wiskunde didactiek

Wiskunde didactiek.
Als reeds geruime tijd gepensioneerd docent wiskunde en natuurkunde blijf ik belangstellend in de ontwikkelingen van het onderwijs in deze vakken. Het valt mij daarbij op dat de didactische presentatie een wat ondergeschoven positie inneemt ten opzichte van andere, overigens net zo belangrijke aspecten als stofkeuze en aansluiting op de praktijk.
Daarom wil ik hier eens een samenvatting geven van een didactische presentatie die ik geleidelijk had ontwikkeld en waaraan ik met voldoening terugdenk.
Zoals vele docenten die vraagstukken op het schoolbord demonstreren of door leerlingen laten uitwerken, had ik de onbevredigende ervaring dat het gewenste rendement daarvan uitbleef. Een te groot deel van de leerlingen nam het aanbod onvoldoende op door het kritiekloos te laten passeren of over te schrijven.
Ik heb toen eerst in een eindexamenklas de proef genomen om de door mij uitgewerkte opgaven op meerdere plaatsen ter inzage te leggen. Op basis van een strikt regelement (geen schrijfgerei, één leerling tegelijk enz.) mocht de uitwerking worden ingezien en daarna op de eigen plaats verder worden uitgewerkt.
Een versie van de uitwerkingen had ik bovendien op transparant geprint en kon ik overhead projecteren en toelichten.
Dit beviel buitengewoon goed, omdat ik mijn handen vrij had voor persoonlijke contrôle en begeleiding en de leerlingen tot een veel grotere zelfwerkzaamheid kon brengen.
Als gevolg hierop heb ik deze methode uitgebouwd naar andere fases van het onderwijs.

2 Reacties

  1. prachtig voorbeeld
    Ik vind dit heel mooi: de docent kiest zijn (haar?) eigen didactische lijn, en elke docent doet dat op de eigen manier. Docenten praten met elkaar over hun ervaringen, geven tips, en ontwikkelen hun eigen lijn en stijl. Prachtig.

    Waar het misgaat is wanneer iemand naar een voorbeeld van zo’n eigen stijl kijkt en denkt ‘dat werkt, dus dat gaan we nationaal uitrollen. Iedereen gaat vanaf nu op deze manier lesgeven’. Dan krijg je gedonder zoals het Studiehuis.

    We moeten in het oog houden dat onderwijs mensenwerk is. De docent is een mens, de leerling is een mens, en het onderwijs staat of valt met de interactie tussen die twee. Net zoals je de psychotherapeut niet voor gaat schrijven welke woorden hij wel of niet mag gebruiken, net zoals je een politieagent niet op nationaal niveau gaat voorschrijven hoe hij een verdachte moet interviewen, zo moet je de docenten ook niet een uniforme didactiek op willen leggen.

    • je legt de vinger op een zere plek
      En daar waar in het onderwijs de eigen inbreng van de docent verdwijnt, verdwijnt die ook bij de door jou genoemde voorbeelden. Overal worden protocollen voor opgesteld en wordt vakwerk vervangen door uniforme uitvoeringen (die inderdaad mis gaan). Als zo’n protocol niet gevolgd wordt, dan loopt de organisatie een risico, want kan er (juridisch) op worden aangesproken. Zo wordt de werkelijke wereld gemodelleerd in juridische, functionele, organisatorische en economische modellen. Telkens worden die modellen naar “de laatste inzichten” aangepast, merkt men dat het niet werkt en volgt een volgende aanpassing. Elke 20 jaar een rigoreuze, daar tussendoor enkel veranderingen die ruwweg dezelfde richting op gaan.

Reacties zijn gesloten.