Het APS organiseert in maart een conferentie onder de titel: Taalcompetenties Nederlands en contextrijk leren. Ik citeer hier de uitnodigingsbrief met de omschrijving van de workshops. Bedenk, mensen: veel middelbare scholen zijn al bijna startklaar om competentiegericht te gaan werken.
“Nieuwe vormen van leren vragen om een herbezinning op de rol en inhoud van het taalonderwijs Nederlands.
In een tweejarig ontwikkelproject zoekt het APS samen met De Goudse Waarden in Gouda, het Nova College in Amsterdam en Het Noordik in Almelo naar antwoorden op de vraag:
Hoe kunnen we de taalontwikkeling van onze leerlingen bevorderen en volgen, als Nederlands niet meer (helemaal) als apart vak op het rooster staat?
Nu we ruim een jaar bezig zijn met ons project, presenteren en bespreken we graag onze bevindingen tot nu toe, samen met onze partners in de drie pilotscholen. We pretenderen daarbij allerminst dat we ‘definitieve’ oplossingen of methoden hebben (bestaan die eigenlijk wel?) en willen het op deze dag vooral ook mogelijk maken om van elkaars ervaringen te profiteren.”
De wurksjops:
“Workshop 1: Nederlands in prestaties en projecten, o.l.v. Atty Tordoir.
In deze workshop laten we aan de hand van concrete voorbeelden in onze scholen zien hoe je taaltaken – zoals informatie zoeken, bronnen raadplegen, presenteren, interviewen, een verslag maken – systematisch kunt integreren in een functionele opdracht.
Workshop 2: Coachen op taal, o.l.v. Josje Hamel en Hella Kroon.
Leerlingen hebben hun prestatie of project gekozen en gaan in kleine groepen aan de slag. In deze workshop laten we zien hoe docenten de leerlingen concreet kunnen ondersteunen bij het voorbereiden, oefenen en uitvoeren van taaltaken, zodat ze daar ook echt beter in worden. Daarbij gaan we ook in op de vragen: wat doet de taaldocent, wat doet de coach of leermeester? Hoe zet je workshops in? Hoe kun je de les- of werkruimte ‘taalrijk’ inrichten?
Workshop 3: De voortgang volgen en beoordelen, o.l.v Bert de Vos.
Hoe weet je of leerlingen beter worden in taal, als taal en leren samen opgaan? Als leerlingen zèlf weten wat ze kunnen, kunnen ze ook beter bepalen wat ze nodig hebben om beter te worden. In deze workshop kijken we naar de praktijkervaringen met het werken met leerlijnen, de inzet van portfolio en reflectiegesprekken en het geven van beoordelingen.
Workshop 4: Collega’s erbij betrekken, o.l.v. Geppie Bootsma.
Voor niet-taaldocenten is het ook in nieuwe vormen van leren niet vanzelfsprekend om aandacht te besteden aan de taalontwikkeling van de leerlingen. Hoe zet je veranderingen op dit gebied in gang, wat is daarbij de rol van de directie, hoe gebeurt dit op onze pilotscholen? In deze workshop gaan we op deze vragen in.”
Mensen, ik word hier somber van. Vooral van dat ‘als Nederlands niet meer (helemaal) als apart vak op het rooster staat. ‘ Uitgangspunt van de vernieuwde basisvorming is namelijk altijd geweest dat het vak Nederlands niet van het rooster zou verdwijnen en er ook niet op het aantal uren zou worden beknibbeld. Weten ze bij het APS meer dan wij? Ze doen het ministerie en de besturen weer een leuke suggestie hoe te bezuinigen.
Ook wordt het mij droef te moede als ik lees: hoe weet je of leerlingen beter worden in taal? Ja het is ook net koffiedik kijken, dat les geven! Alsof je het niet ieder moment dat je met leerlingen bezig bent, kunt horen of lezen.
En ja, daar komt het portfolio weer om de hoek kijken, geschraagd door reflectiegesprekken. Verder lees ik dat iedere niet-vakgenoot zich nu op het terrein van de vakdocenten Nederlands mag, nee moet, gaan begeven. Terwijl een knelpunt van het hedendaags wiskundeonderwijs is dat het erg talig is geworden.
Ik vraag me af: zijn we al ‘beyond the point of no return’ of kunnen we het proces nog keren en zeggen ‘zo willen we het niet’? Ik krijg dringend behoefte aan het lezen van een mooi en lang gedicht…

Collega’s, sterkte!
Van de ene kant is het een geruststellend idee voor me zelf dat ik noch op de Goudse Waarden, noch op het Nova, noch op het Noordik les hoef te geven. Maar van de andere kant heb ik bijzonder te doen met de collega’s die daar in barre omstandigheden verkeren.
Belangrijke, onmisbare vakken worden in een blender gestopt en nadat de knop is ingedrukt komt daar na een snerpend geluid een vreemde drab uit. Vervolgens worden mutsen van het APS ingehuurd om degenen die zich vroeger nog leraar mochten noemen, inderdaad in wurksjops, om te vormen tot “operators”. Deze maken zich in die sjops een vreemd taaltje eigen om de machines te kunnen bedienen. Want zij zijn nu plotseling werknemers in de bio-industrie geworden. Woorden als ‘pilot’, ‘portfolio’, ‘leerlijnen’, ‘reflectiegesprekken’, ‘coaches’ moeten hen nog het idee geven dat ze met iets Belangrijks bezig zijn, maar ze weten in hun hart dat het onbegonnen werk is. De lusteloosheid van de leerlingen zal hen moedeloos maken. Over een tijdje zien we hen ingezakt voortsjokken in hun fabriek. Boven hen in de kantoren lopen de managers in hun fraaie maatpakken rond en kijken af en toe meewarig naar de arme drommels in de diepte. Die hebben nu nog een LB-functie, maar dat zal op termijn afzakken naar LA. Dat kan ook niet anders, want de top hoort duur betaald te worden.
Prachtig proza, Philippens. Maar
ik vrees dat menig middelbaar schooltje deze bio-industriële aanpak zal overnemen. Collega’s zie ik hiermee al drukdoende, volgen de ene na de andere cursus en blijken van de een op de andere dag zich het bijbehorende dialect te hebben eigen gemaakt. Academisch geschoolden! Mensen die de hersens kúnnen gebruiken, maar met oog op de hypotheek en de tweede auto en de derde buitenlandse vakantie met de mode meewaaien, niet gehinderd door enige didactische dan wel intellectuele scrupule. Hoe hen nog om te turnen?
conferenties zijn er om aan deel te nemen, toch?
Als een conferentie georganiseerd wordt, dan is dat in de wetenschappelijke wereld een podium om van gedachten te wisselen. Wat is het bezwaar om als BON-ners een kaartje te kopen (indien nodig) en die insteek in de praktijk te brengen? N.B.: geen ondermijnenende sabotageactie, maar een oprechte poging een uitwisseling te laten plaatsvinden.
Ik vermoed dat enige voorzichtige scepsis
uiten hier al snel wordt ervaren als vloeken in de kerk. Ik heb eens meegemaakt hoe een believer het overgaan tot teamvorming op een school verkocht. Zodra een van de collega’s met goed beargumenteerde bezwaren kwam, werd hij publiekelijk beschimpt en afgeserveerd, onder tevreden toeziend oog van de directie.
Zijn dit geen MBO-scholen?
Volgens mij gaat het hier wederom over het MBO. Daar wordt er inderdaad serieus over gesproken om het Nederlands van het lesrooster te halen (o sorry, ik bedoel integraal aan te bieden bij de competenties). Juist bij leerlingen die echte lessen Nederlands zo heel hard nodig hebben is dit bijna crimineel.
maar weet je het dan niet Hinke…
Juist voor die kinderen is het het allerbeste om tien dingen tegelijk te doen. Apart Nederlands, dat kunnen ze helemaal niet. Ze kunnen alleen goed Nederlands als ze tegelijkertijd aan hun scooter, een first person shooter, de ipod en hun competentieprofielreflectiewerkstukken werken. Dat gaat dan met MSN en SMS, maar dat begrijpoen wij niet. Wij zijn namelijk geen Einsteins of digi natives. Beeeeetje bij de tijd worden Hinke. De jaren vijftig zijn voorbij hoor!
(ik krijg de laatste tijd mn cynische toon weer terug. Tijd voor een nieuwe BON doorbraak, al is het alleen maar voor mn gezondheid)
ga naar
blijven lachen
Nee, Goudse Waarden is vmbo en havo en vwo,
het Nova College is vmbo en Het Noordik in Almelo heeft alle smaken, inclusief een gymnasium.