Testen, etiketten, therapeuten en citotoetsen

Je zult maar kind zijn tegenwoordig. Overgeleverd aan de juf die via vmbo-kader, SPW, instroomde in de pabo. De juf die keurig uitvoert wat het CPS haar verteld heeft; werken in groepjes waarbij kinderen mogen overleggen. Kritiekloos volgt de juf namelijk alle informatie van cursussen die zij volgde op, immers anders krijg je problemen met het volgende functionerings en doelstellingengesprek. Bovendien heeft ze ook niet de kennis in huis waarmee ze kritische kanttekeningen had kunnen plaatsen bij de laatste cursus van het CPS, want de vakken pedagogiek, didactiek en ontwikkelingspsychologie waren op de opleiding vervangen door projectgestuurd onderwijs, waarbij zij als student in een groepje moest werken aan het maken van een knutselboek. In het weekend gaat zij met oude vriendinnen stappen en gaat ze lekker uit haar dak bij het concert van Gordon. Een boek leest zij nooit, want lezen is 'niet haar ding', liever gaat ze shoppen. De krant leest ze ook niet, dat geeft zoveel oud papier. 's Avonds na een lange dag met drukke kinderen in de klas van 34 zap je liever eerst even langs een talentenshow. Gelukkig kan de juf zich vasthouden aan het keurslijf van de citotoetsen, zodat ze altijd weet wat ze moet doen. Leerlingen die uitvallen op de citotoets verwijs je door naar de 'deskundigen'. Therapeuten, begeleidingsbureau's en pillendraaiers kneden het kind weer tot het gewenste gemiddelde machientje.

Wie niet voldoet aan de (cito)norm, het dromerige meisje, de 'drukke' jongens, alles moet precies in de pas lopen. Er is geen tijd meer om te wachten totdat het kind rijp is voor een bepaald aanbod. Het leren wordt niet meer aangepast aan het kind, maar het kind wordt aangepast aan wat wij als maatschappij vinden dat de norm is. Als je niet aan die norm voldoet, staat er een rij toetsen, therapeuten en pillen op je te wachten, zodat je wél kunt voldoen aan die norm. Thuis zijn er ook geen ouders meer die voor structuur, liefde en warmte kunnen zorgen, want zij moeten werken voor het huis. Vrijwel geen enkel beroep voorziet in een loon waarmee een gezin met een zorgende ouder onderhouden kan worden (ook het beroep van leraar niet!). Gelukkig kan dit gebrek aan structuur, liefde en warmte opgevangen worden door de farmaceutische industrie, het toetsencircus en de onderwijsbegeleidingsdiensten. 

Een oudere uitzending, maar wel één om te onthouden:

www.youtube.com/watch?v=DBvE_Kllt2M

Deze maatschappij doet aan collectieve kindermishandeling. 

9 Reacties

  1. Het hoofd der (lagere) school

    Het hoofd der (lagere) school was vroeger meestal wel in staat zonder speciale toetsen te beoordelen of een leerling het gymnasium of de HBS aankon en dus tot de voorbereidingsklas kon worden toegelaten. (De voorbereidingsklas bestond uit een gedeelte van de leerlingen van de totale zesde klas en zat meestal in een aparte rij). Mogelijk deed hij te weinig moeite om getalenteerde kinderen uit de arbeidersklasse via de voorbereidingsklas klaar te maken voor het toelatingsexamen Gymnasium of HBS maar hij had een opdracht als poortwachter voor ALLE VWO-geschikten op te treden gemakkelijk kunnen vervullen. Ik betwijfel of de CITOtoetsen betrouwbaarder zijn bij de dromerige Marietje of de hyperactieve Jan. Maar we zullen voorlopig wel op de toetsen moeten vertrouwen.

  2. # Malmaison – Over de

    # Malmaison – Over de adviezen vóór de Mammoetwet wordt allerlei kwaad beweerd. Daarom heb ik het systeem van mijn eigen lagere school grondig bekeken. Het programma was in kleine stapjes opgeknipt. De inhoud werd compleet behandeld volgens een tijdschema. Er werd niets overgeslagen, ook al verwerkte niet elke leerling de stof even grondig. Wie zelf aktief genoeg was, kreeg alles mee. In de laatste klas gaf het hoofd vrijwel van week tot week kleine proefwerken, vooral redactiesommen. Daar zag hij het meest aan. In mei had hij een grote cijferlijst, met een prima statistiek. Dan kwam een psycholoog de hele klas testen voor een ‘second opinion’. Maar die had ook twee ijktests, waarmee de cijferlijst van het hoofd kon worden vergeleken met de landelijke normen voor de grenzen LBO-MULO en MULO-HBS. Er was nog geen brugklas, dus de adviezen moesten heel exakt zijn. Dat waren ze ook. Mijn hoofd werd dat jaar 65, zodat ik in zijn laatste klas heb gezeten. Hij leverde prima werk en ik geloof niet dat het met de hedendaagse praktijk wezenlijk beter gaat.

