Nederland – Engeland

In haar  beantwoording van Kamervragen van Jasper van Dijk over de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs toonde ook mevrouw Bussemaker zich hierover bezorgd. Wat haar zorgen precies zijn werd niet zo duidelijk. Er ligt ook een advies hierover van de Onderwijsraad bij haar. Maar wat te doen? De toenemende betekenis van het Engels in het hoger onderwijs, de vaak vergaande verengelsing van de voertaal op de universiteiten en de hogescholen tot aan de verwijsborden toe kunnen moeilijk worden genegeerd. Het is een proces dat voor velen geruisloos zijn beslag krijgt  als een voldongen feit.  Iets wat niet tegen te houden is in een steeds verder globaliserende wereld, de snelle internationalisering van de wetenschapsuitwisseling en de komst van grote groepen buitenlandse studenten.

De zorgen betreffen het Nederlands en de meer op het nationale niveau gerichte sector, die zich steeds meer in het defensief gedrongen voelt. De maat lijkt zoek m.n. waar het de geesteswetenschappen betreft. Vandaar het manifest. Goed dat het er is want de vergaande verengelsing lijkt door de voorstanders daarvan met een vrij grote zorgeloosheid te worden doorgedrukt. Terwijl er wel degelijk van  een bedreiging van de Nederlandstalige cultuur in de toekomst kan worden gesproken. In 2032? Het is te gemakkelijk om de gehele discussie hierover af te doen als een louter ideologisch strijdtoneel van enerzijds romantische culturele conservatieven en anderzijds rationele, toekomstgerichte internationalisten. Op een aantal vakgebieden kan aantoonbaar schade aangebracht worden door een ondoordachte verengelsing. Bij voorbeeld als studenten worden gedwongen scripties en werkstukken te schrijven voor talige studies als filosofie, geschiedenis of bij voorbeeld historische sociologie. De argumenten hiervoor zijn bekend. De vraag is nu welke waarde je hieraan moet hechten.

Min of meer toevallig stuitte ik met betrekking tot deze vraag op een oude, wat provocerende column van J.A.A. van Doorn uit 199 *).  Van Doorn bespreekt daarin een voorstel van de toenmalige minister van onderwijs Ritzen om aan de universiteiten over te gaan op het Engels als voertaal. Iedereen viel toen over Ritzen heen. Toen nog wel. De notoire dwarsligger Van Doorn, altijd lucide maar ook vaak een beetje bloedeloze rationalist, ging serieus op het voorstel in en zette een aantal argumenten op een rijtje. Weliswaar is het Nederlands een hoog ontwikkelde taal, die in geen enkel opzicht onderdoet voor die in de ons omringende landen, maar, schreef hij, wat stelt het Nederlands internationaal voor de toekomst eigenlijk nog voor?  Wat hebben we te verliezen, en wat krijgen we er anderzijds voor terug als we over twee, drie generaties het Engels als voertaal hebben? Shakespeare voor Vondel, Newman, Shaw en Auden voor Schaepman, de Schoolmeester en Greshoff? Hij haalt Busken Huet aan, die al in de negentiende eeuw het Nederlands zei te willen inruilen voor het Frans, gezien de ontwikkelingen in Europa. Wat als we eens vanaf de kleuterschool tot op de universiteit overgingen op tweetalig onderwijs? Klinkt nu heel bekend. Tijdelijk zou daardoor een grotere ongelijkheid in taal tussen verschillende maatschappelijke groepen kunnen ontstaan. Maar dat weegt niet op tegen de stap vooruit, die daarmee zou worden gemaakt.

Van Doorn overdrijft en provoceert als columnist, de redenering met betrekking tot Shakespeare versus Vondel is gewoon onzinnig,  maar veel wat hij zei is bezig te worden gerealiseerd. De Nederlandse taal en cultuur zijn in het defensief. De argumenten voor verengelsing vinden in brede kring weerklank. Krijgt het Nederlands op de langere duur een tweede rang positie binnen de eigen historische landsgrenzen? Moeten we dat zonder meer accepteren resp. toejuichen? W. F. Hermans beklaagde zich regelmatig over de  ondergeschikte positie van het kleine taalgebied Nederlands binnen de internationale literaire pikorde. Maar hij bleef, ondanks zijn verhuizing naar Parijs en later Brussel het Nederlands en de Nederlandse cultuur zien als zijn natuurlijke uitvalbasis. Collega Van het Reve ging in de jaren vijftig zelfs enige tijd over op het Engels maar kwam daar, gelukkig voor de Nederlandse literatuur vrij snel weer op terug om vervolgens grote triomfen te vieren. Leo Vroman  woonde na de tweede wereldoorlog in de Verenigde Staten en werd zelfs Amerikaans staatsburger. Hij had “liever heimwee dan Holland”. Maar toch bleef hij het overgrote en beste deel van zijn werk  in het Nederlands schrijven.

Als we kijken naar het bloeiende literaire leven op dit ogenblik en de vele prachtige Nederlandstalige publicaties op het gebied van geschiedschrijving, filosofie etc. hoeven we voor een teloorgang van het Nederlands voorlopig niet echt bevreesd te zijn. Het manifest is juist daarom zo belangrijk omdat dat zo moet blijven. Geen vrees maar een volwaardige plaats voor de Nederlandse taal. Engels waar het nuttig en nodig is maar niet toegeven aan een  opdringerig taalimperialisme. We zullen verder, om een goed Nederlandse uitdrukking te gebruiken “maar eens zien waar het schip strandt”.

*) De draagbare Van Doorn (1996), pag. 85-90. 

5 Reacties

  1. Hervernederlandsing van de

    Hervernederlandsing van de universiteiten beperkt de selectiemogelijkheden bij het zoeken naar geschikte hoogleraren. Te meer daar ook buitenlandse universiteiten op de Nederlandse markt kunnen vissen. Maar het nut voor Nederland van het aantrekken van buitenlandse studenten is mij minder duidelijk. Als ze uit de EU komen betalen ze geen kostendekkend collegegeld. Het komt mij voor dat veel buitenlandse studenten op de universiteit alleen maar de universiteiten zelf financieel zelf ten goede komt. Zijn er kosten-baten-analyses gemaakt?

  2. Totale “hervernederlandsing”?

    Totale “hervernederlandsing”? Natuurlijk niet. Dat zou onzinnig zijn en zeker als daarmee buitenlandse wetenschappers min of meer geweerd zouden worden. Het manifest tot behoud van het Nederlands van de hand van Lucinda Dirven, Emilie van opstal, Mieke Koenen en Pieter Gerbrandy en het manifest van het taalcollectief van o.a. Ad Verbrugge en Presley Bergen en Jelle van Baardewijk, lijken mij bij elkaar genomen vooralsnog de beste, zeer genuanceerde handleiding voor hoe je hiertegen aan kunt kijken. Ik vraag me af wat er tot nu toe is bereikt. Misschien kan op deze site wat meer informatie komen?

  3. Er tegenaankijken en

    Er tegenaankijken en manifesten schrijven? Dan gaat de verengelsing vrijwel ongeremd verder. We hebben Macher nodig!

  4. Macher. Mooi Duits woord.

    Macher. Mooi Duits woord. Werd Helmut Schmidt niet der Macher genoemd? Volgens mij bestaat er geen equivalent voor in het  Nederlands. Doener, man van de daad? Klinkt toch anders. De term Spielmacher in het voetbal wordt in het Nederlands vertaald met spelverdeler, wat weer net iets anders is.  Wat doen we met deze nuances in het Globish?

  5. Correct. Daar ken ik het

    Correct. Daar ken ik het woord ook van. Om te controleren of ik dit woord in de door mij bedoelde betekenis correct gebruikte moest ik een Duits-Engels digitaal woordenboek raadplegen.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.