Kansenongelijkheid? Basisvorming 2.0!

"one size fits all" by _G2 is licensed under CC BY 2.0

In De Staat van het Onderwijs 2021 kwam de Inspectie met een bekende boodschap: al meerdere jaren achter elkaar constateert de Inspectie dat leerlingen op de basisschool niet het vereiste basisniveau bereiken bij rekenen, lezen en schrijven. Jaar na jaar holt het niveau achteruit. Een kwart van de vijftienjarige leerlingen is laaggeletterd.

Het gevolg is dat er een steeds grotere tweedeling ontstaat tussen leerlingen. Ouders helpen zelf hun kinderen of zij kopen extra lessen in bij een “onderwijsschadeherstelbedrijf”. (Lees hier het artikel van Sezgin Cihangir van het Nederlands Mathematisch Instituut). Kinderen van ouders die deze mogelijkheden niet hebben, kunnen de schade niet herstellen en raken nog meer op achterstand.

Elk kind heeft recht op goed onderwijs dat voorbereidt op volwaardig meedoen in de maatschappij. De achtergrond van de ouders mag niet bepalend zijn voor het succes van een kind in de maatschappij. Corona heeft de verschillen in kansen scherper in beeld gebracht en nog groter gemaakt. Kinderen met ouders die konden helpen, hebben minder nadelen ondervonden van de pandemie dan kinderen die niet over zo’n vangnet beschikten.

Hoe moeten deze problemen opgelost worden? Kijk eens naar scholen die veel aandacht besteden aan de basisvakken rekenen, lezen en schrijven. Niet via zelfontdekkend leren maar door goede instructie en veel herhalen en oefenen bereiken deze scholen wel het gewenste niveau.

Veel leraren in het PO doen hun uiterste best om in overvolle klassen alle leerlingen van uiteenlopende niveaus allemaal op hun niveau te bedienen maar dat is natuurlijk een onmogelijke opgave. Eigenlijk komen alle leerlingen aandacht te kort. Leerlingen die extra aandacht nodig hebben, zouden nog meer hulp kunnen gebruiken en voor leerlingen die extra uitdaging nodig hebben, blijft te weinig aandacht over. Hulde aan de leraren die er desondanks het beste van maken!

 

En nu komt de Onderwijsraad met het advies van een Basisvorming 2.0 om de kansenongelijkheid aan te pakken. (Lees hier het advies van de Onderwijsraad.)

Nederland heeft in het VO een fijnmazig systeem van verschillende niveaus ontwikkeld. We hebben maar liefst zeven smaken op het menu: vier niveaus in het vmbo, HAVO, athenaeum en gymnasium. Daarnaast is er ook nog speciaal voortgezet onderwijs.

De Onderwijsraad adviseert om dit systeem in te ruilen voor een driejarige brugperiode waarin leerlingen van alle niveaus net als op de basisschool weer bij elkaar in de klas zitten. Leerlingen met een gelijk niveau worden niet meteen in homogene klassen bij elkaar gezet maar moeten nog eens drie jaar delen in de aandacht van de leraar. Waarom moeten leerlingen die meer moeite hebben met leren door hun klasgenoten geholpen worden? Dat geeft hen het etiket dat ze niet kunnen meekomen met de rest van de klas. Waarom moeten leerlingen die sneller kunnen leren hun klasgenoten meenemen en een verlengstuk van de leraar zijn? Leerlingen moeten niet de taak van de leraar overnemen.

De Onderwijsraad zelf geeft argumenten die juist het nadeel van een langere brugperiode illustreren (zie p. 22): Vroeg geselecteerde leerlingen in een vwo-klas blijken beter te presteren op taal- en rekentoetsen dan een vergelijkbare groep leerlingen die later wordt geselecteerd, omdat ze in een gemengde (mavo-havo-vwo- of havo-vwo-)brugklas instromen. (…) Als de leerlingen in de klas ongeveer gelijke capaciteiten hebben, kan de leraar het tempo, de leerstof en de instructiemethode eenvoudiger op dat niveau afstemmen.

De kansenongelijkheid ontstaat niet door een te vroege selectie maar door het tegenwerken van het wisselen van niveau. Wanneer een leerling eenmaal op een bepaald niveau ingedeeld is, is in de loop van de jaren overstappen naar een hoger niveau vrijwel onmogelijk gemaakt.

De oplossing voor het vergroten van de kansen van leerlingen is dus heel simpel. Er is al een grote mate van differentiatie. Verwijder de schotten tussen de verschillende niveaus en maak doorstromen en stapelen weer mogelijk.

Om ervoor te zorgen dat leerlingen op de juiste plaats terechtkomen, is een goede selectie op de basisschool noodzakelijk. Houd daarom de eindtoets in stand als aanvullend instrument naast het oordeel van de leraar van de basisschool. (De eindtoets kan bijvoorbeeld een nuttig hulpmiddel zijn bij gevallen van onderadvisering.) Voorwaarde is dan wel dat het niveau van de basisvakken op de basisschool omhoog gaat zodat trainingen voor de eindtoets overbodig worden. Elk kind verdient het beste onderwijs, ongeacht de achtergrond van de ouders.

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter