de mogelijkheid te pleiten voor hogere “Einstufung” en kunnen met een andere second opinion als de CITO-toets proberen hun gelijk proberen te halen. Maar scholen willen graag lang van te voren plannen en staan niet te springen om met tientallen ouders over revisie te praten. Het zwaarste argument op het gebied van rechtvaardigheid is echter dat vooral kinderen van hoogopgeleide ouders van de nieuwe regeling profiteren. En dat was nu juist niet de bedoeling! In Venlo kun je gelukkig je kinderen zetten op een bus naar Maaseik.…………………………………………………………

    Met Neker & Laak ben ik van mening dat dat de devaluatie en de aftakeling van het VWO gestopt moet worden. Te meer daar de mentaliteit er niet naar is om superVWO’s op te richten en op de universiteiten daarop aansluitende opleidingen  in het leven te laten roepen. In de tijd dat ik school ging wilde men het beste uit de allerslimste jongens halen. Onderwijsgeld uitgeven om meisjes hoog op te leiden werd nog als een geldverspilling beschouwd en daarom werd voor hen de Middelbare Meisjesschool opgericht. O.a. om er voor te zorgen dat vrouwen van hoogopgeleide mannen hun talen goed zouden spreken. Onze welvaart zou het er dus van moeten hebben zo veel mogelijk uit de slimste jongens te halen. Nu gaat het er om zo veel mogelijk kinderen zo hoog mogelijk op te leiden, wat dat “hoog” dan wel moge beduiden. Het gevoel dat onze welvaart het van een kleine groep hoogopgeleide mannen moet hebben is helemaal voorbij.

    ………………………………………………………………………..

    Neker en Laak wil gebruik maken van de correlatie tussen schooladvies en de uitslag van de CITO-eindtoets. Dat omdat de CITO-toets als individuele beoordeling mosterd na de maaltijd is. Hij wil ook het percentage of het aantal toegelatenen voor een bepaald schooltype landelijk fixeren. Je kunt daarbij zowel de basisscholen als de vervolgscholen restricties opleggen m.b.t. het  aantal leerlingen dat ze voor een bepaald onderwijsniveau mogen aanwijzen. Dat zou zelfs per “onderwijsdistrict” kunnen worden doorgevoerd.

    Laten we even aannemen dat de restrictie aan elke basischool wordt opgelegd. In jaar x hebben y leerlingen van een zekere basisschool minsten 145 punten op de CITO-score gehaald. landelijk gezien haalt immers 17% van de basisschoolscholieren minimaal 145 punten binnen en zou dan als enkel de CITOtoets bepalend was toegelaten moeten worden tot het VWO-niveau .Dan mag in het jaar daarop de basisschool aan y% van de kinderen een VWO-advies verstrekken. Het jaar daarop geldt x := x+1en herhaalt de procedure zich met een nieuwe y-waarde. Het doel van Neker en Laak zou zo bereikt kunnen worden maar ik denk dat er opstand onder de ouders zal uitbreken als een kind niet tot het VWO toegelaten wordt omdat er in “hun ”jaar toevallig veel goede leerlingen in groep 8 zitten.

  13. # moby – Als een centrale

    # moby – Als een centrale toets een relatief niveau geeft, kun je procentuele scores bepalen. Mag ik aannemen dat er landelijke normering is in een leerling-volgsysteem (LVS)? Stel dat je die relatieve cijfers op het eind van de basischool hebt voor een hele klas. Dan kan de docent die hele klas ijken t.o.v. landelijke cijfers. Maar hij weet nog niet hoe de landelijke populatie stijgt of daalt in niveau. Voor de bekende CITO toets heb ik ooit gezien dat de niveaudrift wordt gemeten. Daarvan is de (zeer langzame) drift in niveau bekend. Maar ook als een landelijke ijking een zwakke drift vertoont, kun je ze gebruiken voor sturing van aantallen. Kan iemand eens komen uitleggen hoe een LVS precies normeert?

    # Malmaison – Ik moet mijn excuses aanbieden voor mijn onduidelijkheid. Ik sta geen vaste aantallen voor per gemeente of regio. Het is louter de middelbare school zelf die de aantallen voor VWO etc. (tweede klas) gelijk moet stellen aan de aantallen die zekere CITO scores hebben gehaald. Dan heeft de middelbare school een vast punt voor de acceptatie. Geen school kan dan nog ruimer toelaten dan andere. Je voorkomt zo dat bestuurders 6 jaar later naar Den Haag moeten gaan om te pleiten voor zwakkere exameneisen. In mijn voorbeeld van 150 leerlingen zou de precisie van de CITO cijfers waarschijnlijk genoeg zijn om het aantal nauwkeurig te kunnen vaststellen. Anders kun je een latje leggen door een statistische verdeling rond het kritisch niveau.

  14. Het systeem van het VO is ook

    Het systeem van het VO is ook opgebouwd volgens het systeem van het gemiddelde. Voor de hoger dan gemiddelden is er een gymnasium, enz enz. Aldus sluit Cito aan bij een systeem van boven of onder gemiddelde leerlingen.

    Altijd houd je boven gemiddelde leerlingen, hoe je een systeem ook wilt veranderen. Het is een enorme leugen dat elk kind gelijkwaardig begaafd zou zijn. Een leugen die al op de kleuterschool als leugen zichtbaar wordt en met 'werken op eigen niveau' eigenlijk vooral zich als leugen blijkt te bewijzen. Het werken op eigen niveau blijkt vooral het afzakken van vele leerlingen te bevorderen.

    Het aanmodderen op eigen niveau blijkt dus vooral het eigen niveau enorm te degraderen. Een ander niveau blijkt steeds weer de beste uitdaging te zijn, tot op een bepaalde hoogte; dat wist de ervaren leraar heel goed. Er blijken echter plafonds te zijn binnen een gegeven tijdsbestek. En binnen het tijdsbestek van jaren tot bv 18 jaar, was het oude systeem het beste functionerende syteem.

    Dat zien we gewoon: VO leerstof van heden was ooit leerstof van de lagere school. Toch brengt het onderwijs van heden geen grotere aantallen briljante leerlingen voort.

Reacties zijn gesloten.