{"id":589,"date":"2015-12-23T09:16:44","date_gmt":"2015-12-23T07:16:44","guid":{"rendered":"http:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/?p=589"},"modified":"2015-12-24T17:00:13","modified_gmt":"2015-12-24T16:00:13","slug":"naar-een-10-voor-nederlands","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/2015\/12\/naar-een-10-voor-nederlands\/","title":{"rendered":"Naar een 10 voor Nederlands"},"content":{"rendered":"<p style=\"padding-left: 30px;\"><a href=\"http:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-content\/uploads\/2015\/12\/Van-Dale.jpg\" rel=\"attachment wp-att-590\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignright size-medium wp-image-590\" src=\"http:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-content\/uploads\/2015\/12\/Van-Dale-300x169.jpg\" alt=\"Van Dale\" width=\"300\" height=\"169\" srcset=\"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-content\/uploads\/2015\/12\/Van-Dale-300x169.jpg 300w, https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-content\/uploads\/2015\/12\/Van-Dale-768x434.jpg 768w, https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-content\/uploads\/2015\/12\/Van-Dale-1024x578.jpg 1024w, https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-content\/uploads\/2015\/12\/Van-Dale-580x326.jpg 580w, https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-content\/uploads\/2015\/12\/Van-Dale-174x98.jpg 174w\" sizes=\"(max-width: 300px) 100vw, 300px\" \/><\/a>door <strong>Marc van Oostendorp<\/strong>, taalkundige bij het Meertens Instituut en hoogleraar Fonologische Microvariatie aan de Universiteit Leiden<\/p>\n<p>Als het gaat om het schoolvak Nederlands, wordt \u00e9\u00e9n woord vaak genoemd: <em>saai.<\/em> Het bleek in 2012 het oordeel te zijn dat scholieren gaven in een enqu\u00eate die werd gehouden in opdracht van de Nederlandse Taalunie: wanneer je schoolvakken ordent naar hoe leuk en interessant ze worden gevonden, eindigt Nederlands op de tiende plaats. Het is ook het oordeel dat je vaak hoort, van leerlingen, van ouders \u00e9n van leraren. De fut is eruit, het is geen vak dat nog veel mensen inspireert.<\/p>\n<p>Het is een probleem met veel dimensies. De saaiheid wordt wel minstens voor een deel veroorzaakt door het feit dat scholieren (of in ieder geval vwo\u2019ers) het idee hebben dat ze in de brugklas een trucje leren \u2013 het trucje van de tekstverklaring: uitleggen in welk verband alinea 7-9 staan tot alinea 6. En dat trucje herhalen ze vervolgens zes jaar lang.<\/p>\n<p>Dat is voor niemand goed. Voor de scholieren natuurlijk niet, die liever hun tijd aan iets interessanters besteden. Voor de leraren Nederlands niet, van wie het vak almaar in aanzien daalt. Voor de universitaire neerlandistiek niet, die de studenteninstroom ziet dalen, doordat scholieren \u2013 ten onrechte \u2013 denken dat een studie Nederlands betekent dat je het trucje n\u00f3g vier jaar lang herhaalt, waarna je leraar wordt, en je de rest van je leven het verband tussen alinea\u2019s aan pubers mag uitleggen.<\/p>\n<p>Een cruciaal probleem is dat het centraal eindexamen een groot deel van het schoolvak opeet. Scholen worden afgerekend op hun \u2018prestaties\u2019 bij dat eindexamen en zetten daar dus veel tijd op in. Bovendien worden er in het eindexamen onzinnige dingen gevraagd \u2013 bijvoorbeeld kennis van argumentatie die met de praktijk buiten de school noch met het academisch onderzoek naar dit onderwerp veel te maken heeft.<\/p>\n<p><strong>Goed spreken<br \/>\n<\/strong>Er zijn ook al wel tekenen van protest. In 2013 ondertekende een groot aantal hoogleraren en universitair (hoofd)docenten Nederlands een petitie naar aanleiding van het centrale eindexamen van dat jaar. De eindexamenmakers hadden het toen wel heel bont gemaakt: er waren verschillende meerkeuzevragen waarop aantoonbaar geen enkel antwoord goed was, of juist meerdere antwoorden verdedigbaar. Bovendien bleken kritische leraren die zich tot het College voor Toetsen en Examens richtten, te worden afgepoeierd: uit het feit dat ze kritiek hadden, bleek vooral dat ze hun eigen vak niet begrepen.