Stop de bètaficering van de sociale wetenschappen

Een pleidooi voor praktijk-relevante gammavakken

getallendoor Eppo Bruins, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie

In de afgelopen twee eeuwen hebben de bètawetenschappen voor grote vooruitgang gezorgd in welvaart, welzijn en gezondheid van mensen. Dankzij modelleren, categoriseren, kwantificeren en reduceren is het op vele vlakken gelukt de natuur te temmen en het gedrag van moleculen, materialen, energie en krachten te voorspellen. Hierdoor heeft de bèta-methode ‘Door meten tot weten’ een enorm aanzien gekregen in de wetenschap en daarbuiten. Zodanig dat de bèta-aanpak de afgelopen decennia ook is overgenomen door de sociale wetenschappen. De kwantitatieve sociale wetenschappen staan in hoog aanzien en ontvangen onderzoekssubsidies met gemak, ten koste van andere onderzoeksgebieden die meer beschrijvend van aard zijn. Het gevolg is een voortdurende onderlinge schoolstrijd, onwetenschappelijke claims en een wetenschap die niet of nauwelijks relevant is voor de praktijk. Wij pleiten voor meer diversiteit in de sociale wetenschappen en daarmee voor praktijk-relevant, fenomenologisch onderzoek. Oftewel: gun sociale wetenschappen hun eigen taal en aanpak, die veel dichter ligt bij alfa- dan bij bètawetenschap.

Voorbeelden
In de economie worden stimuleringsmaatregelen genomen en verkiezingsprogramma’s doorgerekend met (macro-)economische modellen die op ideologische aannames gebaseerd zijn en nauwelijks tot geen voorspellende waarde hebben. Economie was van oudsher een tak van de filosofie en daar hoort het eigenlijk nog steeds thuis. Economische wetenschap baseert zich op mensbeelden en levensbeschouwing en die zijn onlosmakelijk verbonden aan de modellen. Neutrale economie bestaat niet.

In de klinische psychologie worden stoornissen aangetoond op basis van steeds veranderende definities. De grote toename van autisme in de afgelopen jaren is grotendeels een kwestie van definitie en norm: wat vinden we (ab)normaal? Het stellen van een diagnose is zeker wel nuttig in de behandeling, maar door de statistiek van de grote getallen krijgt iedereen dezelfde uniforme behandeling toegewezen, omdat dat het goedkoopst is. De mens als geheel en ondeelbaar wezen is verdwenen uit de werkelijkheid van de behandelkamer.

In het onderwijsonderzoek staan wetenschappelijke scholen tegenover elkaar als het gaat om onderwijsmethoden en ‘hoe een kind leert’. De inzichten zijn sterk mode-afhankelijk en leiden tot steeds nieuwe aanwijzingen voor de schoolpraktijk. Zo wordt het inzicht en de ervaring van de vakleerkracht ingeruild voor ‘wetenschappelijk gevalideerde’ toetsen en opgelegde gelijkvormigheid.

De bètaficering begint zelfs door te dringen tot de alfawetenschappen. Een antropologische studie zal het slechts tot Nature-publicatie kunnen schoppen als je er bayesiaanse statistiek en kwantitatieve evolutionaire theorie op loslaat.

Herwaardering praktijk
De bètaficering van de sociale wetenschap moet een halt worden toegeroepen. Het maakt ons leven niet mooier en niet beter. De doorgeslagen kwantificering leidt tot resultaten die alleen geldig zijn in een afgesloten modelwereld voor gemiddelde mensen. En gemiddelde mensen bestaan niet. Wij zijn niet allen gelijk – wij zijn allen verschillend, iedere gebeurtenis is uniek en morgen ziet de wereld er weer anders uit. Echter, de wetenschap die bij uitstek gaat over de werkelijkheid – de sociale wetenschap – heeft zich vervreemd van die steeds veranderende werkelijkheid door de bèta-methode van modelleren, categoriseren, kwantificeren en reduceren over te nemen. Hierdoor zijn de sociale wetenschappen in Nederland veel minder relevant dan ze zouden kunnen zijn. Landen zoals Engeland, Amerika en Zwitserland hebben een grotere diversiteit aan methodes.

Het aanzien dat meekwam met het overnemen van de bèta-methode leidt tot een eenzijdige verdeling van onderzoeksmiddelen. Waar zijn de sociaal onderzoekers in Nederland die observatie, casuïstiek, beschrijving en duiding gebruiken als belangrijkste wapens? Ze zijn er! Maar ze komen er haast niet doorheen bij onderzoeksfinanciers zoals NWO en haar sociaal-wetenschappelijke onderdelen MaGW (Maatschappij- en Gedragswetenschappen), NROO (Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek) en bij de wetenschapsbrede talentlijn Vernieuwingsimpuls.

Getallen, statistiek, kwantitatieve modellen en pseudo-voorspellend vermogen: stop de bètaficering! Stop met het voor de gek houden van wetenschappelijke collega’s, journalisten en de geïnteresseerde leek. Gun de sociale wetenschap haar eigen taal en daarmee relevantie voor de praktijk van alledag.

Casper Aalbers en Tom van der Meer schreven in Vakwerk een reactie op dit artikel: ‘Misplaatste angst voor bètaficering sociale wetenschappen

3 reacties op Stop de bètaficering van de sociale wetenschappen

  1. Eppo Bruins stelt dat de bèta methode identiek is aan het beschrijven van de wereld in getallen; dus zet de oogkleppen op, reduceer alles tot getal en doe het sommetje.

    Ik vrees dat hij niet echt begrepen heeft wat een wetenschap tot een Science maakt. De essentie van Science is dat je een hypothese verzint; omdat je je realiseert dat dat een verzinsel is dat je uit de lucht geplukt hebt, twijfel je aan het waarheidsgehalte van die hypothese. Je besluit dus je hypothese zo streng mogelijk te testen aan de logica en aan de overeenstemming met externe waarnemingen. Als de hypothese tot logische strijdigheden leidt verwerp je de hypothese; idem als op de hypothese gebaseerde voorspellingen niet uitkomen. Als extra controle eis je dat je collega’s weten wat je uitgespookt hebt, zij moeten jouw experimenten na kunnen doen.

    Dus de kern van science is totale openheid en het bloederig serieus testen van je “diepe” inzichten.
    Dit kan prima zonder getallen.

    In de alfa en gamma wetenschappen (the arts) is iets waar als je het kunt verkopen aan de goegemeente of de machthebbers. Regelmatig is men al tevreden als het kleine kliekje dat jouw vooroordelen steunt er een warm gevoel bij krijgt. In deze kunsten stuur je op sociale impact, op consensus en overtuigingskracht. Waarheid wordt hier gereduceerd tot een sociaal constructie.

    In theorie zouden mens- en maatschappijwetenschappen zich kunnen bekeren tot de Science spelregels. Nogmaals, de clue is dan niet dat je alles in getallen uitdrukt, de kern is dat je volledig open bent en je verzinsels bloederig serieus test.
    In de praktijk kunnen de meeste van deze wetenschappers niet zoveel intellectuele ernst opbrengen, in de praktijk gaat de goegemeente van de gamma’s voor sociale impact (economie is daar inderdaad een mooi voorbeeld van).

  2. Een interessante uitspraak, in dit verband, van de Leidse hoogleraar wiskunde Hendrik Lenstra:

    Gamma’s tellen eigenlijk niet mee. […] Het respect voor een collega-geleerde wordt bij mij voor een groot deel bepaald door het gevoel: kan hij iets wat ik de moeite van het kunnen waard vind? Dat heb ik met een heleboel alfa’s, maar dat heb ik met gamma’s zeer zelden.

  3. Seger Weehuizen // 26 mei 2016 om 23:38 // Beantwoorden

    Een onderwijsbewuste kiesgerechtigde voor Tweede Kamer die op de BON-website op zoek is naar de impact van de keuze voor een bepaalde partij vindt in deze aflevering van Vakwerk de beschouwingen van twee onderwijswoordvoerders uit deze Kamer van verschillende partijen. Zo kan BON indirect kiezers voor wie onderwijs zwaar weegt een handje helpen bij het maken van hun keus. Jammer genoeg is de alinea die betrekking heeft op primair en secundair onderwijs wel erg kort.
    De inzichten in het onderwijs zijn zeker modieus te noemen maar helaas raakt het huidige “inzicht” te langzaam uit de mode. De plannen voor Onderwijs2032 wijzen evenmin op een veranderd dominant inzicht. Verder is hij zich bewust van opgelegde eenvormigheid. Het is daarom jammer en onbegrijpelijk dat Bruins niet pleit voor een vrijstellingsrecht voor de ouders om niet met de modes te hoeven meedoen.
    Hoe lang moeten de ouders wachten totdat eruditie en Bildung weer mag?

Laat een reactie achter op w.dijkhuis Reactie annuleren

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.


*