OCW beleidswijziging internationalisering

BON betoogt al lang dat het hoger onderwijs onder de vlag van internationalisering er in werkelijkheid vooral in is geïnteresseerd om zoveel mogelijk buitenlandse studenten, en daarmee een zo groot mogelijk deel van de koek, binnen te halen. Om dit doel te bereiken is zo’n beetje iedere mastersopleiding en een groot deel van de bachelorsopleidingen verengelst. Wij hebben zelfs, ondersteund door honderden prominenten, een kort geding aangespannen om overheid en universiteiten te dwingen zich aan de bestaande wet te houden. Al hoewel onze eisen niet werden ingewilligd is wel duidelijk geworden dat het zo niet langer kon.

Het OCW uitvoeringsorgaan Nuffic faciliteert en promoot deze internationalisering en speelt daarmee ook een belangrijke rol in de doorgeschoten verengelsing.

In februari 2018 verscheen een rapport van de auditdienst van het ministerie dat constateert: “Er zijn in toenemende mate kritische geluiden te horen in de media en de maatschappij over de ongewenste neveneffecten van internationalisering. Zo stellen de politiek en de media vragen over krapte bij studentenhuisvesting, over negatieve effecten van het gebruik van Engels in het onderwijs. Maar ook over het onevenredig hoge aantal Duitse studenten op universiteiten in de grensstreek. Ook zijn er vragen over universiteiten die dependances in het buitenland willen openen – zoals de Rijksuniversiteit Groningen in China wilde gaan doen.”. Men adviseert de doelstellingen van internationalisering opnieuw te overdenken.

Het ministerie heeft daarom kenbaar gemaakt de subsidie voor het Nuffic flink te verminderen en meer controle over het Nuffic te willen uitoefenen.  De eerste reacties van Sijbolt Noorda (‘Het moet niet gekker worden’) en Ron Bormans (‘Beste heftig’) uit de contreien van het hoger onderwijs zijn veelzeggend. Men vreest dat het tij van de doorgeschoten internationalisering gekeerd is.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie