Lerarenopleidingen: ‘Spelling is niet zo belangrijk’

In “Van taalachterstand naar taalenthousiasme” (Scienceguide, 29 maart 2017) doet Frans van Hees verslag van een “meet-up” tussen de NVAO en de gezamenlijke lerarenopleidingen naar aanleiding van een rapport dat de NVAO dit najaar over de lerarenopleidingen publiceerde. Belangrijkste onderwerpen waren de vraag hoe het leraarsberoep aantrekkelijk gemaakt kon worden en hoe de diversiteit vergroot zou kunnen worden.

Het opmerkelijkste pleidooi kwam van de portefeuillehouder lerarenopleidingen van de Vereniging Hogescholen, Fontysvoorzitter Nynke Meijer. Zij pleitte voor minder strikte eisen met betrekking tot de beheersing van de Nederlandse taal: “De maatschappelijke discussie moet niet alleen maar gaan of wij goed kunnen spellen met d’s en t’s en dergelijke, maar dat het ook gaat over de rijkheid van de taal, over de manier hoe je de taal gebruikt om te communiceren. Daarmee zet je ook een breder palet neer voor diegene die die taalachterstand hebben. Het moet niet alleen over de techniek van de taal gaan, maar ook om het gebruik. Zo ga je van taalachterstand naar taalenthousiasme.”. Zij werd hierin bijgevallen door Marja Poulussen van Hogeschool Rotterdam: “Ik vind ook dat taal bicultureler moet zijn. Ik denk dat het heel belangrijk is dat wij niet precies op die grammatica gaan zitten, maar op de betekenis van taal. Op de po-scholen in Rotterdam-Zuid waar ik weleens kom is er geen enkele docent die grammaticaal perfect Nederlands spreekt. Hoe belangrijk is die ‘d’ en ‘t’ of het juiste gebruik van een lidwoord ‘de’ of ‘het’ nu eigenlijk? In een bi-culturele samenleving moet er gewoon wat water bij de wijn.” Je kunt je afvragen of de studenten van Marja en de toekomstig leraren nog wel weten wat water bij de wijn doen betekent.Ook Mip van Suchtelen van Hogeschool Inholland deed een duit in het zakje:Taal wordt in Nederland als gemakkelijkste uitsluitingsmechanisme gebruikt. Wij-zij-denken wordt dan meteen geactiveerd. Dat is denk ik heel erg gevaarlijk, daarom is het belangrijk om perfect taalgebruik wel te problematiseren. Te veel aandacht op taal wordt gebruikt om mensen uit te sluiten.

Het zal duidelijk zijn dat BON mordicus tegen dergelijke ideeën is. Zonder af te doen aan het belang van diversiteit kan het niet zo zijn dat daarom de eisen voor het allerbelangrijkste aspect van de lerarenopleiding zomaar worden verlaagd. Juist kinderen in achterstandssituatie en die thuis niet altijd correct Nederlands spreken, hebben recht op een leerkracht die dat wel doet. Het is volstrekt duidelijk dat zorgvuldig taalgebruik de basis vormt van zorgvuldig denken en dat mensen die schriftelijk of mondeling slecht communiceren een enorme maatschappelijke achterstand hebben. Het baart ons grote zorgen dat belangrijke beleidsmakers bij de belangrijkste van alle hbo-opleidingen, de lerarenopleidingen, kennelijk onweersproken, dergelijke uiterst schadelijke ideeën kunnen uiten. Het is een indicatie dat er veel mis is bij de lerarenopleidingen en bij de Vereniging Hogescholen. Als zelfs de leiding het belang van goed onderwijs niet meer onderkent moet de bezem er doorheen. Wij roepen de politiek op om hier in uiterst krachtige bewoordingen afstand van te nemen en te garanderen dat deze gedachten nooit ofte nimmer ten uitvoer worden gebracht.

8 Reacties

  1. Waar hebben Nienke, Maria en Miep die brilieante ideeën opgedaan? Ergens in de biecultulere sameleeving? En inderdaat, de reikdom van de taal komp natuurlijk niet tot uitting in de grammaattica, daar hebbe ze groot geleik in.

