Op 4 september jl. heeft de Onderwijsraad het advies ‘Talige diversiteit benutten’ uitgebracht met als belangrijkste doel advisering bij het benutten van de talige diversiteit van leerlingen (meertaligheid) in het funderend onderwijs voor het leren van het Nederlands als onderwijstaal.
In reactie op bovengenoemd advies heeft de staatssecretaris OCW geschreven dat hij de visie van de Onderwijsraad deelt dat het Nederlands de voertaal, de instructietaal en de doeltaal moet zijn in het onderwijs, maar dat het aan scholen is om hiervoor een weloverwogen evidence-informed aanpak te kiezen. De staatssecretaris onderkent het belang van ondersteuning van leraren in het funderend onderwijs bij het omgaan met meertaligheid, zeker gezien de nieuwe (concept-)kerndoelen en de didactische bekwaamheidseisen, maar wil scholen niet extra belasten door een wettelijke administratieve verplichting om een taalbeleidsplan te maken. Hij vindt dat het advies van de Onderwijsraad om te investeren in ondersteuning, opleiding en professionalisering bij het omgaan met meertaligheid aansluit bij diverse reeds lopende trajecten. Ook gaat hij op verzoek van enkele Kamerleden in op het artikel ‘Meertalige ontwikkeling: een probleem of zegen?’ van Duyck e.a. De staatssecretaris schrijft dat hij de nuance steunt die een van de auteurs van dit artikel plaatst bij het advies, namelijk de ervaring dat tweetalige leerlingen hun achterstand in de doeltaal meestal inlopen wanneer zij veel worden blootgesteld aan het Nederlands en hierin sterk onderwijs krijgen. Het benutten van talige diversiteit kan hierbij volgens de staatssecretaris als hulpmiddel worden ingezet.
Naar aanleiding van de reactie van de staatssecretaris heeft de vaste commissie OCW een brief/petitie ontvangen ‘Verzoek om daadkrachtige opvolging van het advies Talige diversiteit benutten’, ondertekend door vijf auteurs. Zij vinden dat de staatssecretaris in genoemde beleidsreactie te weinig concrete maatregelen neemt om de aanbevelingen uit het advies te realiseren. Auteurs en ondertekenaars van de petitie vragen Kamerleden om het gesprek met de staatssecretaris te heropenen.
Namens de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) vragen wij leden van de commissie OCW om in een gesprek met de staatssecretaris over het advies van de Onderwijsraad niet alleen de tekst van de hierboven genoemde petitie maar ook het onderstaande in ogenschouw te nemen.
BON heeft een andere zienswijze dan de petitie-ondertekenaars op de reactie van de staatssecretaris. BON deelt de argumenten voor terughoudendheid van de staatssecretaris. Ook BON leest in het genoemde artikel van Duyck e.a. een waarschuwing om te grootschalig in te zetten op meertaligheid in het onderwijs.
Bij het advies van de Onderwijsraad zijn echter kritische kanttekeningen te plaatsen op logische grond en op empirische grond, namelijk:
- De doelgroep leerlingen waarop dit advies betrekking heeft, is op het relevante kenmerk ‘beheersing van het Nederlands’ (taalstatus van het Nederlands) ongedifferentieerd. Dat is onlogisch en ondoelmatig. Van alle leerlingen heeft driekwart het Nederlands als thuistaal. (zie: Schmeets, H., & Cornips, L. (2022). Taaldiversiteit in Nederland: Language diversity in the Netherlands. Taal & Tongval, 74(1), 75-106.) Hun heeft deze didactiek weinig te bieden. Daarbij zijn wereldburgerschap en het bieden van veiligheid aan anderstaligen oneigenlijke motieven.
- Of het inzetten van de thuistaal in de vorm van meertaligheidsdidactiek werkelijk bijdraagt aan het leren van het Nederlands (als tweede taal) door leerlingen met een andere taal als eerste taal, is niet overtuigend bewezen.
- Voor de leerlingen die als thuistaal een andere taal hebben of een dialect (een kwart) en het Nederlands onvoldoende beheersen, is het juist niet vanzelfsprekend dat hun docenten die thuistalen moeten kunnen benutten en tegelijk die thuistalen niet kennen en beheersen. (Wel wordt verwezen naar ICT-tools die tekst en spraak uit het Nederlands vertalen naar de eerste taal zoals vertaaloortjes. Tot op zekere hoogte zijn dit bruikbare instrumenten, bijvoorbeeld om ouders te steunen die hun kinderen helpen met huiswerk.)
- De toename van werklast die het benutten van thuistalen met zich meebrengt voor docenten in het funderend onderwijs is door de Onderwijsraad niet gekwantificeerd en ook niet vertaald naar een bekostigingsnoodzaak. Tot 2004 was er bekostiging van het onderwijs in allochtone levende talen (OALT). Onder het motto dat afschaffing daarvan integratie, op basis van beheersing van de Nederlandse taal, zou bevorderen, zijn die middelen in 2004 beëindigd. Bij kentering van inzicht past heroverweging van middelen. Extra taken en technologische hulpmiddelen kosten geld.
Invoering van meertaligheidsdidactiek is prematuur zonder pilot-onderzoek dat bij grondige evaluatie een positief effect op Nederlandse taalbeheersing uitwijst, dat aantoont dat geen nadeel wordt berokkend aan Nederlandstalige leerlingen en tevens aantoont dat de docenten niet extra belast worden. De afweging is of de empirische basis voor meertaligheidsdidactiek als middel om Nederlands te leren zo stevig is dat dit een personele en instrumentele inzet rechtvaardigt op het benutten van het talige repertoire van iedere leerling. Een vraag die hiermee samenhangt is of de nieuwe (concept-)kerndoelen over het verkennen van andere talen en taalvariëteiten een verstandige keus zijn. Het idee dat dit geen taakverzwaring is voor het basisonderwijs gezien de leerwinst aangaande Nederlandse taalbeheersing, is niet bewezen.
De genoemde petitie is nauwelijks ondertekend door docenten uit het basisonderwijs, daarentegen in groten getale door onderzoekers en functionarissen uit de onderwijsverzorgingsstructuur op het gebied van meertaligheid. In hoeverre kennen zij de dagelijkse praktijk van het basisonderwijs?
BON stelt zich op het standpunt dat:
- Invoering van meertaligheidsdidactiek door benutting van talige diversiteit ten behoeve van Nederlandse taalbeheersing prematuur is.
- Invoering hiervan voor de Nederlandstalige leerling niet doelmatig is.
- Invoering voor zover het in het Nederlands onvoldoende taalvaardige leerlingen betreft, allereerst thuishoort binnen het kader van het nieuwkomersonderwijs, waarbij inzet van onderwijsassistenten met kennis van de buitenlandse talen zinvol is.
- Meertaligheidsdidactiek geen vereiste is voor wereldburgerschap en het bieden van een prettige leeromgeving voor kinderen met een andere thuistaal.
BON herinnert Kamerleden in dit verband aan kritische vragen 3 en 4 van de Tweede Kamerleden Van Vroonhoven en Herzberger (NSC) aan de minister OCW over de bewezen effectiviteit van meertalige didactiek en de houding ten aanzien van meertaligheid als keuze vanuit maatschappijvisie. In de beleidsreactie zijn die vragen, anders dan de beslisnota bij de beleidsreactie stelt, onvoldoende beantwoord.
Bij heropening van het debat met de bewindspersonen over het advies van de Onderwijsraad naar aanleiding van de petitie, is het zinvol ook de overwegingen en stellingname van de vereniging Beter Onderwijs Nederland te betrekken.
Uiteraard zijn we bereid leden van de vaste Kamercommissie OCW te woord te staan wanneer zij vragen of opmerkingen hebben naar aanleiding van het bovenstaande. Hopelijk leidt dit uiteindelijk tot een bruikbaar beleid waardoor alle leerlingen in het funderend onderwijs op een prettige, effectieve en efficiënte manier hun Nederlandse taalvaardigheid substantieel vergroten, uiteraard binnen de mogelijkheden die ook realistisch zijn voor het individu.

Laat een reactie achter
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.