Mooie bevoegdheid Mooi stuk van Manja, maar ik vrees dat ze teveel waarde hecht aan de hedendaagse bevoegdheden. Die worden aan Jan en Alleman uitgedeeld na een jaartje googelen met competenties. Vakinhoud wordt niet geëist.
Bevoegdheid en Bijscholing Er bestaat bij BON de consensus dat leraren hoog in het leervak dat zij onderwijzen moeten zijn opgeleid. Zij moeten boven de leerstof staan; er mee kunnen spelen. Als de eis van bevoegdheid inhoudt dat een docent moet aantonen dat hij voldoende van zijn leervak weet ben ik het met Manja Smits eens dat er strenge bevoegdheidseisen moeten worden gesteld. Maar goed lesgeven, waaronder ik versta efficiënt een deel van je kennis en inzicht overbrengen op je leerlingen hangt voor een groot deel van je persoonlijkheid en aanleg af. Sommigen hebben het al helemaal en anderen leren het nooit, hoe hard ze er ook voor studeren. Ik denk: Als iemand goed les heeft kent hij zijn leervak en hoeft hij ook niet aan het circus van didaktiek en pedagogiek mee te doen. Datzelfde geldt voor bijscholing. Als een leraar grondig in zijn leervak geschoold is kan hij gemakkelijk op eigen kracht leerplanveranderingen bijhouden. Gaat het bij een goede docent om pedagogische of didactische bijscholing dan wil het bestuur kennerlijk zijn macht naar de klasselokalen uitbreiden en de macht die de leraar daar heeft usurperen. Niet aan meewerken dus!
De strijd in Onderwijsland is wel verhard. Prof. Heertje sprak nog voorzichtig van maffia-achtige praktijken. Manja Smits noemt de onderwijsraden onverschrokken “Maffia”. Maar daar zou je tegenwoordig veel gemakkelijker dan vroeger bij een rechter mee wegkomen. Zo veel maffia-achtige zaken zijn nu wel aan het licht gekomen.
Seger Weehuizen
“onderwijsmaffia” Trouw schrijft:
De overheid moet stoppen met het subsidiëren van onderwijsraden en werkgeversclubs, vindt SP-Kamerlid Manja Smits. Deze ‘onderwijsmaffia’, stelt zij, krijgt geld van de overheid om beleid in scholen op te zetten. “Maar dat geld kan beter bij het ministerie blijven. Net als het grote aantal taken dat raden als de PO-raad de laatste jaren toebedeeld hebben gekregen.”
Lees vooral ook het rapport dat Jesse hierboven noemt.
Wat voor verzamelnaam er ook gebruikt wordt, het gaat om de raden en om instanties als APS, FI etc, die met de raden verweven zijn, en die gezamenlijk door Den Haag moeten worden aangepakt. Ik begrijp Jesse’s onvrede over de wellicht op het oog eenzijdige aandacht voor de rekenproblematiek, maar het is nu eenmaal niet anders:
Het is nu eenmaal niet anders? Als geen ander juich ik de aandacht voor het rekenen en de problematiek hieromtrent toe, beste Joost. Maar ik wil me niet laten opsluiten op het topje van een ijsberg. Er gaat geen dag voorbij, en dat in de afgelopen vijf jaar, dat niet een of andere krant, tijdschrift, radio en tv programma een item heeft over het onderwijs, en dit mede dank zij BON. Dat het rekenen nu in de picture staat, helemaal goed, vorig jaar ging het over het taalonderwijs en volgend jaar misschien wel over het ‘onzinleren’ want ‘het passend onderwijs’ komt er aan. Dat alle ogen tijdelijk gericht zijn op kwatta kan niet anders dan positief zijn. Daarom kan ik ‘maar het is nu eenmaal niet anders’ niet goed plaatsen of legt BON zichzelf een ‘rekenbeperking’ op?
Het is nu eenmaal niet anders slaat op de bijzondere situatie bij rekenen en wiskunde Jesse, zoals moge blijken uit
Het antwoord op je laatste vraag is natuurlijk nee.
