Onderwijs2032: Nieuw Babylon nog steeds in aanbouw

De Toren van Babeldoor Sebastien Valkenberg

Was ik zonder het te merken in een tijdmachine gestapt met als bestemming het jaar 2005? Een tijdje terug gaf socioloog Paul Schnabel een interview waarin hij het stampen van feiten als leermethode afserveerde. Ik waande me in de beginjaren van deze eeuw, toen het Nieuwe Leren zijn hoogtijdagen beleefde.

Schnabel is universiteitshoogleraar, maar zijn suggestie deed hij als voorzitter van Platform Onderwijs2032, dat het kabinet adviseert over de toekomst van het onderwijs. “De betekenis van kennis is veranderd,” wist hij te vertellen. Niemand weet nog wanneer koning Willem III regeerde, maar hoe erg is dat eigenlijk? Niet, want je zoekt het gewoon op via je mobieltje.

Onbedoeld laat Schnabel zien waartoe een matig historisch besef leidt. Iets meer kennis van het recente verleden had geleerd dat zijn claim niet het unieke inzicht is waarvoor het gehouden wordt. Pakweg tien jaar terug klonken namelijk vergelijkbare oproepen. Leerlingen moesten het eigen leerproces reguleren, heette het toen, en daar zou de techniek hen bij helpen. Alleen was het toen nog de pc waarop leerlingen informatie dienden op te zoeken in plaats van hun smartphone.

Het lijkt erop dat het onderwijsveld zich weer schrap moet zetten. Even konden we in de illusie leven dat er rust in de tent zou zijn. Voorlopig geen grote onderwijshervormingen, was een aantal jaar terug immers het advies van de enquêtecommissie-Dijsselbloem. Tot nu dus. Met name technologische ontwikkelingen blijven een enorme aantrekkingskracht uitoefenen op beleidsmakers. Achterop raken is het grote schrikbeeld.

Onthullend is een set papers die Platform Onderwijs2032 heeft laten schrijven door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling – kortweg: OESO. Leerzaam leesvoer als je wilt weten waar Schnabel de mosterd haalt… De OESO-papers getuigen op vrijwel elke bladzijde van ‘several ongoing trends that affect the world and will shape the future in the next few decades’.

Geen misverstand, met de observatie dat er veel verandert, is op zichzelf genomen weinig mis. De vraag is echter hoeveel gewicht je die ontwikkelingen toekent. Telkens weer blijken onze beleidsmakers hiervan danig onder de indruk – en nog een tikkeltje meer als die ontwikkelingen van technologische aard zijn. Die zijn zo ingrijpend, gaat de redenering dan, dat majeure wijzigingen in het beleid onvermijdelijk zijn. Hier wreekt zich wat ik het het syndroom van Nieuw-Babylon-in-aanbouw noem.

De naam van dit syndroom, ik vertel waarschijnlijk niets nieuws, verwijst naar de dissertatie van historicus James Kennedy. Nieuw Babylon is het progressieve Nederland dat in de jaren zestig tot stand kwam. Drijvende kracht achter dit proces waren niet de provo’s en hippies, zoals je zou verwachten, maar vakbondsleiders, ondernemers, dagbladredacteuren, geestelijken, politici en ambtenaren. Verandering moet je niet willen tegenhouden, vond de elite. Er heerste, een tikkeltje deftiger gesteld, een sterk geloof ‘in de onverbiddelijke komst van het moderne leven’.

De analyse van Kennedy leest als een commentaar op hedendaagse beleidsmakers die het onderwijs vormgeven. Een halve eeuw later is de eerbied voor maatschappelijke veranderingen onverminderd groot. Wat dat betreft tapt de Onderwijsraad uit hetzelfde vaatje als Platform Onderwijs2032. In de Meerjarenagenda 2015-2020 van dit adviesorgaan gaat het over internationalisering, flexibilisering van de arbeidsmarkt, individualisering en – uiteraard, zou ik haast willen zeggen – technologisering. Vanzelfsprekend zijn dit niet zomaar ontwikkelingen, maar ‘grote uitdagingen’ waarvoor we staan.

De woordkeuze fungeert als een hefboom. Uitdagingen in plaats van ontwikkelingen, zo creëer je ruimte om het roer eens flink om te gooien. Ingrijpende systeemwijzigingen zijn immers enkel gerechtvaardigd als je zegt dat daartoe een grote noodzaak bestaat.

Van alle hefbomen zou ‘technologisering’ weleens de krachtigste kunnen zijn. Dan heet het dat er tegenwoordig vreselijk veel informatie is en dat steeds meer mensen deze kunnen raadplegen. Wat de consequenties hiervan zijn voor het onderwijs wil niet echt duidelijk worden. Maar, is de suggestie van de Onderwijsraad, wellicht zijn er straks geen scholen en leerkrachten meer nodig.

Juist. De tandem van school en leerkracht is al vele generaties dé manier om het onderwijs vorm te geven, maar die zou zijn langste tijd gehad hebben? Weliswaar pleit de Onderwijsraad er niet onomwonden voor om deze af te schaffen, maar alleen al het feit dat ze dit overweegt is tamelijk spectaculair. Vermoedelijk is het de bedoeling om de lezer eens goed wakker te schudden. Opdat hij zich goed realiseert dat zaken waaraan hij gewend is niet bij het oude zullen blijven.

Tot zover de theorie. Zoals vaker trekken burgers zich weinig aan van wat er bedacht wordt in ‘Den Haag’. Als ouders een school moeten kiezen voor hun kinderen laten ze zich helemaal niet leiden door het credo van stilstand is achteruitgang, met je tijd mee gaan en de boot vooral niet missen. Ze willen, als het even kan, een traditionele opleiding zoals het gymnasium. Dit onderwijstype is populairder dan ooit.

Naar het gymnasium: dat betekent talen bestuderen die zo dood zijn als een pier en eindeloze reeksen vervoegingen en verbuigingen uit je hoofd leren. Activiteiten, kortom, die haaks staan op de tijdgeest. Toch hebben ouders groot gelijk als ze hun kinderen klassiek willen scholen. Er is gegronde reden om te verwachten dat die het ver gaan schoppen met zo’n basis. Gymnasiasten maken meer kans om de hoogste trede van de maatschappelijke ladder te bereiken dan atheneumleerlingen.

Zo iemand is Peter Berdowski, bestuursvoorzitter van baggerbedrijf Boskalis. Hij koestert zijn gymanisumopleiding veertig jaar na dato nog steeds, bleek uit een gesprek dat hij een tijdje terug had met Elsevier. “Het is niet zo dat ik nog dagelijks Ovidius lees in het Latijn,” liet hij weten. “Maar kennis van de klassieke talen helpt om goed te kunnen formuleren.”

Pikant, de baas van ’s werelds grootste baggeraar die een Romeinse dichter van tweeduizend jaar terug erkentelijk is. Want hoewel eeuwenoud, is Ovidius kennelijk nog niet achterhaald. Ziehier de denkfout die beleidsmakers snel maken. Het syndroom van Nieuw-Babylon-in-aanbouw maakt dat oud al te gemakkelijk gelijk wordt gesteld aan ouderwets.

Wie zich laat imponeren door maatschappelijke veranderingen, heeft nog maar weinig oog voor die vele zaken die onveranderd blijven. De dwarse socioloog Frank Furedi zegt het als volgt: “De discussie over de relatie tussen onderwijs en verandering wordt dikwijls ondergesneeuwd door de waan van de dag en de betrekkelijk oppervlakkige symptomen van nieuwe ontwikkelingen. Men vergeet dat de fundamentele onderwijsbehoeften van leerlingen niet telkens veranderen als er een nieuwe technologie in het leven van mensen verschijnt.”

Het is geen overbodige herinnering nu verschillende beleidsmakers weer staan te trappelen om het onderwijs aan te pakken. Gelukkig richt het Platform Onderwijs2032 zich op afgestudeerden die over ruim vijftien jaar voor het eerst de arbeidsmarkt betreden. Genoeg tijd voor de zieners die het stampen zo ferm de wacht aanzeggen om op hun schreden terug te keren. Dit zou een tijdreis, ditmaal naar 2032, aanzienlijk minder verontrustend maken.

Deze column werd uitgesproken op het BON-symposium ‘De toekomst van het onderwijs’ op 16 april. Het is een bewerking van een hoofdstuk uit de bundel Digitalisering van het onderwijs – Zin en onzin die binnenkort verschijnt.

4 reacties op Onderwijs2032: Nieuw Babylon nog steeds in aanbouw

  1. Guido Everts // 20 mei 2016 om 09:09 // Beantwoorden

    Fijn verhaal. Ter aan vulling: De jacht-om-bij-te-blijven in het onderwijs is, samen met begrippen als skills, targets en coaching, afkomstig uit de bedrijfscultuur. In de VS vooral is consultancyjargon op het onderwijs van toepassing verklaard sinds de jaren ’90. Op outputgerichte individualisering en een innovatieve en flexibele houding zijn (in de VS) vrijwel probleemloos aanvaard als te verkiezen afstemming op de toekomst. OESO zal zich daar naar ik vermoed de oren naar hebben laten hangen. Productgericht is toekomstgericht is win-win voor alle partijen. We zouden ons meer bewust moeten zijn van deze logica om bovenstaande teneur te keren.

  2. Joan Mutsaars // 20 mei 2016 om 09:15 // Beantwoorden

    Babyloniërs spreken vaak uit eigenbelang. Zij hebben baat bij het doen van grootste uitspraken. Het bedient hun aanzien. Predikers hebben altijd hel en verdoemenis gepredikt als er niet naar hen zou worden geluisterd. Heerlijk dat de waarheid alleen gezien kan worden los van eigenbelangen. Sebastien zet een beeld neer dat naar mijn idee heel zuiver is.

  3. Bert van Baar // 22 mei 2016 om 13:52 // Beantwoorden

    Babyloniërs werden op het laatst niet meer verstaan als ik ’t wel heb!
    Platform 2032: Kijk eens 16 jaar terug. Kon je toen bevroeden dat “De Wereld” er zo uitzag als ie nu doet? Waar halen jullie dan de moed vandaan om te gaan “voorspellen” dat wij Die Kant op moeten. Wie weet staat Amsterdam, en daarmee ook echt Den Haag, wel een paar meter onder water. Is de beurs dan echt gebroken en leven we daarbij vergeleken nu in een tijd van picknicks.

  4. Seger Weehuizen // 23 mei 2016 om 23:55 // Beantwoorden

    15 jaar is natuurlijk heel lang. Maar zelfs als de Nieuw-Babyloniërs na 5 jaar stoppen met het bouwen van hun toren zijn er waarschijnlijk al miljarden verkwist, is leraren 5 jaar lang het leven verzuurd, hebben honderden priester-kwelgeesten vele schaapje op het droge of hun guldenvliezen in Panama. Met het verspilde geld zou veel 5 jaar lang beter onderwijs mogelijk geweest zijn. De uitsmijter van Sebastien Valkenberg biedt weinig geruststelling.

Laat een reactie achter op Guido Everts Reactie annuleren

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.


*