"Laten we het ministerie van Onderwijs maar afschaffen"

Het volgende artikel stond in de volkskrant van 11 november 2006
____________________________________________________________
Laten we het ministerie van Onderwijs maar afschaffen

Het onderwijs lijdt aan twee chronische ziekten: ministeriële veranderzucht en onderwaardering van kennis, meent Bert van der Spek.

'Help, het onderwijs verzuipt' was het thema van een onderwijsdebat in de Rode Hoed op 5 november, georganiseerd door de Volkskrant. Achter de tafel zaten allemaal lieden die het goed voor hebben met het Nederlandse onderwijs: minister van Onderwijs Maria van der Hoeven, D66-lijsttrekker Alexander Pechtold, VU-filosoof en oprichter van de actiegroep Beter Onderwijs Nederland Ad Verbrugge en de voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Frits van Oostrom. Het debat verliep zoals veel van dit soort debatten verlopen. Wat algemeen gemopper over de kwaliteit van het onderwijs, terwijl de verantwoordelijke minister roept dat het allemaal wel meevalt. Naar mijn gevoel kwamen twee zaken onvoldoende voor het voetlicht: de ziekmakende veranderzucht van de successieve ministers van Onderwijs en de nog lang niet uitgeroeide flower power -geest in het onderwijs.

Sinds enkele decennia is politiek een bedrijf geworden van managers die zich willen profileren. Politici willen graag in de krant en op tv en herinnerd worden door het nageslacht. Dit geldt in sterke mate voor het ministerie van Onderwijs. Het is niet voldoende de begroting te maken, onderwijs en onderzoek te faciliteren en de onderwijskwaliteit te bewaken. Nee, er moet beleid gemaakt worden. Sinds eind jaren zestig heeft elk kabinet wel een of andere onderwijsvernieuwing ingevoerd. Het maakt daarbij niets uit welke politieke kleur de minster of staatssecretaris heeft. Ik noem de bekendste operaties.

- De Mammoetwet uit 1963 (KVP-minister Cals), ingevoerd in 1968.

- Minister Van Kemenade (PvdA) vocht vanaf 1973 jarenlang voor een middenschool.

- In 1998 kwam het studiehuis van minister Ritzen (PvdA). In het studiehuis gaat zelfredzaamheid boven kennisoverdracht. Nu discussiëren we weer over afschaffing.

- In 1999 kwam de invoering van het vmbo (PvdA-staatssecretaris Netelenbos). Wat iedereen van tevoren wist: een fiasco. Een grote groep jongeren is nu eenmaal ongeschikt voor een theoretische leerweg. Iedereen is nu ongelukkig: kinderen, ouders, bedrijfsleven.

- Tot het midden van de jaren negentig bestond er een prachtige avondopleiding voor leraren: de mo-opleiding. Goed niveau; erg goedkoop. Opgeheven. Nu klungelen we dan maar wat met 'zij-instromers'.

- Invoering in 1981 door CDA-minister Deetman van de tweefasenstructuur in het wetenschappelijk onderwijs; afschaffing kandidaats- (3 jaar) en doctoraalopleidingen (2 jaar). Het universitaire onderwijs ging van vijf naar vier jaar. Uiteraard waren de woorden 'kwaliteitsverbetering' niet van de lucht.

- In 1999 drinkt minister Hermans (VVD) een glas champagne in Bologna, besluit in Europees verband de bachelor-masterstructuur in te voeren, waarmee we in feite ons kandidaats-doctoraalschema terug hebben, ware het niet dat de master natuurlijk maar één jaar mag duren. In Duitsland en Italië is de masteropleiding standaard twee jaar.

- Een prachtig voorbeeld van onzin-politiek voor de Bühne was het beleid van minister Ritzen (PvdA) om vijfhonderd miljoen gulden uit te geven aan 'onderwijsverbetering'. Echter, dit geld mocht niet besteed worden aan docenten en onderwijsmateriaal. Het werd dus besteed aan ambtenaren die sleutelden aan 'studeerbaarheid' en studiehandleidingen.

- Rutte (VVD) mag een paar maandjes staatssecretaris spelen, jaagt er gauw even een nieuw financieringssysteem door, waardoor studenten 'leerrechten' krijgen die ze op verschillende universiteiten mogen gebruiken. En dan verdwijnt meneer weer. Hij heeft zijn ei gelegd en laat het onderwijsveld met de brokken zitten. Universiteiten, mede aangespoord door dure visitatiecommissies en de onderwijsinspectie, hebben mooie opleidingen ontwikkeld met een doordachte opbouw van kennis en vaardigheden. Daar blijft niets van over als studenten gerechtigd zijn te gaan shoppen. Bovendien bestaan onder het huidige systeem genoeg mogelijkheden aan andere universiteiten en in het buitenland te studeren, met goedkeuring van de examencommissie van de gevolgde opleiding.

Wat echt moet veranderen, verandert niet: het belachelijke systeem waarmee Nederland zijn universiteiten financiert. Universiteiten krijgen geld naarmate ze meer studenten een diploma geven. Een docent die een student laat zakken, is dus een dief van zijn eigen portemonnee. Vanzelfsprekend leidt dit tot een sluipende niveauverlaging. Eenzelfde beleid (als je het 'beleid' mag noemen) geldt het universitaire onderzoek, want onderzoek wordt aan onderwijs gekoppeld. Dus als er 1000 studenten sociologie zijn en 100 studenten medicijnen, wordt er 10 keer zo veel geld uitgegeven aan sociologie als aan geneeskunde. Er zijn maar heel weinig studenten Duits, dus worden opleidingen Duits op alle universiteiten afgeknepen, hoe belangrijk dit vak ook is.

Conclusie: het grootste gevaar voor het onderwijs ligt bij het ministerie van Onderwijs zelf. Met andere woorden, schaf het ministerie van Onderwijs maar af, breng het onder bij Binnenlandse Zaken en school de ambtenaren om tot leraren. Verder kan er flink worden bezuinigd door op te houden met modieuze experimenten.

Het is niet alleen de schuld van het ministerie dat kennis niet meer belangrijk wordt gevonden, dat het nu om 'vaardigheden' en 'competenties' gaat. De leraren Nederlands bijvoorbeeld hebben onder invloed van de geest van de jaren zestig decennia lang vrijwel collectief gefaald.

Studenten kunnen geen zin schrijven zonder spelfouten, kunnen niet ontleden, kunnen niet de essentie uit een artikel halen, hebben weinig gelezen. Het is niet hun schuld. Het is de schuld van hun leraren. Ik besteed in elk werkcollege tijd aan de spelling van de derde persoon enkelvoud (stam+t) en de spelling van het deelwoord. Mijn collega-hoogleraar Latijn moet vertellen wat een lijdend voorwerp is. Mijn betreurde Utrechtse collega Heleen Sancisi-Weerdenburg verzuchtte eens: 'Omdat de middelbare scholen zo nodig universiteitje willen spelen, moeten wij ze de basiskennis gaan bijbrengen.' En dat terwijl juist jonge kinderen goed kunnen memoriseren. Inzicht komt echt later wel.

Kortom. Het onderwijs lijdt aan twee inmiddels chronische ziekten: ministeriële veranderzucht en een kwalijke onderwaardering van kennis. Voor herstel is een mentale omwenteling nodig die uitgaat boven het bekritiseren van deze of gene individuele minister.

Bert van der Spek is hoogleraar oude geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, ex-docent mo-opleiding geschiedenis en ex-docent geschiedenis vwo.

Reacties

Ingediend door Jacques op Za, 11/11/2006 - 21:44.

Een aardig artikel voorwaar, maar die passage over de leraren Nederlands die 'onder invloed van de geest van de jaren zestig decennia lang vrijwel collectief gefaald hebben' moet ik natuurlijk even bestrijden. Ik doe het maar hier, want bij de Volkskrant kom je er niet zo makkelijk tussen.
Afgezien van het feit dat het hierboven aangehaalde een echte slag in de lucht is, een hoogleraar onwaardig, is het een vergissing te denken dat de Neerlandici niet veel doen aan spelling en grammatica. Het zijn de moderne studenten die een verandering hebben ondergaan sinds een tiental jaren. Ze lezen en schrijven namelijk bijna nooit en als ze het veel doen, is het in sms- of msntaal. Lezen gaat via een 'quick scan', als wij hoogleraar onderwijskunde Veen van de T.U. Delft mogen geloven; in ieder geval: iedere onderwijsgevende weet dat het meestal niet zo grondig gaat. Geen wonder dat veel jongeren het woordbeeld verliezen. Op basisscholen wordt echt ook nog van alles gedaan, want daar werkt men gecontroleerd aan taalmethoden. Nog een voorbeeld: Wij merken bij ons op school (havo/vwo-bovenbouw) steeds opnieuw dat we de werkwoordspelling er bij de meerderheid wel in krijgen, maar dat men bij een toets schrijven een paar weken later weer terugvalt in oude fouten. Waarom die transfer niet plaatsvindt en zeker niet naar andere vakken of verderop de universiteit of het HBO in? Precies: het geleerde wordt amper toegepast buiten de leerinstituten om. Ook hebben veel studenten eenvoudig lak aan correct taalgebruik en tenslotte is onze spelling knap lastig.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door mark79 op Za, 11/11/2006 - 22:54.

Inderdaad is dat deel van het betoog van Van der Spek niet zo sterk. Ik denk wel dat hij een punt heeft, maar de problemen voor een groot deel aan de verkeerden toeschrijft.

De 'kritiese' jaren zestig mentaliteit ten opzichte van spelling speelt zeker wel mee. Hoe zou het anders komen dat studenten tegenwoordig lak hebben aan correct taalgebruik? Het is ze ingeprent door hun leraren. Ikzelf denk hierbij eerder aan leraren afkomstig van de PABO en de Nieuwe lerarenopleidingen dan aan Neerlandici. De PABO en HBO lerarenopleidingen relativeren alle kennis weg: spellen is niet belangrijk, rekenen is niet belangrijk etc. etc.. De daar opgeleide leraren geven dit (impliciet of expliciet) weer door aan hun leerlingen. Inmiddels zijn er zo weinig 'goede onderwijzers' en Neerlandici over in het onderwijs dat de meeste studenten er nog nooit 1 tegengekomen zijn die hen op het belang van goed taalgebruik (inclusief spelling) had kunnen wijzen.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door geny op Zo, 12/11/2006 - 01:38.

Zeker een goed artikel en voor het grootste deel 'de spijker op zijn kop'. Verder ben ik het een beetje eens met Jacques zijn laatste zin: "Ook hebben veel studenten eenvoudig lak aan correct taalgebruik en tenslotte is onze spelling knap lastig."

Onze spelling is inderdaad niet makkelijk, maar dat geldt voor de meeste talen. Bevolkingsgroepen, die zich bedienen van wereldtalen als Engels en Spaans, ondervinden dezelfde problemen. Ook talen als Frans en Duits, welbekend in ons onderwijs, doen niet onder voor het Nederlands als het gaat om moeilijke spelling. Zelfs de Chinezen kennen het probleem, hoewel daar geen sprake is van spelling zoals wij die kennen. Wellicht behoort een taal als het Maleis nog tot een van de makkelijkste.

Wij zijn (bijna) allemaal ontzettend laks geworden waar het onze taal aangaat. Het overgrote deel van de berichten op deze site zou niet misstaan in de rubriek tenenkrommende taal, terwijl ik toch de indruk heb, dat het voornamelijk onderwijzend personeel is, dat ik hier tegenkom.
Jongeren maken het vaak wel erg bont, maar de vraag is hoe dat komt. Enerzijds ligt het natuurlijk aan henzelf, omdat de interesse voor goed taalgebruik ontbreekt, maar anderzijds ligt het ook aan hun opvoeders en docenten, die het accepteren. Bij docenten wordt dat overigens vaak weer opgelegd door de directies. Een student laten zakken is tegenwoordig sowieso al uit den boze, maar een student, die bijvoorbeeld een technische studie volgt, laten zakken op erbarmelijk slecht Nederlands, is dodelijk. Daarvoor wordt je ontslagen!
Wij accepteren dus slecht Nederlands van onze volgende generatie(s).

Laat ik het vertalen naar een wat meer aansprekend voorbeeld.
Als de gezaghebbenden aangeven, dat op een bepaalde weg maximaal 80 km/u mag worden gereden, en die gezaghebbenden laten op het zelfde moment weten dat mensen daarop nooit zullen worden gecontroleerd of afgerekend, dan hoef ik u niet te vertellen wat er op zo'n weg gebeurt.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door S. Stevin op Zo, 12/11/2006 - 02:31.

Dan is die spelling zeker de laatste veertig jaar knap lastig geworden, want toen ik in 1959 moest leren spellen was hij nog helemaal niet lastig. Stam plus t, voltooid deelwoord en het kofschip. Tjongejongejonge wat moet je daar een professor voor wezen zeg.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Hals op Zo, 12/11/2006 - 10:44.

Correct spellen, accoord.
Maar of het nu konijnenhok of konijnehok moet zijn -het is maar een voorbeeld- maakt me niet zo uit.
Iedere schrijver zijn eigen spelling, lijkt me ook wel wat voor te zeggen.
De taal is immers een levend 'gebruiksvoorwerp'.
Een beetje vrijheid, daar pleit ik wel voor, maar binnen een bepaalde marge.
En die actie van die krantenjongens tegen die wereldvreemde commissie met zijn gele of groene boekje, vond ik wel wat.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Zo, 12/11/2006 - 11:32.

Er zijn twee soorten spellingsfouten.
Of je al dan niet een tussen-n moet schrijven is nogal aan veranderingen onderhevig geweest. Die veranderingen maken dat je je er op een gegeven moment niet meer druk om wilt maken.
Andere spelfouten zijn nu fout en waren dat 40 jaar geleden ook.
De opmerking: "ach.. het is een levende taal" ontkent dat verschil en maakt inderdaad dat iedereen een eigen spelling gebruikt.
Dat is weinig minder dan rampzalig. Mensen lezen door woordbeelden te herkennen. Verschillende woordbeelden maken goed en gemakkelijk lezen onmogelijk. Een volledig logische spelling is onmogelijk zonder geweld te doen aan alle historie. Het zij zo. Dan blijft er nog maar één consistentie over. Consistentie in de tijd. Als we dat ook al loslaten onder het mom van "de levende taal" is het einde zoek.

Overigens denk ik dat de belangrijkste reden voor slecht spellen gewoon allerbelabberdst onderwijs is. Gelukkig gaan wij dat bij BON veranderen :-)

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON