Inzet & motivatie

In Trouw van 9 feb 2010 stond een ingezonden stuk van Dirk de Korne, docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, momenteel onderzoeker bij de Johns Hopkins University School of Medicine in Baltimore (VS).
Het onderwerp is de inzet & motivatie van VS- versus NL-studenten. Het stuk staat hier.
Hij vraagt zich af in hoeverre onze studiefinanciering aan het verschil debet is.
Zelf heb ik Deetmans studiefinanciering van begin af aan een verwerpelijk instrument gevonden. Als stagecoördinator (HBO HIO) werd ik bijvoorbeeld direct geconfronteerd met de omslag in de motivatie bij het kiezen van een stageplaats: geld werd de voornaamste drijfveer. Terwijl daarvoor dat aspect nauwelijks aan de orde kwam.
Verwerpelijk ondanks het feit dat ik er zelf maximaal profijt van gehad heb. Eind jaren 80 gingen mijn kinderen studeren en de verwachte ‘magere jaren’ (in financieel opzicht) gingen aan ons voorbij ;-)))

2 Reacties

  1. absolute en relatieve prestaties
    In het begin van de discussie, die op het stuk van Dick de Korne volgt komt de basis van de caesuur tussen voldoende en onvoldoende op een onduidelijke manier ter sprake. Duidelijk is dat de studenten na een examen in een rangorde geplaatst worden die hun reletieve examenprestaties weergeven. Wat mij niet duidelijk is of de grens tussen voldoende en onvoldoende op basis van de rangorde genomen wordt door altijd de prestaties van een vast percentage van de studenten onder aan de lijst als onvoldoende te qualificeren. Ik vind dat in principe onrechtvaardig. Je moet een niveau vast stellen van de kennis en inzicht van een student vaststellen. Dat laatste geschiedt vaak middels opgaven of casussen. Als de student aan de niveau-eisen voldoet moet hij een voldoende krijgen en zo niet dan mag hij geen voldoende krijgen. Bij de Nederlandse universiteiten was dat vroeger ook het geval en het gold ook voor de eindexamenopgaven voor HBS en Gymnasium. Wat betreft de eindexamina hanteert het CITO nu via cijfergeving een caesuur die wel degelijk op een gewenst percentage voldoende gebaseerd is.
    Seger Weehuizen

  2. Om te beginnen moet iedereen
    Om te beginnen moet iedereen die in de USA aan een goede universiteit wil studeren een zware selectie ondergaan en enorm veel geld betalen.
    De meer gemotiveerde studenten worden dus automatisch geselecteerd.
    Wanneer je ouders veel geld betalen voor jouw studie, en dan direct i.p.v. via de belastingen, en je je beurs verliest wanneer de prestaties niet voldoende zijn dan ben je eveneens al snel veel gemotiveerder.
    Status speelt m.i. ook een rol, wanneer je van een goed aangeschreven universiteit een diploma hebt dan verhoogt dat je status, al helemaal wanneer je (magna/summa) cum laude bent geslaagd.

    De americanen betalen hier echter ook een prijs voor: de arme tieners en twintigers die geen ouders hebben die hiervoor willen/kunnen betalen komen vaak terecht op een tweederangs opleiding.
    Al zijn ook hier weer prachtige uitzonderingen op, ik denk dan aan de Californiërs die voor weinig geld kunnen studeren aan Berkeley University (ik heb zelfs eens gelezen dat sommige ingenieursspecialisaties volledig door de staat werden betaald (ofdat dit nu nog is met die crisis?)) of de inwoners van Michigan die daar een prima ingenieursopleiding kunnen volgen.

    Wanneer je de Nederlandse studenten meer wil motiveren, begin dan eens met het niveau van het vwo wat te verhogen. Zie dat de mensen die ongemotiveerd zijn en blijven daar al afvallen.
    Voer in dat een student maximaal 1 jaar mag blijven zitten en verhoog de studielast.
    Wedden dat de Nederlandse studenten ook snel veel gemotiveerder zullen worden?

Reacties zijn gesloten.