Dit is een wat wonderlijke blog. Hij is geboren uit zoeken naar een mogelijkheid om een afbeelding in een commentaar te krijgen, maar daar blijkt op dit moment toch geen goede mogelijkheid voor te zijn tenzij je zelf de blog hebt ingediend.
Tch is deze blog een eigen leven gaan leiden, vooral over intelligentie. Niet ninteressant, moet ik zeggen. Maar het is een riskant thema, omdat extremisten nog wel eens willen shoppen in het gedachtengoed van onderzoekers van intelligentie. Past dus op uw IQ/tellen.
De aanleding is deze tabel, en een uitspraak van Peter de Reijke in een actualiteitenprogramma over intelligentie, en niveau.
Opleidingsniveau 30-34 jarigen, uit Referentieraming 2009, OCW

| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| _original | 13.13 KB |
| bijnanormaalverdeling.gif | 16.38 KB |
| binetsimon252290.gif | 135.93 KB |
| bijnanormaalverdeling10.gif | 10.53 KB |
| quincunx.png | 16.66 KB |
Reacties
De afbeelding hoort bij een commentaar in blog
http://beteronderwijsnederland.net/node/7052
Het zou wel handig zijn om ook voor commentaren de mogelijkheid te hebben een afbeelding in te voeren. Ideetje?
En andere bijlages als het abonnement wat BON heeft voor de server het toestaat.
Duidelijker kunnen onderwijsinflatie en diplomainvflatie niet worden geïllustreerd.
Ik vind het vooral schrikbaarwekkend hoe sterk deze inflatie reeds was in de afgelopen 20 jaar en dat het universitaire onderwijs, ons paradepaardje, mee inflateert en dat de overheid niets doet om die te bestrijden.
We zouden er naar moeten streven om in ieder geval een aantal universitaire opleidingen elitair te houden of terug elitair te maken. Denk aan opleidingen als fysica, wiskunde, geologie, biologie en ingenieur. Ik vrees echter dat zelfs de ingenieursopleidingen gemakkelijk zijn geworden door de verschuivende focus van wiskunde + basiswetenschappen naar projectjes en blabla (presenteren, samenwerken...).
Eén manier om hoogste opleidingen hoog te houden zou zijn om "Grand Eçoles" op te richten die grote gelijkenis vertonen met de Grand Écoles in Frankrijk. Daarvoor hoeft geen superuniversiteit te worden opgericht. Een universiteit kan dan een opleidingsstroom starten met studenten die grandiose prestaties moeten leveren, zowel om te worden toegelaten als om het einddiploma te halen. De naam Grand Ëcole moet dan beschermd zijn en er moet een betrouwbare toezichthouder komen die waakt over de kwaliteit van "scholen" die hij het recht gegeven heeft die naam te voeren en die hij dat recht ook weer kan ontnemen.
Seger Weehuizen
Dan worden onze universitaire opleidingen dus HBO-opleidingen. Tel uit je winst! ;-)
Seger,
Lees de correspondentie van Wilmont over Franse toestanden.
De Franse politieke en bedrijfscultuur wordt geteisterd door vriendjespolitiek (de Fransen hebben er een koosnaam voor, 'le piston', zie: Askolovitch & Attal (1992) La France du piston. Robert Laffont.). Waar leren die vriendjes elkaar kennen, denk je?
Het systeem is in schijn meritocratisch, maar gezien de forse investeringen die ouders moeten doen om hun kids die Écoles binnen te krijgen, werkt het in feite dus anders.
In het algemeen is het geen goed idee om vermeende krenten uit anderman's onderwijspap te plukken. In Nederland zijn de 'university colleges' zo'n ondoordachte kopie van elders: je verzoek is dus al enige tijd geleden ingewilligd, op initiatief van socioloog Adriaansens. Als experimenten vind ik ze wel boeiend (daar heb je ze weer: sociale en academische integratie), maar daarmee houdt het wel op.
Erger nog: zo'n super-instelling wakkert de onderlinge concurrentie tussen ouders aan, en dat winnen de kapitaalkrachtige ouders. Dan kun je denken: dat is toch mooi, die concurrentie? Nee, dit is een aanfluiting, het gaat om wat economen rent-seeking noemen: heeft weinig meer inhoudelijk met onderwijs te maken, maar alles met het bereiken van maatschappelijke posities via onderwijs. Het klassieke China is aan zoiets tenondergegaan (keizerlijke examens).
Neem het Nederlandse onderwijs maar eens onder de loep. Over vriendjespolitiek en fraude gesproken. Netwerken en de duurbetaalde adviseurtjes aan het werk zetten alles heeft inhoudelijk niets meer met onderwijs te maken maar om het verdelen van zoveel mogelijk poen en er is altijd geld te kort
Dit verhaal kennen we nu wel. Het is inderdaad waar dat het nog altijd handig is voor de zoontjes van industriëlen om in hun studietijd zich in het studentencorps te manifesteren.
Het Nederlandse gebeuren is interessant (Jaap Dronkers heeft bijvoorbeeld netwerkonderzoeken gedaan), maar toch redelijk onvergelijkbaar met wat zich in Frankrijk afspeelt.
http://www.eui.eu/Personal/Dronkers/Dutchpublications.htm
http://www.eui.eu/Personal/Dronkers/articles/Nederlandscheleeuw2005.pdf
Ik heb deze niet gezien, maar dit is een serieus Nederlands netwerk:
Beekenkamp, G. G., 2002. President-directeuren, posities en patronen. Een studie naar de rekrutering van de leiders van de 250 grootste ondernemingen in Nederland. Amsterdam: Askant. Edited by J. Dronkers & T. Dronkers-Vlaming.
Meindert Fennema & Huibert Schijf (Red.). Nederlandse elites in de twintigste eeuw. Continuïteit en verandering. Boekaflevering bij jaargang 78 van Mens en Maatschappij. [gedeeltelijk op books,google.nl]
beste Ben, moet ik concluderen dat het bestaan van (bestuurders)-netwerken in het Nederlandse onderwijs aan jouw aandacht zijn ontsnapt. Simpel een dagje Googlen is genoeg om de verweving tussen bestuurders van ROC's met gemeenten, rechtbanken, ziekenhuizen, hogescholen en openbaar ministerie bloot te leggen. Ik weet het, het ishet aloude handwerk maar bijzonder leerzaam wat betreft netwerken. Niet voor niets heeft prof. Heertjes ooit gesproken over een Maffia.
Jeronimoon,
Ik begrijp niet wat je tegen deze netwerken hebt. Voor een beetje een functie als bestuurder, docent, raadslid moet je aantonen dat je een relevant netwerk hebt.
Wel realistisch blijven. Een muurbloempje moet je niet als directeur hebben.
Het probleem zoals jij het benoemt is eerder de schaalgrootte van onderwijsinstellingen, dan de netwerken van de bestuurders van die instellingen. Toch?
Kapitaalkrachtigen hebben altijd een voordeel gehad in het onderwijs maar dat voordeel hoeft beslist niet groot te zijn indien we de selectie, scholing en studiefaciliteiten (voor mensen die een slechte huisvesting hebben!) goed organiseren.
Ik weet uit ervaring waarover ik spreek, ik had zelf allesbehalve ideale omstandigheden op het moment dat ik mijn havo- en VWO-diploma behaalde. Achteraf snap ik niet hoe ik onder die omstandigheden kan zijn geslaagd.
Indien we Grande Écoles zouden invoeren dan zouden we ook Grande VWO's moeten invoeren, het Grande École zou de universiteit worden, de universiteit zou een veredelde hogeschool worden, het Grande VWO zou het VWO worden en het VWO zou de havo worden. Bij wijze van spreken. We zouden dus gewoon met een cosmetische operatie bezig zijn.
Beter kan het niveau van het VWO worden verhoogd en de toelating vanuit het HBO worden gereguleerd door de universiteiten te laten kiezen van welke HBO-opleidingen (en welke scholen!) ze wel en niet het diploma aanvaarden en voor deze studenten zware schakelprogramma's invoeren die 1-2 jaar duren en de zwaarste en belangrijkste universitaire-bachelorvakken bevatten. Alvorens dit mogelijk is moet er natuurlijk voor worden gezorgd dat de universiteiten op geen enkele wijze er financieel beter van worden door meer HBO-instromers toe te laten.
Ben,
Je roert een belangrijk punt aan. Het voordeel dat kinderen van rijke en/of hoogopgeleide ouders hebben van het stimulerend ouderlijk milieu en van de ouderlijke centen. Het is wel een probleem dat al lang bestaat en dat je naar voren haalt naar aanleiding van mijn voorstel tot het oprichten van Grand Ëcoles. Het probleem speelt nu al een tijdje in toenemende mate bij de voorbereiding op het eindexamen VWO. Het gaat daarbij niet eens meer om bijlessen die helpen om één of meer examenvakken beter te begrijpen of om leerlingen te stimuleren meer te oefenen. Het gaat om regelrechte examentrainingen met trucjes en al. Bij voorbeeld: als je een opgave niet kunt oplossen schrijf dan op hoe de gegevens mogelijk gebruikt kunnen worden en hoe ze met elkaar verbonden zijn of zouden kunnen worden. Dan strijk je misschien toch nog een puntje op. Extra hulp voor kinderen die het slecht doen op school en waarvan de ouders die extra hulp kunnen betalen is een oude onrechtvaardigheid waarvan de betekenis groter wordt naarmate het onderwijs slechter is. De eigentijdse socialisten (m.u.v. de SP) willen dat niet weten. Een middenschool of een basisvorming zorgt bij leerlingen met VWO-potentie voor verloren leerjaren die in principe in de bovenbouw VWO moeten worden ingehaald. Een achteruitgang i.v.m. de vroegere HBS waarop meteen hoge eisen gesteld worden. Het is dus uit oogpunt van gelijke kansen wenselijk dat bij de invoering van Grand Écoles de VWO-scholen voorbereidende hulp kunnen bieden.
Seger Weehuizen
Seger,
Je hebt een punt. In de ouderraad van het Bonaventura College ontmoette ik Richard Vrijbergen, oprichter van Instituut Vrijbergen in Leiden. Hij was in staat om met zijn instituut prestaties te leveren waar het publieke middelbaar onderwijs om moeilijk verklaarbare redenen niet aan kon tippen. Of dit werkelijk zo is, dat weet ik niet, want er is geen hard empirisch bewijs voor anders dan het succes van zijn instituut. Omdat we allebei met onze zaken druk druk druk waren, zijn we buiten deze ouderraad niet met elkaar doorgegaan. Mijn indruk, destijds, was dat verstandig ondernemerschap van Richard het mogelijk maakte om met een team van docenten resultaten te boeken waar het reguliere publieke onderwijs niet toe in staat was. Mijn enige probleem hiermee is de volgende vraag: hoeveel Richard Vrijbergens zijn er in deze wereld? Waarschijnlijk te weinig. Tot mijn ontzetting heb ik vanavond begrepen dat ook Richard er niet meer is, hij is in 2002 overleden.
Het punt van Richard is: het is mogelijk, doeltreffend onderwijs is mogelijk. Ik heb een onrustig vermoeden dat een sleutel is: de autonomie van de leraar op een heldere en verstandige manier begrenzen. Ik zeg het maar, als eerbetoon aan Richard, maar ik heb geen adequaat onderzoek om dit te onderbouwen. Ik had een half jaar moeten investeren in meelopen in zijn instituut.
Kortom: het is een publieke schande dat ouders met voldoende kapitaal zich kwalitatief goed onderwijs voor hun kinderen kunnen veroorloven, onderwijs dat gewoon publiek voor iedereen beschikbaar hoort te zijn. Het is mijn stellige indruk dat de kosten van dat goede onderwijs nauwelijks of niet hoger hoeven zijn dan dat van het huidige onderwijs, nog buiten beschouwing gelaten de investeringsrendementen.
Deze keer dus meer een persoonlijke uitspraak, dan eentje gebaseerd op gepubliceerd onderzoek.
Over die middenschool wil ik overigens alleen maar kwade woorden horen als ze empirisch goed onderbouwd zijn.
Het idee van middenscholen staat mij tegen tot het diepst van mijn ziel. Ik geloof niet dat daarvan een financieel haalbare versie kan worden gemaakt die de getalenteerden recht doet. Maar wat de experimenten betreft ben ik mij goed bewust van één manco (er zijn er vast wel meer geweest). Er zullen weinig hoogopgeleide ouders geweest zijn die een kind met VWO-potentie voor dat experiment hebben aangemeld. Maar wanneer hun kind geen hoogvlieger lijkt te zijn zullen ze dat juist wel gedaan hebben. Ik geloof dus niet dat de experimenteerklassen dezelfde samenstelling gehad hebben als die van klassen die ontstaan zouden zijn als dat schooltype voor alle leerlingen verplicht zou zijn ingevoerd. Dat vermindert de betrouwbaarheid van de experimenten voor zover daarop de beslissing genomen wordt de middenschool aan alle leerlingen dwingend op te leggen.
Seger Weehuizen
Geld naast de school Private uitgaven in basis- en voortgezet onderwijs
Zosja Berdowski, Jurriaan Berger & José Bal (Research voor Beleid)
Minister Rouvoet biedt het rapport aan: tekst op deze webpagina (met een schatting van het totale bedrag waaraan we moeten denken dat er in deze private sector omgaat)
Het rapport zelf: pdf
...een gevleugelde uitspraak die velen toeschrijven aan Winston Churchill. Maar dat terzijde [=>]
Uit bovenstaande grafiek:
Voor de jaren 1995, 2005 en 2010 zijn de WO+HBO-percentages resp. 24, 36 en 42.
Uit Education at a Glance 2010 [EAG 2010 - pagina 38]
In table A1.4 voor 25 .. 64-jarigen zijn de percentages voor 1997, 2005 en 2008 24(?), 30 en 32.
Voor Duitsland / Finland zijn deze getallen resp. 23 / 29, 25 / 35 en 25 / 37.
Zou de inflatie van het HO in Finland, het land waar selectie aan de poort plaatsvindt, dan nog groter zijn? [Lessen van Finland - pagina 5]
Meer en meer wordt duidelijk dat de bologna afspraken gerespecteerd worden. D.w.z. opleidingen worden toegespists op de vraag van het bedrijfsleven. Gedrag wordt de hoofdmoot ipv kennis en dat gegoten in willekeurig toe te wijzen competenties. Zoals ik al aangaf in de andere draad Nederland heeft vanaf 1962 tot het einde van de dienstplicht elke opgeroepne een Binet test voorgelegd. Nederland heeft dat als enig land in europa gedaan. Tientallen jaren lang dus. In al die jaren was er geen verschuiving te zien in de Gauss kromme. Er is geen nekel reden om aan te nemen dat er nu wel een verschuiving te zien zou zijn. Conclusie, alle tabellen omtrent verschuiving naar hoger opgeleid is alleen maar mogelijk door verlaging van eis van deze opleiding. het ene land springt daar een beetje soepeler mee om dan het andere. Maar de doelstelling wordt uiteindelijk wel gehaald. leve Europa!
Het balletje dat ik opgooide zal ik zelf maar opvangen...
Wat Finland betreft, zou je kunnen redeneren dat de moordende selectie leerlingen dwingt in het sec. onderwijs harder te werken.
De lage score voor Duitsland ligt waarschijnlijk aan de vroege keuze (12 jaar) voor beroep of hogere studie. Maar de Gemeinschaftsschule is in aantocht.
De getallenbrei EAG is gigantisch, goed voor een mediahype en leuk voor de selectief shoppende politicus... maar zegt inderdaad niets over de kwaliteit.
Vanmiddag bij Vrijdagmiddag-Live een discussie tussen Jesse Klaver en Yvonne van Rooy over selectie aan de poort.
Volgens v Rooy is niet elke VWOer geschikt voor de universiteit; 20 .. 30% mislukt; zonde van het geld en verwijst naar het selectiesysteem van de UU. Het uitvalpercentage daalt naar 5 .. 10%
Klaver (GL) gelooft niet dat zo'n test bestaat. Je moet jongeren juist de ruimte laten om fouten te maken in studiekeuzen, ook al kost dat geld.
De enige manier om erachter te kunnen komen wat deze statistieken betekenen, is allereerst na te gaan hoe ze zijn verkregen. En dan is er nog de wat interpretatie nodig van nationale en mondiale ontwikkelingen. Voor dat laatste is een ingang tot de literatuur over de groeiende omvang van het hoger onderwijs te vinden in Wilbrink & Dronkers 1993 hier. Die omvang groeit al heel lang, na mogelijk een dieptepunt in de 18e eeuw. Er zijn meerdere factoren van belang: steeds toenemende kennisintensiviteit van de samenleving, groeispurten in tijden van econmische malaise (zoals nu het geval is) waarmee telkens een hoger scholingsniveau wordt vastgezet (warehouse effect), eeuwige onderlinge concurrentie om het bemachtigen van schaarse posities in de samenleving geeft permanente druk naar steeds meer opleiding. Er valt nog aan toe te voegen dat onderwijsinstellingen en hun personeel zelf een belangenpartij zijn die eerder naar meer dan naa minder streeft. Sinds begin jaren zestig speelt de theorie van het menselijk kapitaal (nobelpsijs voor Becker) een rol: die prikkelt overheden om in onderwijs te investeren (terecht, overigens).
Ik heb wel eens vaker gestoeid met administratieve gegevens over rendementen en inschrijvingen, en geleerd dat er heel wat gemanipuleerd kan worden, dat er aan administraties van alles en nog wat mankeert, en dat het verdraaid lastig is om complexe gegevenheden in eenvoudige administratieve hokjes te vangen. Ik weet dus nog helemaal niet hoe ik de gegevens mag interpreteren, laat staan wat ze in internatinale vergelijking betekenen. Ik ben niet bereid tot generalisaties zoals hierboven van Jeronimoon..
Ben, ik mag nog relatief jong zijn maar ik ben toch al oud genoeg om te weten dat in de jaren 80 het hoger onderwijs ook voor iedereen toegankelijk was!
Er waren toen niet nauwelijks jongeren die niet konden studeren omdat de ouders het niet konden betalen, daarvoor moeten we wat verder terug in de geschiedenis gaan (pak hem beet de jaren 60 en misschien nog de jaren 70).
Sterker nog, in de jaren 80 was studeren zelfs laagdrempeliger dan nu wegens de betere studiefinanciering en de betere OV-kaart. Ook in die tijd waren de mensen ambitieus.
Welke andere verklaring voor het grote verschil sinds 1990 is mogelijk dan dat het niveau van de universitaire studies en de HBO-studies is gedaald?
Je kan stellen dat mensen in de afgelopen jaren eerder nog een extra studie volgden aangezien we een laagconjunctuur hadden maar dat kan hooguit in een beperkte makte de door jou geplaatste grafiek verklaren, anders zouden we wel meer en sterkere schommelingen zien in die grafiek.
Dat lijkt me een goede omschrijving van al dat theoretische geneuzel ver boven de hoofden van de praktijkleraar.
Die aan al dat gestoei niks blijkt te hebben. Wat dat stoeien eindigt haast wetmatig met 'we moeten het nog eens verder gaan onderzoeken'.
Zodat er een volgend rondje stoeien kan plaatsvinden. Duurbetaald, dat wel natuurlijk. Laat Jan de Burger maar flink betalen voor al die stoeiende hobbyisten waar hij verder
niks voor terugkrijgt dan een herhaald neerbuigend patroniseren.
Ik vraag niet om uw bemoeizucht. Ik zie een verspilling van mijn belastinggeld aan uw dure hobby.
Ik heb meer aan iemand als De Haan dan aan iemand die meent 'sociale integratie' met 'wetenschappelijk onderzoek' te kunnen realiseren.
Ik was altijd al wantrouwend t.o.v. die academische betweters. Dat wantrouwen is hier intussen alleen maar gegroeid.
Al die verwijzingen naar al die rapporten: je hebt er gewoon niks aan.
Ook op dit forum blijkt, dat praten in de 'hemelse' gewesten van de onderzoekstheorie, niet raakt aan de dagelijkse ervaring van de schoolmeester.
1 Voorbeeld hiervan is de vraag: 'Hoe brengen we de psychologie en de vakdidactiek bij elkaar?'
Zuiver academisch 'probleem', want juist de academicus was beide elementen gaan scheiden, waar ze bij een leraar met een onderwijstalent gewoon vanzelf gecombineerd waren.
Het kost mij echt moeite mijn irritatie enigszins beschaafd onder woorden te brengen.
Moby,
Niemand dwingt je om je te ergeren, of om waar dan ook kennis van te nemen, of om je ergernis in dit forum te luchten.
moet je eens kennis nemen van de volgende onderzoeken, boeken en manuscripten. Zij handelen allemaal over intelligentie
'the nature of human intelligence' J.P. Guilford
'Intelligentie tussen meten en weten in de praktijk'P. Jansen en G. van der Steene
'Intelligentie. Over het meten van een mythe en de politieke, sociale en onderwijskundige gevolgen' Vroon P ( aanrader voor iedereen)
'Advances in the psychology of motivation and learning research and theory' R. Atkinson en R. Shiffrin
'General intelligence', objectiveley determined and measured van C. Spearman die zoals jij ook wel weet op eenzame hoogte stond wat betreft onderzoek op dit vlak.
Dit om mee te beginnen. Je zal merken dat elk onderzoek of mansucript het tegenovergestelde beweert van wat jij beweert.
Jeronimoon,
Het voorbeeld van de simulatie is een serieus argument. Nog even de gegevens recapituleren:
- het gaat om een computersimulatie (hierbeneden meer gegevens over het programma)
- veronderstelde stofbeheersing 0,6: kans om het volgende item te 'weten' is 0,6.
- aantal items in de toets is 100
- aantal leerlingen/studenten in de simulatie is 20.0000
Het punt van deze verdeling, die een normaalverdeling dicht benadert, is dat de onderliggende werkelijkheid helemaal geen verdeling is, want al die 20.000 denkbeeldige leerlingen zijn verondersteld dezelfde stofbeheersing te hebben.
Wanneer ik stel dat normaal verdeeld zijn op zich weinig of geen betekenis heeft, denk dan bijvoorbeeld aan dit bewijs.
Wie zelf wel eens wil zien hoe het gebruikte programma werkt: ga naar
http://benwilbrink.nl/projecten/spa_applet1.htm#1
Voor de beschrijving van het computerprogramma, en hoe dat wordt gebruikt in een begin van een tentamenmodel, zie voor een degelijke engelstalige presentatie
http://benwilbrink.nl/projecten/spa_generator.htm
of voor een nederlandstalige presentatie van een volledig tentamenmodel
http://benwilbrink.nl/publicaties/98InzichtToetsenCOWOG.htm
Wie een afkeer heeft van theorie had deze post niet moeten lezen.
je zegt dat het is, een simulatie, of te wel denkbeeldige leerlingen, met een denkbeeldig verworven kennis, die een denkbeeldige toets hebben uitgevoerd. Conclusie een denkbeeldige normaalverdeling. Lijkt wel second life, is ook denkbeeldig of niet bestaand
Jesse,
Ga naar de Java Applet, vul runs 20000 in, mastery 0.6, maar kies een klein aantal items: 10.
De scoreverdeling die je dan krijgt is heel breed. Toch weten we (we zijn aan het simuleren, kunnen dus voor god spelen) dat deze 20.000 deelnemers geen tittle of iota van elkaar verschillen in stofbeheersing.
Heb jij wel eens toetsen met maar 10 vragen afgenomen?
Henk van Berkel (2010) bespreekt in 'Een tentamen waaraan veel mis is,' Examens. Tijdschrift voor de Toetspraktijk, 7, september, 10-12, een zaak voor het College van Beroep, waarin de klacht o.a. was een te klein aantal vragen in het tentamen: tien vragen, waarvan er nog een afviel als ondeugdelijk. Het College koos hierin de kant van de studente: negen vragen zijn in dit geval onvoldoende om een zak/slaagbeslissing op te baseren.
Van Berkel trekt deze les: Het aantal vragen in de toets stond niet in verhouding tot de omvang van de studiestof, althans was onvoldoende om een betrouwbare zak/slaagbeslissing te nemen. Doorgaans zal pas bij dertig vierkeuze vragen de betrouwbaarheid acceptabele waarden kunnen aannemen.
De afgebeelde simulatie laat zien waarom een toets met tien vragen problemen op kan leveren als er beslissingen van afhangen. Best nuttig, zo'n simulatie.
Jesse,
Geloof mij vooral niet. Zie ook een artikel dat ver uit de buurt van psychologen/psychometrici is geschreven:
George Kulick (2008). The impact of grading on the curve: A simulation analysis. International Journal for the Scholarship of Teaching and Learning, 2. pdf
Een naieve hoogleraar astrofysica, Richard Pogge, legt uit hoe hij cijfers geeft, met de techniek van de normaalverdeling. Uiteindelijk krabbelt hij iets terug, hij beseft ook wel dat dit ergens idioot is, en gaat dan de berekende cijferverdeling op basis van historische data en intuïtie veranderen tot iets dat hem beter bevalt. Hopelijk doet hij zijn astrofysica wèl behoorlijk.
http://www.astronomy.ohio-state.edu/~pogge/Ast162/Quizzes/curve.html
Alle praat over IQ, normaalverdeling, niveau van onderwijs valt in ditzelfde gebied, let dus op je zaak, en zeker wanneer iemand je een verhaal vertelt dat 'goed aanvoelt', zoals dat Ronald Plasterk als minister [kort samengevat: de laatste halve eeuw is er veel veranderd, veel groetere deelname, dus het gemiddelde niveau zal wel gezakt zijn, de range is breder, we moeten dus meer opties op verschillende niveaus bieden. Zelden heb ik hem zoveel onzin horen uitkramen, duidelijk ene geval waar hij werkelijk geen idee heeft waar het over gaat]
Natuurlijk is er bij een gauss-curve een verschuiving naar links en rechts mogelijk, maar het is onmogelijk dat de mensen in 20 jaar tijd zoveel intelligenter zijn geworden, dat dus van de ene op de andere integratie het IQ met 10-20 punten steeg (of iets dergelijks).
Dan blijft er slechts één alternatieve verklaring over die ik kan bedenken: vroeger studeerden meer mensen onder hun niveau.
Ik durf dat niet helemaal uit te sluiten maar het lijkt mij weinig aannemelijk. Ik was in 1990 oud genoeg om me er bewust van te zijn dat studeren op dat moment laagdrempeliger was dan dat het de laatste jaren is en dat de jongeren van toen minstens zo ambitieus waren als de jongeren van de laatste jaren.
De enige logische verklaring voor zo'n extreme stijging in percentage hogeropgeleiden (>100%!!) kan dus zijn dat het studeren gemakkelijker is geworden.
Dit laatste zou nog gedeeltelijk verklaard kunnen worden door een betere studiebegeleiding, het bindend studieadvies en dergelijke maar er moet eveneens sprake zijn van een behoorlijke verlaging van de eisen gezien de extreme groei.
Dan rest voor mij de volgende interessante vraag: wordt deze stijging vooral veroorzaakt doordat er een hoop inhoudsarmere studies zijn bijgekomen (communicatiekunde, vrijetijdsmanagement...) en doordat deze extra studenten veelal voor deze en andere relatief gemakkelijke studies kozen (sociologie, politicologie...) of wordt deze stijging mede veroorzaakt doordat het niveau over de hele breedte is afgenomen. Zijn ook studies als elektrotechniek, economie geneeskunde en rechten gemakkelijker geworden?
In het eerste geval lijden de talentvolle studenten er niet of beperkt onder, in het tweede geval verspillen we een hoop menselijk kapitaal.
Vervolgvraag: is het niveau bij alle universiteiten gedaald of zijn er universiteiten die stand hebben weten te houden?
Bart,
Het gaat hier om de manier waarop een hoop gegevens worden afgebeeld, en als die afbeeldingen meer suggereren dan verantwoord is, is het 'How to lie with statistics'. De onderliggende werkelijkheid, of dat nu ware stofbeheersing is of de genetische opmaak van mensen, mag je voor het argument als onveranderd beschouwen.
Je worstelt nog steeds met de interpretatie van het gegeven dat de groep 30-36 jarigen nu zoveel meer hoger opgeleiden bevat, dan tien of twintig jaar geleden. Dat is voor mij ook de vraag, maar die vraag is niet vanuit je bureaustoel met logisch nadenken te beantwoorden. In plaats daarvan moet je een nauwkeurig beeld zien te krijgen van de totstandkoming van de onderliggende statistieken, van veranderingen in het onderwijsstelsel, of wat verder als mogelijke verklaringen op je weg komt.
Ik geef een voorbeeld. Een Leidse onderzoeker vertelt in het Leids Dagblad dat er bij geschiedenis nogal wat studenten staan ingeschreven die geen tentamens blijken af te leggen: 'spookstudenten'. Wim Kok, minister-president, laat hetzelfde weekeinde wetend at onze samenleving naar de verdoemenis gaat door misbruikers van voorzieningen, zoals deze 'spookstudenten.' Omdat ikzelf ook bezig was met onderzoek naar spookstudenten, belde ik even naar deze Leidse onderzoeker, en zij kon mij vertellen dat deze 'spookstudenten' een andere studie bleken te volgen, dus dubbel stonden ingeschreven. Echte spookstudenten' bestonden alleen in de fantasie van een minister-president.
Er is dus onderzoek nodig om deze statistiek uiteen te rafelen. Als dat onderzoek al is gebeurd, zou het handig zijn er het verslag van te vinden.
William Howison. (1826). The contest of the twelve nations; or, a view of the different bases of human character and talent. Edinburgh: Oliver & Boyd. The book is anonymous.
Een merkwaardig boek over intelligentie. Het is nog niet gescand door Google. Wel een bespreking ervan: hier
Het is een warrig verhaal, een poging om persoonlijkheid te categoriseren in twaalf hoofdgroepen, gekoppeld aan bepaalde naties. Het is ook de tijd van frenologie en andere rare kunsten, bijv. Franz Joseph Gall. Maar wat hij over intelligentie zegt is helemaal niet zo gek. Ik citeer een stukje (p. 4):
Wat kun je, met de kennis van nu, hierover zeggen. Dit is geen psychometrische opvatting, voorop staat wat intelligent opereren is, niet dat de een iets slimmer of sneller werkt dan een ander. Er zijn inderdaad twee hoofdrichtingen in de psychologie, die elkaar niet altijd willen ontmoeten: die van de persoonlijke verschillen (tests), en die van het cognitief functioneren (het experimenteel laboratorium). Zie Lee Cronbach, 1957.
Experimenteel psychologen zijn niet gecharmeerd van dat gedoe met Bell curves (normaalverdelingen).
William Howison staat nog in de traditie van wat Von Humboldt Bildung noemde. Maar er zijn met de frenologie al stevige stappen gezet richting wat destijds als een wetenschappelijke benadering van de menselijke eigenschappen werd gezien. Het was nu nog wachten op de kwantificeerders, de tellers, de statistici. En op filosofen die afstand zouden nemen van voorbarige fysiologische theorieën en waarnemingsexperimenten zouden gaan doen in laboratoria (Helmholtz, McKeen Cattell).
Klik op de afbeelding.
Darwin zat te broeden op zijn evolutietheorie. Francis Galton was een begaafde generalist, beïnvloed door zijn oudere neef Darwin, legde grondslagen voor de psychometrie, deed onderzoek naar genialiteit in families. Hij ontwierp een apparaat om de normaalverdeling te demonstreren: de quincunx, het 'bord van Galton' (niet het gelijknamige boek van Palliser).
Jesse: dit 'bord van Galton' is een simulatiemachine. Het programma dat je kunt laten lopen (klik op de figuur) is een computersimulatie van de fysieke simulatiemachine (een stevig bord met staafjes enz).
NB: in feite produceert het 'bord van Galton' geen normaalverdeling, maar een binomiaalverdeling (p,n) met parameter p = 0.5, n = aantal horizontale rijen staafjes. Ofwel een toets met n vragen, afgenomen van leerlingen van wie we stiekem weten dat ze stofbeheersing 0,5 hebben. Best wel realistisch, vooral als je weet dat veel leraren bij voorkeur geen vragen stellen die iedereen toch al beheerst (waarom eigenlijk?)
Alfred Binet and Théodore Simon (1916/1973). The development of intelligence in children. (The Binet-Simon scale). Translated by Elizabeth S. Kite. Reprint: ARNO Press, A New York Times Company.
Dit boek geeft vertalingen van artikelen gepubliceerd van 1905 tot 1911. Door de heruitgave zal Google wel verhinderd zijn de tekst vrij te geven. Maar dat geeft niet, het boek (de editie 1916) is volledig online beschikbaar:
http://www.archive.org/details/developmentofint00bineuoft
Deze auteurs ontwikkelen een diagnostiek om zwakbegaafde kinderen tijdig te signaleren. Ze zijn niet allereerst geïnteresseerd hoe eigenschappen in de bevolking statistisch zijn verdeeld. Het dichtst bij komt nog een tabel op p. 252. Maar let op: zij worstelen ook met het onderscheid tussen intellectueel functioneren, en schoolprestaties. Zie de tabel op p. 290. Dit illustreert het risico van eenzijdige aandacht op IQ.
Bovenstaande tabel van Binet & Simon, met intelligentie gekruist tegen schoolprestaties, laat zien dat beide wel enigszins samengaan, maar verre van perfect. Voor alle betrokkenen is dat altijd problematisch geweest. In de dertiger jaren is er dan een groot internationaal project over examens, waar ook de grote namen op het gebied van intelligentieonderzoek aan meedoen: Thorndike, Spearman en Thomson. Van hen zijn discussiebijdragen aan de congressen in dit examenproject in druk verschenen, en onlangs naast elkaar gelegd en besproken in een artikel waarin ook kort de bijdragen van deze heren aan het intelligentieonderzoek staan beschreven:
Ian J. Deary, Martin Lawn & David J. Bartholomew (2008). A conversation between Charles Spearmen, Godfrey Thomson, and Edward L. Thorndike. History of Psychology, 11, 122-142. pdf
Interessant is dat Spearman wat afstand neemt tot zijn eigen theorie over de G-factor.
Op p. 136 en volgende kom ik een bekende stelling tegen (blog 6854 Beoordelen op intelligentie? Nee toch!): dat je bij een eindexamen Duits, bijvoorbeeld, ervoor moet zorgen dat je de beheersing van Duits meet, en niet ook intelligentie meemeet. Thorndike doet hier een krachtig pleidooi voor, een pleidooi dat door Spearman niet goed lijkt begrepen te zijn.
Als ik heel kort zou moeten aangeven hoe dit zich verhoudt tot de vraag over de benodigde intelligentie voor een HBO-opleiding, dan is dat: Het eindniveau van de opleiding veronderstellen we als bepaald, als een standaard. Welnu, als andere omstandigheden gelijk zijn, dan hebben meer intelligente studenten minder tijd nodig om die standaard te bereiken dan anderen nodig hebben. Of die standaard überhaupt te bereiken is met iets minder intellectuele bagage aanhet begin van de rit: waarom zou dat niet zo zijn? A.D. de Groot: iedereen kan alles, mits er voldoende tijd is.
iedereen kan alles, mits er voldoende tijd is.
Ben, hoelang moet jij trainen om de 100 meter onder de 10 seconden te lopen?
Mark,
Dit is een voorspelbare reactie.
Een uitspraak zoals van De Groot noemen we een hyperbool. Als wiskundige moet je dat kunnen waarderen.
Ofwel: tot het onmogelijke is niemand gehouden.
Meer terzake: bij de discussie over niveau, van welke onderwijssoort dan ook, gaat het om het eindniveau, het diplomaniveau, de vakbekwaamheid. Dat is een totaal andere eigenschap dan intelligentie volgens welke intelligentietheorie dan ook. Maar er is intelligentie voor nodig om die vakbekwaamheid te bereiken. Eenige intelligentie is een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde. Ook deze formulering zal je bevallen.
Een land dat het niveau van vakbekwaamheid in de bevolking wil verhogen, moet dus investeren in onderwijs, niet in intelligentie. Ook hyperbolisch?
Eenige intelligentie is een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde.
Dat wilde ik horen.
You're welcome.
is niet te investeren Ben. Een overbodige vraag, zoals ik al eerder heb betoogd is intelligentie een aangeboren kwestie. Een logisch gevolg hiervan is de normaalverdeling waar zoveel discussie over is. Ergens begrijp ik het wel. EInd jaren zestig begin jaren zeventig was er de droom van de 'maakbare samenleving' daar passen nu eenmaal geen vaststaande feiten in en onder druk wordt alles vloeibaar. Het is trouwens van deze tijd dat hele nurture-nature discussie haar hoogtepunt bereikt. Begin negentiger jaren blijkt het pleit beslecht in het voordeel van de onderzoekers en dan begint het gedonder in de glazen. Ook de pseudo onderzoekers beginnen zich met de zaak te bemoeien en ineens duikt er zowaar een nieuw soort intelligentie op het EQ, en effe later blijken er nog een stuk of wat Q te zijn. Alles om te ontsnappen aan die ene grote waarheid, intelligentie je hebt het of je hebt het niet. Sluipenderwijs krijgt deze onzin ruim baan in bestuurderskringen, ook in die van het onderwijs en ja hoor, genoeg wetenschappers die eens wat anders willen, een dikke boterham kunnen verdienen aan het uitslaan van dezelfde onzin en het onderwijs wordt op de schop genomen op basis van een aantal zweefteverige theorietjes. De gevolgen hiervan zijn dagelijks te zien en te horen in nieuws en dagbladen. Een bijna failliete boel die zich op de borst klopt omdat de Europese doelstellingen zijn gehaald. ( volgens hun statistiekjes dan) en wat was dat weer over die statistieken, er zijn leugens...grove leugens...en........ Juist.
Behalve twijfel aan de uitspraak van de Groot, dat alles te leren is als je voldoende tijd hebt, zit er ook nog een efficiency-kant aan die tijd.
In de afgelopen 25 jaar zijn Nederlandse jongeren gemiddeld veel langer gaan studeren (lees: ingeschreven staan) en hebben gemiddeld veel later de arbeidsmarkt betreden dan vroeger, toen 15/16 jaar een normale leeftijd was om te gaan werken. Hogere scholing was destijds slechts voor een relatief kleine groep weggelegd.
Doordat nu iedereen minimaal tot zijn 18e (en heel velen nog langer) op school zitten moet de pensioenleeftijd omhoog. Een rare omkering, zeker als je bedenkt dat juist de mensen die nu aan hun pensioen toe zijn vroeger zo jong begonnen zijn te werken.
Kortom: Er is veel voor om de studietijd (en de kosten die daarmee samen hangen) efficiënt te gebruiken en niet te lang te laten worden.
Hinke,
Een juiste observatie. Al die baantjes van en voor studerende jongeren zijn in feite niet renderend (negatief renderend), voorzover ze ten koste gaan van studietijd.
Ik meen in het beraad van Wassenaar, rond 1980, hebben werkgevers voorgesteld om universitaire studies korter te maken. Onder het motto dat de kneepjes van het vak wel binnen het bedrijf geleerd zouden worden. Heel goed, dat bedrijven die opleidingskosten dragen. Zo is dus gebeurd: universitaire studies zijn ingekort tot vier jaar. ie inkorting is in feite nog sterker geworden door de beoogde tweedefase maar helemaal te schrappen (het AiO-schap is in plaats daarvan gekomen).
Een schoonheidsfoutje, vanuit doelmatigheidsstandpunt: de HBO-opleidingen hebben er een jaar bijgekregen, van drie naar vier jaar. Weer een soort gelijkheidsdenken. Veel te veel tijd voor ondoeltreffende stages. Een andere grote schoonheidsfout van ons universitaire onderwijs had meteen weggewerkt kunnen worden, maar die kans werd gemist: fixeer de totale inschrijftijd op de cursusduur van vier jaar, en accepteer dus iets meer spreiding in eindniveaus.
Internationaal gezien, in vergelijking tot Duitsland en Frankrijk tenminste, doen we het met onze korte universitaire opleidingen dus buitengewoon goed. Met de BaMa is er gelegenheid gecreëerd om er toch een jaartje bij te snoepen, met tweejarige masters. En om tijd te verliezen bij de overgang van bachelor naar master. Stom, stom, stom.
Mijn eigen hobby is het tijdverlies in ons onderwijs door het veel te vaak laten overdoen van precies hetzelfde (jaren, vakken). Scheelt giga veel geld.
Niet zozeer omdat werkgevers voorstelden om de opleiding ten dele in het bedrijf te doen maar meer gestuurd door de enorme overheidstekorten en de drang tot bezuinigen. Vergeet niet dat twee jaar later de HOS nota werd voorbereid die het hele onderwijs zou treffen. Ik wil de werkgevers ook wel de schuld geven van de malaise maar dat is een brug te ver, het is de toenmalige overheid die in haar bezuinigingsdrift de begroting van onderwijs op de korrel heeft genomen. Dit is in latere jaren ook niet onder de paarse kabinetten waarbij in het tweede kabinet Kok de bomen al tot in de hemel groeiden, hersteld. Integendeel zou ik zeggen. Op geen enkele moment heeft Nederland nog voldaan aan de OESO norm. Maar alten we het met de woorden van minister Hermans zeggen. "Misschien scoren wij met ons onderwijs maar net boven de middelmaat in Europa, voor het geld dat er in geinvesteerd wordt doen wij het nog heel goed."
Jesse,
Stel dat je intelligentie definieert als het aantal publicaties dat iemand op zijn naam heeft staan. Laten we alle 65-jarigen nemen. Levert dat een normaalverdeling op? Ja, met een kunstgreep, dus als je de resulterende poissonverdeling omzet naar een normaalverdeling.
Zo'n kunstgreep wordt standaard toegepast bij intelligentietests: op een representatieve steekproef uit de bevolking moet die per definitie een bij benadering normaalverdeeld IQ opleveren.
Het is nog erger. Bij intelligentietests worden een paar dezelfde trucs toegepast die leraren ook gebruiken bij hun toetsen of examens: zorg dat de vragen niet te makkelijk zijn, noch te moeilijk. Dus ook als een klas in zijn geheel het prima heeft gedaan en eigelijk alle kerndoelen beheerst, dan toch maar een examen maken waarin er nog een paar zessen vallen, en niet al te veel negens. Is dat erg? Dat hangt er maar helemaal van af. In dit geval is er een puur kunstmatig aangebrachte spreiding in eindcijfers, wie is daarmee gediend? Als er een stoelendans volgt, bijvoorbeeld een selectie-aa-de-poort voor vervolgonderwijs, ..... .
NB: als de beheersing rond 0.9 is, dan zijn de examenscores binomiaal verdeeld, maar wel bijzonder scheef, en dus absoluut niet bij benadering 'normaal verdeeld'. Een normaalverdeling is symmetrisch. Toetsspecialisten roepen heel makkelijk: items moeten spreiden, ze moeten dus bij voorkeur moeilijkheid 0.5 hebben (of rond 0.7 als men zo onhandig is om lerlingen te dwingen te raden op niet geweten keuzevragen). Rustig laten roepen.
Dat normaalverdeelde IQ is een cultureel artefact.
Stel dat..., hier een simulatie....,Als.....
Zo begint elke theorie of als je wil hersenspinsel van een onderzoeker. het komt er op aan beste Ben om dan het bewijs te leveren. Liefst door empirisch en in geval van intelligentie ook nog eens gespreid over een paar jaar. En met onderzoek bedoel ik volgens de voorgeschreven regels en niet het 'houtje touwtje'onderzoek zoals we dat in de afgelopen jaren tot ons mochten nemen. Mag ik je herinneren aan het uiterst 'wetenshappelijk opgezet' onderzoek naar de klimaatverandering dat recentelijk is neergesabeld door een internationaal onderzoeksteam. Waarvan ik dan ook weer moet zeggen dat hun uitspraak ook een gotspe is en alweer een aanleiding tot onderzoek want wie beweert dat het onderzoek nergens op slaat maar dat dat niet wil zeggen dat het klimaat niet verandert doet net zoals jij. Als... Stel.... een simulatie wijst uit dat.... Dus Ben, nu tijd voor onderzoek, ik spreek je over een paar jaartjes wel over de resultaten.
Logica en wiskunde doen niet anders dan 'stellen dat'. Ik begrijp dus niet wat je me hier voor de voeten werpt. Ik ben ook geen andere onderzoekers, maar mezelf.
Wat zijn trouwens die 'voorgeschreven regels' voor onderzoek?
Wat is een examen eigenlijk anders dan een simulatie?
Heb je wel vertrouwen in de sterkteberekeningen die vooraf zijn gegaan aan de bouw van bruggen, en allerlei gadgets waar jij je leven dagelijks aan toevertrouwt? Met wetenschappelijk nihilisme kunnen we de kar niet trekken. Bon ook niet.
Jesse,
Stel dat Josse een stofbeheersing heeft van 0,6, gedefinieerd op de vragen die op het examen filosofie gesteld kunnen worden (de docetn heeft een vragenverzameling van 2600 nog niet eerder gebruikte vragen waaruit zij willekeurig de examenvragen trekt).
Wat is jouw voorspelling voor de score die Josse op een filosofie-examen van 100 vragen zal maken? 60? Precies 60? Of met kans X een score tussen 60 - a en 60 + a? Hoe groot mogen X en a dan zijn? Wat is je theorie? Hoe denk je dat de score op de eerste vijftig vragen zich verhoudt tot die op de tweede vijftig?
Zijn dit idiote vragen? Overbodige vragen? Hoe bereidt deze Josse zich eigenijk op zijn examen filosofie voor: gewoon alle beschikbare tijd besteden aan de studie? Of proberen de stof goed genoeg te beheersen om 95% zeker een voldoende resultaat te halen? Hoe gaat deze Josse die kans dan berekenen?
Kunnen we hier samen wat 'wetenschappelijke onderzoekjes' bij ontwerpen? Kunnen we op een gegeven moment overstappen van beheersing van dit vak filosofie naar intelligente capaciteiten? En de relatie tussen beide?
Ik geef toe: het zijn wat ongewone vragen omdat ze uitgaan van een student Josse die zich goed wil voorbereiden op een komend examen, niet van een docent die juist een groep studenten een examen heeft afgenomen en over de resulatten allerlei statistiekjes thuis krijgt toegestuurd. Maar Josse zal linksom of rechtsom zijn voorbereiding willen optimaliseren. Wat kun je hem aanraden?
http://www.rssonline.nl/rel_22677559_meer-leerlingen-naar-havo-en-vwo.as...
Deze middag in het nieuws: meer leerlingen naar havo en vwo.
Er is niet gezegd hoe dat komt, het gaat om statistieken, maar het idee is (Radio 1) dat ouders vaker aandringen op het hogere schooltype, dus vooral liever havo dan vmbo-t. Vrij associërend komen sprekers dan meteen met verklaringen voor het tegenvallende prestaties van mbo, hbo en wo. Lijkt me dat het zo eenvoudig niet is.
Zo eenvoudig is het. Want eens deze leerlingen in havo en vwo zijn ondergebracht zijn het voor de bestuurder van de school geen leerlingen meer, maar zakjes vol geld. Voor gratis schoooboeken, in en outputfinanciering, 'vrijwillige'ouderbijdrage, noem maar op. Hier en daar nog een susidietje voor een experimentje onder het motto 'o wat zijn wij vernieuwend bezig', daar moeten docenten dan weer voor worden nageschoold ( weer een subsidie, tegemoetkoming vanwege het rijk in de kosten). Dus alles wordt er aan gedaan om de leerling te laten slagen. Oogjes toeknijpen, iets te gemakkelijke SO's, handjes over het hart, door de vingers kijken, het 'maar hij heeft wel zijn best gedaan'effect, enz...(zie de laatste HBO fraude, want dat is het en doet zich ook voor in MBO en VO). Resultaat van dit alles, tegenvallende prestaties in het MBO en HBO en WO. Oplossing voor dit alles. Verlaging van het onderwijsniveau op alle niveau's zodat Nederland straks te kampen krijgt met een nieuw fenomeen, de analfabete HBO student.