motivatie leerlingen

Zeer geïnteresserd deze site bekeken en gelezen! Toch blijft er een vraag in mij rondzingen:
Ik zie het nieuwe leren – ondanks dat het in sommige kringen een erg dwingend en ideologisch
karakter heeft gekregen- toch ook als een oprechte poging om de betrokkenheid van de leerlingen
bij het onderwijsleerproces te verhogen!
Die betrokkenheid is toch in veel gevallen een reëel probleem en dit wordt volgens mij niet geheel
opgelost door het aanstellen van bezielde, inspirerende, betrokken en vakkundige leraren!
Hoe zien BONners en andere lezers dit????

17 Reacties

  1. Re: motivatie
    Ik denk dat de volgende zaken hierbij van belang zijn.
    1. Noodzaak van motivatie wordt sterk overschat. Soms moet je (ik, wij, iedereen) dingen doen waarvoor we nit gemotiveerd zijn. Dat mag op school ook best. Sterker nog: het heeft veel opvoedende waarde.
    2. De situaties die ik heb meegemaakt lijken eerder een verminderde dan een hogere motivatie op te leveren door HNL. De eerste paar maanden is het “leuk”, maar n ahte zoveelste project. opdracht, prestatie vinden leerlingen het strontvervelend en worden ziek van meelifters en gebrek aan les en kennis.
    3. Zelfs al zouden de punten 1. en 2. toch in het voordeel van HNL werken, en nogmaals, ik geloof daar helemaal niet in, dan nog wordt er door HNL op een intrinsiek oppervlakkige en niet efficiente manier les gegeven.
    4. Door HNL zijn niet alleen de methodes veranderd, ook de doelen. Daarover is geen discussie geweest, laat staan dat er overeenstemming over is. Doel is nu persoonlijke vaardigheden ontwikkelen in plaats van kennis en kennis gerelateerde vaardigheden opdoen. Dat is een enorme verandering, die de gehele kant van het overdragen van kennis en cultuur in één klap vernietigt. Niet enkel voor één generatie, maar als het even tegen zit, voor vele generaties na ons.
    5. Ik geloof er helemaal niets van (en heb dat ook zo ervaren) dat leerlingen gemotiveerd worden door het nadenken over hun eigen leerproces. Onderwijskundigen en docenten vinden leerprocessen interessant. De voetballer wil beter voetballen, niet zijn eigen leerproces doorgronden. Einstein wilde de natuurlwetten begrijpen, niet zijn eigen leerproces, Rembrandt wilde mooie schilderijen maken, hij was niet geinteresseerd in op welke manier hij zichzelf hierin ontwikkelde.
    Leerlingen schrijven de verplichte pops en reflectievrslagen werkelijk iet omdat ze het zo vreselijk interessant vinden. En waarom zouden ze ook. Waarom moeten ze begrijpen heo ze hebben leren lopen om te kunnen lopen.

  2. Het ligt er maar aan
    hoe je het probleem analyseert en definieert. Zijn leerlingen ongemotiveerd omdat we het verkeerde onderwijs geven, of zijn ze ongemotiveerd omdat de school de enige plaats is waar nog eisen aan ze worden gesteld? Dat laatste valt ze zo rauw op het dak, dat ze zich niet meer tegen hun ouders afzetten om door hun puberteit heen te komen, maar tegen de school en het leren.
    Als ik strafwerk laat maken omdat het huiswerk niet is gemaakt, krijg ik van ouders verontwaardigde reacties. Er wordt dan letterlijk gezegd: nou, big deal zeg, een keer je huiswerk niet maken en hun kind krijgt ruim baan om dit gedrag te blijven vertonen.
    Mijns inziens is het heel moeilijk om de betrokkenheid of motivatie te verhogen, zo lang directies docenten in de kou laten staan en in verband met de financiën zoveel mogelijk ouders te vriend willen houden. De leerlingen voelen dat hun gebrek aan betrokkenheid niet stuit op duidelijke regels en sancties.
    Het laatste dat deze generatie tot werken of denken kan aanzetten is ze het heft in eigen handen te geven. Deze leerlingen hebben veel te veel vrijheid, niet te weinig! En dan heb ik het nog niet eens over het gegeven dat je leerlingen hebt die al jong heel veel drinken, dus bij wie de fysieke conditie een zware wissel trekt op gedrag en inzet.

  3. Ja, dat HNL – uitwassen
    Ja, dat HNL – uitwassen (projectjes, knip-en plakwerkjes, presentatietjes, groepswerkjes e.d. ) de motivatie naar de knoppen helpen, dat wist ik al.
    Maar luisteren naar – en opdrachten uitvoeren voor die geïnspireerde docent, bij wiens lessen je toch echt het gevoel hebt dat het allemaal niets te maken heeft met jouw dagelijkse leven, wat voor leerrendement heeft dat dan?
    myra

    • We moeten af van de letterlijkheid.
      En dan bedoel ik de letterlijkheid van: dit moet voor mij nu meteen iets opleveren dus iets met mijn leven te maken hebben of anders … Je moet leerlingen helemaal niet voorhouden dat je die relatie altijd kunt leggen.
      Volgens mij heeft dit ook veel te maken met het niet kunnen uitstellen van behoeftenbevrediging. We leven in een materialistische wereld waarin dingen in een oogwenk onder handbereik moeten zijn. Leren is een langdurig en langzaam proces. Daar geldt geen instantsucces of direct effect.

    • Het zijn geen uitwassen
      Essentie van HNL
      1 Objectieve kennis bestaat niet (enkel sibjectieve gezamelijke kennisconstructies)
      2 Mensen leren het beste in een roepje met andere mensen die ook niets van het onderwerp afweten. Zit er een kenner bij dan belemmert dat het leren.
      3 Kinderen zijn beter in staat hun leerdoelen en leerproces te bepalen dan docenten (ongeacht de inhoudelijke opbouw van de stof kennelijk).

      Leren is in essentie opklimmen naar onbekende zaken, die nog bar weinig met je leefwereld te maken hebben. Als je enkel aansluit bij de leefwereld, dan komen kinderen nooit verder dan friet met kip en appelmoes.

      Tot nu toe is er een onderwijs praktijk geevolueerd die ons grootse kennis, cultuur en voorspoed heeft gebracht. Daarbij sloten de naamvallen van Duits, de stelling van Pythagoras, de verhalen van de Grieken vast niet altijd aan bij de belevingswereld van de kinderen… maar dat bleek geen enkel probleem. Zijn de kinderen van nu dommer, kunnen ze dat niet meer aan? Kunnen ze niet geloven, vertrouwen, begrijpen dat er zoms zaken gedaan worden die nu eens niet aansluiten bij die belevingswereld?

      • “Kunnen ze niet geloven,
        “Kunnen ze niet geloven, vertrouwen, begrijpen dat er soms zaken gedaan worden die nu eens niet aansluiten bij die belevingswereld?” Tja, dat zullen ze dan alleen in het onderwijs moeten leren, ben ik bang, want in de rest van hun leventje is het allemaal erg makkelijk gemaakt.: instant-vermaak wanneer ze maar willen, snoepen en eten wanneer ze maar zin hebben, ouders die hen geen strobreed in de weg leggen voor wat dan ook….. maar wat nou, als het appèl dat van het onderwijs uitgaat ( discipline, toewijding, doorzettingsvermogen) zó vreemd is geworden voor die kinderen, dat we niet meer “binnenkomen”??
        Myra

        • als iedereen in de sloot springt….
          Als niemand meer structuur aanbrengt bij de kinderen, moet het onderwijs daar dan maar in meegaan? Ik geloof er helemaal niets van. Mijn zoon zit op voetballen. C5, dus een laag elftal. Toch zijn de regels duidelijk: je moet op trainen komen, je moet op tijd komen, je gedraagt je tov elkaar, de tegenstander en de scheidsrechter. Als dat niet gebeurt, dan worden kinderen daar op aangesproken.
          Dezelfde moderne kuinderen van 24 jaar. Pubertjes. Het werkt allemaal goed. Discipline. toewijding, doorzettingsvermogen. Kinderen snakken ernaar. Overigens; geen kadaverdiscipline. Geen “je moet omdat ik het zeg”, maar gewoon duidelijke regels die je niet hoeft uit te leggen. En op zn tijd een correctie (nee, geen meppen, simpel een gesprekje).
          De structuur die je aanbrengt bepaalt wat de kinderen normaal vinden. Is het een chaos, dan zullen ze zelf adhd krijgen. Is er het recht van de sterkste, dan ontstaan er groepjes die elkaar de tent uit vechten. Is er structuur, dan vindt iedereen dat plezierig.

    • Directe beloning en uitgestelde beloning
      Beste Myra, ik heb als leraar makkelijk praten. Mijn leerlingen zijn erg enthousiast over mijn vak en mijn lessen. Ze vinden het vak bij de top 3 van belangrijkste vakken horen. Vrijdag beweerde nog een klas dat ik de beste leraar van Nederland was, maar volgens mij zagen ze dat verkeerd.
      In mijn lessen kunnen ze hun gedachten ordenen en doorzien ze allerlei verschijnselen die ze tot nu toe niet wisten te plaatsen. Bovendien worden ze uitgedaagd. Twee meisjes vroegen me vorige week om aanbevelingsbrieven te schrijven naar hun vervolgopleiding. Ik geef dan ook maatschappijleer op hoger niveau dan dat op veel andere scholen gebeurt.
      Maar er zijn andere vakken die nu soms stomvervelend zijn maar pas later beloning opleveren. Ik noem het stampen van woordjes, taaie grammatica en op het oog abstracte wiskundelessen horen daarbij.
      Niet alles heeft te maken met je dagelijkse leven nu, maar wel kan het je complete leven verdiepen. Ik ben nog steeds blij dat ik opgeleid ben met wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Ook voor mijn eigen vak profiteer ik ervan. Ik begrijp veel zaken beter, ik heb geleerd structuren te ontdekken en logische verbindingen te leggen.
      En ook ben ik dankbaar dat ik tot de generatie hoor die Frans, Duits en Engels heeft geleerd. Ik kon daar gemakkelijk andere talen aan toevoegen. Ik heb medelijden met mijn dochter die vorig jaar eindexamen gymnasium deed en nu betreurt dat ze is opgescheept met deelvakken en niet heeft hoeven stampen. Ze ziet al meteen dat ze daardoor een moeilijk in te halen achterstand heeft opgelopen.

    • HNL
      Het NL schijnt te karakteriseren te zijn met de volgende constanten:

      • Het neemt het leren van leerlingen als uitgangspunt en ziet de leerling als iemand die zelf actief kennis en inzicht opbouwt in samenwerking en samenspel met zijn omgeving en die daarbij voortbouwt op al aanwezige kennis en inzichten.
      • Het legt een verbinding van denken en leren met een voortdurende wisselwerking met sociale en culturele omgevingen en het ziet dialoog als een belangrijk instrument is om tot nieuwe betekenissen te komen (leren als sociaal proces).
      • Het plaatst leren altijd in specifieke, authentieke situaties, die ook de directe toepasbaarheid van het geleerde en de toepasbaarheid ervan in nieuwe situaties mogelijk maken en verder uitbouwen (rijke, krachtige en veilige leeromgeving).
      • Het veronderstelt dat de leerling op basis van wat hen eigen is (talenten, interesses et cetera), leert het eigen leren vorm te geven en te sturen, terwijl het de leraar ziet als een coach die op basis van integriteit ten aanzien van de leerling begeleidt, stimuleert en ondersteunt.
      • De ironie wil dat Montessori
        ook als uitgangspunt had om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de belevingswereld van het kind, maar tegelijk inzag dat je moest streven naar geleidelijk loslaten van het zintuigelijke leren en de directe wisselwerking met de omgeving. Haar materiaal wilde stapsgewijs het abstracte denkvermogen van kinderen aanspreken. Dat stadium streefde zij na in de bovenbouw van de lagere school: dus eind groep 8 had het concrete rekenen met materialen allang plaatsgemaakt voor het formeel-abstracte rekenen. Zo ook op taalgebied: redekundig en taalkundig ontleden, de werkwoordtijden, het was allemaal aangeleerd.
        Het is merkwaardig dat veel pleitbezorgers van HNL naar Montessori verwijzen en menen dat veel van de denkbeelden hierop zijn terug te voeren. Dat tekent hun gebrekkige begrip en kennis van de uitgangspunten van Montessori.

    • dagelijks leven?
      Het zeg het nog maar een keer (en blijf het zonodig eindeloos herhalen, ik lijk wel een leraar;-)): Onderwijs beoogt het dagelijks leven van kinderen te verrijken c.q. te veranderen. Het dagelijks leven van kinderen wordt voor een belangrijk deel juist door de school bepaald. Aanpassing aan het dagelijks leven van kinderen – of wat daarvoor door moet gaan in de ogen van volwassenen – is daarom volstrekt uit den boze. En ja, inderdaad, niet alles wat je op school aangeboden krijgt is boeit je direct. Maar als je serieus gevormd bent, soms met je eigen instemming en soms met tegenzin, kun je later een gefundeerde keuze maken. Dan kun je beslissen of bijvoorbeeld wiskunde iets voor je is, omdat je op school ‘echte’ wiskunde hebt geleerd en geen opgeleukt slap aftreksel ervan. Die keuze wordt kinderen thans onthouden omdat ze, met een beroep op aansluiting aan hun ‘belevingswereld’, veel te weinig kennis gedwongen tot zich moeten nemen, omdat hun het vuur veel te weinig na aan de schenen wordt gelegd. Gelukkig beginnen de jonge mensen van nu dit in te zien en zich ertegen te verzetten, blijkens demonstraties, publicaties en andere acties.

  4. Beste Myra,
    De kern van onderwijs is dat jongeren in de gelegenheid worden gesteld kennis te maken met nieuwe werelden, inzicht te krijgen in bestaande structuren en dan spreek ik niet eens over rekenen, schrijven, talen, wiskunde, geschiedenis, Kunst en cultuur enz… ‘
    Daarvoor willen volwassen mensen, die iets te vertellen hebben, zich inzetten. Die mensen noemen we toevallig leraar.
    Wie spreekt er hier over de belevingswereld van het kind, over motivatie en betrokkenheid?
    Laten de leerlingen vooral en gewoon wegblijven als ze daarvoor bedanken en ‘willen blijven die ze zijn’.

    woordjes leren

    Jongens, heb je verdriet,
    sprak toen de leraar Grieks,

    dan moet je woordjes leren, woordjes
    leren. Hij knikte energiek

    zodat er as viel op zijn vest,
    maar dat was toch al vies.

    Wij lachten half vertederd,
    half meewarig, want tragiek

    daar wist je alles van en hij,
    heel oud, haast vijftig, niets.

    En dat het overging als je maar
    woordjes leerde, dat was iets

    zo absurds, zo dolkomieks
    dat het in omloop kwam als een

    gevleugeld woord. Het klapwiekt
    nu verdrietig om mij heen

    omdat ik later woordjes leerde
    waarmee je ’t monster kunt bezweren

    en ik hem niet meer zeggen kan
    hoe ik soms naar die stem verlang,
    naar dat onhandige advies

    (Jan Eijkelboom)

    • vorming van de jeugd
      Leuk, al die reacties, zeg!
      Maaaaaar, ik heb toch niet het gevoel dat ik een antwoord op mijn vraag krijg.
      Het betoog van 21_3_1945, dat HNL méér is dan een verandering van methodes, maar
      ook van de doelen, vind ik belangwekkend. Dat plaatst het in een weer ander ( en nóg bedenkelijker)
      daglicht.
      Fritzi is het volgens mij met mij eens: leerlingen zijn ongemotiveerd omdat school
      de enige plek is waar nog eisen in de sfeer van “volhouden”en “afzien van” aan ze
      gesteld worden.
      Voor de laatste twee schrijvers: Ik hoef niet overtuigd te worden, hoor, dat de vorming van onze jeugd wel wat verder gaat dan leuk aansluiten bij hun leuke, kleine belevingswereldje. Mijn zorg is juist: hoe win je ze dan voor die verruimde blik ?, voor
      werelden die ze nog niet kenden? voor nieuwe inzichten?. Is daarvoor het enthousiasme van de docent voldoende?
      De zinssnede:”…. kennis gedwongen tot zich nemen…….” spreekt mij niet zo aan, Hoe dwing je dat af dan?
      En “…laten de leerlingen gewoon wegblijven als ze daarvoor bedanken…..”, vind ik ook niet echt een oplossing,
      met die leerplicht enzo. En komt ook nogal harteloos over.
      Myra

      • (1) moet je kinderen voor een verruimde blik winnen, en (2) hoe?
        Dat zijn twee heel moeilijke vragen waar ik geen pasklaar antwoord op heb. Ik zou zeggen dat hun leeftijd en ontwikkelingsniveau belangrijke factoren zijn voor de vraag hoe je ze in dit verband moet benaderen. Heel jonge kinderen moet je, dunkt me, eenvoudig zonder discussie een structuur opleggen omdat ze zich nog heel sterk laten leiden door volwassenen. In die fase is het belangrijk het van nature aanwezige vertrouwen in volwassenen te behouden en constructief aan te wenden in de sturing van de ontwikkeling. Het is nog niet nodig kinderen voor je in te nemen. Naarmate kinderen ouder worden kun je meer aandacht gaan besteden aan reflectie (sorry voor het woord) op het eigen leren, de interactie met de docent en de doelen van leren in de toekomst. Leerlingen op de middelbare school kun je in die zin volwassen benaderen dat je kunt uitleggen waarom ze juist in die fase zo veel tot zich moeten nemen. In die uitleg kun je betrekken dat ze op hun leeftijd en enorm leervermogen hebben dat later minder wordt, en dat uitstel van leren zou betekenen dat er later niets te kiezen valt. Wat je hoe dan ook NIET moet doen is enkel maar zaken blijven aanbieden waarvan jij als volwassene denkt dat zij ze leuk zullen vinden. Ik ben benieuwd naar de mening van anderen in dezen.

      • Blikverruimende middelen
        Myra,
        Ik herken je vraag. Ook ik vind het moeilijk te verteren dat leerlingen vaak niet intrinsiek gemotiveerd zijn voor leren. Het is toch in hun eigen belang. Toch is het een feit en ik denk niet dat het mij lukt om ze intrinsiek te motiveren (dat is trouwens een contradictio). Het is een feit en ik accepteer het als een feit*

        Ik heb een paar oplossingen.
        1. Extrinsieke motivatie. Verplicht aanwezig, verplicht prestaties, verplicht je goed gedragen. Beloning: goede cijfers, goed rapport. Zo niet: sancties.
        2. Goede relatie met leerlingen opbouwen. Ze doen veel voor mij, niet voor het vak, maar omdat het leuk is om met mij te werken. Als iets goed is: prijzen. De grootste jongens vinden dat nog heerlijk.
        3. Een zo goed mogelijke opbouw van lessen, lesmateriaal, toetsen en beoordeling. Daar wil ik ook op aangesproken worden, ik neem de reacties serieus. Ik laat ook zien dat het me véél scheelt als de prestaties goed zijn.
        4. Vaak al heel kort na afronding van de opleiding komen ze me trots vertellen dat ze nu de krant snappen, de kieswijzer hebben ingevuld en meegedaan hebben aan een vergadering op het werk. Dat is dan zowel hún beloning, als de mijne.

        * Anecdote: Meisje van 13 spreekt met gezinsverzorgster af dat ze hulp en stimulans nodig heeft bij het huiswerk. De eerste keer dat die stimulans komt wordt ze driftig en boos. Als de verzorgster zich terugtrekt wordt ze nog bozer: Waarom mag ik niet schelden als ik huiswerk moet maken?
        Toelichting: Huiswerk maken is niet leuk, maar ik zie in dat het moet. Laat mij nou lekker afreageren, maar blijf me wel stimuleren, want ik heb dat nodig.

  5. motivatie en verliefdheid
    Motivatie en verliefdheid komen en gaan; je kunt ze niet dwingen; je bent blij zijn als ze je overkomen.
    Tussen de pieken van die gevoelens liggen de dalen van alle dag. Dan eet je een boterham met tevredenheid in plaats van slagroomtaart.
    Maar je hoopt en vertrouwd dat ze weer terugkomen. En daarom blijf je gemotiveerd om door te gaan.
    Er is geen docent die altijd bezielt, inspireert enz. Er is geen methode die dat voor elkaar krijgt.
    Stel jezelf of een methode ook niet die eis; geef ‘gewoon les’; doe ‘gewoon je best’; geniet van je leerlingen; en de rest komt vanzelf.

Reacties zijn gesloten.