Moeilijk meetbare doelen

Moeilijk meetbare doelen

Een ingezonden stuk in NRC Handelsblad van 25 april heeft de geruststellende kop ‘Zo erg is het niet gesteld met het nieuwe mbo’. Het is een reactie van Toos de Rijk, teamleider Helicon Opleidingen mbo Apeldoorn, op een stuk van Harm Beertema die kritiek had geuit op het competentiegerichte onderwijs.
De Rijk zegt dat cgo zo genoemd wordt ‘omdat niet alleen vakkennis, maar ook competenties zoals samenwerken en overleggen meetellen.’ En, voegt ze eraan toe: ‘We kunnen nog steeds het vak aanleren, en daarnaast kunnen we leerlingen expliciet beoordelen op hun sociale competenties. Dat kon vroeger niet, en daarom vind ik cgo een vooruitgang.’
De bedoeling is dus dat wij leerlingen ‘expliciet’ beoordelen op hun sociale competenties. Dat kon vroeger niet, zegt Toos de Rijk maar het is juister om te zeggen dat men dat tot nu ook niet wilde. Ik citeer uit een artikel van Prof. Duijker: ‘Naar mijn oordeel zou een zich van haar verantwoordelijkheid bewuste, democratische regering slechts datgene als onderwijsdoelstelling mogen noemen, wat zich door onderwijs laat bevorderen of teweegbrengen. Dat wil zeggen, slechts die vaardigheden, kundigheden, expressieve uitingen enz. met betrekking waartoe deskundigheid bestaat zouden van overheidswege tot de taakstelling van het onderwijs mogen worden gerekend. Immers, slechts daar waar deskundigheid aanwezig is , is een billijke, zo men wil ‘objectieve’ beoordeling van de vorderingen der leerlingen, resp. van de effecten van het onderwijs mogelijk. Als de overheid aan het onderwijs doelstellingen oplegt, die bij gebrek aan deskundigheid noch via het onderwijs te verwezenlijken, noch ook op aanvaardbare wijze te toetsen zijn, berokkent zij schade, zowel aan de leerlingen als ook aan de grondslagen der democratie.’
Ongeveer hetzelfde is betoogd door Prof Wiegersma in een artikel ‘Moeilijk meetbare doelen’. Hij zegt: ‘De vele pogingen om niet-technische arbeidskwaliteiten te meten, bijvoorbeeld die van commerciële, administratieve of organisatorische aard, hebben een zeer bescheiden oogst opgeleverd. Zo lang het gaat om simpele ‘clerical aptitudes’, die in wezen nog zeer dicht bij de cognitieve en psychomotorische functies liggen, zijn er wel resultaten geboekt, maar als men verder kijkt ziet men weinig dat zelfs maar tegen een zeer zachtmoedige toetsing bestand is.’
Voor Wiegersma zijn principieel onmeetbaar ‘de ongedefinieerde oogmerken, de in fraaie frasen verpakte maar wezenlijk nietszeggende begrippen. In de onderwijswereld zijn zij helaas verre van zeldzaam en het is ook niet zeldzaam dat zij door hun verkondigers tegen kritiek worden afgeschermd met de uitspraak dat bijvoorbeeld vorming ‘onmeetbaar’ is.’
Tenslotte, aldus Wiegersma, doelstellingen die niet te operationaliseren zijn , zijn ongrijpbaar en men zal de moed dienen op te brengen er geen kostbare tijd van de kinderen noch gemeenschapsmiddelen aan te besteden.
Niettemin, door de jaren heen blijft het nastreven van vage vormings- en sociale doelen steeds weer opduiken in de wereld van de onderwijskundigen en van sommige opleiders. Misschien geeft het wel een gevoel van macht om leerlingen ‘expliciet te beoordelen op hun sociale competenties’. Nietwaar,ook onaangepaste en lastige leerlingen kunnen soms prima resultaten behalen in het onderwijs en dat is eigenlijk niet eerlijk. Met de nieuwe vorm van beoordelen kunnen persoonlijke voorkeuren veel beter tot gelding komen en leerlingen als het zo uitkomt onder druk gezet en gemanipuleerd worden. Ongeveer op dezelfde manier als veel leraren zich onder druk gezet voelen door hun bovenbazen.

Cornelis Verhage

4 Reacties

  1. Niet alleen…. maar ook
    Niet alleen…maar ook is een smerig zinnetje van die Toos de Rijk waarmee een balans tussen twee zaken wordt gesuggereerd, terwijl het streven feitelijk is om alle vakinhoud de nek om te draaien. Maar zelfs al zou men naar een balans streven, dan nog is dat pervers, vanwege de niet-toetsbaarheid van sociale wenselijkheden, zoals hierboven terecht wordt gesteld.
    De balans tussen tastbare en niet-tastbare zaken is nu eenmaal onvermijdelijk in de maatschappij: een goede lasser met een onprettig karakter zal de gevolgen van dat karakter ook in zijn salaris merken. Het goede lassen is objectief vast te stellen; iemand een onprettig karakter toeschrijven is subjectief en dus altijd onrechtvaardig.
    Het mooie van school vind ik nu juist dat je je bij de beoordeling van een leerling zo veel mogelijk kunt beperken tot de objectieve zaken, het domein van je deskundigheid dus. Als je dat principe verlaat, en dat doet men met het CGO, dan haal je uit eigen beweging de lelijke en onrechtvaardige kanten van de maatschappij de school binnen. Het recht van de beste leerling wordt zo vervangen door het recht van de grootste slijmbal, de handigste draaikont of de grootste bek.

    • Belangrijk
      De feitelijke onmogelijkheid om competenties als ‘integriteit’, ‘omgaan met de klant’, ‘samenwerken’ áán te leren het belangrijkste bezwaar van competentiegericht leren. Het is opvoeding en dus glibberig ijs.
      Wat kan het onderwijs? Kennis aanleren en vaardigheden aanleren. Natuurlijk besteed je aandacht aan een goede houding (op tijd komen, je spullen bij je hebben, je netjes gedragen naar klasgenoten en leraar, zorg dragen voor je afspraken enz. enz.) Dat is echt erg belangrijk maar ruimschoots onvoldoende als onderwijsdoelen.
      Bovendien heeft men het misverstand geschapen dat onder deze sociaal wenselijke attitudes de kennis en de vaardigheid zit. Dat is niet het geval.
      ‘Vakdeskundigheid toepassen’ is abstract en geeft geen enkel niveau aan. Past een leerling genoeg vakdeskundigheid toe als hij een beitel gebruikt in plaats van een schroevedraaier om een stukje hout weg te nemen? Sommigen vinden van wel, velen van niet. Daarom moeten er kennis- en vaardigheidsdoelen geformuleerd worden. Vlijt en gedrag kunnen als een soort feed-back meegenomen worden, maar niemand kan erop afgerekend worden vanwege de subjectiviteit.

  2. Even verder denken
    Prima analyse van Cornelis Verhage!

    Het leidt tot selectie van wat in de waan van de dag of in de persoonlijke sympathieen van “opleiders” gewenst gedrag is…..want om te “voldoen” aan deze onmeetbare competenties moet je als student vooral goed zijn in het je aanpassen aan onduidelijke verwachtigen. Geleerd kan het niet worden. Dus: Of je hebt het of je onderwerpt je aan de grillen van je opleiders. En je beloning is een diploma dat vooral staat voor “wel leuk overkomen”.

    Maar er is nog een zeer kwalijk effect, van dit schijnonderwijs. Omdat er niets geleerd kan worden, wordt er zeer veel onderwijsgeld weggegooid aan het doelloos bezighouden/aan hun lot overlaten van studenten en ingewikkeld doen over “resultaten” die er niet zijn. Wat zou er veel degelijk en goed onderwijs gegeven kunnen worden met dat geld en in die tijd. Maar onze postliberale samenleving vindt dat dus “overbodig” en houdt voorlopig nog even de schijn, dat “onderwijs” wat voorstelt, op.

    Ben ik een profeet, als ik een en een optel en verwacht dat er tussen nu en tien jaar een commissie zal concluderen dat er op CGO 80% gespaard kan worden, met gelijkblijvende resultaten? Een dagje in de week echt les in een eenvoudig lokaaltje….en het resultaat is niets minder dan nu. Rest ons dan nog twee problemen op te lossen: Waar laten we al die werkloze managers en waar brengen we de jongeren en studenten de andere dagen van de week onder?

    In Nederland-let-op-de-centjes-land zal het niet zo lang duren, voordat de minister van de centen ontdekt dat de keizer geen kleren draagt, terwijl hij voortdurend forse rekeningen onder zijn neus krijgt van vele hof-couturiers.

    • Eindelijk weer orde!
      Een MBO_CGO-opleiding lijkt me een goede voorbereiding op het leven onder een dictatuur. Binnen een dictatuur weet je wel wat je moet zeggen en grosso modo wat je moet doen maar als een boven jou gestelde jou kwaad wil doen kan hij altijd iets bedenken en beweren wat jou gevangenschap of de dood oplevert. In de USSR waren er tijden dat lokale leiders een bepaald quantum aan volksvijanden moesten ontdekken omdat ze er anders zelf aangingen. Goede vaardigheid in hielen likken is dus een pro bij de CGO-opleiding. Overigens, zo lang MBO-scholieren denken dat ze wat met het CGO-diploma kunnen hebben de docenten een uitstekend wapen tegen ordeverstoringen teruggekregen.
      Seger Weehuizen

Reacties zijn gesloten.