iPad-scholen: verfrissend met een bittertje

6262296086_d2298ed5e5_bdoor Karin den Heijer, docent wiskunde aan het Erasmiaans Gymnasium Rotterdam en bestuurslid BON

“De iPad is geen doel maar een middel. Door de iPad effectief in te zetten, komt er ruimte voor leraren om zich te specialiseren. Bovendien kunnen de groepen kleiner worden gemaakt, waardoor er meer aandacht gegeven kan worden aan leerlingen.” Aan het woord is Maurice de Hond, initiatiefnemer van de oprichting van inmiddels veertig iPad-scholen. Tijdens het symposium van BON op 16 april legde hij het concept uit aan het publiek.

Enkele weken daarvoor heb ik samen met BON-lid en docent wiskunde Frans van Haandel een bezoek gebracht aan een van deze scholen. Bij dezen een verslag.

Het is een rustige woensdagochtend als wij de rondleiding krijgen. De sfeer is op de school is ontspannen. Ik zie kinderen van verschillende soorten en maten in de lokalen zitten. De organisatie van de school lijkt een combinatie van een buitenschoolse opvang en een middelbare school. In elk lokaal is een groep van ongeveer twintig leerlingen – niet per se van dezelfde leeftijd – bezig met een eigen programma. Na elk uur wisselen leerlingen van lokaal. Maurice de Hond laat me op zijn iPad een schema zien. Het lijkt op een controlepaneel in een fabriek. Daar waar in de fabriek de druk en de temperatuur in een bepaalde reactor is af te lezen, zie ik vrolijke plaatjes waar je kunt zien welk kind waar met wat bezig is. Op deze wijze kan er gedifferentieerd worden: niet binnen de les, maar binnen programma’s van de leerlingen. De leraar geeft klassikale instructie, de leerling verwerkt de lesstof zelfstandig. In de stilteruimtes kan geoefend worden. De resultaten van de leerlingen zijn terug te vinden in het controlepaneel. Eens in de zes weken is er een voortgangsgesprek tussen leraar, leerling en ouders en wordt er samen rooster voor de komende zes weken ontworpen.

Technologie wordt hier ingezet als organisatorisch middel. Bovendien wordt ICT gebruikt om routinematige handelingen van de leraar over te nemen. Het resultaat is: weinig nakijkwerk, kleinere klassen en een persoonlijke benadering van de leerling. Elke leraar heeft een specialisatie, zoals rekenen of taal. Er is op deze school een grote rol voor de leerkracht. Ik vind het bijzonder wat Maurice de Hond voor elkaar heeft gekregen. Het is erg verfrissend.

Er is ook een ‘maar’. Een apparaat mag nooit een handlanger zijn voor het uitvoeren van een ideologie, zoals het procesgericht leren. Als ik Maurice de Hond hoor praten, lijkt het alsof hij verder wil gaan dan alleen een school organiseren. Hij begeeft zich hiermee op het terrein van de vakinhoud (‘leren rekenen met wortels is achterhaald’) en de didactiek (‘laat kinderen zelf op internet informatie zoeken over medeklinkers’). En dat hoort niet.

Want persoonlijke voorkeuren over het ‘wat’ mogen niet leidend zijn. Steeds vaker zie ik leerlingen tijdens mijn les studeren voor een toelatingsexamen. Dit is een teken dat het funderende onderwijs niet meer goed aansluit op het vervolgonderwijs. Laten we de lijnen tussen voorgezet onderwijs en het vervolgonderwijs herstellen. Vervolgopleidingen zouden een grotere stem moeten krijgen in het bepalen van de vakinhoud van het curriculum. En hoe creatief Maurice ook mag zijn, het ‘hoe’ is van de leraar. Leraren horen de wijze te bepalen waarop zij lesgeven. Ook de wetenschap zegt iets over didactiek: zelfontdekkend leren werkt niet.

Ik ben blij dat Maurice de boel eens heeft afgestoft. Hij krijgt een dik compliment. Maar wat betreft didactische en vakinhoudelijke veranderingen zou hij iets bescheidener mogen zijn. Experimenteer, maar met mate. Al met al: verfrissend met een bittertje.

6 reacties op iPad-scholen: verfrissend met een bittertje

  1. Guido Everts // 20 mei 2016 om 10:10 // Beantwoorden

    Dat “dikke compliment” dat je De Hond geeft betreft begrijp ik zijn systeem van individualiseren. Volgt hij het Amerikaanse systeem van “personalizing to the maximum feasable extent” (Uit: Small Schools Big Ideas, 2009) dan is hij, net als Claire Boonstra bijvoorbeeld en vele anderen, bezig zijn school om te vormen tot bedrijfsmatige productie-eenheid. Op zich niks mis met individualiseren, dat werkt best prima met zo’n apparaat. Maar ik lees daarnaast niks over algemene vorming, kennisinhouden lijken nauwelijks van belang om te worden aangeleerd. Dat doe je namelijk het beste samen, in een groep, met een vertellende leraar voor je neus. Of koopt het bedrijfsleven daar misschien niks voor? Want daarom draait het toch allemaal, in the end, on the IPad School?

  2. Al sinds de zeventiger jaren creëren allerlei goeroes wolken van hoge verwachtingen rond het gebruik van computers in het onderwijs. Apple plempte scholen in de USA vol met computers in z.g. magnet schools, scholieren op New Yorkse scholen kregen allemaal een laptop. Na een of twee jaar verdwenen die projecten geruisloos. Wat overblijft zijn wat toepassingen waarbij een computer handig is, bijvoorbeeld bij het snel tekenen van grafieken, het leren van woorden in vreemde talen, het doorrekenen van complexe modellen of het oefenen van spelling etc. Maar net zoals we het onderwijs niet fundamenteel veranderden toen de WinklerPrins encyclopedie beschikbaar was moeten we het nu veranderen omdat we op internet van alles kunnen opzoeken. Om kennis te verwerven moet je over kennis beschikken, kennis hecht aan kennis. Je bent geen arts omdat je handig bent in het opzoeken van ziektes, je bent geen lasser omdat je zo handig filmpjes kunt vinden op YouTube, je bent geen violist in het concertgebouworkest omdat je zo goed muziek kunt downloaden. Computers zijn alleen een nieuw middel dat bij de andere onderwijsmiddelen is gekomen, een toevoeging in de complexe onderwijssituatie. Meer niet. De leerkracht is de hoofdzaak, dat zal altijd zo blijven. De heilsverwachtingen rond computers in het onderwijs zijn gebakken lucht.

  3. Zie ik daar potloodjes en papier op de tafeltjes liggen? Steve Jobs zou zich in zijn graf omdraaien.

  4. Rein Sybesma // 22 mei 2016 om 13:53 // Beantwoorden

    Het oorspronkelijke probleem van Maurice was: onderwijs sluit niet aan bij de leerling-van-nu (zijn eigen kinderen als inspiratie). Ik herken dat. Onderwijsinstellingen zijn weinig flexibel als het gaat om het zoeken naar verbinding met de leefwereld van hun leerlingen. Daar waar leerlingen snel en in hoge mate gebruik maken van moderne communicatie, is het ‘ontvangen van les’ in veel gevallen een doodsaaie bezigheid, die totaal geen aansluiting heeft bij…
    Wat als de wereld buiten de school veel boeiender is dan die erbinnen? Wat als leerlingen onderwijs ervaren als losstaand van de werkelijkheid? Wat als docenten hun oren sluiten en ons allen wijs maken dat de werkelijkheid-van-de-schoolbank onmisbaar is voor succes?
    Ik ben daarom blij met het initiatief van Maurice. Het gaat niet om een compliment, want eigenlijk is het triest dat dit initiatief moest worden afgedwongen….

  5. Seger Weehuizen // 24 mei 2016 om 00:32 // Beantwoorden

    Karin den Heijer wil de goede voorbereiding op het tertiëre onderwijs als maatstaf gebruiken voor het goed zijn van secundaire onderwijs. Bij tevredenheid met het tertiaire onderwijs heeft zij gelijk. Gelukkig zijn in het secundair onderwijs mag m.i. ook meegeteld woden. Het moet toch mogelijk zijn m.b.v. deze maatstaven het resultaat van ouderwets onderwijs af te wegen tegen dat van ICT-gestuurd onderwijs. Waarom vinden die vergelijkende metingen niet plaats?

  6. Joke Zwarteveen // 14 juni 2016 om 19:32 // Beantwoorden

    @Rein Sybesma: hoe kom je erbij dat les ontvangen doodsaai is? En niet aansluit bij het kind-van-nu? Ik wil je wel wat referenties geven van onze leerlingen….. (Deltion Sprint Lyceum, vavo, Zwolle).

Laat een reactie achter op Paul Jansen Reactie annuleren

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.


*