<\/p>\n<p>De situatie is sindsdien wel iets verbeterd, maar nog steeds geldt dat je op menige vraag alleen antwoord kunt geven als je eindexamentraining hebt gehad; een training waarbij slimme leerlingen vaak letterlijk te horen schijnen te krijgen dat je \u2018niet het antwoord moet geven waarvan je denkt dat het goed is, maar waarvan je denkt dat zij het willen horen\u2019. <em>Teaching to the test<\/em> heet dat modern; of <em>non vitae sed scholae discimus<\/em> klassiek.<\/p>\n<p>Het examen Nederlands richt zich dus primair op het toetsen van examenvaardigheid. Dat heeft ongetwijfeld een beperkt voorspellend nut: iemand die een examen Nederlands met succes kan afleggen, weet hoe hij een examen afleggen moet. Maar van de rijkdom, de schoonheid, de kracht en het werkelijke nut van het Nederlands heeft zo iemand niet per se benul, en eigenlijk is hij of zij ook niet per se beter in staat goed te spreken of te luisteren, te schrijven of zelfs maar te lezen \u2013 terwijl de laatste vaardigheid formeel getoetst wordt in het eindexamen.<\/p>\n<p><strong>Drie grote uitgevers<br \/>\n<\/strong>Gelukkig zijn er nog betrokken leraren die hun leerlingen w\u00e9l tot goede sprekers willen opleiden, w\u00e9l kennis willen laten maken met de aantrekkingskracht van de middeleeuwse ridderverhalen, w\u00e9l zelfstandig Arnon Grunberg en Maartje Wortel laten lezen, w\u00e9l een zin willen kunnen laten ontleden. Maar het wordt hun op allerlei manieren niet gemakkelijk gemaakt, bijvoorbeeld doordat het centraal eindexamen nog steeds in belang toeneemt: er zijn scholen die ook in de schoolonderzoeken oude eindexamens gebruiken om hun leerlingen zo veel mogelijk te laten oefenen.<\/p>\n<p>Dit alles is overigens ook geen garantie voor succes: bij het afgelopen centraal eindexamen bleek er op het vwo geen enkele 10 te zijn uitgedeeld en slechts drie keer een 9,2. Omdat er tienduizenden scholieren zo\u2019n eindexamen doen, is dat een slecht teken. Het laat feitelijk zien dat er iets niet klopt in de examinering (statistisch zou je al hopen dat iemand het <em>per ongeluk<\/em> al allemaal goed zou moeten hebben). Het zorgt er ook voor dat nog minder scholieren zich aangetrokken voelen tot een studie Nederlands: wanneer je niet echt kunt uitblinken in een vak, zullen met name ambitieuze leerlingen minder snel die keuze maken. Dat haalt op den duur het niveau van het lerarenbestand en daarmee het prestige van het vak nog verder omlaag.<\/p>\n<p>Schokkend was dan ook de lezing die de Leidse hoogleraar Taalbeheersing Ton van Haaften onlangs hield op een symposium over het schoolvak Nederlands op de Open Universiteit. Samen met een studente had Van Haaften onderzocht wat er nu precies aan argumentatie wordt onderwezen in de belangrijkste lesmethodes Nederlands voor de middelbare school (de markt wordt gedomineerd door drie grote uitgevers).<\/p>\n<p>Daaruit bleek dat die methodes alle drie net wat anders onderwezen waar het om argumentatie ging, maar dat geen ervan aansloot op modernere inzichten en, nog verbazingwekkender: dat ze geen van allen dan w\u00e9l aansloten op het eindexamen. In de schoolboeken leer je de ene bedenkelijke stof, tijdens het eindexamen wordt weer iets anders bedenkelijks gevraagd. Van Haaften vond in ieder recent vwo-eindexamen minstens \u00e9\u00e9n vraag waarop je geen antwoord kon geven op basis van de leerboeken. Geen wonder dat er nauwelijks negens en tienen gehaald worden.<\/p>\n<p><strong>Meesterschapsteams<br \/>\n<\/strong>Het is duidelijk: het schoolvak Nederlands bevindt zich inmiddels in een grote crisis. Leerlingen leren geen zaken waar ze op de een of andere manier iets aan hebben, maar ze beleven evenmin enig genoegen aan het gebodene. Het vak heeft weinig aanzien en levert daardoor ook gemotiveerde leraren minder op dan zou kunnen. Het sluit niet aan bij enige re\u00ebel bestaande praktijk en ook niet bij vervolgopleidingen.<\/p>\n<p>En dat alles terwijl het vak zoveel te bieden heeft, en ook eigenlijk zo\u2019n grote populariteit geniet. Populairwetenschappelijke boeken over taal, maar ook over de media, worden goed verkocht. Neerlandici van allerlei pluimage zijn graag geziene gasten bij radio- en tv-programma\u2019s: om te praten over het Koningslied, over straattaal of over de nalatenschap van Harry Mulisch.<\/p>\n<p>Er moet van alles gebeuren, en inmiddels zijn gelukkig veel meer mensen zich daarvan bewust. Vorig jaar zijn zogenoemde \u2018meesterschapsteams\u2019 ingericht die voor het ministerie van OCW de stand van de verschillende schoolvakken moeten evalueren. Voor het vak Nederlands zijn er zelfs twee meesterschapsteams: een voor de taalkunde en de taalbeheersing en een andere voor de letterkunde. Beide zijn inmiddels aan het werk gegaan en hebben op verschillende manieren ge\u00efnventariseerd wat de mogelijkheden zijn.<\/p>\n<p>Beide hebben ook al bijeenkomsten georganiseerd waarop universitaire neerlandici en leraren Nederlands elkaar ontmoeten. Want dat is waarschijnlijk op zijn minst het begin van een oplossing: de universiteiten moeten beter en meer samenwerken met de leraren.<\/p>\n<p>Dat geldt overigens niet alleen voor het vwo, al ligt het daar het meest voor de hand. Ook het onderwijs op de havo en zelfs dat op het vmbo zou kunnen profiteren van een frisse blik \u2013 al heb ik overigens het gevoel dat de situatie op het vmbo nog het minst beroerd is. De eindexamens zijn daar meer op de praktijk gericht en misschien daardoor minder in zichzelf gekeerd.<\/p>\n<p><strong>Enthousiasme<br \/>\n<\/strong>Het is een ingewikkeld proces, want allerlei partners moeten van de noodzaak van verandering worden overtuigd: de leraren, de neerlandici, de ouders, de leerlingen, de uitgevers van lesmethoden, het ministerie, het College voor Toetsen en Examens, en noem maar op. Ieder van die groepen heeft eigen belangen, en het is moeilijk in te zien waar je zou moeten beginnen. Iedereen wijst naar iedereen: de examenmakers zeggen dat de schoolboekuitgevers nu eenmaal bepaalde stof verwerken, de leraren volgen het eindexamen, en de uitgevers zeggen dat ze moeten voorbereiden op het eindexamen.<\/p>\n<p>Maar dat wil niet zeggen dat er geen oplossingen gevonden kunnen worden. Juist moderne media maken het mogelijk dat verschillende partijen heel eenvoudig contact houden met elkaar. Zo is er een grote groep \u2018<a href=\"https:\/\/www.facebook.com\/groups\/leraarnederlands\/\">Leraar Nederlands<\/a>\u2019 op Facebook, waar ook vakdidactici en universitaire neerlandici hun gezicht wel laten zien. Die groep heeft bovendien een grote map gemaakt op Google Drive waar bestanden, lessen en ander materiaal kunnen worden uitgewisseld. Ook is er een almaar groeiend bestand aan uitlegfilmpjes op YouTube.<\/p>\n<p>Het zijn, denk ik, dat soort gemeenschappen waar de verandering uit moet voortkomen: groepen mensen die gezamenlijk de handen uit de mouwen steken om \u2013 los van de commerci\u00eble belangen van de uitgevers of de meetbaarheidscultus van de examenmakers \u2013 gezamenlijk het enthousiasme en de inhoud terug te brengen in het vak. Het brengt de leerstof terug bij de leraar en de inhoud terug in de leerstof. Dan komen de tienen voor Nederlands hopelijk op den duur vanzelf.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het schoolvak Nederlands bevindt zich in een grote crisis. Leerlingen leren geen zaken waar ze iets aan hebben, en ze beleven evenmin enig genoegen aan het gebodene. Hoe het tij te keren? Taalwetenschapper <strong>Marc van Oostendorp<\/strong> heeft wel een paar idee\u00ebn.<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":590,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_exactmetrics_skip_tracking":false,"_exactmetrics_sitenote_active":false,"_exactmetrics_sitenote_note":"","_exactmetrics_sitenote_category":0,"footnotes":""},"categories":[38,13],"tags":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/589"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=589"}],"version-history":[{"count":6,"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/589\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":650,"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/589\/revisions\/650"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/media\/590"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=589"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=589"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.beteronderwijsnederland.nl\/vakwerk\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=589"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}