Oefenen en inzicht

Twee standpunten komen elkaar elke keer weer tegen (zie bijvoorbeeld deze forumdiscussie): gebruik je oefenen als een manier om inzicht te krijgen, of gaat inzicht vooraf aan zinvol oefenen?

In de publicatie Vaardigheden van de NVvW uit 1974 schijnen de volgende uitspraken over dat onderwijs te worden gedaan (niet geverifieerd):

  1. Het inoefenen van een vaardigheid kan pas met vrucht gebeuren nadat inzicht in die vaardigheid is verkregen.
  2. Aanwezig inzicht gaat verloren door het drillen met gelijksoortige sommetjes.

Over het laatste punt heeft Freudenthal gezegd

I have observed, not only with other people but also with myself ... that sources of insight can be clogged by automatisms. One finally masters an activity so perfectly that the question of how and why is not asked any more, and is not even understood any more as a meaningful and relevant question (Freudenthal, The didactical phenomenology of mathematical structures, 1983, p. 469)

Daar tegenover pleit Alfred Norton Whitehead in 1911 voor oefenen om zuinig om te kunnen gaan met 'echt' nadenken:

... by the aid of symbolism, we can make transitions in reasoning almost mechanically by the eye, which otherwise would call into play the higher faculties of the brain. It is a profoundly erroneous truism, repeated by all copy-books and by eminent people when they are making speeches, that we should cultivate the habit of thinking what we are doing. The precise opposite is the case. Civilization advances by extending the number of important operations which we can perform without thinking about them. Operations of thought are like cavalry charges in a battle - they are strictly limited in number, they require fresh horses, and must only be made at decisive moments. (An introduction to mathematics, William & Norgate, London, p. 59-61)

Hoe brengen we de standpunten bij elkaar? Alle suggesties zijn welkom!

Reacties

Ingediend door Micha Keijzers (niet geverifiëerd) op Do, 30/03/2006 - 21:18.

Ik denk dat er een wisselwerking is: abstracte theorie laat zich goed illustreren door sprekende voorbeelden. En omgekeerd kunnen vele soortgelijke voorbeelden er toe leiden dat je een draad gaat zien in de voorbeelden, waardoor je een algemene theorie erover op zou kunnen zetten. Kortom, het is een juiste dosering van voorbeelden en abstracte theorie waar het om draait.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Toon (niet geverifiëerd) op Ma, 17/04/2006 - 09:13.

Op de lerarenopleiding Wiskunde wordt in ieder geval op inzichtelijke wijze duidelijk gemaakt dat je beter niet een algoritme (i.c. het worteltrekken) kan stampen en vervolgens progressief compliceren (eerst makkelijke en dan moeilijke sommen oefenen). In de jaren 50 leerde men dat in de zesde klas van de lagere school en weinigen kunnen dat onthouden. Beter werkt het om het algoritme aan de hand van een tegelzetter die vierkante vloeren legt uit te vinden. En vervolgens progressief schematiseren (steeds slimmere technieken toepassen om sneller tot een werkwijze te komen).
Geldt ook voor de staartdeling (in oude en nieuwe vorm) overigens. Het was even wennen, maar ik vind de nieuwe staartdeling toch echt beter, want inzichtelijker. Bovendien kan een zwakkere leerling dan ook goed overweg met een iets minder efficiënte (langere) staart.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Bernadette (niet geverifiëerd) op Ma, 17/04/2006 - 14:16.

Ha... de nu verboden staartdeling waarmee ik altijd prima uit de voeten kon.
Toon, jij vindt de nieuwe methode beter. Ook voor leerlingen die het inzicht inmiddels hebben? Is die nieuwe methode niet vooral handig voor de zwakkeren (wat je zelf al schrijft) of puur als fase in het proces om tot het inzicht te komen? Mijn kinderen werden verplicht al die sommetjes heel uitvoerig op de nieuwe manier uit te blijven schrijven.
Betekent progr. schematiseren niet dat zij dan, het inzicht eenmaal hebbende, zouden mogen overgaan op de oude manier?

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Anonymous (niet geverifiëerd) op Di, 18/04/2006 - 12:57.

[Het was even wennen, maar ik vind de nieuwe staartdeling toch echt beter, want inzichtelijker. Bovendien kan een zwakkere leerling dan ook goed overweg met een iets minder efficiënte (langere) staart].

Zwakke leerlingen kunnen wel iets nuttigers leren dan de staartdeling. Dat is bestemd voor de potentiële ontwerper (van reken-apparatuur).

Verhoudingen en procenten, dat is zo'n nuttiger onderwerp.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door jzr op Ma, 29/05/2006 - 21:18.

Wat is belangrijk voor zwakke leerlingen?
Een tijdje geleden heb ik een cursusje rekenen/wiskunde voor "huisvrouwen" gegeven (ter versterking van hun zelfvertrouwen). Het eerste dat ze wilden oefenen : staartdelen, en het tweede: procenten.
Ik geef deze ervaring gewoon even door.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Ma, 29/05/2006 - 21:50.

Grappig dat je dat zegt. Studenten vinden het ook altijd prachtig als ik met enige show de negenproef uitvoer. Ook nutteloos. Maar magisch om te kunnen. En je hoeft het niet (eens) te begrijpen. En iets magisch kunnen met getallen: dat is een betere motivatie dan de veelkleurendruk van de reken/wiskunde boeken!

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door jzr (niet geverifiëerd) op Ma, 03/04/2006 - 15:42.

Als je bang bent, dat je na lang oefenen inzicht bent verloren, denk ik dat je te vroeg met oefenen bent begonnen. Veel leelingen beginnen ook vaak met oefenen ( en veel oefening krijgen ze trouwens niet, maar dat terzijde) zonder inzicht. Probeer dat dus te voorkomen, want dan heeft oefenen ook inderdaad geen zin.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door David Dirkse (niet geverifiëerd) op Vr, 14/04/2006 - 13:54.

Inzicht is waar ontwikkeling op drijft.
Maar voor die verdere ontwikkeling moet het voorafgaande worden ge-automatiseerd.
Wie lang moet nadenken over de berekening 8 + 9 kan nooit vlot met potlood en papier 888 + 999 berekenen.
Hetzelfde geldt voor de toepassing van algebraïsche regels en formules.
De stelling van pythagoras wordt 1 * afgeleid en daarna automatisch toegepast. Zodoende kan de aandacht zich richten op diepere kennis.
En dat is precies het euvel van de huidige praktijk: die blijft noodgedwongen steken in simpele basisvaardigheden.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door jl op Za, 23/09/2006 - 20:19.

.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Quasibobo op Ma, 29/01/2007 - 23:22.

Mij lijkt het volgende de juiste methode: Eerst kennis bijbrengen en deze 'droog' oefenen. Daarna pas in toegepaste vorm (context) aanbieden.

Wat je merkt bij bv de methode 'Moderne Wiskunde', waar véél meer contextrijke opgaven dan oefenopgaven staan, veel leerlingen niet het algoritme voor die bepaalde problemen toepassen, maar hun eigen methodes gaan gebruiken op de vraag op te lossen. Ze komen uiteindelijk wel aan het antwoord, maar ze herkennen niet dat het probleem het eenvoudigst opgelost kon worden met een bepaald (net geleerd) algoritme.
Een goed voorbeeld is de abc-formule (3HAVO): veel leerlingen gebruiken alleen maar de abc-formule bij het oplossen van kwadratische vergelijkingen. Oók bij een vergelijking als x^2+7x+12=0 .

Wanneer leerlingen mij vragen waarom ze die opgaven zo vaak moeten oefenen, dan zeg ik:

  1. Je gaat de verschillen(-de oplossingsmogelijkheden) beter en sneller (her-)kennen.
  2. In het oplossen wordt je vaardiger, dus sneller. Je komt bij toetsing niet in tijdnood omdat je het wiel nog moet uitvinden.
  3. Kunnen = snappen, want andersom geldt het niet altijd; ik kan uren naar tennis kijken en ik snap het spel wel, maar zo lang ik het niet ga oefenen, dan zal ik het nooit kunnen.

Dus mijns inziens is de methode van leren als volgt:

  1. algoritme oefenen
  2. contextvragen
  3. herhalen algoritme oefenen
  4. herhalen contextvragen
  5. verdiepen
Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door mark79 op Di, 30/01/2007 - 00:40.

Kijk ook eens naar het artikel van Van de Craats 'Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen' op zijn website.

Speciaal de sectie "cuccesvolle leerprocessen". Hij komt tot ongeveer dezelfde methode als Quasibobo.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON