Wie kan mij helpen aan de tekst waarin beschreven staat wat er onder CGO verstaan wordt, waarmee de 2de/1de kamer akkoord zijn gegaan in het verleden. Ik heb al veel gezocht maar het wil maar niet lukken deze tekst te vinden en mijn leidinggevende kan ik niet vertrouwen dat deze het beste met mijn en mijn onderwijs voor heeft.
Alvast hartelijk dank. InS
Probeer deze link naar de kamerstukken eens
parlando.sdu.nl/cgi/login/anonymous
Tweede Kamer
De Tweede Kamer heeft zich eindelijk uitgesproken over het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. Het is terecht dat dit onderdeel van de onderwijsportefeuille eindelijk de politieke aandacht krijgt. Een grote groep mensen volgt immers een vorm van beroepsonderwijs.
De VVD is van mening dat in deze belangrijke sector nog veel moet gebeuren. Goede beroepsgerichte opleidingen vormen immers de ruggengraat van onze economie. Mensen hebben er recht op om goed toegerust de arbeidsmarkt te betreden en het bedrijfsleven heeft er recht op dat er op adequate wijze kan worden voorzien in de behoefte aan goed gekwalificeerd personeel.
De nota “Koers BVE, het regionale netwerk aan zet” geeft aan dat het beleid moet leiden tot:
– ruimte voor innovatie,
– ruimte voor deelnemers en
– ruimte voor de onderwijsinstellingen.
Deze koers klinkt de VVD als muziek in de oren: ruimte geven aan mensen om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en op zoek te gaan naar maatwerk om maximale ontplooiing mogelijk te maken.
VVD-woordvoerder Eric Balemans mist echter een vierde speerpunt namelijk de ruimte voor het bedrijfsleven. De huidige nota geeft vooral ruimte aan onderwijsinstellingen hetgeen te vaak eindigt in teveel ruimte voor bureaucratie. De ruimte voor de deelnemer lijkt wat onder te sneeuwen. De deelnemer wil goed onderwijs en een goede werkplek in het bedrijfsleven.
Lees verder…
Enkele links
Onderstaande links gaan allemaal naar allemaal pdf-documenten, je kunt daarbinnen zoeken op het (deel)woord “competentie” en een wereld gaat voor je open. Heb gebruik gemaakt van deze website: Zoeken in Overheid.
En ik heb gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Onderwijs.
Motivering
Het onderwijsaanbod van instellingen moet voortdurend goed aansluiten op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, de samenleving en de beroepskolom. Tevens moet het onderwijs goed aansluiten op de gevarieerde leerbehoeften van een brede populatie deelnemers om iedereen «bij de les» te houden. Er moet vertrouwen zijn in de – landelijk geldige – diploma’s en daarmee in de kwaliteit van de examens van de opleidingen. Het vernieuwde beroepsonderwijs is meer op de praktijk gericht en meer vraaggestuurd. Om dat te bereiken richten onderwijsinstellingen nieuwe opleidingen en nieuwe examens in, die gericht zijn op de door kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven ontwikkelde nieuwe kwalificatieprofielen. Dit herontwerp kwalificatiestructuur/mbo gebeurt fasegewijs, waarbij de ervaringen worden benut voor de verdere verbetering. Instellingen zorgen samen met (leer-)bedrijven en kenniscentra voor de verbetering van de beroepspraktijkvorming, met voldoende en geschikte praktijkplaatsen (leerwerk-, stage- en waar nodig ook simulatieplaatsen) en goede begeleiding van deelnemers. De overheid stimuleert en ondersteunt deze vernieuwing en verbetering.
Aanvulling
In het blad “Onderwijsinnovatie” staat een artikel “Kwaliteitsmeting van Competentie Assessment, Programma’s via zelfevaluatie”, hier te downloaden, blz. 17, ook te bereiken via link op de voorkant.
Er staan twaalf kwaliteitscriteria in voor Competentie Assessment Programma’s (CAP’s), waaronder transparantie.
Als je dit toch gaat lezen?
Als iemand zich hiermee bezig gaat houden (wie heeft besloten enz.) kan er dan op dit forum een samenvatting gegeven worden? Ik kom er zelf niet toe om hier een onderzoek naar in te stellen.
Onderzoek naar ….
Verder zoeken via Google met zoekterm: “Herontwerp kwalificatiestructuur/mbo tweede kamer”, levert op:
De omslag naar competentiegericht beroepsonderwijs is een complexe en ingrijpende operatie. Dat moet zorgvuldig gebeuren. In de adviezen wordt ook het belang van een zorgvuldig implementatietraject bepleit. Daarom kies ik er voor dat de overgang gefaseerd plaatsvindt. In mijn brief aan de Tweede Kamer van 13 augustus 2004 (Kamerstuk 27 451 nr. 34 Koers BVE) over de experimenteerruimte mbo, heb ik de Kamer hierover geïnformeerd. De overgang gebeurt via proeftuinen/experimenten5. Onderwijsinstellingen zullen binnen dat kader fasegewijs tijdens de overgangssituatie (de schooljaren 2004/2005, 2005/2006, en 2006/2007) steeds meer bestaande opleidingen vervangen door nieuwe opleidingen, op basis van nieuwe kwalificatieprofielen.
Experimenten zijn nodig omdat er nog veel te ontwikkelen, uit te testen en te leren is. Dat geldt in het bijzonder voor de uitwerking van competentiegericht onderwijs in al zijn facetten.6 Het is een gezamenlijke ‘ontdekkingstocht’ van instellingen om antwoorden op de vele vragen te vinden.
Tijdens de overgangssituatie zal ik de kwalificatieprofielen jaarlijks vaststellen ten behoeve van de experimenten voor dat betreffende schooljaar.
Komt uit brief kenmerk: BVE/KenO/2004/57895 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal, van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dr. C.P. Veerman, Mark Rutte.
Vervolg
Nog een stuk uit bovengenoemde brief:
De omslag naar competenties realiseren in de uitvoeringspraktijk is een enorme opgave. Het gaat om een ingrijpende en complexe vernieuwing waarbij meerdere actoren betrokken zijn en waarbij hardnekkige problemen daadwerkelijk moeten worden opgelost.
Hierbij zal sprake zijn van twee onderscheiden processen.
– Bij het herontwerp kwalificatiestructuur: alle bestaande kwalificaties worden vervangen door een samenhangend geheel van nieuwe, competentiegerichte kwalificatieprofielen (op basis van beroepscompetentieprofielen).
– Bij het herontwerp mbo: alle bestaande opleidingen en examens worden vervangen door nieuwe competentiegerichte opleidingen en examens (op basis van de nieuwe kwalificatieprofielen).
Het is de opgave aan de kenniscentra om – in overleg met het bedrijfsleven en het onderwijsveld en met steun van Colo – het papieren ontwerp voor de nieuwe kwalificatiestructuur nu daadwerkelijk te realiseren en de benodigde kwaliteit te leveren. Een sleutelfunctie vervullen de paritaire commissies, die onder de verantwoordelijkheid van kenniscentra functioneren en waarin het bedrijfsleven en het onderwijsveld zitting hebben. De kwaliteit van het functioneren van de commissies is van groot belang.
De nieuwe kwalificatiestructuur met nieuwe competentiegerichte kwalificatieprofielen zal door instellingen zijn vervolg moeten krijgen in het herontwerp van het middelbaar beroepsonderwijs.
Volstrekt onleesbaar proza
Waarom is deze tekst zo goed als onleesbaar? Ik vermoed om aansprakelijkheid voor de te verwachten schade aan het onderwijs te ontduiken.
Bij minder onduidelijke taal zou er toch direct een roep opgaan om Rutte en zijn medeplichtigen aan de hoogste boom op te hangen?
Bij het lezen van zoiets wordt ook nog een andere reactie in mij wakker gemaakt: werkelijk niet één van de in de tekst genoemde instanties en commissies moet in staat worden geacht iets positiefs aan de maatschappij bij te dragen; toegegeven, een onbewijsbare, subjectieve uitspraak.
Ze missen een
competentie: je duidelijk en helder in geschreven taal kunnen uitdrukken, vroeger ‘kerndoel’ geheten.
Heeft leidinggevende gelijk ?
“Wie kan mij helpen aan de tekst waarin beschreven staat wat er onder CGO verstaan wordt, waarmee de 2de/1de kamer akkoord zijn gegaan in het verleden. Ik heb al veel gezocht maar het wil maar niet lukken deze tekst te vinden en mijn leidinggevende kan ik niet vertrouwen dat deze het beste met mijn en mijn onderwijs voor heeft.” Misschien heeft de leidingegevende wel gelijk.
invoering van CGO, door wie bepaald??
De invoerig van CGO heeft zich voor een belangrijk deel onttrokken aan de politieke besluitvorming. Het zijn gesloten bastions zoals de BVE-raad, COLO en afgeleide organisaties daarvan zoals ‘Herontwerp MBO’ die er voor hebben gezorgd dat ‘competenties’ (in 3 ‘soorten’: beroeps-, burgerschaps- en leercompetenteis) de nieuwe doelen zijn geworden in het mbo. Daar is trouwems niet eens zo heel veel mis mee als men tenminste in de gaten houdt dat een sterke kennisbasis / basiskennis voorwaarde is om competentie te kunnen ontwikkelen.
Probleem zit hem veeleer in het door elkaar halen van doel en middel. Als CGO in het mbo betekent dat men in het mbo competenties wil ontwikkelen: dat probleem is maar beperkt. ‘Sommigen’ (lees: enkele docenten, veel managers en nog meer onderwijskundige staffunctionarissen, laat staan de quasi-progressieve innovatoren in de genoemde organisaties) geloven (!) echter dat het verwerven van die competenties door leerlingen alleen maar middels vraaggestuurd onderwijs kan en/of mbv ontdekkend leren / zelfstandig leren en/of pgo of andere vormen van ‘nieuw leren’. En daarmee slaan ze de plank geheel mis. Dat merken heel wat leerlingen iedere dag op zo’n school als zij in de ‘leertuinen’ moeten tuinieren en zich complexe competenties geheel zelfstandig eigen moeten maken, zonder veel contacturen, poppend en papend, aan hun lot overgelaten: “ja, je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen leerproces…..”.
Jammer genoeg associëren steeds meer mensen CGO met HNL. Dat is begrijpelijk gezien de brede invoering van HNL inmiddels als dé vorm voor CGO. CGO (als doel) kan op zeer veel verschillende manieren vorm gegeven kan worden, het beste natuurlijk zonder HNL-achtige onderwijsvormen.
De macht van de managers in het MBO is helaas net zo groot als hun onderwijskundige gebrek aan expertise. En dat is overigens niet anders in het HBO…
Zeg maar gerust in
het O!
SER-adviezen
Zie onderstaande SER-adviezen:
De raad acht het van belang dat de instellingen via de Bve Raad een gezamenlijke beleidsagenda overeenkomen en dat binnen dat kader elke instelling op grond van inhoudelijke overwegingen de vernieuwingsdoelen kiest die zij wil verwezenlijken. Doelmatigheid is gediend met heldere prioriteiten. De raad dringt erop aan dat instellingen de informatie verzamelen die nodig is om een gedegen oordeel over het intern rendement te kunnen geven (bij voorkeur in de vorm van leerlingvolgsystemen). Op grond van dergelijke informatie kan op meer systematische gronden een preventief beleid worden ontwikkeld. De raad wijst op het belang van maatwerk, de ontwikkeling van meer flexibele leerwegen en vergroting van de interne flexibiliteit, modulering en deelkwalifïcaties en praktijkonderwijs als middelen om risicoleerlingen aan boord te houden. Het advies is opgesteld door de Cie Arbeidsmarktvraagstukken, onder voorzitterschap van prof.dr. J.M.G. Leune en unaniem vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 januari 2001.
We komen dichterbij
Op 12 februari jongstleden heb ik overleg met u gevoerd over onder andere de nota Koers Bve. Na deze behandeling en de daaruit voortvloeiende toezeggingen (zie mijn brief van 6 april jl.) heb ik de beleidsnota vastgesteld als richtinggevend voor mijn beleid voor het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. De acties die in dit perspectief in gang zijn gezet – dan wel zijn geïntensiveerd – vooruitlopend op de evaluatie van de WEB zijn met name toegespitst op een aantal onderwerpen die snel actie vereisen. Op de voortgang rond deze onderwerpen wil ik in deze brief specifiek ingaan. Op een aantal van deze onderwerpen zal in het kader van de evaluatie van de WEB worden teruggekomen. Over de onderwerpen examinering en het convenant onderwijsprogrammering zal ik u eind juni nog nader, apart informeren. Lees verder…. Brief aan Tweede Kamer dd 29 juni 2001 van drs. L.M.L.H.A. Hermans.
Nog een SER-advies
In Koers BVE spelen benchmarks een rol bij de beoordeling van het onderwijs. Via een benchmark kan men prestaties van een school vergelijken met het landelijk gemiddelde. Daarvoor zijn gegevens nodig die echter nauwelijks beschikbaar blijken te zijn. De SER-commissie meent dat de invoering van het onderwijsnummer nu snel moet plaatsvinden, omdat dit de basis vormt voor betrouwbare management- en beleidsinformatie. Zonder die informatie valt niet te beoordelen of de hoge ambities van het kabinet gerealiseerd worden.
Met deze brief geeft de Commissie Arbeidsmarkt- en Onderwijsvraagstukken van de SER een eerste reactie op de adviesaanvraag over de nota Koers BVE met het oog op het overleg in de Tweede Kamer. Naar verwachting zal de raad nog voor de jaarwisseling het definitieve advies uitbrengen. Lees verder, zie ook hier.