  3. @ neker en laat

    @ neker en laat

    We zouden voor de determinatie van leerlingen aan het einde ven de brugklas weer tetrug moeten keren naar de gebruiken van een docent van de zesde klas lagere school zoals jij die beschreven hebt. Alle leerlingen zouden dan in het aansluitende vervolgonderwijs direct volgens een leerplan van passend niveau kunnen werken. Maar helaas, zulke docenten zijn uit het basisonderwijs aan het verdwijnen.Wat wel zou kunnen is om speciaal voor groep 8 docenten op te leiden die wel goed in staat zijn om leerlingen te determineren. Voor de de leraren van de overige klassen is dat onbereikbaar.

  4.  # Malmaison

     # Malmaison

     

    Technisch is het niet moeilijk: je geeft enkele tientallen proefwerkjes die voor alle niveau’s van leerlingen goed discrimineren. Je combineert je cijfers met een ijktest. Daarvoor kun je een grafiek gebruiken, al schijnen er ook andere grafische methoden te zijn.

     

    De schoen wringt misschien op een ander punt: uitoefening van gezag op de basisschool. Het hoofd zag erop toe dat in elke klas een welbepaald programma werd afgewerkt volgens een tijdschema. Het aantal uren oefening per week ging volgens rooster. Freewheelen was er voor docenten in de lagere klassen niet bij. Met egalitaire gezagsverhoudingen kan de vereiste (zelf-)discipline in het slop raken.

     

    Bovendien betwijfel ik of op een school met een directeur van 30 jaar oud voldoende weerstand bestaat tegen ouders, die voor hun unieke spruit toch liever een beter advies hadden gezien. Een ‘oude zak’ van 50 jaar gaat daar niet meer voor opzij. Misschien moeten we op de basischool terug naar de ‘oude zak’.

     

  5. Een tijdlang hebben de

    Een tijdlang hebben de scholengemeenschappen geprobeerd m.b.v. brede brugklassen te doen wat men eerder door toelatingsexamens voor een bepaald schooltype deed: leerlingen determineren, Later deed men dat met veel engere brugklassen. Maar nu zijn plotseling de universiteiten begonnen met selecteren nog vóór de toekomstige studenten één stap in een collegezaal gezet hebben. Formeel mogen de studenten bij slechte testresultaten voordat zij aan de door hen gekozen studie beginnen maar de druk om dat bij slechte resultaten van geschiktheidstesten dat niet te doen zal groot zijn. En de kans dat het in de toekomst verboden wordt is groot. Dat betekent tevens dat een VWO-examen de facto geen toelatingsexamen tot het universitaire onderwijs meer is en dat het VWO-diploma alleen nog maar een bewijs van toegang tot de universitaire toelatingsexamens geworden is.

    Maar daarmee is psychologisch wel een drempel tegen  toelatingsexamens voor de verschillende niveaux van het op de basisschool aansluitende vervolgonderwijs weggehaald. Er is dus weer ruimte acceptabel voor hoogopgeleide onderwijzers in groep 8 die in determinatie gespecialiseerd zijn en daarvoor een zwaar examen moeten afleggen. Laten we dat nu, nu selectie weer acceptabel geworden is, aankaarten voordat de opvattingen daarover weer 180 ◦ draaien. Eén zeer goede onderwijzer per 8 leerjaren die grote bijdagen kan leveren aan efficiënt vervolgonderwijs moet toch nog wel te betalen zijn! En een goed opgeleide onderwijzer-determinator kan vast meer weerstand tegen ouderlijke druk uitoefenen dan een slechte onderwijzer die zelf evident niet in staat is om goed te rekenen.

  6. #Malmaison

    #Malmaison

    Je kunt het ene doen en het andere niet laten. Bij de overstap vanuit de basisschool is er een rij cijfers, die met een ijktest wordt gekoppeld aan algemene normen. Bij de overstap van de middelbare school naar een vervolgstudie kun je exakt hetzelfde doen. De docent heeft een schoolcijfer voor wiskunde en hernormeert dat. De ijktest is het eindexamen wiskunde. Hij projecteert het docentgemiddelde naar het examengemiddelde voor de hele klas. Deze twee methoden zijn vrijwel gelijk. Je kunt met een geijkt schoolcijfer degenen tegenhouden die wiskunde willen gaan studeren en daar vrijwel zeker het niveau niet voor hebben.

    Wat de weerstand tegen ouderlijke druk betreft: Er bestaat onder ouders onkunde. Goede selectie is veel zakelijker dan ze vrezen. Licht de ouders voor over de methode. Dat scheelt veel druk.

  7. Malmaison je hebt heel erg

    Malmaison je hebt heel erg ongelijk! Dat hoofd van de lagere school was óf niet in staat óf onwillig om goed te adviseren over de vervolgopleiding. Hij (soms een zij) liet zijn oordeel afhangen van de sociale status van het gezin. Het is ook erg moeilijk om objectief naar een kind te kijken. Daarom zijn afsluitingstoetsen of -zo je wilt- toelatingsexamens ook zo belangrijk.

    Toen ik in de zesde klas zat had ik zeer goeie cijfers en een superresultaat van de intelligentietest. Toch adviseerde het Hoofd der School dringend om naar de MULO te gaan Voor mijn ouders (met alleen lagere school) was dat al een heel gewaagd idee. Ook waren ze blij dat de MULO bij ons in het dorp was.

    En voorwaar ik ben de enige niet. Veel leeftijdgenoten, maar later ook allochtone kinderen kregen een veel te laag schooladvies.

     

  8. Duitsland: het Duitse

    Duitsland: het Duitse onderwijs wil af van de 'testiritis'

    bron www.besturenraad.nl/content/duits-onderwijs-wil-af-van-%E2%80%98testiritis%E2%80%99

    8 mei 2014 – 14:18 | Leraren in Duitsland hebben het helemaal gehad met de ‘testiritis’ die in het land heerst. Sinds tien jaar worden onder alle Duitse leerlingen in de derde en achtste klas de zogeheten VerA testen afgenomen die rekenen en taal testen. Het onderwijs noemt VerA ‘verspilling van tijd en middelen’.

    Scholen vergelijken
    In Duitsland is het weer zover: de landelijke VerA testen worden afgenomen. Deze week rekenen, volgende week spelling en begrijpend lezen. De resultaten worden gebruikt om scholen landsbreed met elkaar te kunnen vergelijken. Maar het komt de onderwijskwaliteit echt niet ten goede, zeggen de onderwijsbonden bij onze oosterburen.

    Massatest 
    De test scheert alle kinderen over één kam, vindt Marlis Tepe, voorzitter van de GEW (een unie van onderwijs en wetenschappen). De antwoorden op de test kunnen alleen beoordeeld worden als ‘goed’ of ‘fout’. Hoe een leerling tot een antwoord komt, maakt niet uit. "Vera helpt de school niet”, vindt Tepe. Maresi Lassek van Grundschulverband valt hem bij: Lassek noemt VerA de landelijke ‘massatest’. Hij vindt de test oneerlijk omdat die te talig is.

    Verspilling 
    "VerA is verspilling van tijd middelen," klaagt Udo Beckmann van de Vereniging voor het Onderwijs (VBE). “VerA perkt de onderwijs- en pedagogische opdracht van de school op ontoelaatbare wijze in en het verhult de schoolprestaties.” Hij roept op een einde te maken aan de ‘testeritis’.

    De vakbond berekende dat VerA jaarlijks alleen al € 1.200.000 aan drukwerk kost. De inspanning door de leraren becijfert de vakbond op zo’n € 20.000.000. Dan is de ontwikkeling van de jaarlijkse testen nog niet eens in de berekening meegenomen.

    Hervorming 
    De drie onderwijsorganisaties pleiten 10 jaar na de introductie van VerA voor een hervorming van de testen. In plaats van alle derdeklassers jaarlijks te testen, pleiten de drie ervoor de testen af te nemen met een interval van drie tot vijf jaar. De tijd en geld die zo bespaard wordt, kunnen scholen echt gebruiken voor verbetering van de onderwijskwaliteit.

    Verschillende Duitse wetenschappers ondersteunen de oproep van de onderwijsorganisaties. De test kan ‘kindvriendelijker’, reageert één van hen.

    Het merendeel van de leraren vindt dat de tests geen voordelen opleveren voor de leerling of de school, zo blijkt uit onderzoek. Acht van de tien leraren is klaar met al het getest: "De inspanning is veel te groot, de opbrengst te laag."

Reacties zijn gesloten.