Een man op de pabo

Worstelen met het imago

door Mark van der Veen, leerkracht in het basisonderwijs en aspirant-bestuurslid van BON

Hij kon vertellen als de beste. Hij stond bekend als streng. Maar als je eenmaal bij hem in de groep zat, viel het eigenlijk best mee. Hij was vooral rechtvaardig. De begrippen ‘streng’ en ‘rechtvaardig’ worden nogal eens door elkaar gehaald. Verder had hij echt humor en straalde hij op een prettige manier een bepaald gezag uit. Reken maar dat het ging zoals hij het wilde en reken maar dat ik dat jaar echt veel leerde. Zijn gezag en structuur creëerden een veilige omgeving. De vele verhalen die hij vertelde kan ik me nog steeds herinneren. Het was een enorm goede leraar, die leraar in groep 7.

Toen ik eenmaal voor het onderwijs koos, was hij mijn grote idool. Overigens is hij dat nog steeds. Had ik hem nooit als leraar gehad, was ik wellicht nooit aan de pedagogische academie voor het basisonderwijs (pabo) begonnen. Maar toen ik eenmaal aan de pabo startte, wilde ik net zo goed worden als die geweldige leraar uit mijn basisschooltijd.

Een valse start en een moeilijke race
Dan is het zover: de opleiding begint. Mijn verwachtingen waren hoog. Hoog in die zin dat ik verwachtte te horen hoe ik net zo goed kon worden als die geweldige leraar waar ik over schreef. Helaas, de moed zonk me al snel in de schoenen. De allereerste week in mijn pabotijd was een kampweek. We moesten direct onze tassen en koffers neerzetten. Alle eerstejaars studenten werden meegenomen naar een groot grasveld. Het eerste, maar dan ook echt het eerste wat we daar deden was de hokie pokie dansen. Tweehonderd studenten op een groot veld, onder leiding van een groep (naar mijn mening) iets te energieke medestudenten uit een hoger jaar. De rest van de week knutselden en speelden we heel wat af en leerden we weinig. Sterker nog, we verloren denk ik eerder kennis. Bier en wijn zijn ook onder pabostudenten geliefd. Ik dacht weer terug aan die geweldige leraar en vroeg me af of hij dit ook had gedaan. Ik geloofde er weinig van en ik voelde me doodongelukkig. Een week later kwam ik terug van een letterlijke koude kermis. ‘Maar het was toch leuk?’ riepen ze dan. Kinderachtig doen en plezier maken ‘horen er nu eenmaal bij.’ Toen besefte ik nog niet dat deze uitspraken voor mij uit zouden groeien tot misschien wel de grootste drogredenen van het (basis)onderwijs.

Het is voor mij heel moeilijk om te bedenken wat ik nu daadwerkelijk als bagage heb meegenomen van de opleiding. Natuurlijk, er waren op zijn tijd best vakken die interessante kennis bevatten. Vooral vakken met betrekking tot kinderpsychologie konden mijn aandacht trekken. Enige nuance is best op zijn plaats. Enkele pabodocenten draag ik dan ook een warm hart toe, omdat ze mij wel degelijk wisten te raken. Maar dit was maar een klein stukje van de opleiding. Ik moet gewoon eerlijk bekennen dat het makkelijker is om voorbeelden te noemen van slechte ervaringen. Naast de kampweek hadden we bijvoorbeeld lessen tekenen en handvaardigheid, waarbij we heel wat afknutselden. We moesten bijvoorbeeld een keer een handpop maken van een sok. Ik zal het gelijk bekennen: mijn moeder maakte hem voor me. De handpop hadden we nodig voor een themadag met toneel. Daarvoor moesten we ook tijdens de lessen al oefenen met toneelstukjes. Ik weigerde dat en ging op het Rotterdamse stadhuisplein een biertje drinken met vrienden die net zo rebels waren als ik.

Naast de toneeldag hadden we ook nog een dramaweek, waarin we hele dagen toneel aan het spelen waren. Ook experimenteerden we vaak met allerlei leskisten. Ik begrijp tot de dag van vandaag niet waarom we dat eigenlijk deden. Aanvankelijk werkten we nog wel mee. Maar na een aantal kisten was de opbrengst uiteindelijk meer melig dan serieus, wat je ook zag gebeuren tijdens tekenen en handvaardigheid. Laat mij wel duidelijk stellen dat ik geen tegenstander ben van beeldend (en muzikaal) onderwijs. Integendeel. Ik heb het hier dan ook niet over het onderwijs zelf, maar over de balans en de wijze van aanbieden op de opleiding. Pabostudenten moeten in mijn ogen vooral aandacht hebben voor hun vakinhoudelijke, pedagogische en didactische vaardigheden. Daar zijn de beeldende vakken slechts een klein onderdeel van. Besteed er dan ook niet zo overdreven veel aandacht aan.