Joost Hulshof
ideeënoorlog, taalstrijd en de -meren Strijdvaardige nieuwlichters en oplichters houden zich bewust met mogelijkheden en onmogelijkheden van de taal bezig. Ze vermijden het gebruik en de inhoud van begrippen van hun tegenstanders of proberen aan het woord daarvoor een nieuwe inhoud te geven. Bij het verkondigen van hun eigen ideeën en opvattingen proberen ze associaties op te roepen met begrippen die populair zijn. De bekendste persoon die daarover schreef was wel George Orwell. Een bekend voorbeeld van de achterliggende gedachtengang zijn in Nedeland de Fragebogen van de studiefinanciering: roze voor jongens en blauw voor meisjes.
BON moet is zich ter degen bewust van die strijd maar pareert haar tegenstanders op het slagveld van de taal in onvoldoende mate. Zij hamerd op de noodzaak van bevoegde docenten en negeert daarbij dat haar tegenstanders onder “bevoegde docenten” iets anders verstaan dan BON. Het gevolg daarvan is ook dat wij er niet zeker van zijn dat alle BONners het eens zijn over wat een lesbevoegdheid zou moeten inhouden. Ik stel daarom voor om net als vroeger bij de indeling in α- β- en (later) γ-richting in het secundair onderwijs 4 deelgebieden of meren (μερος is “deel”, denk aan “polymeer”) van de onderwijsbevoegdheid te onderscheiden:
ϑ-meer gaat over de beheersing van het leervak en de over te brengen leerstof (ϑ van THeorie)
δ-meer gaat over kennis en bedrevenheid van/met Didaktiek en paedagogiek
π-meer gaat over de buitenschoolse Praktijkervaring van een persoon
σ-meer gaat over Specialisaties voor probleemkinderen
Een bevoegdheid kan dan polymeer of zelfs pantameer zijn.
Laten wij voortaan duidelijk zijn waarover wij het hebben.
BON stelt hoge eisen aan de ϑ-mere bevogdheid
De nieuwlichters zwijmelen bij δ-mere bevoegdheid
Bij vakopleidingen wordt vaak een π-mere achtergrond gevraagd
Hoe ϑ,δ-dyomeer moeten volgens BON leraren in het secundair onderwijs zijn?
Seger Weehuizen
ϑ-mere bevoegdheid voor alle VWO=docenten Vóór de mammoetwet werd ingevoerd, dus in de tijd dat er frontaal les gegeven werd en het rustig was in de klas, was de bevoegdheid van een docent-doctorandus op het Gymnasium of de HBS een bijna geheel ϑ-mere eerstegraadsbevoegdheid (ϑ=θ). Het δ-deel was één semester 2 college-uren pubertijdspsychologie en één semester 2 college-uren vakdidaktiek. De exacte vakken werden ook vaak onbevoegd gegeven door studenten met alleen maar een kandidaatsdiploma. Het onderwijs bleef er redelijk goed onder. Laten we daarom vaststellen dat een geschikt diploma voor onder- en boven-bouw van het VWO op een BON-school een ϑ-meer diploma van masters-niveau moet zijn met eventueel een beetje δ-mere franje. Die eis heeft zich bewährt”. Als wij aan deze duiding van “geschikt” vasthouden wordt het opvullen van vacatures in het pre-universitaire onderwijs een stuk gemakkelijker: Er komen dan eerder een pas afgestudeerde of zij-instromnde master op af en lesgevende studenten besluiten gemakkelijker om na afstuderen in het onderwijs te blijven. Een door de werkgever-school afgegeven BIO-verklaring mag niet in de plaats van een extern verworven bevoegdheid blijven. De voornaamste reden daarvoor is dat de schoolbesturen vanuit de door hen gewenste didaktische vormen het liefst met δ-mere bevoegdheden werkt. En die kant wil BON juist niet op.
Afgezien van het niet maken een poolkeuze bij het het dipolaire karakter van de lesbevoegdheid bij de schooltypen voor algemeen voorbereidend secundair onderwijs sta ik achter de uiteenzetting van mevrouw Smits.
Seger Weehuizen
Reacties zijn gesloten.
Copyright & kopiëren; 2025|WordPress thema door MH Themes
het hele verhaal
van Manja Smits
www.sp.nl/service/rapport/110816_leraar.pdf
Mooie bevoegdheid
Mooi stuk van Manja, maar ik vrees dat ze teveel waarde hecht aan de hedendaagse bevoegdheden. Die worden aan Jan en Alleman uitgedeeld na een jaartje googelen met competenties. Vakinhoud wordt niet geëist.
Bevoegdheid en Bijscholing
Er bestaat bij BON de consensus dat leraren hoog in het leervak dat zij onderwijzen moeten zijn opgeleid. Zij moeten boven de leerstof staan; er mee kunnen spelen. Als de eis van bevoegdheid inhoudt dat een docent moet aantonen dat hij voldoende van zijn leervak weet ben ik het met Manja Smits eens dat er strenge bevoegdheidseisen moeten worden gesteld. Maar goed lesgeven, waaronder ik versta efficiënt een deel van je kennis en inzicht overbrengen op je leerlingen hangt voor een groot deel van je persoonlijkheid en aanleg af. Sommigen hebben het al helemaal en anderen leren het nooit, hoe hard ze er ook voor studeren. Ik denk: Als iemand goed les heeft kent hij zijn leervak en hoeft hij ook niet aan het circus van didaktiek en pedagogiek mee te doen. Datzelfde geldt voor bijscholing. Als een leraar grondig in zijn leervak geschoold is kan hij gemakkelijk op eigen kracht leerplanveranderingen bijhouden. Gaat het bij een goede docent om pedagogische of didactische bijscholing dan wil het bestuur kennerlijk zijn macht naar de klasselokalen uitbreiden en de macht die de leraar daar heeft usurperen. Niet aan meewerken dus!
De strijd in Onderwijsland is wel verhard. Prof. Heertje sprak nog voorzichtig van maffia-achtige praktijken. Manja Smits noemt de onderwijsraden onverschrokken “Maffia”. Maar daar zou je tegenwoordig veel gemakkelijker dan vroeger bij een rechter mee wegkomen. Zo veel maffia-achtige zaken zijn nu wel aan het licht gekomen.
Seger Weehuizen
“onderwijsmaffia”
Trouw schrijft:
De overheid moet stoppen met het subsidiëren van onderwijsraden en werkgeversclubs, vindt SP-Kamerlid Manja Smits. Deze ‘onderwijsmaffia’, stelt zij, krijgt geld van de overheid om beleid in scholen op te zetten. “Maar dat geld kan beter bij het ministerie blijven. Net als het grote aantal taken dat raden als de PO-raad de laatste jaren toebedeeld hebben gekregen.”
Lees vooral ook het rapport dat Jesse hierboven noemt.
Wat voor verzamelnaam er ook gebruikt wordt, het gaat om de raden en om instanties als APS, FI etc, die met de raden verweven zijn, en die gezamenlijk door Den Haag moeten worden aangepakt. Ik begrijp Jesse’s onvrede over de wellicht op het oog eenzijdige aandacht voor de rekenproblematiek, maar het is nu eenmaal niet anders:
www.beteronderwijsnederland.nl/node/7786
Joost Hulshof
Het is nu eenmaal niet anders?
Als geen ander juich ik de aandacht voor het rekenen en de problematiek hieromtrent toe, beste Joost. Maar ik wil me niet laten opsluiten op het topje van een ijsberg. Er gaat geen dag voorbij, en dat in de afgelopen vijf jaar, dat niet een of andere krant, tijdschrift, radio en tv programma een item heeft over het onderwijs, en dit mede dank zij BON. Dat het rekenen nu in de picture staat, helemaal goed, vorig jaar ging het over het taalonderwijs en volgend jaar misschien wel over het ‘onzinleren’ want ‘het passend onderwijs’ komt er aan. Dat alle ogen tijdelijk gericht zijn op kwatta kan niet anders dan positief zijn. Daarom kan ik ‘maar het is nu eenmaal niet anders’ niet goed plaatsen of legt BON zichzelf een ‘rekenbeperking’ op?
Het is nu eenmaal niet anders
slaat op de bijzondere situatie bij rekenen en wiskunde Jesse, zoals moge blijken uit
www.beteronderwijsnederland.nl/node/7786
en de discussie in je eigen draad, vanaf
www.beteronderwijsnederland.nl/node/7850#comment-64467
Het antwoord op je laatste vraag is natuurlijk nee.
Joost Hulshof
ideeënoorlog, taalstrijd en de -meren
Strijdvaardige nieuwlichters en oplichters houden zich bewust met mogelijkheden en onmogelijkheden van de taal bezig. Ze vermijden het gebruik en de inhoud van begrippen van hun tegenstanders of proberen aan het woord daarvoor een nieuwe inhoud te geven. Bij het verkondigen van hun eigen ideeën en opvattingen proberen ze associaties op te roepen met begrippen die populair zijn. De bekendste persoon die daarover schreef was wel George Orwell. Een bekend voorbeeld van de achterliggende gedachtengang zijn in Nedeland de Fragebogen van de studiefinanciering: roze voor jongens en blauw voor meisjes.
BON moet is zich ter degen bewust van die strijd maar pareert haar tegenstanders op het slagveld van de taal in onvoldoende mate. Zij hamerd op de noodzaak van bevoegde docenten en negeert daarbij dat haar tegenstanders onder “bevoegde docenten” iets anders verstaan dan BON. Het gevolg daarvan is ook dat wij er niet zeker van zijn dat alle BONners het eens zijn over wat een lesbevoegdheid zou moeten inhouden. Ik stel daarom voor om net als vroeger bij de indeling in α- β- en (later) γ-richting in het secundair onderwijs 4 deelgebieden of meren (μερος is “deel”, denk aan “polymeer”) van de onderwijsbevoegdheid te onderscheiden:
ϑ-meer gaat over de beheersing van het leervak en de over te brengen leerstof (ϑ van THeorie)
δ-meer gaat over kennis en bedrevenheid van/met Didaktiek en paedagogiek
π-meer gaat over de buitenschoolse Praktijkervaring van een persoon
σ-meer gaat over Specialisaties voor probleemkinderen
Een bevoegdheid kan dan polymeer of zelfs pantameer zijn.
Laten wij voortaan duidelijk zijn waarover wij het hebben.
BON stelt hoge eisen aan de ϑ-mere bevogdheid
De nieuwlichters zwijmelen bij δ-mere bevoegdheid
Bij vakopleidingen wordt vaak een π-mere achtergrond gevraagd
Hoe ϑ,δ-dyomeer moeten volgens BON leraren in het secundair onderwijs zijn?
Seger Weehuizen
ϑ-mere bevoegdheid voor alle VWO=docenten
Vóór de mammoetwet werd ingevoerd, dus in de tijd dat er frontaal les gegeven werd en het rustig was in de klas, was de bevoegdheid van een docent-doctorandus op het Gymnasium of de HBS een bijna geheel ϑ-mere eerstegraadsbevoegdheid (ϑ=θ). Het δ-deel was één semester 2 college-uren pubertijdspsychologie en één semester 2 college-uren vakdidaktiek. De exacte vakken werden ook vaak onbevoegd gegeven door studenten met alleen maar een kandidaatsdiploma. Het onderwijs bleef er redelijk goed onder. Laten we daarom vaststellen dat een geschikt diploma voor onder- en boven-bouw van het VWO op een BON-school een ϑ-meer diploma van masters-niveau moet zijn met eventueel een beetje δ-mere franje. Die eis heeft zich bewährt”. Als wij aan deze duiding van “geschikt” vasthouden wordt het opvullen van vacatures in het pre-universitaire onderwijs een stuk gemakkelijker: Er komen dan eerder een pas afgestudeerde of zij-instromnde master op af en lesgevende studenten besluiten gemakkelijker om na afstuderen in het onderwijs te blijven. Een door de werkgever-school afgegeven BIO-verklaring mag niet in de plaats van een extern verworven bevoegdheid blijven. De voornaamste reden daarvoor is dat de schoolbesturen vanuit de door hen gewenste didaktische vormen het liefst met δ-mere bevoegdheden werkt. En die kant wil BON juist niet op.
Afgezien van het niet maken een poolkeuze bij het het dipolaire karakter van de lesbevoegdheid bij de schooltypen voor algemeen voorbereidend secundair onderwijs sta ik achter de uiteenzetting van mevrouw Smits.
Seger Weehuizen