    Maar serieus, wat is de achtergrond van deze drie? Wanneer is het misgegaan? En laten die opleidingen dat zo maar toe?

  2. Niet nieuw

    Al zo'n 8 jaar geleden waren soortgelijke geluiden te horen.

    • Ron Bormans, destijds Voorzitter College van Bestuur van de Hogeschool HAN:

    "De taaltoets voor de pabo heeft tot gevolg dat het voor vele allochtone studenten niet meer doenlijk is naar deze opleiding te gaan. Dat houdt in, dat je in steden als Rotterdam de instroom in de lerarenopleidingen kunt vergeten. Bestrijden we zo het lerarentekort?" 

    • Gerard van Drielen, destijds Lid College van Bestuur van de Hogeschool Rotterdam:

    "Wij vinden de maatschappelijke gevolgen van de invoering van de taaltoets onacceptabel. Het uitvalpercentage van de allochtone pabo-studenten van de Hogeschool Rotterdam ligt ruim boven het landelijke gemiddelde. Zou de uitkomst van de taaltoets meetellen, moeten nog meer studenten in het eerste jaar uitvallen. Er staan te weinig allochtonen voor de klas. Ook daarom is het van belang dat er voldoende allochtone paboërs afstuderen." 

  3. Over het gegeven dat veertig procent van de studenten in het hoger onderwijs een taalachterstand heeft, zou je toch wel wat meer willen weten. Zijn dat allemaal studenten met een van oorsprong niet Nederlandse achtergrond? Ik veronderstel van niet. Daarnaast zou je ook  willen weten welk percentage van de studenten uit de vroeger allochtonen genoemde groep in Nederland geboren is en in Nederland school heeft gegaan.. En hoe groot is het aandeel van de internationale studenten? Door de in het artikel aangehaalde vertegenwoordigers van het hbo wordt de moeilijkheidsgraad van de Nederlandse taal  als een belangrijke oorzaak van de achterstand gezien. Mip van Suchtelen van InHolland spreekt zelfs van een gevaarlijk uitsluitingsmechanisme. Maar voordat je daarvan zou kunnen spreken zou je toch eerst inzicht moeten hebben in de mate waarin die taalachterstand onder de verschillende categorieën studenten is verdeeld. En zou de kwaliteit van het taalonderwijs misschien ook een rol spelen? Die vraag wordt niet gesteld.  De studenten met een niet Nederlandse achtergrond bij voorbaat als geheel neer  zetten als een groep met een taalachterstand riekt naar een vooroordeel. In de jaren dat de instroom van niet Nederlanders vooral bestond uit gastarbeiders had je van die Hollanders, die tegenover hen bewust een soort kromtaal  gebruikten. Van Kooten en De Bie hebben daaraan destijds een paar vermakelijke sketches gewijd. De strekking was eigenlijk, dat je  die mensen, juist door zo’n houding aan te nemen, uitsloot. Nu zien we  het omgekeerde. Het  hechten aan correct taalgebruik en het handhaven van de taalregels,  wordt  een vorm van “gevaarlijk wij/zij denken” genoemd, althans volgens Mip van Suchtelen. En Nienke Meijer van Fontys vindt dat er in de discussie over diversiteit vanuit een “buikgevoel” wordt geredeneerd.  Erg zwak is het argument van Marja Poulussen van de Hoge School Rotterdam, dat er scholen in Rotterdam-Zuid zijn waar geen enkele docent grammaticaal perfect Nederlands spreekt. “Hoe belangrijk is die  “d” of “t” of het juiste gebruik van een lidwoord de of het nu eigenlijk? “  We maken allemaal fouten, dat is waar. Het niet geringe belang  van de juiste lidwoorden en vervoegingen is, dat een taal niet zonder regels of grammatica kan. Regels, die voor iedereen gelden. Als we vinden dat die regels veranderd of vereenvoudigd moeten worden,  moeten we dat met zijn allen beslissen en dan gaan die nieuwe regels vervolgens weer voor iedereen op. Maar het naar willekeur met een beroep op diversiteit en uitsluiting morrelen aan de taalregels is uit den boze. “In een bi-culturele samenleving moet er gewoon water bij de wijn” volgens Marja Poulussen.  De vraag aan Marja is dan over hoeveel water ze het heeft.

     

  4. Ik vind de wereld steeds gekker worden. We hebben nu onderwijsmensen (met belangrijke vingers in de pap) die intellectuele bagage vooral overbodig schijnen te vinden. Hef de scholen maar op, is het logische gevolg.

    Maar al die tantes werpen zich op als alternatieve moeders; scholen zijn alternatieve gezinnen waarbij persoonlijk welbevinden en 'gezelligheid' de voornaamse criteria zijn geworden. Men predikt de totale ontplooiing, maar gooit alle intelectuele bagage overboord. We zijn terecht gekomen in het land der gekken.

    Goede antwoorden tellen niet. Idioter kan het niet worden. We mogen hopen dat de echte doeners van onze samenleving (niet de bakkers van diverse soorten lucht) er anders over denken, zodat mijn huis degelijk geconstrueerd is evenals mijn centrale verwarming, mijn waterleiding en mijn electriciteitsnet. Mag ik de wens uitspreken dat al onze ingenieurs er NIET ook zo over denken?! We willen betrouwbare techniek, nietwaar?!

    Wat een wereldvreemde types bestieren ons onderwijs. Ik ga verlangen (als conservatief) naar de marxistische opvatting dat zo'n semi- intellectueel maar eens moet gaan zwoegen op het land; in het zweet zijns aanschijns. Gaat hij wellicht beseffen dat dromen niet bestaan op deze harde planeet.

  5. Er bestaat een mooie Engelse uitdrukking voor zulke wwereldvreemde lieden die ons onderwijs willen vernielen: ‘pompous, over-educated twits. Een volkomen omschrijving, voor theoretici die nooit in het leven (laat staan voor de klas) stonden.Maar die zich intens bemoeien met de werkers in het veld.

  6. Bij de keuze op het gebied van spelling maakt men ook politieke keuzes. De vlamingen wilden rythme als ritme schrijven om de verfransing van de Nederlandse taal tegen te gaan. Maar aan overgenomen Engelse woorden mag “geen tittel of jota” veranderd worden. Bij veel andere Griekse woorden moet, in navolging van de Romaanse talen, bij de translitteratie, de kappa door een c voorgesteld worden, ook al werd de kappa als k uitgesproken. De directe band met oud-Grieks was blijkbaar te elitair en dus niet van deze tijd. Engels is echter al te zeer van deze tijd. Het niet-fonetisch schrijven bij de werkwoordsvormen zou voor de niet-intelligente leeringen te moeilijk zijn. Maar met de erosie van het ABN zou m.i. een standaard fonetishe schrijfwijze ook best moeilijk kunnen worden. En bovendien blijven de hoogopgeleiden daarbij toch in het voordeel.
    Voor mijzelf heb ik de vraag beantwoord waarom een vaste spelling belangrijk is. Mijn antwoord zou zijn dat afwijkende spelling het lezen en het begrijpen van teksten vertraagt. Maar dat lees ik nergens.
    Is het terecht dat en groepje Nederlandse en Vlaamse Neerlandici iedereen voorschrijft hoe hij moet spellen? Zoals op de universiteiten een groepje bestuurders bepaalt dat het merendeel van de colleges in het Engels gegeven moet worden? Blijkbaar mag dat allemaal.
    Het correct kunnen spellen van werkwoordsvormen zou op dit moment als een goed kriterion voor toelating tot het vwo kunnen gelden. Goed spellen van werkwoordsvormen vergt immers analytischvermogen. Het zou een reden moeten zijn om aan de spelling van werkswoordsvormen veel aandacht te besteden. Maar betere vroegtijdige selectie staat veel politici tegen. Ook hier weer een politiek aspect.

    • Moby verzet zich vanuit de leraren tegen de onderwijstheoretici en daarmee tegen de schoolbesturen en politici die met het in praktijk brengen van de onbeproefde theoriën van eerstgenoemden willen scoren.Ik verzet mij vanuit het perspectief van de ouders die niet willen dat kinderen als rechteloze proefdieren gezien worden.

Geef een reactie