We hebben het overigens over de tijd van ‘het nieuwe leren’ en ‘realistisch rekenen’. Ook op de pabo kregen deze didactische zienswijzen ruimschoots aandacht. Het schiep verwarring onder studenten. Velen begrepen niet zo goed hoe ‘actief en zelfontdekkend leren’ er nu in de praktijk uitzag. Achteraf is dat natuurlijk ook niet zo vreemd. Vandaag de dag zorgt het nog steeds voor veel verwarring in het gehele onderwijs, net zo goed als realistisch rekenen dat doet. En ook op dat gebied kregen we op de pabo vaak te horen dat ‘de staartdeling slechts een trucje is en geen dieper begrip ontwikkelt bij jonge kinderen.’ We konden kinderen beter leren rekenen met de hapmethode of herhaald aftrekken. Ook droge sommen waren geen goed idee. ‘Sommen hebben veel meer waarde in een context.’ In mijn jaren als leraar heb ik het vermogen van kinderen om sommen te automatiseren aan de hand van realistische rekenmethodes zien kelderen. En dat doet pijn.

De grootste doorn in mijn oog was denk ik toch wel de kinderachtige sfeer. De toneelstukken, de grote hoeveelheid kinderliedjes die we moesten zingen en het experimenteren met leskisten droegen hier allemaal aan bij. Regelmatig stelde ik dit ter discussie, zo rebels als ik was en misschien nog steeds ben. Maar ik was volgens anderen dan te negatief. Je moet toch leren hoe je jezelf kunt verplaatsen in de belevingswereld van het kind? Kortom: als je niet kinderachtig doet, begrijp je ook niets van de belevingswereld van leerlingen. Tot op de dag van vandaag verzet ik me tegen deze uitspraken. Moet je als ouder ook eerst een kinderachtige cursus volgen voordat je een kind kunt opvoeden? Moet je een ouder uitleggen dat een kind van zes liever tekenfilms kijkt dan thrillers? Ik denk ook regelmatig aan mijn buurman die ooit tegen mij zei dat hij nooit met een kinderachtig toontje tegen zijn kinderen zou gaan praten. Toen hij eenmaal vader was, hoorde ik het hem toch doen in de achtertuin. Blijkbaar gaat zoiets ook automatisch.

Als ik terugkijk, is het nog best bijzonder dat ik het volhield. Het was me ook niet gelukt zonder twee goede vrienden. Achteraf kunnen we vaststellen dat we elkaar als mannen door deze tijd heen sleepten. En dat was nodig, al was het maar omdat het aantal mannen ook toen al laag was. Het plezier met elkaar was de compensatie om door te kunnen gaan. Des te treuriger is het dat ik de enige ben die nog steeds in het onderwijs zit. De andere jongens hebben een andere weg gekozen. Zelf had ik het ook niet volgehouden als ik niet op de school was beland waar ik nu werk. Want ook veel scholen hebben allerlei visies over zelfontdekkend leren en realistisch rekenen die nadelig zijn voor het onderwijs.

Wat ik echt miste op de pabo was bijvoorbeeld het omgaan met lastige ouders, het interpreteren en kritisch bekijken van leerlinggegevens. Ik had mezelf graag zien zitten tegenover een acteur die voor zeer lastige ouder speelt en mij met een mond vol tanden laat staan.

Dertien jaar later
Het grootste deel van het hiervoor beschreven verhaal gaat over dertien jaar geleden. Ik vind het gevaarlijk om ervan uit te gaan dat de praktijk vandaag de dag nog steeds dezelfde is. Mede daarom heb ik gesprekken gevoerd met verschillende (ex-)pabostudenten. Het lukte mij ook om een aantal mannen te vinden. Dat de opleiding (voor een deel) kinderachtig is wordt door de meeste studenten bevestigd. Enkele ex-studenten zeggen zelfs dat het de reden was om te stoppen met de opleiding. Een groot deel ondergaat de kinderachtige activiteiten gewoon, een ander deel merkt op dat dit er nu eenmaal bij hoort en tot slot zijn er ook enkele studenten die ontkennen dat de pabo kinderachtig is.

Soms ontvangt ook onze school stagiairs. Regelmatig zie ik nog steeds allerlei knutsel-, muziek- en kunstprojecten voorbijkomen, die mij niet de indruk geven dat de balans is hersteld. Veel stagiairs zeggen dat ze het aandeel muziek, kunst en handvaardigheid te hoog vinden. Een stagiair liet zelfs weten dit aan de kaak te hebben gesteld, maar op de pabo zou het worden ontkend. Kortom, een grote verschuiving naar meer vakinhoudelijke, pedagogische en didactische vaardigheden lijkt nog niet te zijn gemaakt.

Sinds enkele jaren stellen de pabo’s ook toelatingseisen op het gebied van taal en rekenen. Indien het taal- en rekenniveau niet op orde is, word je niet toegelaten tot de opleiding. Ik ben altijd een voorstander geweest van deze maatregel. Er zijn critici die beweren dat het een lerarentekort in de hand werkt. Dat is misschien wel zo. Maar we kunnen toch geen leerkrachten voor de klas accepteren die niet voldoende boven de lesstof staan? Dat is ook wat alle studenten die ik sprak beamen. Eisen stellen aan pabostudenten is een goede zaak, vinden zij. In dat opzicht maken de opleiding een stap in de goede richting, aldus de studenten.

Mannen voor de klas
Dan een ander, aanverwant punt van zorg: mannen in het onderwijs. Het aantal mannen in het basisonderwijs is volgens de cijfers nog altijd aan het dalen. Op zestig procent van de basisscholen zijn drie of minder mannen. Op 17 procent van de basisscholen is zelfs geen enkele man meer te vinden. Een relatief groot deel van de mannen is overigens ouder dan vijftig jaar. Daar staat tegenover dat negentig procent van de instroom bestaat uit vrouwen. Als de trend doorzet, daalt het percentage mannen tot onder de tien procent. Ook vrouwen kunnen daar niet van genieten; 91 procent van de leerkrachten in het basisonderwijs vindt dat het mannenprobleem aangepakt moet worden. Geven mannen dan beter les dan vrouwen? Nee, dat zou in mijn ogen ook vreemd zijn. Er bestaan echter wel onderzoeken die concluderen dat gemengde teams beter presteren. Dit zou ook heel goed voor het onderwijs kunnen opgaan.

De toekomst
Inmiddels zijn er signalen die hoop geven. Het aantal mannen op de pabo’s schijnt toe te nemen. Meerdere studenten die ik sprak bevestigen dit. Ook minister Bussemaker kreeg laatst een boze reactie van de Marnix Academie, nadat zij de pabo als ‘knutselopleiding’ had bestempeld. Volgens bestuurder Joke Snippe is de pabo dit in beton gegoten imago allang ontgroeid. De pabo is een serieuze opleiding geworden waar het keihard werken is, aldus Snippe.

Zelf hoop ik dat dit beeld van de pabo klopt en dat niet alleen het aantal mannen op de pabo blijft stijgen, maar ook het aantal mannen dat in het basisonderwijs werkt en blijft werken. Maar laten we vooral niet te vroeg juichen en hopen dat deze voorzichtige trend doorzet. Een felle reactie van de Marnix is geen bewijs voor een hoger niveau van de pabo’s. Nog niet zo lang geleden verschenen er berichten in de media dat zestig procent van de mannen niet voor de klas blijft staan. Ook na de pabo werkt het probleem dus door. Zolang we die ontwikkeling niet keren, zijn we nog weinig opgeschoten.

6 reacties op Een man op de pabo

  1. Oh wat herken ik veel in dit stuk! Het jip en janneke gehalte was echt veel te hoog en vakinhoudelijk te veel te weinig inhoud. Fijn dat het jou is gelukt om het te doorstaan! Balans in meesters/ juffen is erom belangrijk!

  2. Bovenstaand artikel met belangstelling gelezen. Ben zelf werkzaam in het basisonderwijs en sta in ons team (drie mannen en veel vrouwen) als enige man voor de klas in groep 8. Een dag in de week ben ik voor negen groepen tevens vakleerkracht muziek. Muziek komt er in het artikel niet best vanaf. Blijkbaar vindt schrijver Mark zingen maar kinderachtig. Het belang van muziekonderwijs wordt de laatste tijd nogal eens onderstreeept en ik kan dat van harte onderschrijven.
    Of er op de huidige Pabo veel tijd aan creatieve vakken wordt besteed, betwijfel ik. Van de vele stagiaires die ik heb begeleid kreeg ik niet bepaald die indruk. “Muziek, nee die module heb ik al afgesloten. Hoef ik niet meer te geven”.
    Verder ook herkenbare zaken in het artikel hoor: de rare staartdelingen van tegenwoordig en het opgewonden gedoe over ‘zelfontdekkend leren’.

  3. Een stuk dat het lezen waard is. Ik mis wat bronvermeldingen onder bepaalde beweringen, maar voor Pabo’s wellicht toch iets om nog eens bij stil te staan. Zou Joke Snippe van de Marnix toch gelijk hebben en is het niet meer de ‘knutselopleiding’ waar Jet Bussemaker het over had. Er is wetenschappelijke input genoeg om de studenten mee te geven zowel op pedagogisch (vb. sociaal emotioneel), didactisch (vb. klassenmanagement en omgaan met verschillen) als technologisch vlak

  4. Mooi stuk! Inderdaad is het jammer dat veel mannen het onderwijs verlaten. Een goed team bestaat uit mannen en vrouwen. Ook voor kinderen goed om de verschillen te ervaren. Al zullen de verschillen niet enorm groot zijn. In mijn praktijk hoor ik regelmatig kinderen zeggen “ik hoop dat we vlg jaar meester .. krijgen, een man is ook wel eens leuk”. Kinderen (vooral jongens) hebben daar behoefte aan. Ik hoop dat in de toekomst de meester geen uitzondering meer zal zijn.Dit begint zeker ook bij de pabo wat mijns inziens ook een stuk minder speels mag zijn. Het vak leerkracht is de laatste jaren steeds gecompliceerder geworden (denk aan mondige leerlingen en ouders). Dat vraagt om een goede voorbereiding.

  5. Beste Mark, ik kan beamen dat het evenwicht tussen de creatieve vakken en de andere vakken in mijn tijd ook wat zoek was. Dat is jammer, het had mij zeker een betere leerkracht gemaakt als er meer aandacht was geweest voor didactiek, ontwikkelingspsychologie en pedagogiek. Wat ik wel jammer vind in jouw stuk is dat je de relatie niet hebt gelegd tussen het zelf ontwikkelen van lesmateriaal en de theorie die je meekreeg op de opleiding. Dat is wat ik echt heb geleerd op de PABO, in één oogopslag zien aan welke doelen er op korte en langere termijn gewerkt wordt. Dit mede door het zelf ontwikkelen van lesmateriaal, waarbij creativiteit toch ook echt van belang is. Zo heb ik ook geleerd in thema’s te denken en te denken vanuit verschillende handelingsniveaus bij rekenen, ook daarvan zie ik in jouw stuk, dat je de relatie tussen de overgedragen kennis en de praktische uitvoering daarvan niet hebt begrepen of niet hebt willen begrijpen. Dat is jammer, dat heb ik altijd als waardevol ervaren.

    Momenteel zie ik veel studenten in de praktijk die vooral methodisch les geven, weinig kritisch zijn op de methode en zelf weinig creatief zijn. Ik hoop niet dat jij dit voor ogen hebt, als je spreekt over een leerkracht die vakinhoudelijk goed is onderlegd.

    Tijdens het opleiding heb ik een aantal momenten gekend waarop ik wilde stoppen. Het allergrootste dieptepunt was toen ik met een lintje in mijn broek als konijntje moest rondhuppen, waarna de vos achter de kast vandaan kwam. Ik denk dat dit soort zaken niet nodig zijn om je een goed leraar te maken. Uitleg over het spel is denk ik wel noodzaak en daarnaast ook de reden waarom je dit spel speelt. Wat draagt het bij aan de ontwikkeling van de leerling(en).

    Waar ik mijzelf vooral aan heb gestoord is de hoge mate waarin alles geëvalueerd moest worden. We zien hierin in het hele onderwijs momenteel een nieuw mode begrip ontstaan in de vorm van reflectie. Daarbij moet ik zeggen dan goed reflecteren op je eigen handelen van groot belang is, het levert echt leermomenten op, maar het kan ook te veel zijn. Ik zie dit ook in het basisonderwijs terug. Reflecteren is van belang, maar sla niet door.

    Als man heb je het op de opleiding niet gemakkelijk, nog steeds niet. Ik merk dat aan studenten. Aan de andere kant zie ik dat er gelukkig nu ook mannen zijn die als specialisatie de onderbouw kiezen. De kennis van de ontwikkeling van het jonge kind is immers zo interessant en daarover is zoveel te leren. Nog steeds kan ik mij verbazen over het proces van het leren lezen en wat daarover allemaal niet geschreven is. Ook daar hoop ik op een meer theoretische maar ook creatieve onderbouw van de PABO. Wat ga je nu doen als een kind niet leert lezen.

    Naar mijn idee mag er zeker meer aandacht zijn voor analyse van de leeropbrengsten en wat dat betekent voor jouw handelen als leerkracht. Zo ook voor oudergesprekken. Maar… de opleiding duurt maar vier jaar en er moeten keuzes gemaakt worden. Dit soort zaken horen ook tot de begeleiding van jou als startende leerkracht. Ik zou hier graag een begeleidingsperiode zien van minstens twee jaar.

    Ik vond het boeiend om jouw stuk te lezen en ben het niet op alle punten met je eens, maar ik herken wel veel.

  6. Beste Mark,

    Ik ben nu 2e jaars pabostudent en er is niks veranderd. Knutselen, tekenen en andere kinderachtige activiteiten vullen de dag. Vaak ga ik naar nuttige vakken, waar ik denk iets te leren. De rest kan mij gestolen worden. Kan ik misschien in contact met je komen, om het één en ander te vragen?

    Groet,
    Niek

Laat een reactie achter op Jos Beunders Reactie annuleren

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.


*