Achtergrond verengelsing hoger onderwijs

Keer op keer blijkt dat de keus voor Engelstalig hoger onderwijs in de eerste plaats is ingegeven door de wens om het aantal studenten in een opleiding te vergroten door buitenlandse studenten aan te trekken. Dat levert geld op. Als de instroom in een opleiding te klein is om de opleiding te kunnen bekostigen of als de (regionale) arbeidsmarkt of een belangrijk wetenschapsgebied onvoldoende afgestudeerden kan aantrekken dan is deze keus tot op zekere hoogte begrijpelijk. De prijs die we hiervoor als land betalen is echter te hoog, vindt BON:

  • Onze Nederlandse landstaal verliest aanzien als in het hoger onderwijs het Engels dominant is. De Nederlandse taalontwikkeling in het po en vo ondervindt hiervan hinder, omdat veel leerlingen (en hun ouders) in het funderend onderwijs hierdoor ten onrechte menen dat onze landstaal inferieur is. Onder meer hierdoor is er weinig enthousiasme voor het schoolvak Nederlands. (De dalende PISA-scores vragen juist het omgekeerde.)
  • Veel afgestudeerden beheersen het Nederlands niet op een niveau dat past bij hun opleidingsniveau en kunnen zich hierdoor niet op een genuanceerde manier uitdrukken in de landstaal. Dit is veelal schadelijk voor hun functioneren in de beroepspraktijk en het maatschappelijk debat. Daarnaast is het gebruik van academisch Nederlands in de openbare ruimte is nodig om het niveau van onze landstaal te voeden.
  • De kwaliteit van opleidingen zakt doordat er per student steeds minder overheidsgeld is. Door onder meer de toename van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten moeten steeds meer studenten door de Nederlandse belastingbetaler bekostigd worden. Daarnaast studeren studenten minder effectief in een tweede taal.
  • Er ontstaat een onwenselijke tweedeling in de samenleving, doordat de hoger opgeleiden in ons land zich steeds vaker terugtrekken in een (inferieur) Engelssprekende bubbel.
  • Veel buitenlandse studenten ontberen basiskennis en hebben psychologische problemen. Dat vraagt veel begeleidingstijd van docenten.
  • Het opleiden van buitenlandse studenten is voor de meeste vakgebieden nauwelijks zinvol voor ons land, omdat hieraan geen tekort is op de arbeidsmarkt. Uitzonderingen zijn bepaalde opleidingen in de techniek en de zorg, zoals IT, elektrotechniek en robotica. De meeste buitenlandse bachelor-afgestudeerden (met name uit de EER) verlaten kort na afstuderen ons land. Dan is Engelstalig hoger onderwijs weinig meer dan ontwikkelingshulp voor de landen van de EER (Nederland leidt vijf keer zoveel buitenlandse EER-studenten op als de EER-landen Nederlandse opleiden. Het gaat ‘met gesloten beurs’.)
  • Door de grote vraag is er een tekort aan studentenkamers en zijn die duur. Veel Nederlandse studenten wonen ongewild bij hun ouders of hebben hoge studieschulden.

BON wil deze problemen oplossen. Keer op keer komt de overheid met voorstellen om internationalisering van het hoger onderwijs in banen te leiden en onze landstaal te beschermen. Tot nu toe voorstellen die te veel verwachten van het zelfregulerend vermogen van het hoger onderwijs.

BON stelt voor om alleen bacheloropleidingen te bekostigen als de instructietaal daarin voor minimaal 60 procent Nederlands is en de docenten die deze vakken verzorgen het Nederlands beheersen op academisch niveau. Een leerdoel is dat studenten zich in het academisch Nederlands leren uitdrukken in algemene taal en in vaktaal. (Hbo naar niveau 4F, oftewel vwo-niveau, en wo-bachelor naar het nog te formuleren niveau 5F, het academisch niveau). Engelstalige bacheloropleidingen zullen dan aan alle studenten instellingscollegegeld moeten vragen. Dat is het veel hogere collegegeld dat niet-EER-studenten altijd al betaalden. Geselecteerde buitenlandse studenten voor Engelstalige bacheloropleidingen waaraan grote maatschappelijke behoefte is zouden een tegemoetkoming kunnen krijgen in hun studiekosten door beurzen van het bedrijfsleven of EZ. Deze maatregel laat toe dat studenten ook een tweede taal, bijvoorbeeld het Engels, op academisch niveau kunnen aanleren, doordat 40 procent van de bacheloropleiding en de masteropleiding in het Engels gegeven kan worden. Zo neemt het aantal buitenlandse studenten af, is onze taal gespaard en ontstaan geen tekorten op de arbeidsmarkt.

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter