48 Studeren in Frankrijk : Bezielende litteratuur in de verdrukking

23 april 2009
NIEUW!! op 25 juli 2009. Voor francofonen is hier een discussie met de filosoof Alain Finkelkraut over de bezielende betekenis van ‘La Princesse de Clèves’. Zeer goed en voorbeeldig.
sites.radiofrance.fr/chaines/france-culture2/emissions/repliques/fiche.php?diffusion_id=74443
…pour M. de Nemours l’obstacle renforçait son sentiment et formait sa constance, mais pour la Princesse l’amour était inconstant et le mariage éternel, et son sens de devoir s’opposait à son bonheur…

Soms knapt men op iemand af die men niet persoonlijk kent, maar die positief en beheerst en welbespraakt en geleerd doorkomt. Misschien een persoonlijkheid met intellectuele diepte en weerstand voor wie ‘gemiddeld’ en ‘modaal’ en ‘moet leuk zijn’ en ‘international’ (Hollandse uitverkoop versie) schuttingwoorden zijn. En die in staat is overtuigend naar degelijke linkse (?) inzichten te handelen als belichaamd door: ‘Nu kunnen eindelijk ook de arbeiderskinderen naar het gymnasium, schaffen ze het gymnasium af (Marcus Bakker)’ en ‘de leraar moet niet dalen, de leerling moet klimmen’. Moest die Minister van Onderwijs per sè van de Nederlandse Olympus van Verdraagzaamheid afdalen in de arena van populistisch proselitisme en gaan schuitje varen met carpe diem Zwoelen en zich identificeren met hedonisme en frivoliteit (best leuk) en met de omerta van tomeloze zinnelijkheid (voor de echte liefhebbers), die niet passen bij de geest van het Onderwijs en die een vruchtbare visie in de weg staan? ‘Ten onterechte had ik gedacht dat hij een persoonlijkheid was die in staat zou zijn geweest datgene te verbergen wat zijn ego streelde’. (‘J’ai eu tort de croire qu’il y eût un homme capable de cacher ce qui flatte sa gloire’ uit La Princesse de Clèves, 1678, niets nieuws dus).

Iets dergelijks vond plaats in Frankrijk toen velen in de onderwijswereld, en ook daar buiten, collectief afhaakten van de Heer Sarkozy vanwege diens rotopmerking op 23 februari 2006, onopgemerkt, en sindsdien meervoudig herhaald dat het lezen van La Princesse de Clèves niet nodig is voor de vergelijkende examens (=concours) om ambtenaar te worden (1). Weliswaar moet gezegd worden dat de Heer Sarkozy méér is dan een intelligente anti-ENA proleet (2), het is desalniettemin ongelooflijk wat die opmerking allemaal heeft los gewoeld. ‘La Princesse de Clèves’ is de Franse oer-roman. Het is een meesterwerk van litteraire élégance, van esthetiek, van gevoel van ritme en nuancen, van uitdrukkingsvaardigheid, van sober taalgebruik (3), van hoofse politesse, van de fundamentele (= Christelijke) gelijkwaardigheid van man en vrouw, van eminente leesbaarheid, iets subliems waar iedere generatie wel een verheffende inspiratie in kan vinden, om van te dromen. De idealisering van de aantrekkingskracht tussen een man en een vrouw is het thema, het conflict tussen huwelijk en buitenechtelijke hartstocht het drama. De godsdienst komt er niet aan te pas, zwangerschap en kinderen ook niet, wellust alleen als hunkering en materiële zorgen al helemaal niet. De vergelijking met Jacob Cats ‘Ouderdom, Buyten Leven en Hof Gedachten’ (1658) is navrant. Mijn editie van 1770 is onleesbaar, te hoogdravend, teveel uitwijdingen, teveel betweterij, teveel godsdienst (dat laatste heb ik niet echt kunnen verifiëren: daarvoor was het boek te dik).

Het pleit voor het Franse onderwijs dat ze een aantal Klassieken in extenso in de sokkel van hun onderwijs opnemen, al is het waarschijnlijk wat te vroeg voor 15-jarigen en misschien in vele gevallen verloren moeite. Het pleit voor de Fransen dat ze zich getergd voelen door de opmerking van hun president. De blogosfeer puilt uit van ergernis. Er is hier gelukkig nog veel intellectuele weerstand. Het is een ‘pop up’ geworden die regelmatig terug komt in films (La Belle Journée en impliciet in La Journée de la Jupe), met voorlezingen tijdens de laatste onderwijsstakingen, met buttons van ‘Je lis la Princesse de Clèves’ tijdens de Boekenweek enz. Men kan het afdoen als een anachronistische hymne aan de duurzame liefde in de trant van ‘Waer werd oprechter trouw/Dan tusschen man en vrouw/Ter weereld oit gevonden?’, ware het niet dat er zaken aan de orde komen die plotseling in de onderwijswereld actueel zijn geworden. In de 3 geciteerde films zijn de litteratuur en taalbeheersing (La Princesse de Clèves, Molière en Anne Frank) de hulpmiddelen, waarmee de adolescenten de wereld ontdekken en zich een weg banen naar de wereld van volwassenen. Het is onontbeerlijk voor zelfkennis en uitdrukkingsvaardigheid in onze culturele omgeving. Het vormt de basis van hun oordeelsvermogen. So far, so good. ‘La Princesse de Clèves’ is daarbij emblematisch, want uiteindelijk is zij het die ‘nee’ zegt. Het is een vorm van vroege emancipatie, waar in de regressieve wereld van de banlieue scholen geen begrip (meer) voor bestaat. Wat voor wereldbeeld bouwt men op als men de aansluiting met het verleden mist en niet goed kan raisonneren of primitief reageert (= begint te meppen) omdat men zijn gevoelens niet onder woorden kan brengen, iets waar litteratuur en taalbeheersing zo belangrijk voor zijn? Daar gingen ‘Entre les Murs’ en ‘La Journée de la Jupe’ over. De één is een pyrrusoverwinning van ‘feel good’ met goedkeuring van de Franse HNL-paus; groot applaus voor de populaire leraar, ‘Palme d’Or’. Dat de leerlingen onwetend zijn en onaangepast met uitgehold taalgebruik van de middelbare school komen, komt niet aan de orde. De andere film, intellectueler, is de ondergang van het idee dat men van verheffend onderwijs kan hebben, de manier waarop men dat uitdraagt en bij de jongens en de meisjes het beste er uit haalt, zonder godsdienstwaan. Kortom de voortzetting van het Œuvre van de ‘Huzaren van de Republiek’, zoals vroeger de onderwijzers genoemd werden vanwege hun sobere, meest zwarte kleding. Ze blonken uit met hun toewijding en door hun doeltreffendheid: de leraar moet niet dalen, de leerling moet klimmen. Te suggereren dat de verloedering definitief kan zijn, is net over de rand van het politiek-correct-zijn en het gevolg was dat de meeste bioscopen het niet wilden vertonen, al moet gezegd worden dat 2,2 miljoen kijkers het al op de televisie hadden gezien. Wat gaande is, is insidieus, iets ongrijpbaars. Er is geen zachte oplossing in zicht. In de Nederlandse context is het een leger-imam verhaal, waarbij een meerderheid zich bedonderd voelt (en is) door een dubbele-waarheid-dialectiek, waar zelfs een Mohammedaans land als Indonesië de aller grootste moeite mee heeft (Blog 23, tanah air kita). Hadden ze de intellectuele traditie en weerstand maar niet met Snouck Hurgronje in de prullenmand moeten gooien. Heel dom. Eigen schuld. Grote bult. En met een miljoen migranten is er bovendien nog minder levensruimte in het te volle Koninkrijk.

De redelijkheid van onze Westerse wereld van mensenrechten wordt nu hier en daar van binnenuit kapot gemaakt door een combinatie van straatcultuur en primitieve godsdienstbeleving, met als premie een terugkeer naar onze primaire biologische conditie: jonge mannen die de meisjes willen beheersen. Het klinkt belachelijk, maar het is wel zo. Door een gebrekkige uitdrukkingsvaardigheid, komt het steeds vaker tot handgemeen, leest men in de onderwijsblogs. Naar school gaan of les geven in jurk of rok wordt aangevoeld als provocatie. ‘Les filles, elles ont peur qu’on les prenne pour des putes’ zegt een meisje van 13. Dus geen ‘jeunes filles en fleurs’ meer, die zijn sowieso overal zeldzaam geworden. Minder gemengdheid. Niks te schaften met structurerende verhalen van blanke schrijvers die al zo lang dood zijn en ook nog Christen waren. Televisiebeelden van de banlieues met geen enkel vrouwengezicht. Een dé-emancipatie. Is het erg? Het zuur is vooralsnog geconcentreerd bij een gekleurde minderheid. Maar in een land waar 75% van de statistische armen jonger zijn dan 35 jaar, is de dreigende declassering die gepaard gaat met slechte scholen, een schrikbeeld. Vandaar de run op de betere scholen die potsierlijke trekken begint te tonen. Wat te doen? Zich laf afzijdig houden van de plekken waar de klappen vallen, er zullen altijd idealisten zijn die zich voor de kar spannen. En uit het puin verrijzen wonderbaarlijk altijd persoonlijkheden die het positieve hebben geassimileerd en niet verbitterd zijn. Voorbeelden te over. En ja, Moynigan’s ‘benign neglect’ (4) opstel herlezen. Hij was ‘one of the most accomplished public intellectuals to grace the Congress’ uit mijn studententijd, maar uitgespuugd door de weke buik ‘liberals’ van toen. In zijn tijd was het een rassenprobleem, in Europa heeft een anachronistisch godsdienstprobleem het sindsdien alleen maar erger gemaakt.

NB 20% van de 11-16 jarigen (800.000 jaarlijkse geboorten) zijn ingeschreven in ZEP-scholen (achterstandsscholen, meestal in gekleurde banlieues). Dat wil niet zeggen dat alle klassen daar slecht zijn en buiten de ZEPs alle klassen beter. Zo’n 160.000 leerlingen verlaten per jaar het systeem zonder enige kwalificatie, 50 à 80.000 in Nederland.

(1) Sarkozy dixit: L’autre jour, je m’amusais, on s’amuse comme on peut, à regarder le programme du concours d’attaché d’administration. Un sadique ou un imbécile, choisissez, avait mis dans le programme d’interroger les concurrents sur “La Princesse de Clèves’. Je ne sais pas si cela vous est souvent arrivé de demander à la guichetière ce qu’elle pensait de ‘La Princesse de Clèves’… Imaginez un peu le spectacle !

(2) ENA = de post doctorale Ecole Nationale d’Administration, meestal na ‘Sciences Po’ waar de politieke elite en hoge ambtenaren worden opgeleid. De Heer Sarkozy komt niet van die school. Belezenheid en algemene kennis staan daar in hoog aanzien. De Generaal de Gaulle drukte dat zo uit: « La véritable école du commandement est la culture générale. Pas un illustre capitaine qui n’eût le goût et le sentiment du patrimoine de l’esprit humain. Au fond des victoires d’Alexandre on retrouve toujours Aristote ». Wat geldig is voor de officieren is geldig voor ons allen, a fortiori voor de uitvinders van Rhineland Exit !

(3) Cette princesse était sur son lit, il faisait chaud, et la vue de Monsieur de Nemours acheva de lui donner une rougeur qui ne diminuait pas sa beauté. Il s’assit vis-à-vis d’elle avec cette crainte et cette timidité que donnent les véritables passions. Il demeura quelque temps sans pouvoir parler. Madame de Clèves n’était pas moins interdite, de sorte qu’ils gardèrent assez longtemps le silence.

Vrij vertaald : De prinses was nog niet opgestaan, het was warm, en de verschijning van Monsieur de Nemours deed haar blozen op een zodanige manier dat haar schoonheid er niet minder van werd. Hij ging tegenover haar zitten, vervuld van schroom en ontzag, waar men de echte hartstocht aan herkent. Hij kon geen woord uitbrengen. Madame de Clèves voelde zich niet minder beklemd, waardoor het even stil bleef.

(4) ‘Benign neglect’. Degenen die vinden dat we ons fluitend moeten laten metiseren (Met wat? Aanpassen naar beneden? Dat is toch net wat Obama niet gedaan heeft?) doen er goed aan de teksten van D.P. Moynihan uit mijn studententijd na te lezen.

“The time may have come when the issue of race could benefit from a period of “benign neglect.” The subject has been too much talked about. The forum has been too much taken over to hysterics, paranoids, and boodlers on all sides. We may need a period in which Negro progress continues and racial rhetoric fades. The Administration can help bring this about by paving close attention to such progress–as we are doing–while seeking to avoid situations in which extremists of either race are given opportunities for martyrdom, heroics, histrionics, or whatever. Greater attention to Indians, Mexican-Americans and Puerto Ricans would be useful. A tendency to ignore provocations from groups such as the Black Panthers might also be useful. (The Panthers were apparently almost defunct until the Chicago police raided one of their headquarters and transformed them into culture heroes for the white–and black–middle class. You perhaps did not note on the society page of yesterday’s Times that Mrs. Leonard Bernstein gave a cocktail party on Wednesday to raise money for the Panthers. Mrs. W. Vincent Astor was among the guests. Mrs. Peter Duchin, “the rich blonde wife of the orchestra leader,” was thrilled. “I’ve never met a Panther,” she said. This is a first for me.”

3 Reacties

  1. “Nous, on n’aime pas lire”
    Interessant, die berichten uit Frankrijk. In De Volkskrant stond enige tijd geleden (04-02-09) een opmerkelijk stuk van Michael Zeeman n.a.v. het verschijnen van “Nous, on n’aime pas lire”van Danièle Sallenave. Deze schrijfster heeft een jaar lang onder leerlingen van een middelbare school in Toulon verkeerd met als doel promotie van de literatuur en doet daarvan in dit boek verslag. Haar bevindingen zijn verre van bemoedigend. Literatuur heeft geen enkele status meer in deze sector van het onderwijs. Zeeman schrijft: “het literatuuronderwijs is een wanhoopsstrijd van afwisselend apathische of zorgelijke losers. De beste leerkrachten die Sallenave ontmoet zijn brave borsten, die door middel van enigszins sneu aandoende verleidingstechnieken proberen het onmogelijke te bereiken…..”Wij houden niet van lezen” zeggen hun pupillen, de blik schuin op een zojuist binnen gekomen SMS gericht – dat is een argument met de onneembare kracht van een vesting. De autoriteit van de leermeester is vergaan en dus rest de leraar niets anders dan soebatten, met de strategie van een paljas”.
    Is het in Frankrijk echt zo erg ?
    Hoe dan ook; ook in Nederland lopen genoeg onderwijskundigen en andere cultuurdragers rond die literatuur als “uit de tijd en” als “iets voor oude mensen” bestempelen.

    • leescultuur
      ‘Leuk’ zo’n recensie, geeft a contrario de indruk dat Nederland zo slecht niet is… Chloroform. Danièle Sallenave is de eerste de beste niet. Een ‘normalienne’ zoals Sartre, Bourdieu, Beauvoir enz. Het boek ‘Nous, on n’aime pas lire’ heb ik niet gelezen, het is her relaas in het kader van een speciaal programma ‘Ambition réussite’, m.a.w. vond plaats in een ‘établissement particulièrement difficile’ van het soort van ‘Entre les Murs’ en ‘La Journée de la Jupe’ met weinig autochtonen en weinig Christenen, haast logisch dat het hen geen bal interesseert, afgezien van uitzonderingen (Aziaten?). In Frankrijk komt je niet bij de elite (niet dezelfde betekenis als in Nl) zonder belezenheid en een grote dosis parate algemene kennis. Een leemte op dat gebied wordt in Nederland opgevuld met ‘experts’ en in de universitaire wereld met een nieuw ras van wetenschappers met een ‘demonstrable capacity for realizing publications in top-tier ISI journals’, met een heel pervers effect. En met zelfgenoegzame blaaskaken. Het is een schande dat Sallenave’s uitstekende ‘Castor de Guerre’ (over Beauvoir en Sartre, 2008) bij mijn weten niet besproken is, maar dat men het moest doen met ‘A dangerous Liaison’ van Seymour-Jones (besproken in het NRC, mei 2008) over het zelfde onderwerp. Het Nederlandse volk moet nu Frankrijk door Amerikaanse/Engelse ogen zien… En dit nog: Ikzelf moest gedichten van Slauerhoff en Vondel uit het hoofd leren, het zij me toen niets, na mijn 45ste wel…

      • Waar ligt het aan ?
        De schrijfster zelf legt het hoofdprobleem niet bij de leerlingenpopulatie maar bij het onderwijs. De leerlingen, las ik in Trouw, zijn “enthousiast, nieuwsgierig en levendig”. Maar ze worden voortdurend bezig gehouden met projecten als “het gat in de ozonlaag”en “duurzame energie” ten koste kennelijk van het goed leren lezen, schrijven en rekenen. Ze zegt: begin daar nu eerst eens mee, dan komt de rest vanzelf. Ik interpreteer dat als: niks tegen goede projecten maar de verkeerde volgorde. Ook in Nederland wordt veel ruimte gemaakt voor allerlei projecten als “geluk”, “omgaan met verlies” etc. terwijl het niveau van rekenen en taal achteruit holt. Onderwijs lijkt hier steeds meer een soort “zielzorg” te worden. Vrijwel alle HAVO- en MBO-opleidingen constateren een achterstand in rekenen en taal bij leerlingen die instromen met een VMBO-diploma constateerde de Onderwijsraad onlangs (De Volkskrant, 23 april). Het probleem lijkt me breder en er is denk ik toch veel overeenkomst tussen Frankrijk en Nederland (en andere landen). Die belezenheid van de Franse elite geloof ik wel.
        Slauerhoff las ik op mijn achtiende wel graag (“Op de golven vindt de zon verstrooiing”). Maar ik hoefde hem dan ook niet uit het hoofd te leren.

Reacties zijn gesloten.